De reacties van andere slachtoffers die ik ontvangen heb na de verschijning van het artikel in Apache, zijn stuk voor stuk gruwelijk om te lezen. In die mate zelfs dat ik nooit weet wat ik erop moet zeggen. Want iemand die volledig mismeesterd is in datzelfde Gasthuisberg, tijdens en na een keizersnede, inclusief weigering van scanafnames door een arrogante professor – niet mijn woorden – tijdens de talrijke klachten de jaren nadien, die al meer dan 30 jaar nu leeft met de gevolgen van dit alles, haar ingewanden volledig om zeep, zelfs in elkaar vergroeid waardoor ze niet langer andere kinderen kan krijgen, ‘andere’ want het kind van de bevalling is 30 jaar geleden ook nog aan wiegedood gestorven, wat zeg je daartegen?
Door een andere lezeres wordt plots verwezen naar een incident in 2017 waar dat 3 patiënten van Gasthuisberg los van elkaar, een blind oog overhielden aan een ‘routine-operatie’ van het glasvocht. Een jaar later omdat ze nog altijd geen verklaring gekregen hadden hebben de slachtoffers klacht ingediend. Wat er juist gebeurd is, is nog altijd niet geweten of wordt gewoon niet gecommuniceerd. Maar is dat doorslaggevend in dit geval? Eenzelfde incident op enkele dagen tijd van mekaar bij drie patiënten die mekaar zelfs niet kennen, is dat niet voldoende om erkend te worden als slachtoffer? Blijkbaar niet. Ondertussen is er geen enkele transparantie over het verdere verloop van de zaak. Wat betreft de beschikbare verdedigingsmiddelen voor ons, de burgers van dit land, verklaart de lezeres nog: “Over de corrupte verzekeringen en het incompetente Fonds voor Medische Ongevallen zullen we maar zwijgen. Wat een failed state. En dan zeggen zij dat wij verzuurd zijn.”
Net op de dag dat ik dacht geen reacties meer te krijgen komt de klap op de vuurpijl binnen. Een vrouw heeft net hetzelfde meegemaakt als ik alleen was bij haar het uiteindelijke resultaat uitgezaaide borstkanker. Maar dus gepleit voor verder onderzoek en zelfgenoegzaam afgewezen door een arrogante prof – opnieuw niet mijn woorden. Medische verslagen vol leugens en onwaarheden over zich heen gekregen. Zelfs van de medische raadsheren. Schandalige behandeling als patiënt/slachtoffer. In 2020 volgde de diagnose borstkanker mét uitzaaiingen. Ze heeft het juridisch gevecht opgegeven maar kan het niet los laten. Vooral dit laatste raakt mij. Als men zou beseffen hoezeer medische slachtoffers moeten vechten om zichzelf als mens staande te houden tussen al de smeerlapperij dat ze naar het hoofd geslingerd krijgen, zou men meer respect hebben voor deze ongelukkigen.
Deugddoend ook zijn de empathische reacties van mensen die zelf of hun partners gelijkaardige dingen hebben meegemaakt in dat machtige Gasthuisberg, hun medeleven uitspreken en hun steun uitdrukken. En dan is er toch ook nog iemand uit het journalistieke milieu van de mainstream media die interesse toont in mijn verhaal en mij een berichtje voor verdere contactopname stuurt. Het gevoel na al mijn lijden eindelijk gehoord te worden maakt mij verder duidelijk van niet alleen te zijn.
Maar er zijn niet alleen reacties van slachtoffers geweest. In het artikel zelf hebben ook beleidsvoerders van zich laten horen. Frank Vandenbroucke, onze Minister van Volksgezondheid, deelde na de obligate betuigingen van medeleven trots mee dat het Fonds voor Medische Ongevallen de laatste jaren sterk verbeterd is. De achterstand van de behandelde dossiers zou sterk verminderd zijn. Ook het aantal positief afgehandelde dossiers zou verbeterd zijn. Met een beetje goede wil tot zo’n 20% maar beter alvast dan de schabouwelijke 10% van enkele jaren geleden. Terwijl dat er onder zijn toedoen enkel een tijdelijke verdubbeling van de mankracht van het FMO heeft plaats gevonden. We moeten duidelijk niet veel verwachten van de dames en heren politici. Bestaande processen of procedures herbekijken is allemaal niet nodig. Verdubbeling van de mankracht leidt tot een verdubbeling van het al minimale aantal dossiers, en dat is het. Wat een pover resultaat.
Maar de max deze keer is Gert Van Assche, hoofdgeneesheer van Gasthuisberg. Ondanks het klare en duidelijke vonnis blijft hij, net zoals zijn twee partners-in-crime, de Man met de Vele Diploma’s en de Man van Antwerpen, volharden dat er geen enkele fout gebeurde in 2018. Dit terwijl dat die zeven maanden in Gasthuisberg net één grote aaneenschakeling van fouten was en ik uiteindelijk verplicht was te vluchten naar Gent. Zich boven de wet stellen zit daar boven op die Konijnenberg te Leuven duidelijk ingebakken in de bedrijfscultuur. Zo zeggen ze ook bijna letterlijk dat ze niet begrijpen dat een rechter het lef heeft om hun twee medische specialisten tegen te spreken.
Toeval wilt dat ik hem enkele weken geleden een interview zag geven aan de VRT. Hij kwam precies net uit het bad. Blonde haren van korte snit maar lang genoeg zodat je ze toch maar zou zien. Gladgeschoren. Zo glad dat hij speciaal voor het interview naar een visagiste moet zijn geweest. Gladde jongen. Hij heeft zelfs het lef te verkondigen dat hun verzekeraar medische fouten die erkend worden correct vergoedt. Deuh? Het zou maar erg zijn als dat niet zou gebeuren. Natuurlijk de leugenachtige praktijken binnen de medische wereld om de toekenning van zo’n erkenning te verhinderen worden in dit statement niet vermeld. Ter info: de ‘correcte’ verzekeraar zit trouwens mee achter de beroepsprocedure om zo laat en zo laag mogelijk geld uit te moeten betalen. Die mensen leven van zo’n dingen terwijl wij burgers het allemaal lijdzaam moeten ondergaan. En oh ja, voordat ik het vergeet, we krijgen ook nog, na jaren van procederen tijdens dewelke we geen enkele communicatie vanuit het verheven Gasthuisberg ontvangen hebben, een spijtbetuiging mee: het is allemaal heel erg wat er met mij gebeurd is. Alsof dit plotse medeleven toch duidelijk moet maken dat ze begaan zijn met hun patiënten. N’importe quoi, alles doen ze om de schone schijn hoog te houden.
Het is alsof er twee werelden zijn. Een van de slachtoffers en een van de beleidsvoerders. Een wereld van fouten en een wereld waar alles perfect verloopt. Twee werelden die haaks op elkaar staan en onverenigbaar zijn. Maar eigenlijk zijn het er geen twee. Het zijn de antipoden van één en dezelfde wereld. Met aan de onderkant een wereld van pijn: overgelaten aan hun lot, weggesmeten als restafval, de slachtoffers, pechvogels van de medische wereld. En aan de bovenkant een schijnwereld die absoluut de illusie in stand wilt houden dat alles onder controle is, dat we in onze maatschappij het eeuwige leven binnen handbereik hebben, gerust voort kunnen feesten, gaan skiën voor een verlengd weekendje zelfs als we willen. Ook een neuscorrectie behoort tot de mogelijkheden. Een wereld die perfect is op het eerste zicht, waar men nooit fouten maakt en als we er maken onze verantwoordelijkheid nemen of minstens toegewezen krijgen. Maar deze bovenwereld blijkt ondertussen niet zo te functioneren: de fijne kantjes van ons maatschappelijk bestel worden volop uitgebuit door de machtigen en de rijken. Zodat wij de burgers geen verhaal meer vinden tegen dat spinneweb van onderlinge belangen. En in het geval van de medische slachtoffers is deze schijnwereld bijzonder gewiekst geworden in het verdoezelen van de eigen fouten. Enkel als je geluk hebt kom je terecht bij een Houthakker die komaf maakt met al de irrelevante lulkoek.
We zijn vandaag begonnen met de derde chemosessie. Opnieuw niet langer aan de volledige dosis omdat de impact voor mijn lichaam zo ellendig was de eerste keer. De bloedwaarden zouden wel nog steeds goed evolueren. Dus dat stemt voorlopig hoopvol. Toch op een verdere verlenging van mijn bestaan. Enigste nieuw probleem: op de voorbereidende consultatie twee dagen voordien blijkt dit ik nu nog maar 74 kilogram weeg. Opnieuw is er 5 kg van mijn lichaamsgewicht verdwenen. Zo weinig heb ik niet meer gewogen sinds mijn puberteit in Turnhout.
Maar tijdens de chemosessie zelf stelt zich nog voor aanvang al een nieuw en groter probleem. De verpleegsters vinden geen plaats meer in mijn armen om een injectienaald in te steken. En bovenal, bezweren ze me, het moet absoluut een diepe ader zijn. Niet een van die kleine in je hand waar ze wel zonder problemen bloed kunnen afnemen. Want de chemo die ik nu krijg is zo bijtend dat als de geprikte ader scheurt of carrement ontploft er serieuze brandwonden kunnen ontstaan in het lichaam. Uiteindelijk is er een anesthesist nodig om de injectienaald met behulp van een echoscan diep in mijn rechterbovenarm te plaatsen. Voor het overige verloopt de chemosessie voorspoedig. Na nog eens twee uur kunnen we het UZGent verlaten. Alleen komt de chemo zo goed als direct binnen. Zelfs van de cortisone merk ik niet veel meer. Buiten opgefokt te zijn op zaterdag en zondag. Eenmaal weggevallen is daar weer mijn oude vertrouwde sofa om half in coma met een fles San Pellegrino aan mijn zij mijn continue, schrijnende dorst te lessen.
