Ik word verwend vandaag. Rond een uur of vijf, enkele uren na Willem, is het Yvo die mijn kamer binnenvalt. Hij vraagt hoe het met me gaat. Ik antwoord: “Zo zo” en kwakkel met mijn hand in de lucht van links naar rechts en terug. Ik zeg hem dat hij Willem gemist heeft en laat het niet na om het goede nieuws van de R0 resection margin aan te kondigen. Ik vertel hem ook ineens van het slaappilletje waar ik voor komende nacht alle heil van verwacht. Gedragen door zijn hartverwarmend empathisch vermogen bekent hij direct dat hij dat ook wel al ooit gebruikt heeft. Hij deelt mee dat er eigenlijk twee types van bestaan: er zijn slaappilletjes waar je van in slaap valt, maar die je voor de rest gewoon met rust laten, en er zijn slaappilletjes die ervoor zorgen dat je gedurende langere tijd in een diepere slaap terecht komt. Niet dat je daarom echter ook beter slaapt, weet hij me te vertellen. In mijn geval denkt Yvo bovendien dat het eerste type het beste zou zijn. Hij vermoedt dat het in slaap vallen het grootste probleem vormt. Dat mijn lichaam moe genoeg is om, éénmaal vertrokken, een langere slaap te bestendigen. Dat laatste kan ik alleen maar bevestigen. Mijn lichaam voelt aan alsof het door een droogpers gehaald is. Het ligt uitgespreid, zo plat als een vijg op het bed en zelfs een beetje wind doet het rimpelen. Zo weinig weerstand biedt het nog.
Op één of andere manier beginnen we te praten over het gebouw waarin ik me bevind. Ik weet niet of er een link is met onze bergwandelingen maar de naam van dit stuk van het gebouw luidt volgens mij niet voor niets K2. Samen met de vleugels K1 en K3 blijkt het een gebouw van Henry Van de Velde te zijn, één van de belangrijkste Belgische architecten ooit, gekend als ‘de apostel van het functionalisme’. Dit omdat hij, in tijden van sierlijke Art Nouveau panelen vol krullen en gratieuze traphallen à la Horta, alsof de architecten van die tijd in een permanente high vertoefden na het roken van wat marihuana, of allemaal geloofden in feeën, trollen en de mystieke suprematie van moeder natuur, voor het strakke en simpele ging, een beetje zoals dat Secessionsgebouw in Wenen; alhoewel zelfs dat nog als barok omschreven kan worden vergeleken met zijn gebouwen.
Strak is in ieder geval het juiste woord voor dit gebouw: op elke verdieping is er die ene lange gang die rechttoe rechtaan de drie stukken van het langgerekte gebouw, K1, K2 en K3, met elkaar verbindt en doorsnijdt, met ziekenkamers links en rechts van de gang. De boekentoren van Gent is een ander gekend voorbeeld van zijn strakke architectuur. Ook een gebouw volledig van beton, met alleen vanboven een indrukwekkende glaspartij om de boekenwormen beneden van het broodnodige zonlicht te voorzien. Maar dit gebouw is zo eenvoudig opgevat dat ik het zelfs niet door had in een gebouw van een beroemd architect te zijn. Het is dan ook pas achteraf dat ik de trappen van de gebouwen nog zal leren kennen. Wanneer ik terug zal komen voor de nabehandeling. Dat is bijna de enigste plaats waar dat Van de Velde nog iets van de sierlijke lijnen van de klassieke Art Nouveau duldde; een trapleuning die mooi de hoeken van de hal volgt bijvoorbeeld.
Yvo weet me te zeggen dat het in een veel betere staat is dan het eigenlijke hoofdgebouw op de campus: de K12. Alhoewel dat dit laatste pas in de jaren 70 is neergezet geweest en het Van de Velde gebouw al dateert van voor en na de tweede wereldoorlog. En tijdens de tweede wereldoorlog werden de werken zelfs stilgelegd bij gebrek aan financiële en andere middelen, weet Yvo me te zeggen. Hetzelfde betonrot dat de tunnels van Brussel teistert heeft blijkbaar ook hier in de K12 toegeslagen. In Brussel doet de mythe de ronde dat dossiers uit oude archieven mee in het beton verwerkt geweest zijn. Misschien dat ze hier wat boeken uit de boekentoren in het hoofdgebouw gestoken hebben? Vlaamsnationalisten steken de schuld voor al het betonrot in de tunnels op het falend beleid van Stad Brussel. In Gent kunnen ze het steken op de vrijzinnigen. Want het is niet omdat die vrijmetselaars een passer en een winkelhaak in hun logo hebben gestoken, dat ze d’r iets van kennen, of wel soms? Terwijl het gewoon het veralgemeende gebruik van inferieur en goedkoper materiaal tijdens de economische boom na de oorlog is dat tot zulke immense verschillen tussen gebouwen uit verschillende tijdsperiodes heeft geleid. We mogen eigenlijk al blij zijn dat er geen asbest in steekt. Hoop ik.
Op het einde vraagt Yvo nog met één van zijn warme grijnzen of ik geen zin heb in een verlate Nieuwjaarsdrink. Als ik een beetje flauw teruglach, verklaart hij dat hij sinds kort mee verantwoordelijk is voor de camaraderie op de werkvloer van het UZ Gent en in dat kader deze avond een cocktailbar in de K12 moet bemannen. Ik zeg hem dat het mij spijt maar dat ik me met redon en al, die zich nog steeds in mijn been bevindt, niet naar de overkant van het UZ Gent zie sukkelen, tunnel of geen tunnel. Hij lacht een beetje diplomatisch terug maar het spijt me echt want Yvo is één van de weinige mensen in dit Vlaanderenland die weet hoe dat je een Frozen Mango Daiquiri moet maken. Als echter blijkt dat er deze avond, om het simpel te houden, enkel Gin-Tonics geschonken gaan worden, wordt de spijt al iets minder groot.
‘S avonds komt Tin nog even langs. Gisteren was ze niet kunnen komen omdat het toen de eerste voorstelling Woord van Ella was. En die kon ze moeilijk missen. Des te meer nu dat ikzelf er sowieso niet ging geraken. Daar kwam nog bij dat met die dubbele verplaatsing eergisteren, de dag na de operatie, de grenzen van het vervoer over de dichtgeslibde Vlaamse wegen al bereikt waren. Vandaag vindt de tweede voorstelling van Ella plaats en dus is ze nu alleen afgekomen. Haar moeder gaat in haar plaats samen met Sam naar deze tweede voorstelling deze avond. Tin zelf gaat na haar bezoek aan mij haar Turkse vriendin Zeynep nog bezoeken in het Gentse. Een mooi voorbeeld van migranten die zich met behoud van hun eigen cultuur wel hebben weten te integreren. Maar dat mag niet meer gezegd worden want we moeten de illusie van het Vlaamse platteland in stand houden voor de identitairen onder ons die ironisch genoeg zelf te zwak in hun eigen schoenen staan om zichzelf te bepalen zonder anderen te kakken te zetten. Ik wens haar veel plezier met Zeynep en wacht verder op het slaappilletje. Rond 9 uur ben ik echter het wachten beu en vraag aan de verpleegster of ik er niet al eentje mag hebben. Gelukkig is het geen strenge en geeft ze me direct het type van pilletje dat Yvo me aangeraden had. Ik neem het in en val een half uurtje later eindelijk in een onrustige, maar toch diepe slaap.
