Als we aankomen van onze vakantie vind ik in de post tussen de vele rekeningen een brief terug van UZLeuven waarin bevestigd wordt dat de operatie verzet is van 10 naar 26 september. Verder wordt er mij gezegd dat ik om 7 uur ‘s ochtends daar verwacht wordt. Dat er zo vroeg al operaties uitgevoerd worden, wist ik niet. Ze zullen misschien nog wat testen moeten doen voor de operatie zelf kan plaats vinden, veronderstel ik? Maar wat er ook in de brief staat, is dat de operatie dan blijkbaar toch niet plaats vindt in Gasthuisberg zelf, maar in Sint-Pieter, het oude ziekenhuis aan de Brusselsestraat in Leuven. Nu, wat mij betreft, zolang het maar dezelfde kwaliteitsstempel van ‘UZ Leuven’ draagt, de plaats op zich is niet zo belangrijk, of wel soms?
Maar wat er ook nog in de brief staat, is een telefoonnummer waar ik naar kan bellen als er in afwachting van de operatie zich problemen zouden stellen. En daar beslis ik nu, een goede week voor de operatie, toch even gebruik van te maken. Want, is het nu door het bijkomend uitstel of door de warmte van de afgelopen zomer, maar die bobbel begint toch echt wel opzichtig te worden. Het is alsof er een dikke puist aan het groeien is in mijn ooghoek. En het begint mij dan ook serieus te storen. Bovendien begin ik me plots af te vragen of ze dat zo wel kunnen opereren? Zo’n ontsteking moet dat niet al een beetje weg zijn voor dat ze daar het mes kunnen in zetten? Of mag dat in een voldragen status op de operatietafel terecht komen? Dus beslis ik van even te bellen naar het nummer in kwestie.
“Hallo met de dienst oftalmologie van UZ Leuven?” Een zachte vrouwenstem, dat is toch altijd aangenaam om te horen aan de telefoon, toch voor vieze oude venten zoals ik. “Goedendag, u spreekt met Patrick Hoskens. Ik moet binnen een week ongeveer geopereerd worden aan een ontstoken traanzakje. Maar wat ik me nu afvraag is of ik geen antibiotica moet nemen voor de operatie?” “Wacht, mijnheer, ik zal u doorverbinden met een dokter.” De zachte vrouwenstem gaat me al verlaten maar beleefd blijven ze altijd wel daar aan de UZ Leuven. “Hallo, met dokter Dierickx?” Ik leg opnieuw uit waarvoor ik bel en benadruk de voldragen staat van mijn traanzakontsteking, hoe dat dat ondertussen, na al die maanden, een serieuse bobbel is geworden. Aan de andere kant van de lijn wordt er verbaasd gereageerd. “Hoezo? Hebt u tot nu toe nog geen antibiotica genomen?” Het is nog altijd een vrouwenstem, maar die nieuwe onschuldige klank in die stem bevalt mij helemaal niet meer. Dat klinkt alsof het mijn schuld is dat ik tot nu toe nog geen antibiotica heb genomen. Ik antwoord: “Neen, tot nu toe niet, neen. Ik heb dat ook niet nodig gehad tot nu toe. Maar mijn vraag is of ik zo geopereerd kan worden?” “Ah neen, natuurlijk niet, mijnheer. Die ontsteking moet koud staan, mijnheer. ” Beleefd blijven ze wel daar aan die UZ Leuven. “Dus?” “Dus stel ik voor dat u onmiddellijk antibiotica begint te nemen. Hebt u een voorschrift nodig?” “Als ik een voorschrift nodig heb om antibiotica te kunnen krijgen in een apotheek, dan wel ja,” antwoord ik met een zucht. “Ik bedoel, mijnheer, gaat u naar uw huisdokter gaan of komt u naar hier om een voorschrift te krijgen?” “Dan kom ik wel naar daar. Ik woon toch vlak in de buurt. En anders moet ik alles nog een keer uitleggen aan mijn huisdokter. Maar kunt u me wel even zeggen waar ‘daar’ nu juist is? Is het nu Gasthuisberg? Of Sint-Pieter? Of is het nog ergens anders?” “Dat zou in Sint-Pieter zijn, mijnheer, op de derde verdieping. Kunt u nog eens even uw naam herhalen? Misschien even spellen? Dan maak ik het voorschrift al klaar.”
Ze schrijft me Augmentin voor, hetgeen in de apotheek als snel verwordt tot Amoxicilline, het generisch product. Maar voor het eerst in al die tijd vraag ik me toch af of ik echt wel in goede handen ben daar aan die UZ Leuven verbonden aan die KU Leuven. Dat ik zelf al moet bellen met de vraag of dat wel allemaal ok is, dat dan inderdaad blijkt dat dat allemaal helemaal niet ok is, dat ik dan best vlug wat medicatie ga halen zodat het tegen de operatie hopelijk wel ok is, dat is toch niet koosjer allemaal, of wel soms?