Ondertussen komt hier via de post ook het Verzoekschrift voor Hoger Beroep van de tegenpartij binnen. Netjes in viervoud. 30 bladzijden per betrokkene: Tin, de kinderen en ik. Als het niet zo ernstig was, zou een mens zich ziek lachen met hun ‘Beroep.’ Het document stelt gewoon niets voor. Het lijkt meer een poging tot schadebeperking voor Gasthuisberg dan een beroep over de grond van de zaak. Het is dan ook opgemaakt door de twee dezelfde experten-leugenaars die ook aan het proces meegewerkt hebben. Het is een herhaling van alle zever die ze al tijdens het proces aangehaald hebben – min de al te grote onzin: zo maar gratuite leugens vertellen tegen rechters van het Hof van Beroep ligt wat moeilijk. Zoals de indertijd ronduit walgelijke stelling van de Man met de Vele Diploma’s “misschien is de kanker wel ontdekt dankzij de operatie?” – op welk bobbeltje zaten ze dan allemaal te drukken, gij zo wijze man? Of zoals die al even onvoorstelbare van de Man van Antwerpen, diensthoofd zelfs van het UZA, die in zijn bijdrage toendertijd het lef had om te zeggen dat er GEEN gemiste diagnose geweest was want dat na ZEVEN maanden men in GENT de juiste diagnose heeft weten te stellen. Dus NA al het geklungel en de verloren tijd in Gasthuisberg? Wel handig als ge probeert aan te tonen dat er in Gasthuisberg niets gebeurd is. Of nee wacht, juste, enkel de maanden vermeldt hij niet langer. Maar zijn stelling staat er nog altijd. Samengevat: voor deze alwetende expert is een gemiste diagnosestelling op basis van wat fingerspitzengefühl, zonder ook maar één scan uit te voeren en dit ondanks de aanwezigheid van een doorverwijzingsbrief mét vermelding van het risico op kanker, een volledig verkeerde operatie uitvoeren op een levensgevaarlijke plaats van een menselijk lichaam, met een gezwel dat nadien gewoonweg ontplofte in mijn linkerooghoek, is dat allemaal niet erg. Zelfs als Hartenkoningin dán nog altijd niets deed, buiten antibiotica voorschrijven, Celestone geven en vanuit haar zetel de geruststellende woorden uiten: “Dat heb ik nog nooit gezien.” Ook dat is allemaal geen probleem, aldus de Antwerpse expert. Dat getuigt allemaal van de kunde van de Heilige Somniteit. Want ja hoor, toen ik dan in pure wanhoop moest vluchten als een dief in de nacht naar Gent, gewoon om eindelijk professionele hulp te vinden, achterhaalde men daar wel de juiste diagnose en dit op twee weken tijd, maar zeven maanden later voor Gasthuisberg. Het was allemaal zo gepland door Hartenkoningin.
Tussen al de hoogdravende pathetiek van de twee heren medici, omdat ze godbetert een rechtszaak van het oppermachtig gewaande Gasthuisberg verloren hebben, blijven er genoeg ditjes en datjes over waarmee ze hun beroep verder kunnen opvullen. Zoals dat zij hun volle medewerking zouden verleend hebben aan het onderzoek. Weer zo’n leugentje om bestwil. Je moet namelijk weten dat zelfs mijn eigen advocaten over de ettelijke jaren heen moedeloos werden van de nonchalance waarmee ze de verslagen die we binnen brachten benaderden. Enkel voorzien van de toch wel heel korte statement waar wij het mee moesten doen: “Dit brengt niets bij aan het dossier.” In die mate zelfs dat een van onze uiteindelijke klachten net luidde dat er op die vele jaren tijd er van tegensprakelijkheid geen enkele sprake geweest was en dit tijdens het ganse proces. Inclusief de eerste en enige zitting bij de medisch experte aangeduid door de rechtbank. Zij maakten hun leuke verklaringen voor Gasthuisberg op en negeerden gewoon alles wat wij inbrachten. Maar het geeft hen hier nu wel even gelegenheid om in dit beroepschrift met strenge vinger te stellen dat “een louter eenzijdige bewering van eisende partijen uiteraard niet volstaat. Dit moet bewezen worden aan de hand van objectieve stukken.” Ontzettend grappig eigenlijk want laat dat nu net onze bedoeling geweest zijn. Waarom wij een burgerzaak gestart zijn, niet afgelaten hebben en keer op keer met nieuwe expert-verslagen afkwamen om toch maar aandacht te vragen voor ons verhaal. Want wat ze eigenljk vanuit de hoogte willen poneren is “waarom we niet gewoon mee gaan in hun fantastische verhalen en alles stilletjes laten rusten uit respect voor het oppermachtige instituut Gasthuisberg?”
En deze voortdurende manipulatie van objectieve feiten, ze doen het zelfs nu nog! De doorverwijzingsbrief, mét vermelding van het risico op kanker, wordt weeral – net zoals tijdens het ganse proces – door de tegenpartij nergens vermeld. Ook het verslag van onze ophtalmoloog-expert, dat heel eenvoudig op basis van WETENSCHAPPELIJKE feiten concludeert dat bij een casus zoals de mijne, bij aanwezigheid van een GEVOELLOOS bobbeltje in het gezicht, er altijd, ALTIJD dus, een scan afgenomen moet worden, wordt volledig doodgezwegen.
Hetgeen op zich dan ook weer niet zo vreemd is. De laudatio voor de Grote Specialiste moet zo ver gaan dat je op de duur zelf denkt dat haar handelwijze alleen maar lege artis kan zijn. Terwijl dat het allemaal niets anders dan wat medische weetjes zijn verdraaid en vervormd om alles toch maar in hun eigen verhaal te doen passen. Zo wordt er terloops eventjes beweerd dat Hartenkoningin zoals het hoort tijdens de consultatie begin juni 2018 voor mij als patiënt de verschillende mogelijkheden voor de operatie opgelijst heeft: extern via de huid of intern via de neus. Wat dus ook alweer onwaar is want ze heeft de externe variant, haar variant, letterlijk en zonder enige gêne doorgeduwd tijdens de consultatie in Gasthuisberg. Hartenkoningin, verbatim: “Die geeft als methode veel betere resultaten. Onder andere veel minder kans op recidive.” Buiten deze ene denigrerende opmerking werd geen enkel detail gegeven over de tweede weg, die via de neus. Dat er bij een operatie via de neus bijvoorbeeld sowieso een scan genomen wordt, er een beetje nagedacht wordt voordat men begint te opereren, was geen vermelding waard. Wat het eventuele belang van zo’n simpele scan voor mij en mijn leven had kunnen zijn al helemaal niet.
Zie daar het niveau van die imposante, witgekalkte Konijnenberg te Leuven. Daar moeten wij als burgers voor op onze knieën vallen. Hoe zou iemand met zo’n statuut zo’n fout begaan kunnen hebben? Allez, allez, wees eens een beetje respectvoller, onwetend burgertje van ons voeten. Het ergste is natuurlijk dat ze het wel degelijk gedaan heeft en dat ik nu, na al vijf jaar onnoemelijk lijden, aan deze dodelijke fout van haar stervende ben. Èn dat Hartenkoningin dit alles gedaan heeft met een hooghartigheid om letterlijk flauw van te vallen. Op ons afscheid, na de volledig misplaatste operatie dus, het gezwel was al volop aan het woekeren: “Patiënt komt van het Engelse patient, mijnheer Hoskens. Wist u dat? Maar de mensen hebben geen enkel geduld meer.” Zonder enig ernstig onderzoek. Zelfs geen simpele CT-scan. En dit ondanks de aanwezigheid van die doorverwijzingsbrief die net vroeg om beeldvorming. Maar dat zwijgen we lekker dood. Dat is maar een kleine bijzaak in de medische annalen van Gasthuisberg. Dat laten we via een beroep van minstens vijf jaar na een proces dat zelf al vijf jaar geduurd heeft lekker verdwijnen in die boven op die berg allesoverheersende schemerwereld van die Vlaamse medische Hydra.
Het voormalige diensthoofd oftalmologie van het UZ Leuven is zo ‘ernstig tekortgeschoten in haar zorgplicht’ tegenover een patiënt dat de behandeling van een agressieve tumor in de linkse oogholte met zes maanden vertraging werd opgestart. De patiënt vecht nu voor zijn leven. De rechter is bijzonder streng voor de ‘ernstige professionele fout’ van arts en ziekenhuis. Het UZ Leuven gaat in beroep. Volgens minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) zouden dergelijke zaken voortaan niet langer voor de rechter moeten worden uitgevochten. Op 7 februari 2018 gaat Patrick Hoskens, op dat moment een 54-jarige marketing manager uit Kortenberg, naar zijn oogarts in Winksele (Herent). Hij is een verwoed zwemmer maar enkele dagen eerder heeft hij in zijn linkerooghoek pijn gevoeld wanneer hij zijn zwembrilletje aan- en afzet. Hij voelt ook een klein bolletje. De dokter houdt het op een ontstoken traanzakje, geeft Patrick een zalfje mee en maakt een nieuwe afspraak voor 16 april. Tijdens die afspraak blijkt dat het bolletje er nog altijd is en dat het gevoelloos is. Het hindert Hoskens nog steeds. De oogarts verwijst hem door naar professor dr. M., op dat moment diensthoofd van de dienst oftalmologie in UZ Leuven campus Gasthuisberg. Voor Hoskens is het een geruststelling, want hij woont op amper zeven kilometer van het ziekenhuis.
Wanneer hij naar huis rijdt – met een doorverwijsbrief van de oogarts en oogdruppeltjes op zak – maakt hij in de auto een afspraak met dr. M. Haar agenda is goed gevuld, zodat hij pas op 1 juni kan langskomen. Tijdens die consultatie beslist dr. M. dat Patrick Hoskens moet worden geopereerd aan een “geblokkeerd traankanaal”, een bijzonder zeldzame ingreep. De operatie zal op 10 september gebeuren, maar wordt in augustus uitgesteld naar 26 september. Notities in blog Een week voor de operatie belt Patrick Hoskens naar het ziekenhuis met de vraag of hij geen antibiotica moet nemen. Hij krijgt een verschrikte reactie: “Neemt u dan geen antibiotica?”. Patrick Hoskens voelde pijn in zijn linkerooghoek bij het aan- en afzetten van zijn zwembrilletje Hij noteert die dag het volgende in de blog waarin hij al vijf jaar minutieus zijn wedervaren beschrijft: “Maar voor het eerst in al die tijd vraag ik me toch af of ik echt wel in goede handen ben (…). Dat ik zelf al moet bellen met de vraag of dat wel allemaal ok is, dat dan inderdaad blijkt dat dat allemaal helemaal niet ok is, dat ik dan best vlug wat medicatie ga halen zodat het tegen de operatie hopelijk wel ok is, dat is toch niet koosjer allemaal, of wel soms?” Profetische woorden, zo zal blijken. Na de operatie, een dacryocystorhinostomie, is Hoskens verbaasd dat het bolletje niet verwijderd is. Hij krijgt dr. M. ook niet te zien en wordt naar huis gestuurd. In de periode na de operatie wordt het bolletje groter, maar het is niet rood en doet geen pijn. Hinderen doet het Patrick des te meer. Hij belt naar het ziekenhuis waar men hem meedeelt dat hij moet terugbellen “als het pijn begint te doen”. Dr. M. krijgt hij niet aan de lijn.
Geen geduld Op 17 november stuurt Hoskens een mail naar het ziekenhuis om te vragen op “een professionele manier behandeld te worden”. De volgende afspraak met Dr. M. is immers pas op 21 december. De mail heeft effect: hij mag al op 20 november op consultatie. Dr. M. onderzoekt hem en schrijft antibiotica voor. Volgende afspraak op 7 december. “Dat wil zeggen dat jullie nog altijd denken dat het een ontsteking is, niet? En wat als het geen ontsteking is? Als het iets anders is?”, vraagt hij. “Dat zullen we dan wel zien, mijnheer Hoskens”, is het antwoord. Omdat er maar tot 1 december antibiotica is voorgeschreven, nodigt Hoskens zichzelf opnieuw uit voor een consultatie. Nu krijgt hij Celestone, vloeibare cortisone, voorgeschreven. “Als zelfs dit niet lukt, tja, dan weten we het ook niet meer mijnheer Hoskens. Dan gaan de grove middelen ingezet moeten worden”, krijgt hij te horen van een assistent van dr. M. (die zelf opnieuw afwezig is). In het AZ Maria Middelares schrok de oftalmoloog zo van de zwelling dat hij meteen een CT-scan, een operatie en een biopsie liet uitvoeren Patrick Hoskens trekt naar het AZ Maria Middelares in Gent waar de oftalmoloog zo schrikt van de zwelling dat hij meteen een CT-scan, een operatie en een biopsie laat uitvoeren. Net die ochtend, op 7 december, trekt Hoskens met zijn vrouw naar Gasthuisberg om aan dr. M. te melden dat hij niet langer van haar diensten gebruik wenst te maken. Wanneer hij vertelt dat hij in Gent wordt behandeld, antwoordt ze: “Patiënt komt van het Engelse patient, wist u dat? Maar mensen kennen geen geduld meer.” Het is op dat moment meer dan zes maanden geleden dat Hoskens de eerste keer op consultatie ging bij dr. M. Hard verdict Van het AZ Maria Middelares komt hij terecht in het UZ Gent wegens de complexiteit van de operatie aan het oog. Maar de ‘vlucht’ naar het UZ Gent komt te laat voor Patrick Hoskens. De CT-scan toont een gezwel zo groot als een oogbol in de oogkas. De biopsie identificeert het als een ‘kleincellig neuro endocrien carcinoom’. Het verdict valt op 17 december. Hoskens begint dan aan een eindeloze reeks kankerbehandelingen die tot vandaag voortduren. Op 22 januari 2019 wordt zijn linkeroog verwijderd en in juni 2020 worden uitzaaiingen in de hals en de kleine hersenen vastgesteld. Het vreselijkste moment had Hoskens op 20 maart 2019 beleefd wanneer hij opnieuw de oogarts in zijn buurt opzoekt die hem doorverwezen had naar dr. M. Na het aanhoren van zijn relaas is de oogarts compleet van de kaart. Ze kan alleen uitbrengen dat zij dr. M. verwittigd heeft dat het misschien wel eens om een tumor zou kunnen gaan. Ze haalt de doorverwijzingsbrief van 16 april 2018 boven en daar staat het zwart op wit: “Gezien heden ook klacht van gevoelsstoornis van onderooglid toch graag uw evaluatie en eventueel beeldvorming: chronische dacryocistitis/mucocoele? Mogelijks evidentie voor iets tumoraal (lymfoom traanzak)?” Juridische strijd Voor Patrick Hoskens was de maat vol. Hij nam een advocaat onder de arm en maakte zich klaar voor een juridische strijd die tot vandaag voortduurt. Er wordt al gauw afgezien van de keuze om naar het Fonds voor de Medische Ongevallen (FMO) te trekken omdat het slachtoffer daar elke regie verliest en de achterstand die dat Fonds op dat moment had (zie kader, KvdB) niet te overzien was. Een strafklacht wordt ook niet overwogen maar wel een burgerlijke procedure die uiteindelijk alleen een vonnis kan (zal) opleveren over de schade die is aangericht, niet over de strafrechtelijke schuld. “We hebben gekozen voor een burgerlijke zaak omdat we dan als klagende partij meer inspraak hadden op de procedure”, zeggen Alexandra Franchi en Dirk Lavigne, de advocaten die Patrick Hoskens verdedigen. De oogarts had de oftalmoloog verwittigd dat het wel eens om een tumor zou kunnen gaan Op 20 november 2023, vijf jaar en negen maanden na het eerste doktersbezoek, doet de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel, zetelend in burgerlijke zaken, uitspraak. Het vonnis is uitzonderlijk scherp voor dr. M., ter zitting vertegenwoordigd door MS Amlin Insurance, de verzekeringsmaatschappij van het Leuvense ziekenhuis. De rechter treedt Patrick Hoskens bij in zijn verwijt dat “dr. M. zou hebben nagelaten bepaalde onderzoeksmiddelen aan te wenden die op grond van beschikbare informatie nochtans aangewezen waren, als gevolg waarvan de diagnose van een kwaadaardige tumor pas laattijdig kon worden gesteld”.
Hij wijst er fijntjes op dat dr. M. een specialist is inzake tumoren van de orbita (oogkas) en dat “een normaal zorgvuldig arts er onder dergelijke omstandigheden voor zou hebben gekozen een dergelijke scan te laten uitvoeren”. Deskundigen gezocht Het feit dat de eerste oogarts in haar verwijsbrief al uitdrukkelijk de mogelijkheid van “een tumoraal proces” onder de aandacht bracht en suggereerde om een scan uit te voeren, “zet de tekortkoming van dr. M. enkel nog maar meer in de verf”. Het vonnis legt ook de vinger op een ander zere wonde: de rol van deskundigen in deze zaak. Toen Patrick Hoskens een zaak aanspande tegen dr. M. bleek geen enkele oftalmoloog bereid om de zaak te onderzoeken in opdracht van zijn advocaten. Na een ellenlange zoektocht was het uiteindelijk het Nederlandse diensthoofd oftalmologie van de Vrije Universiteit Brussel dat bereid was om hen te helpen. De tegenpartij kon ook maar met moeite een oftalmoloog vinden. De rechtbank stelde wel, in overleg met de partijen, een deskundige aan maar die nam – zo blijkt uit het vonnis – een wel erg slaafse houding aan tegenover het diensthoofd oftalmologie van het machtige UZ Leuven. Patrick Hoskens is nog altijd onthutst over het verslag van de deskundige die de behandeling van dr. M. verdedigde in een verslag. “De gerechtsdeskundige – die trouwens voor het Fonds voor de Medische Ongevallen werkt – stelde een niet gemotiveerd rapport op dat niet strookte met de medische wetenschappelijke literatuur in een openlijke poging om dr. M. toch maar vrij te pleiten van elke fout.” Volgehouden fouten De rechter formuleert het allemaal erg precies en vernietigend voor de gerechtsdeskundige. Hij steekt van wal met de droge mededeling dat de mening van de gerechtsdeskundige die door de rechtbank is ingeschakeld niet van die aard is “aan dit oordeel van de rechtbank afbreuk te doen”. Het deskundigenverslag bevat geen elementen “die de rechtbank zouden kunnen afbrengen van haar overtuiging dat dr. M. ernstig is tekortgeschoten in haar zorgplicht”. Volgens de rechter wijzen de door de deskundige geciteerde elementen enkel maar in de richting van “een foutief karakter van de beslissing van dr. M.”. De laatste opmerking over de deskundige is de meest vernietigende: “Dat de gerechtsdeskundige het vervolgens presteert te stellen dat het feit dat dr. M. geen beeldvorming liet uitvoeren op zich zou aantonen dat beeldvorming niet noodzakelijk was, is te gek om los te lopen. (…) Een dergelijke overweging lijkt er toch op te wijzen dat de gerechtsdeskundige als uitgangspunt voor haar beoordeling eerder is vertrokken van een zeker ontzag voor de reputatie van dr. M., veeleer dan vanuit de objectieve feiten.” De rechter is dus van oordeel dat dr. M. en de dienst oogziekten van het UZ Leuven “volgehouden en herhaalde ernstige fouten hebben gemaakt”. Elders in het vonnis noemt hij het “een professionele fout”. Die heeft ertoe geleid “dat de aanwezigheid van de tumor een zestal maanden later gediagnosticeerd werd dan het geval zou zijn geweest bij afwezigheid van deze fout.” Gepaste schadevergoeding Patrick Hoskens en zijn advocaten hebben volgens de rechter ook voldoende aannemelijk gemaakt dat een tijdverlies van zes maanden als gevolg van “de kwestieuze fout een minder gunstige uitkomst inzake de behandeling van de tumor, minstens een verlies van een kans op een gunstiger uitkomst heeft veroorzaakt”. Patrick Hoskens: ‘Ik ben gechoqueerd dat Gasthuisberg blijft volhouden dat geen enkele fout gebeurd is’ De verzekeringsmaatschappij die dr. M. verdedigde, werd veroordeeld tot het betalen van een morele en materiële schadevergoeding. De grootte daarvan wordt later bepaald. De rechter stelde een kankerspecialist aan om de schade te begroten. Die moet tegen 25 juni 2024 een eindverslag neerleggen. Ondertussen vecht Patrick Hoskens voor zijn leven. Op zijn blog noteert hij niet alleen de details van zijn behandeling, maar formuleert hij ook een krachtig J’accuse. Hij eist publieke verontschuldigingen van dr. M. en van Gasthuisberg. Alsook een gedetailleerd en uitgewerkt projectplan dat tot doel heeft te vermijden “dat wat er met mij gebeurd is zich nog ooit eens kan herhalen”. Hoskens vraagt “dat de katholieken van het UZ Leuven hun christelijk medeleven een keer aanspreken (…) en ervoor zorgen dat medische slachtoffers zoals ik erkend worden en niet langer als oude honden of katten aan hun lot overgelaten worden”. Gevecht met mutualiteit “En, last but not least, aangezien het mijn overtuiging is dat wat er met mij gebeurd is voor een groot stuk te wijten is geweest aan de zieke bedrijfscultuur van Gasthuisberg, met diensthoofden die als halfgoden denken te kunnen beslissen over leven en dood, eis ik een uitgewerkt programmaplan dat tot doel heeft de arrogantie van Gasthuisberg (…) volledig met de grond gelijk te maken en zodoende eindelijk een meer menselijke benadering van ziekenzorg en de patiënten zelf mogelijk te maken”, schrijft hij. Hoofdarts UZ Leuven Gert Van Assche: ‘Het missen van een diagnose staat niet gelijk aan een medische fout’ Tot vandaag staat op de pagina van dr. M. vermeld dat ze specialist is inzake “orbitatumoren”, tumoren aan de oogkassen. Diensthoofd is ze niet meer. Een ander achterhoedegevecht is dat met zijn mutualiteit: Helan. Die stuurde regelmatig controleartsen naar Leuven om na te gaan of Patrick Hoskens wel echt ziek was, inclusief om het verminkte oog te zien. Op de vraag van Hoskens of Helan na het vonnis de uitgekeerde vergoedingen (honoraria voor prestaties van dr. M. en andere ziektekosten) zal terugvorderen van het UZ Leuven kwam geen antwoord. Reactie UZ Leuven Apache vroeg en kreeg een reactie van het UZ Leuven: “Een gemiste diagnose is voor elke patiënt een verschrikkelijke ervaring. De artsen van UZ Leuven, en professor M. in het bijzonder, betreuren wat deze man heeft meegemaakt en leven met hem mee. De patiënt werd getroffen door een uiterst zeldzame tumor dicht bij het oog die niet gemakkelijk te diagnosticeren is. Het ziekenhuis verzekert evenwel dat de patiënt, met de informatie die destijds voorhanden was, steeds correct werd opgevolgd.” “In de loop van het behandeltraject heeft de patiënt besloten om een tweede opinie te vragen bij een ander ziekenhuis, waarna hij ervoor koos om zich te laten opvolgen bij UZ Gent. Kort daarna heeft de patiënt via de ombudsdienst van UZ Leuven een klacht geformuleerd en heeft UZ Leuven, zoals altijd, meteen aangifte gedaan bij zijn eigen verzekeraar (MS Amlin Insurance).”
“Vanaf dat moment werd de patiënt vertegenwoordigd door zijn advocaat (Patrick Hoskens werd door twee advocaten vertegenwoordigd, KvdB) en verliep het contact tussen de verzekeraar van UZ Leuven en die advocaat (advocaten, KvdB). In 2021 heeft de patiënt MS Amlin Insurance gedagvaard en kwam het tot een rechtszaak.” “De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel stelde twee gerechtsdeskundigen (het gaat om één deskundige, KvdB) aan, die tot het besluit kwamen dat er geen sprake was van een medische fout. Het vonnis van de rechtbank kwam voor het ziekenhuis dan ook als een verrassing.” Geen schuldinzicht Ook professor Gert Van Assche, hoofdarts in UZ Leuven, reageerde op de zaak. “Wat deze patiënt heeft meegemaakt, is bijzonder spijtig. Helaas kan het missen van een diagnose nooit volledig worden uitgesloten en staat het niet per se gelijk aan een medische fout. UZ Leuven heeft dan ook geen reden om aan professor M. te twijfelen: zij is een gewaardeerd staflid binnen het ziekenhuis.” “Verder benadrukt UZ Leuven graag dat als er zich medische fouten voordoen, zoals dat in elk ziekenhuis gebeurt, die ook erkend worden en correct vergoed worden via de verzekeraar. In dit specifieke geval zijn wij echter van mening dat de gemiste diagnose niet gezien kan worden als een medische fout. Verzekeraar Amlin heeft daarom samen met UZ Leuven beslist om hoger beroep aan te tekenen tegen de beslissing.” Patrick Hoskens is geschokt door de reactie van UZ Leuven. “Ik ben gechoqueerd dat Gasthuisberg, ondanks het klare en duidelijke vonnis, blijft volhouden dat geen enkele fout gebeurd is. De rechter zelf spreekt van een zware professionele fout.” “Niet door een “gemiste diagnose” waar Gasthuisberg zich voortdurend op beroept maar omdat professor M. naliet een gedegen en professioneel onderzoek uit te voeren met beeldvorming via een scan. En dit zelfs ondanks een doorverwijzingsbrief die op het risico van kanker wees. Uit deze hele reactie van Gasthuisberg blijkt dat ze zich nog steeds boven de wet wanen en totaal geen respect voor de burgers hebben.” Patrick Hoskens houdt al vijf jaar een blog bij waarin hij zijn wedervaren noteert. Hij publiceerde in 2021 het boek ‘Kroniek van een miskende moord’ bij uitgeverij Witsand. Apache volgt de richtlijnen van de Raad voor de Journalistiek over identificatie in een gerechtelijke context. In deze fase vermelden we daarom niet de volledige naam van de dokter in kwestie.
Patrick Hoskens. (RV)
Minister Vandenbroucke: ‘Begrip voor beslissing om in 2019 niet naar Fonds voor de Medische Ongevallen te stappen’ Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil geen uitspraken doen over het concrete geval van Patrick Hoskens, maar is wel bereid om een aantal algemene uitspraken te doen over patiënten die betrokken raken in een conflict met artsen. “Vooreerst wil ik iets zeggen over de mutualiteiten”, zegt hij aan Apache. “Die zijn wel degelijk wettelijk verplicht om de medische kosten die zijn uitgekeerd terug te vorderen. Dat zouden ze automatisch moeten doen. Dat zal wellicht pas gebeuren wanneer de uitspraak in eerste aanleg bevestigd wordt in hoger beroep.” Vandenbroucke erkent dat het erg moeilijk is om onafhankelijke deskundigen te vinden die kunnen worden ingeschakeld in dit soort rechtszaken. “Vaak gaat het om specifieke aandoeningen en dan is er niet veel keuze. En soms zijn er te nauwe banden tussen de artsen en de ziekenhuizen. Dit is een aandachtspunt waar we zeker nog werk van moeten maken.” De minister begrijpt ook waarom Patrick Hoskens en zijn advocaten in 2019 niet naar het Fonds voor de Medische Ongevallen (FMO) zijn gestapt. “Bij mijn aantreden in 2020 stelde ik vast dat er duizenden dossiers waren bij het FMO die nog moesten worden behandeld. Het Rekenhof had een doorlichting gemaakt en daaruit bleek dat de achterstand vaak langer was dan vier jaar. Pano wijdde er ook een onderzoek aan. We hebben toen een taskforce aangesteld en die heeft in een jaar tijd de achterstand zo goed als weggewerkt. Gemiddeld wordt nu 80% van de ontvangen dossiers in gemiddeld 16,5 maand verwerkt.” Het FMO is speciaal opgericht opdat patiënten die zich benadeeld voelen niet naar de rechter zouden moeten stappen. Het kan advies geven maar het kan ook schadevergoedingen toekennen, zelfs wanneer er strikt juridisch geen sprake is van een professionele fout. Het dossier moet dan wel aan heel strenge voorwaarden voldoen. Vandenbroucke werkte ook aan een modernisering van de Wet op de Patiëntenrechten die hij twintig jaar geleden in de eerste paarsgroene regering met Magda Aelvoet (Groen) heeft uitgewerkt. “Ik leg de laatste hand aan een koninklijk besluit dat een commissie van toezicht in het leven roept waar patiënten met hun klachten beter kunnen worden geholpen.” Volgens de advocaten van Patrick Hoskens lijkt de reactie van de minister correct. “Het FMO werkt nu beter”, zeggen Alexandra Franchi en Dirk Lavigne. “Maar het probleem blijft dat je totaal geen inspraak hebt in het verloop van de procedure.” medische fout, UZ Leuven, gerecht, kanker, oftalmologie, oogziekte, Frank Vandenbroucke, Gert Van Assche, Fonds voor de Medische Ongevallen, MS Amlin Insurance, Helan Apache-hoofdredacteur Karl van den Broeck is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Lees alle artikels van Karl van den Broeck
OVER APACHE Over Apache Abonnementen Apache Magazine Colofon Jobs en stages CONTACT Contacteer ons Anonieme tip Gastbijdrage insturen STEUN APACHE Abonneer je! Mogelijkheden Geef cadeau Groepsabonnement Word coöperant Word vriend VOLG ONS Nieuwsbrief WhatsApp X Mastodon Facebook Instagram LinkedIn Vimeo Soundcloud RSS-feed Algemene Voorwaarden / Privacybeleid / Veelgestelde vragen / Inloggen
Ik had gehoopt na het klare en duidelijke vonnis van de rechter op zijn minst een gedeelte van mijn ellende, de totale miskenning van mijn persoon, zou wegvallen. Maar niets blijft mij bespaard nu enkele dagen voor Kerstmis, dat feest van de liefde en de vrede. Want dat superkatholieke UZLeuven, de medische verzekeringsmastodont MS Amlin en de eeuwig arrogante Ilse Mombaerts hebben me laten weten dat ze in beroep gaan tegen het vonnis. Twee oppermachtige medische instituten en een over-het-paard-getilde ophtalmologe, in de plaats van de eer aan zichzelf te houden gaan ze proberen mij terug de grond in te krijgen. De schaamteloosheid van die medici kent gewoon geen grenzen. En de ellende is voor de brave burger.
En om eerlijk te zijn, was het hen bijna gelukt. Want ondanks dat de tweede chemoreeks op een chronische vermoeidheid na draaglijker was dan de vorige was mijn eerste reactie op het bericht “Wat is de zin van dit alles? Waarom niet ineens een spuitje laten zetten? Om zo van al dat lelijk en gruwelijk gedoe hier op deze wereldbol of zelfs hier om de hoek op de konijnenberg vanaf te zijn?” Sowieso ga ik het einde van het beroep niet meer mee maken. Als ik goed geluisterd heb kan zo’n beroep in Brussel meer dan vijf jaar duren. Dus dat hebben ze nu al gerealiseerd die van Gasthuisberg: een door hun amateuristisch geklungel terdoodveroordeelde een menswaardig einde ontzeggen. Ze mogen er trots op zijn al die lelijke en zelfingenomen mensen.
Als burger van dit land ben ik ronduit geschokkeerd dat Gasthuisberg, ondanks het klare en duidelijke vonnis, blijft volhouden dat er geen enkele fout gebeurd is. De rechter zelf spreekt van een zware professionele fout. En om dan na vijf jaar procederen te beginnen verwijzen naar een alternatieve procedure – dat doen ze ook nog even terloops vanuit de hoogte – vijf jaar niets van hen gehoord en nu dit – is gewoon schandalig. Uit deze ganse reactie van Gasthuisberg blijkt dat ze zich nog steeds boven de wet wanen, dat ze denken dat ze gerust kunnen blijven liegen en nul respect voor de burgers hebben.
De eerste week was letterlijk de week van de dood. Of platgeslagen als een vlieg op de zetel liggen, als je wilt. Maar de tweede week is niet veel beter. Ik ben nog steeds volledig uitgeteld. Niets geen interesse. Nul afleiding. Mijn leven speelt zich nog steeds op ons gelijkvloers van 60 vierkante meter af. Maar ik leef toch al. De totale ellende is weg. Maar dat is het. Ik ben nog steeds volledig op en totaal krachtenloos. Mijn armen liggen meer naast de zetel dan elders. Net zoals bij een platgeslagen vlieg.
Pas de derde week wordt het wat beter. ‘Wat’ want nog altijd wankelend rond wandelend op mijn 60 vierkante meter. Eten lukt, maar nog steeds met heel veel moeite. Letterlijk met mondjesmaat en in porties die maar een zesde van vroeger zijn. En ik heb onnoemelijk veel dorst. Tien minuten nadat ik iets gedronken heb moet ik al terug drinken. Het is alsof mijn lichaam volledig uitgedroogd is. Op mijn smartwatch geven de indicatoren ‘Hartslag’ en ‘Stress’ aan hoe slecht het met me gaat. Pas als beide geleidelijk dalen begin ik me beter te voelen. Na meer dan twee weken van miserabele ellende.
En nu kondigt zich al een tweede chemosessie aan. Ik heb zelfs geen tijd voor recuperatie. Ter voorbereiding moet ik twee dagen voordien naar UZGent. Ze zijn zelf ook bijzonder hard verschoten van de impact op mijn lichaam. “Ze hadden dit totaal niet verwacht,” zeggen ze. Op basis van de vorige chemosessies die zo goed verlopen waren was daar volgens hen geen enkele reden voor. Ze stellen dan ook voor om de dosis deze keer te verminderen. Vragen zelfs of ik niet alles met een week wil uitstellen om wat te bekomen. Maar dat zou betekenen dat ik vlak voor de Kerstperiode aan een nieuwe chemo begin en dat zie ik totaal niet zitten. En dan gaan ze sowieso ook met de lagere dosis werken. Bovendien blijkt tijdens de consultatie dat ik opnieuw 4 kilogram verloren heb. Op 3 weken tijd deze keer dus. De assistent-oncoloog stelt voor om vrijdag, op het moment van de chemo, een diëtiste langs te sturen om te zien wat ik het beste eet om zo snel als mogelijk terug wat aan te sterken. Belangrijk want als ik blijf afvallen gaat de chemo enkel maar zwaarder worden. Ondanks de bemoedigende woorden blijf ik echter enorm veel schrik hebben van die tweede chemosessie. Een vlieg kun je maar één keer dood slagen, maar een mens…
Maar die nacht gebeurt er wel een half mirakel. Jullie gaan waarschijnlijk niet begrijpen hoe dit mogelijk is, ikzelf in ieder geval niet, maar Tin had ‘s avonds uit de nachtwinkel waar ze met Ella naartoe getrokken was op zoek naar wat Nanu voor haar laatste examens, een fles San Pellegrino voor mij meegebracht. ‘s Nachts werd ik voor de zoveelste keer wakker met een verschroeiende dorst, graaide naar de fles San Pellegrino naast de zetel, zette mijn mond vol op haar teut, en liet tot mijn grote verbazing het water gewoon binnen stromen. Niets geen slokje, niets geen sipje, om toch minstens even de mond en de lippen wat nat te maken, maar een gans lavement voor mond, keel en maag. Het was alsof ik drie weken lang gewoon vergeten was hoe te drinken. Hoe onnozel het ook mag klinken. Niet dat ik me een onnozelaar voelde. Het was geen kwestie van onwil, integendeel. De nieuwe ontdekking stemt mij alvast terug een beetje meer hoopvol. Niet wat betreft de tweede sessie maar dat ik het einde van de reeks kan halen.
Ondertussen – het contrast kan niet groter zijn – moeten we ook nog eens het verdere verloop van mijn rechtszaak mee bestieren vanonder een deken languit op de zetel met halfkreupele armen. Begin december, net op het moment dat de ellende bij mij totaal is, ontvangen we plots een notificatie dat 10 dagen later de zitting voor het bepalen van de hoofddeskundige voor de schadebepaling plaats vindt in de rechtbank. En je zou denken, is het dat maar? Dat kan toch niet zo moeilijk zijn? Zo’n hoofddeskundige selecteren die bekend staat als iemand die objectief en neutraal boven alles en iedereen staat? Wel, niets is minder waar. Een kluwen aan potentiële belangenvermengingen duikt op aan de niet zo verre horizon en dit voor beide partijen blijkbaar. Om te beginnen mag het al niet iemand van UZLeuven zijn omdat ik net daar in dat machtig medisch instituut op een onvoorstelbaar amateuristische wijze volledig mismeesterd ben geweest in 2018. En het mag niemand verbonden aan het UZGent zijn omdat ik daar, na een eenzame vlucht als een dief in de nacht en in volle paniek vanwege een gruwelijk geëxplodeerd gezwel naast mijn linkeroog, al sinds begin 2019 in behandeling ben. Bovendien moet er op de komende zittingen ook enige oncologische expertise voorhanden zijn. Aan beide kanten. En waar mogen die wel of niet vandaan komen? Om het helemaal compleet te maken komen bovenop dit alles dan nog eens alle mogelijke politieke bekommernissen de kop opsteken die maken dat het een gedoe van jewelste is. Want zo’n hoofddeskundige moet ook nog eens officieel goedgekeurd worden door beide partijen voor de rechtbank. En we krijgen maar een goede week de tijd om het op te lossen. Ik meer dood dan levend liggend vanop mijn zetel met mijn slappe armen. Jacqueline Bisset, mijn oncologe, is alvast god zij dank bereid om mij te helpen, als verdedigende partij. Gelukkig neemt de Walrus alles verder vakkundig onder handen want dit kluwen, daar geraak ik zelfs kerngezond niet aan uit. Laat staan als platgeslagen vlieg.
Wow, die nieuwe chemo komt wel binnen. Nu ben ik geen zombie meer, ik ben gewoon dood. Vier dagen lang kan ik niets meer. Alleen slapen en mezelf ellendig voelen. Misschien was het door de zoveelste scan die ik moest laten afnemen bij het begin van de chemo: de chemo was op vrijdag en maandag al stond de scan te wachten. De twee dagen om de cortisone van de chemo te verwerken volstonden amper om de twee nieuwe volle Medrols nodig voor de scan omwille van mijn jodiumallergie op het juiste moment in te nemen. Cortisonebom op cortisonebom en dan de impact van de chemo angstig afwachten. Meer viel er niet te doen. Terwijl dat we net de Medrol na de bestralingen helemaal afgebouwd hadden. Mijn smaak terug begon op te komen. En ik me niet langer opgefokt voelde. Van vier, naar twee, naar een per dag. En nu ineens, terug, op 12 uur tijd, 2*8 of 16 medrols van 4 mg.
Wel, de impact mocht er zijn. Liggen in de zetel was het enigste wat nog mogelijk was. En slapen. Ik had zelfs geen zin in eten. Smaak of geen smaak. Mijn leefgebied werd plots gereduceerd tot de 60 vierkante meter dat ons gelijkvloers groot is. En wandelen: het was het triest gewankel van de bestralingen nu aangevuld met een totaal gebrek aan kracht. Ik ben zelfs niet in de tuin geraakt. En op zaterdagnacht slaagde ik erin om weer eens te vallen. Tin en Ella waren op een pastavond van de scouts die ze zelf mee verzorgden. Ik geraakte zelfs niet meer recht. Na enkele pogingen gaf ik het op. Er restte mij niets anders dan de korte afstand tussen keuken en living te overbruggen over de vloer. Te kruipen. Alhoewel, nee, daarvoor moet je op je knieën kunnen staan. Te slepen, dat is het juiste woord. Nu besef ik pas hoe zwaar een mensenlichaam wel niet is. Gelukkig hebben we zo’n scandinavian style lange zetel. Ik kon me met veel moeite nog net over de lage leuning hijsen en dan op goed geluk plat neervallen. Daar lag ik dan, volledig uitgeput te hijgen, na een half uur van bovenmenselijke inspanningen.
En dit was dus het regime van niet één dag of twee dagen maar van vier dagen in het totaal. Op het einde dacht ik dat mijn lijf volledig leeg was. Het enige wat ik binnen kreeg was Tin’s havermoutpap met bananen en frambozen. Maar zelfs dat amper. Een ganse dag deed ik over één kom havervlokken. En het enigste wat ik nog kon doen, was slapen. Toegegeven een diepe, comateuze slaap. Maar geen aangename slaap. Want de hoop was telkens beter, aangesterkt terug wakker te worden. En dat gebeurde telkens weer niet. Dezelfde vreselijke lamlendigheid leek zich nog steeds meester gemaakt te hebben van mij.
Dankzij mijn smartwatch ontdek ik plots dat mijn polsslag in rust sterk toegenomen is. Van zo’n 50 tot zelfs 70. Gemiddeld. Dat wil zeggen met uitschieters tot 100 en meer. Terwijl ik letterlijk niets doe. Plat in de zetel lig. Omdat ik gewoon niets kan doen. Zelfs geen boek lezen. Of een film kijken. Het kost allemaal te veel moeite. Dit stukje tekst schrijf ik op de dag dat het wat beter begint te gaan, de vijfde dag, gisteren. Als dit een voorproefje is van wat het gaat worden de komende vijf chemosessies, zie ik het niet meer zo goed zitten. Vraag me af of het nog wel zin heeft om voort te doen. Afgelopen nacht steekt er een gruwelijke dorst op die mij verplicht om recht te sukkelen maar ook ineens het post-itje in mijn portefeuille op te zoeken die het vloeibare beest in mijn bloedbanen een naam geeft: Adriamycine. Ik vind het zelf geen goed gevonden naam. Orange with a Twist zou veel beter geweest zijn.
Jawel, twee luttele dagen na de heuglijke tijding van het vonnis door de Walrus lig ik al en alweer in een bed van het UZGent te wachten op nieuwe chemo. Gelukkig had ik nog een volle dag de tijd om er volop van te genieten. Maar om een lang verhaal kort te maken: na het wegvallen van de Type1 immunotherapie waar ik mijn laatste hoop op had ingesteld werd ik een week na de afloop van de bestralingen plots opgebeld met de vraag of ik nog geïnteresseerd was om deel te nemen aan die medicatiestudie. Zonder enige aarzeling ging ik op de vraag in. Ik voelde sinds de bestralingen een lichtjes zeurende pijn ter hoogte van mijn lever. En er bleken plots zelfs twee studies beschikbaar, de oorspronkelijke Type1 en een nieuwe Type2! Inhoudelijk gaan we d’r niet te veel op ingaan maar het grote verschil is dat een Type1-studie volledig van nul start – toch wat mensen betreft. Terwijl dat een Type2-studie al in phase 2 zit. Dus ze zitten al een stap verder. Ze weten bijvoorbeeld al welke dosis – hoog? laag? tussenin? – de beste resultaten geeft. En ik kan deelnemen als ik wil aan beide studies. Ik ga zelfs kunnen kiezen.
Maar er moet wel opnieuw een screening plaats vinden. De MRI van de hersenen laten ze voorlopig achterwege. Begin december heb ik een afspraak met de dienst radiotherapie en zij moeten bepalen of het stabiliseren van de hersentumoren gelukt is of niet. Maar alle andere testen gaan al zeker terug ingepland worden. Om geen bijkomend tijdverlies te lijden stellen ze voor om onmiddellijk al de bloedafname te doen. Twee dagen later volgt er al opnieuw een grote teleurstelling. Mijn leverwaardes blijken plots enorm gestegen te zijn. En dat mag niet om deel te kunnen nemen aan de studie. Opnieuw wordt het beetje hoop dat me nog restte de grond ingeboord. Bovendien zijn die leverwaardes ook een teken dat het daar serieus begint te broeien. En ik voel dat ook. Voel dat die doffe pijn daar alleen maar toeneemt. Plots word ik ongerust, zeg dat we te veel tijd aan het verliezen zijn en dringend iets moeten opstarten. Gelukkig vindt mijn oncologe dat ook. Ze maakt er wel een punt van om me nadrukkelijk te vragen of ik de behandeling nog wil voortzetten. Nu dat die pijnen in mijn hoofd grotendeels verdwenen zijn is dat voor mij een no brainer en antwoord van wel.
Jammer genoeg echter voor mij zijn er op dit moment enkel klassieke chemobehandelingen mogelijk. En zelfs als ze veranderen van chemo gaat de vraag zijn of ze nog wel gaan werken. Na de vorige twee zware chemobehandelingen beginnen die Small Cell Neuro Endocriene kankergezwellen dat smerige chemische spul te herkennen. Er wordt gekozen voor een chemo die ik zelfs niet kan uitspreken en dus nog minder onthouden. Ik zal een nieuwe poging wagen in een van mijn volgende posts. Verleden week dinsdag, de dag na het proces, ‘s avonds, zaten we samen in overleg en de chemo wordt al opgestart de vrijdag nadien. Ik moet zeggen die mensen van het UZGent hier kunnen echt snel schakelen. Telkens opnieuw verbaas ik me. Wat een verschil met Hartenkoningin van Gasthuisberg die in een soort van lethargische slaap enkel amechtig en vanuit de hoogte kon uitbrengen: “Oh, dat heb ik nog nooit gezien” en dit na een operatie die ze zelf had uitgevoerd. En vooral na al maanden bij haar in behandeling te zijn. Als ik vraag of die Type2 immunotherapiestudie nog mogelijk zou zijn na de chemo, verzekert Jacqueline Bisset me van wel, dat ze zelfs de plaats voor mij vrij zal houden, alleen moeten die leverwaardes absoluut naar beneden en is het de vraag of dat nog wel lukt, zegt ze heel eerlijk. Ik heb het gevoel van op een dubbeltje op een kant terechtgekomen te zijn. Maar er blijft nog altijd die verjaardag van ons Ella in februari. En Kerstmis in Le Crotoy. Dat is toch iets om naar uit te kijken.
En dus werden we deze ochtend om 8 uur verwacht op de 4de verdieping van het prachtige modernistische Van de Velde gebouw op de campus van het UZGent. Het voelde bijna aan als thuis komen. Op de gang volgden er zelfs verschillende begroetingen van het type: “Moet u terug komen? Courage hein mijnheer.” Ook dit blijft verbazingwekkend. De warmte die die mensen uitstralen versus die koele sfeer in Gasthuisberg. Hoe heb ik dat pas zo laat kunnen inzien? Oh ja, juist, de Mombaertsoperatie was pas mijn tweede opname in een ziekenhuis tout court. En die daarvoor was meer dan dertig jaar geleden – lang vervlogen tijden – in Sint-Raphaël te Leuven, de tandartskliniek van… juist, Gasthuisberg. Hoe kon ik dat dan ook weten? Daar staan tegenover alle ziekenhuizen dat ik na de ramp van Gasthuisberg heb leren kennen. Ik kan ze gewoon niet meer op één hand tellen. Soms heb ik de indruk dat ik stiekem een rondleiding door de Vlaamse ziekenzorg krijg.
Ook op de werkvloer heerst er precies enig enthousiasme over mijn terugkeer. Een van de vele verpleegsters die ik nog herken van de vorige keren staat enthousiast in de deuropening te roepen of ze moet prikken. “Moet ik prikken?,” vraagt ze luidop drie keer na elkaar. Na enig aandringen mag het en steekt ze al even vlot een spuit in mijn ondertussen gevoelloos linkeroksel. Toen ze daar in de deuropening verscheen leek het mij toe dat het een van de betere naaldzetters was van vroeger maar misschien was ze deze keer iets te snel. Want het lukt niet. Teleurgesteld druipt ze af. Ze probeert het zelfs geen tweede keer. De oudere verpleegster die mij vandaag is toegewezen neemt direct terug over en plant na wat zoekwerk zonder enig probleem een naald in mijn linkeronderarm aan de zijkant, wel een pijnlijker plaats. Ondertussen komt Tin al aandraven met chocobroodjes en koffie. Ze smaken ondanks het feit dat ik zenuwachtig ben en schrik heb de chemo niet goed te gaan verdragen. Ook de martino even later gaat tegen mijn verwachting in vlot naar binnen.
Maar het wachten op de chemo duurt lang. Tin is ondertussen al een dutje aan het doen op het bed. Vanuit de zetel zie ik dat ze vertrokken is. Geen gefriemel meer van handen en voeten. Zelf probeer ik al een tijdje op het internet te geraken. Om te zien hoe het zit met dat vierdaags bestand in Gaza. Maar het lukt maar niet. De hele tijd denk ik dat het aan de interconnectie ligt maar dan check ik vlug Tin’s toestel en zie dat zij zonder problemen kan surfen. Dus moet het aan mijn eigen iPhone liggen. Misschien weigert het toegang tot een ‘niet-beveiligd netwerk?’ Na een half uurtje zoeken hoe dit op te lossen geef ik het op.
Opeens duikt de oudere verpleegster terug op. Ze vraagt of ik nu 88 of 98 kilogram weeg. Verbaasd verklaar ik met veel overtuiging 98 want dat was de afgelopen jaren steevast mijn gewicht. Ze reageert echter: “Dat is raar. In mijn dossier staat 88.” “Dat kan niet. Mijn gewicht is al een tijdje hetzelfde.” Om de patstelling te doorbreken haalt ze er snel een weegschaal bij. Tot mijn ontsteltenis klopt het wat de verpleegster beweert: 88,5 kg. Wanneer ze merkt hoezeer ik ontzet ben probeert ze mijn ongerustheid met een handoplegging te bezweren. Zelf kan ik alleen maar blijven denken aan die 88 kg. “Hoe kan dat? Dat moet geleden zijn van mijn 25ste dat ik zo weinig gewogen heb.”
Om half twaalf arriveert de antimisselijkheidspil en een zakje cortisone. Tin vertrekt ondertussen met mijn wagen naar haar werk in Jette. We hadden gehoopt samen terug naar Kortenberg te kunnen rijden maar dat lukt niet meer. Uiteindelijk arriveert de chemo om één uur. Maar waar de vorige er twee tot drie uur over deed om binnen te sijpelen doet deze chemo er maar 20 minuten over.
In het ziekenhuisbed nog voel ik precies de chemo ter hoogte van de lever werken. En ook mijn hals lijkt op te warmen hetgeen een ontspannend effect geeft. Gelukkig heeft de verpleegster mij gewaarschuwd dat de rode kleurstof van de chemo doorwerkt via de nieren tot in de urine. Wanneer ik nadien in het urinoir de rode kleur zie verschijnen wordt zo een hartaanval nipt vermeden. Met tram en trein geraak ik zonder problemen in Kortenberg. Alleen is daar de volgende koude herfststorm al begonnen. Om te schuilen voor het hondenweer zoek ik de lokale koffiebar op. Ondanks de grote portie suiker volgt er nog een kleine suikerdip. Maar dan komt Tin aan en gaan we samen naar huis.
De volgende nacht lig ik lekker warm in bed me te verwonderen over hoe weinig pijn ik nog ervaar, namelijk geen. Volgens mij is het al zo’n twee maanden geleden dat ik deze staat van gelukzaligheid nog eens heb mogen ervaren. Het lijkt compleet absurd dat na enkele uren dit al kan maar toch is het zo. Of anders is het het vonnis van mijn superrechter dat mij nog aansterkt. Ook ‘s nachts. Het kan natuurlijk ook weer al die cortisone zijn die ze je (gelukkig) in je lijf spuiten vlak voor de chemo. Ik lig hier alvast opgefokt wakker te liggen in bed.
Het was Yvo die mij bij zijn laatste berichtje zonder het zelf te weten de metafoor influisterde. Hij schreef dat “het voor hem interessant was om te zien hoe het verslag van een deskundige fijn gefileerd wordt.” Ik zag daar ineens zo’n fileermes schitteren in vaal herfstig zonlicht en uithalen naar een monster van een dossier. Want dat is het. Ik schat dat we ondertussen ergens rond de 250 bladzijden moeten zitten alle verslagen samen opgeteld. Waarvan 200 bladzijden of zelfs meer net zo goed onbeschreven hadden kunnen blijven want waardeloos of volledig naast de kwestie. Dus geen stationsromannetje, capite? Saaie administratieve rechtsliteratuur volgestoken met leugens, medische en andere totaal irrelevante blablabla. Tot en met, geloof het of niet, zelfs een lijst van alle diploma’s die de deskundige van Gasthuisberg pompeus in elk verslag van hem in de hoofding plaatst. Op de eerste pagina. Helemaal bovenaan. Alsof hij dreigend als op een grafsteen wil zeggen: “Abandon all hope ye who enter here”.
Zo veel diploma’s en nog altijd niet weten dat zo’n oplijsting van onnozele titeltjes niet afschrikt of ontzag inboezemt maar eerder blasé werkt. Eerder doet overgeven en naar het toilet lopen dan nederig het hoofd te buigen. Ok, misschien dat het in de negentiende eeuw nog werkte, de eeuw van Dracula en Frankenstein, maar we zijn ondertussen al een tijdje in de eenentwintigste eeuw aanbeland. Alleen al het idee om zoiets te doen bewijst dat hij om welke reden dan ook – had zijn vader misschien twintig diploma’s of was hij denigrerend naar zijn ambitieuze fils-à-papa toe? – een bijzonder gefrustreerd mannetje moet zijn.
Voor het proces vreesde ik dat de rechter door het bos de bomen niet meer ging kunnen zien. Dat was ook de reden waarom ik mijn bijdrage op het proces beperkte tot drie citaten van de tegenpartij om te tonen hoe ver de tegenpartij wel niet durfde te gaan in al hun beweringen. Pure leugens en nonsens die mij als medisch slachtoffer nog eens een flinke stamp naar beneden gaven. Het geding was volledig ondergesneeuwd geraakt onder een hoop zever maar vooral ook een totaal niet onderbouwde conclusie van een medisch experte. Een lawine was het waaronder mijn individuele aanklacht ergens beland was. Maar mijn vrees bleek, ongelooflijk maar waar, ongegrond. Als een volleerd houthakker heeft hij de omgevallen oude bomen die al aan het rotten en stinken waren links laten liggen, daar had hij toch niets meer aan, en de twee zieke bomen die al wat houterig geworden waren, volledig vertakt bij volle maan, geïdentificeerd, omgehakt, doorgezaagd en alles in houtblokken gekapt, klaar om afgevoerd te worden richting houtstapel. Zonder enige genade.
Gevolg: die man is voor mij geen mens meer. Zoals God in de Sixtijnse kapel Adam tot leven wekt, heeft hij mij mijn leven teruggeven. Mijn echte leven, mijn mensen-leven, mijn hele leven. Sterven ga ik nog altijd. Zoals iedereen. En in mijn geval sneller dan anderen. Maar ook veel later dan velen. Maar mijn mensenleven is gered. Ik ben terug mens. Terug heel. Alles waarvoor ik vocht mijn leven lang heeft terug zin. Alles waarin ik geloofde, het mag er weer zijn. Als een vreselijke nachtmerrie kan ik de donkere gedachten die voortdurend in mijn hoofd spoken van mij afschudden. En kan ik met opgeheven hoofd weer naar de wereld rondom mij kijken.
Dat mijn fysieke leven nu al zal eindigen is een onbeschrijfelijke ramp voor mij. Ik had nog zo veel om voor te leven. Tin en de kinderen, werk waar ik voelde meer en meer erkenning te krijgen en daarom ook liever en liever deed, mijn fietstochten door de velden van Vlaams-Brabant naar en van het werk zomer en winter, mijn in-het-water-opgaand zwemmen waar ik alle werkstress van mij voelde afglijden en als herboren met een warm gloeiend lichaam voldaan uit het zwembad steeg, wat mis ik dat allemaal! En niet te vergeten mijn hemelse boeken, boeken die ik allemaal echt graag had willen lezen, die ik nu al heb klaar liggen en in de toekomst nog had kunnen kopen, boeken die nu zelfs nog niet bestaan, prachtige boeken die ik nu nooit ga kennen maar had kunnen kennen als ik in 2018 in Gasthuisberg professionele zorgverlening ontvangen had. En mijn kleinkinderen, mijn god mijn kleinkinderen! Ik ga ze nooit kunnen vast houden of knuffelen. Ik ga ze nooit zien rondlopen hier in de tuin en wij maar proberen te verhinderen dat ze van de betonnen tuintrap afdenderen. Ik ga zelfs niet weten hoe ze noemen. Zo erg is het. Het is allemaal van mij afgepakt.
Want die vreselijke kanker kan ik niet meer van mij afschudden. Na al het onvoorstelbare geklungel van Gasthuisberg is het veel te laat. Dat zijn ook geen donkere gedachten die je weg kan jagen. Dat zijn Nazgûls die in mijn hoofd voortdurend zitten te krijsen, met vlijmscherpe tanden en klauwen die enkel maar dieper gaan, niet loslaten en maar één doel hebben: de totale vernietiging van dit vleselijk organisme. Maar dat mijn mens-zijn, alles wat ik ooit gedaan of gezegd heb plots terug een plaats krijgt op deze wereld, valt werkelijk niet te schatten. Hoe ik vroeger met mijn vrienden op café tot een kot in de nacht zat te discuteren over vanalles en nog wat. Pintjes zat te drinken. Of te dansen. Met mijn rood fietske als kleine jongen rond zat te rijden door de velden. Hoe dit alles nu terug zin krijgt. Waardigheid. Ik ben de Houthakker voor eeuwig dankbaar. Eeuwig.
Beste lezers, ik kan het zelf nog niet geloven maar houd jullie vast aan de takken van de bomen: we hebben het proces tegen Hartenkoningin en Gasthuisberg gewonnen! Over de hele lijn. Gisteren belde de Walrus mij plots op en vertelde me het goede nieuws. Zonder enig overdreven gejuich maar als een onwaarschijnlijk feit. Ik wist niet meer wat te zeggen. Viel letterlijk stil aan de telefoon, kon het even allemaal niet bevatten en begon stilletjes te wenen. De Walrus reageerde super. Hij vroeg niet wat er aan de hand was. Hij stelde niet dat wij zoiets toch verhoopt hadden. Neen hij zegde dat hij het zelf ook straf vond. En hij gaf mij de tijd om het bericht te plaatsen.
Nooit gedacht dat we dit gingen winnen. Op een feestje van een vriendin onlangs werd ik nog aangemaand te stoppen met mijn rechtszaak want ik ging “toch nooit winnen van dat machtige Gasthuisberg.” En ook anderen, niet de beste vrienden, dachten allemaal dat het een zaak voor niets was. Lachten me, zo voelde het aan, stilletjes achter mijn rug uit. En na al die tijd begon ik ook te denken dat ik misschien inderdaad wel de grote onnozelaar was. Maar niet dus. Ik beschik nu over een vonnis dat zwart op wit bewijst dat ik geen vervelende aandachtstrekker ben, dat mijn verontwaardiging als patiënt volledig terecht was en dat ik daar boven op die berg niet alleen niet in goede handen was maar zelfs schandalig slecht behandeld ben geweest. Ik ga het inkaderen, dertien bladzijden lang, en ophangen in mijn slaapkamer langs alle muren om mij heen.
Neen, alle gekheid op een stokje, dat gaan we natuurlijk niet doen. Maar wat wel zo is, wat voor mij het allerbelangrijkste resultaat van dit alles is, is dat ik nu kan tonen aan mijn kinderen dat hun papa geen onnozelaar was. Die plots, midden in zijn carrière en al dat druk gedoe in zijn deftig kostuum, de hele tijd thuis zat in zijn onderbroek. Die in zijn helse zoektocht naar rechtvaardigheid bleef geloven in die zogezegd idiote en naïeve droom. Of dat ik niet gewoon uit nukkige wraakzucht jarenlang hier en elders en overal radeloos zat te tokkelen op mijn iphone of pc. Zoals een klein kind. Of een misnoegd klein manneke. Laat staan al de onvoorstelbare shit waarmee de tegenpartij over de jaren heen aankwam ter verdediging van Hartenkoningin en die ik telkens opnieuw heb moeten doorstaan: incasseren, afreageren, verwerken en catalogiseren. En die arme kinderen hebben net zo veel als ik hieronder te lijden gehad. Misschien zelfs meer. Waarvoor ik me in de plaats van de schaamtelozen ten gepaste tijde uitvoerig zal verontschuldigen.
Maar dat vonnis beste mensen… Jullie zouden het moeten kunnen lezen. Dat die rechter zijn eigen medische experte durft tegen te spreken. Terloops zelfs terecht wijst. De gemakkelijke weg – gewoon bevestigen wat zij gezegd heeft en daarmee is de kous af – links laat liggen en gaat voor de inhoud van het dossier. Niets geen formalisme. Niets geen Spiegelpaleis waarin alles verdraaid wordt. Ik had het niet meer verwacht. Een mateloze bewondering voel ik voor die man. En neen, kwatongen, niet alleen omdat we gewonnen hebben.
Zo is er bijvoorbeeld de stijl van het vonnis. Dertien bladzijden lang. Sec. Recht voor de raap. Niets geen bullshit. In die mate zelfs dat het wauwelende in zijn zetel onderuitgezakt zittende Witte Paard die zelfs niet de moeite nam om zelf een tekst te produceren voor het proces niet ter sprake komt. Alsof de rechter zelfs geen seconde tijd wilt steken in die zever. Hetzelfde geldt voor de leugenachtige Man Met De Vele Diploma’s. Zijn naam komt ook al niet voor in het ganse vonnis. De Man die dat zonder enige gêne foto’s van mij plakte in zijn verslag om te bewijzen wat de symptomen van een traanzakontsteking zijn terwijl zelfs Hartenkoningin die piste al lang verlaten had. Niet dat ze zelf nog zoekende was. Ze was al lang overgeschakeld op de diagnose van een traankanaalblokkage, een standaardaandoening voor… kleine kinderen. Idem dito voor de Man Van Antwerpen die op het einde opdook en zelfs durfde te stellen dat er geen gemiste diagnose geweest was want na zeven maanden stelde men toch de juiste??? Allemaal ‘Professoren’ die mij de afgelopen jaren op ettelijke momenten razend gemaakt hebben met leugens of halve waarheden en ondertussen al onze vragen of bemerkingen gewoon negeerden. Ze worden nu gewoon op hun beurt gecancelled. Misschien heeft de rechter gewoon gedacht wat zij kunnen, dat kan ik ook?
Van onze kant verwijst hij daarentegen naar twee documenten uit het ganse dossier die volgens hem van doorslaggevend belang zijn. Omdat ze gebaseerd zijn op objectieve indicaties en niet op vage en algemene meningen zegt hij zelf. En dit in tegenstelling tot het verslag van de Witte Koningin dat bijna dogmatisch zonder enige ernstige argumentatie stelt dat Hartenkoningin in Gasthuisberg lege artis handelde, voegt hij er nog expliciet aan toe. Het betreft de doorverwijzingsbrief van Veys en de expertise uitgevoerd door onze Nederlandse ophtalmoloog-expert. Wat fantastisch is. Want de tegenpartij heeft de ganse tijd de doorverwijzingsbrief van Veys straal genegeerd. Alsof hij nooit bestaan heeft. Eindelijk krijgt haar doorverwijzingsbrief de aandacht die hij verdient. Eindelijk is er ook voor haar een beetje rechtvaardigheid. Alleen blijft het jammer dat ze het niet gewoon tegen mij gezegd heeft. En over gemiste kansen gesproken, daar staat de tekst van onze ophtalmoloogexpert dan ook weer bol van. Allemaal aanwijzingen dat ook medisch gezien gesteld kan worden dat er in Gasthuisberg grove nalatigheden hebben plaats gevonden.
En hier wordt de rechter bikkelhard. Twee partijen hebben in zijn ogen bijzonder gefaald. 1) Hartenkoningin, in die mate zelfs dat het voor hem onbegrijpbaar is hoe dat “zo’n hooggespecialeerd ophtalmoloog” met zelfs “een bijzondere expertise van tumoren in de orbita” zo’n diagnose heeft kunnen missen. En al zeker met zo’n doorverwijzingsbrief. Dat “een normaal zorgvuldig arts” een scan in mijn geval steeds had laten uitvoeren. En 2) De Witte Koningin, de medisch experte aangeduid door de rechtbank. Die beweerde dat alles lege artis verlopen was. De rechter maakt gehakt van haar verslag en stelt haar volledig in het ongelijk. Hij zegt bijvoorbeeld dat een specialist als Hartenkoningin niet enkel standaardaandoeningen moet kunnen vaststellen, maar ook de zeldzame. En dat zij of hij dus op zijn minst de differentiële diagnoses moet afchecken. Maar dan gaat hij nog een stapje verder en stelt hij zich openlijk de vraag of Witte Koningin zich niet eerder heeft laten leiden door ontzag voor de reputatie van Hartenkoningin dan door de objectieve feiten. Een vernietigend oordeel voor een medisch experte die verondersteld werd neutraal te zijn. Om te eindigen bevestigt hij nog wat wij altijd beweerd hebben namelijk dat het rapport van Witte Koningin “weinig onderbouwd was en niet de opmerkingen van de partijen in concreto beantwoordt.” Ook de stelling van de Witte Koningin dat net het niet afnemen van een niet-intrusieve CT scan getuigt van de voorzichtigheid waarmee Hartenkoningin te werk ging, vindt in zijn ogen geen genade. Het is zelfs “de ironie meer dan voorbij” zegt hij om zoiets te beweren wetende dat Hartenkoningin zonder enige bedenking een heel intrusieve operatie uitvoerde op hetzelfde moment op dezelfde levensgevaarlijke plaats.
Het vonnis is zo strak geformuleerd dat er geen ontsnappen aan is. En dit in de taal van Bredero. Gestript van franje en bullshit. Niks geen lijst van diploma’s zoals bij die omhooggevallen Man Met De Vele Diploma’s. Gewoon de nagel op de kop. Als een vlijmscherp mes dat een monster van een dossier fileert. En dit zonder taalfouten. Waar heeft die man in godsnaam al die jaren gezeten? Dat zou pas een goede minister van justitie zijn! Respect en bewondering voel ik. Dat is al. Misschien zonder het te weten herstelt zo’n man op zijn eentje het geloof in onze rechtsstaat. Wij, de burgers van dit land, genieten toch nog steeds rechtsbescherming. En ik kan nu met de hand op het hart zeggen: er wordt hier nog steeds recht gesproken. Wat een opluchting. Maar toegegeven, ik heb wel geluk gehad dat ik die vijf jaar nog gehaald heb. En ook toegegeven, tussen alle miserie door ben ik er zelf bijna obsessief mee bezig geweest. Gedreven door een gevoel van machteloosheid en geconfronteerd met onvoorstelbare onrechtvaardigheid. Ik kon simpelweg niet aanvaarden dat mijn leven, mijn hardbevochten loopbaan, ons klein gezinnetje zomaar kapot gemaakt werden door zo’n arrogante ‘specialiste’ van Gasthuisberg alsof het allemaal niet veel voorstelde. En dat overheersende gevoel dat ik iets moest doen om mens te blijven. Om niet in de goot of gewoon op de mesthoop te eindigen. Zodat ik mensen nog in de ogen kon kijken en me niet moest schamen voor mezelf. En niet zelf al in de grond begon te kruipen.
Dat dit allemaal zo gelopen is, is een enorme schandvlek voor dit land. In eerste instantie voor de medische wereld, waarin zelfs proffen (PROFESSOREN begrepen? laat het goed tot jullie doordringen: PROFESSOREN!!!) de meest onvoorstelbare leugens durven poneren. Zelfs een medische leek zoals ik kan zien dat het totale onzin is. Als Jan van Eyck nog zou leven zou hij een paneel met de Leugenachtige Medici moeten maken. Trouwens, hoeveel geld verdienen die mensen? Wonen die niet in zo’n chique witte villa’s met een oprijlaan? En die verlagen zich tot dit niveau? Ik ben beschaamd in hun plaats. En in tweede instantie is het bijzonder schaamtevol voor dit land zelf. Want stel je voor dat je hier niet over een rechtsbijstandsverzekering beschikt, of dat je sneller sterft of gewoon om welke reden dan ook – financieel, ten einde raad,… – moet loslaten, dan word je gewoon uitgescheten op de meest degoutante wijze. Verdwijn je volledig naamloos in een donker graf. Met de stempel van zelfs die universitaire goegemeente. Hoeveel medische slachtoffers zou dit al overkomen zijn? De maatschappij dendert ondertussen rustig voort. Alsof er niets gebeurd is. Wat een afschuwelijke ellende allemaal. Pure horror.
De hoorzitting vindt plaats op de Philipssite te Leuven. Het gebouw waar ik tot voor enkele jaren onze ingevulde belastingsbrief braaf naartoe bracht. Sinds de introductie van de vooraf ingevulde digitale versie is ook dat weer veranderd. Maar binnen ben ik nog nooit geweest.
De hal is indrukwekkend. Ik schat 10 meter hoog. Roze marmer verwerkt in de wanden. Witte marmer in de vloer. De eenzame oude concierge lost bijna op in de imposante ruimte. Wanneer ik eindelijk aankom aan zijn houten lokaaltje achterin kijkt hij mij vragend aan. Als ik hem vertel dat ik een afspraak heb, herinnert hij zich plots iets. Hij vraagt mijn naam, loopt dan terug zijn lokaaltje binnen, pakt de telefoon op en roept bijna onmiddellijk in de hoorn: Evy?” Een korte stilte volgt. Dan roept hij uit: “Patrick Hoskens!”
Wanneer hij terug buiten komt word ik verzocht om naar de tweede verdieping van het marmeren paleis te gaan. De liften zijn al even indrukwekkend. Op enkele seconden staan ze er. Nog nooit meegemaakt zo’n service. Noch in de ziekenhuizen, noch bij al mijn vroegere werkgevers. Daar was het altijd een beetje wachten. Boven wacht Evy mij op. Het grote plateau voert ons naar wat bovengrondse gangen die rond het gebouw lijken te slingeren. Hier en daar zit een eenzaam individu aan zijn bureau. Evy voert mij naar een groot lokaal met een glaspartij dat de volledige wand beslaat. In het lokaal bevindt zich nog een vrouw. Samen gaan ze hun Kafkaëske rol opnemen. Samengevat: “Ja, het is allemaal erg. Zelfs schrijnend. Maar het is nu eenmaal zo. De regels zijn de regels.”
Dus zal ik de regels in dit land hier vermelden. Het gaat niet om het betalen van reguliere belastingen op mijn inkomen uit de privé-sector. Dat heb ik zoals elke werknemer jarenlang gedaan. Maar zoals ik gevreesd heb wordt mijn ‘gewaarborgd inkomen’, bekomen via een privé-verzekering net aangegaan voor noodgevallen omdat wat je krijgt van de ziekenkas, dus van de overheid, niet zo veel voorstelt, belast als een regulier en volwaardig inkomen. Anders gezegd, het netto inkomen dat verondersteld werd het wegvallen van mijn voormalig netto loon te compenseren en daar inderdaad mee overeenkwam wordt door de staat nog eens lekker extra belast.
En dit wist ik niet. Was ook door niemand gezegd. Noch door mijn werkgever, noch vadertje staat zelf. Pas op het moment van de aanslagbiljetten werd dit duidelijk. Alhoewel, ook nog niet, de eerste keer, het eerste aanslagbiljet van 6,685 euro werd ik aan de telefoon nog door de belastingen met een kluitje in het riet gestuurd met een verhaal over laattijdige stortingen van mijn werkgever. Die ervoor gezorgd hadden dat ik plots in een hogere belastingschaal terecht gekomen was. Maar bij het tweede aanslagbiljet, dat van 12,230 euro, werd het plots pijnlijk duidelijk. Mijn gewaarborgd inkomen werd nog eens extra belast. Nog eens omdat Vadertje Staat ooit ergens in het verleden beslist heeft om in twee tijden deze belasting te heffen. Dus niet in één keer op het moment van de uitkering zoals bij een regulier loon. Maar een stukske in het begin en de rest twee jaar later via het aanslagbiljet. Waarom doen ze dat eigenlijk op deze manier? Als ze dat geld willen afpakken waarom pakken ze dat dan niet ineens af? Zodat men als burger weet wat van jou is en wat niet? Want nu hebben we verschillende jaren boven onze stand geleefd. Drie kwart van ons spaargeld moeten we nu gebruiken om belastingen te betalen. Belastingen! Mijn vader zou zich omdraaien in zijn graf. Of schamen ze zichzelf zozeer dat ze het liever steels doen? Dat ze zo heimelijk aan mijn gewaarborgd inkomen zitten te knabbelen doet voor hen niet terzake. Maar voor mij wel. Want dat is al een eerste conclusie: een gewaarborgd inkomen bestaat niet in België. Zelfs niet als je een verzekering hebt die zo noemt. De zoveelste mythe van dit illusoir droomland doorprikt. En dit alles na dertig jaar als werknemer voluit belastingen te betalen. Tot meer dan 30,000 euro per jaar toe. En neen, krijg ik nog als antwoord, mijn over dertig jaar gespreid bijgedragen pensioengeld krijg ik ook niet terug. Zelfs als ik er nooit gebruik van ga kunnen maken. Nochtans is dat wat een groepsverzekering doet. Zijn wij dan geen grote groep, wij Belgen?
Wanneer ik terug beneden kom zoek ik verward de uitgang. Want ben ik nu binnen gekomen via de ingang daar voor mij of die achter mij? En er zijn er vier. De oude conciërge ziet me zoeken en vraagt vanaf zijn lokaaltje: “Waar staat jouw auto?” “Bij de politie,” antwoord ik. “Dan neem je best die deur. Dan win je toch zo’n 20 meter. Of wacht, ik zal even met je mee gaan. Dan kan ik nog een sigaret roken. Voor dat de laatslapers aankomen.” Het is 11 uur in de ochtend. De frisse lucht buiten doet deugd. Het helpt een mens om te ademen.
En hier volgt voor mij de tweede conclusie: terwijl ik me ondanks alle miserie al vijf jaar lang dubbel zit te plooien om ons spaargeld niet te betrekken in mijn afschuwelijk lot, zodat Tin en mijn twee studerende kinderen, de oudste nu al in haar derde jaar en vanaf volgend jaar de jongste, toch wat extra geld hebben na mijn dood, komt Vadertje Staat het via een achterpoortje inpikken. De helft zijn we nu op deze manier al kwijt. Volgend jaar zal nog een kwart volgen via de aanslagbrief voor dit jaar. Drie vierde van ons spaargeld gaan ze op deze manier opeisen. En dit allemaal op die achterbakse wijze. Door eerst maar een deel in te houden om dan via het aanslagbiljet twee jaar later plots de rest op te eisen. Het laatste vierde deel van ons spaargeld gaan we proberen te redden van dit wansmakelijk gedrag van onze overheid. Door elke maand 1000 euro als voorafbetaling te storten op de rekening van de belastingen. Want Tin en de kinderen gaan ook nog mijn begrafenis moeten betalen, of niet soms zielige staat?
Gelukkig dat er nog een levensverzekering is. Anders zou Vadertje Staat op zijn eentje ervoor gezorgd hebben dat mijn vrouw en kinderen zonder enige financiële buffer achterbleven. En dan maar klagen dat de kloof tussen rijk en arm toeneemt in dit land. Terwijl bijvoorbeeld afgelopen weekend nog in de Financieel Economische Tijd uitvoerig toegelicht werd hoe dat iemand zoals die Fernand Huts van Katoen Natie via Guernsey massaal zijn reguliere belastingen ontvlucht. En ondertussen de Grote Jan uithangt in Antwerpen met onze KBC-toren. En dat is maar één zo’n geval hein. Niet dat het voor veel maatschappelijke onrust zorgt. De klootzakjes gaan zelfs beweren dat mijn verhaal net bewijst dat Huts groot gelijk heeft. In ons land gaat dit hier over een fait diver. Net zoals proffen die ongestraft aan een operatietafel de grootste stommiteiten uithalen.