Post-factum Factotums

Een van de dingen die ik me levendig herinner van de Witte Koningin is hoe ze nadrukkelijk stelde bij aanvang van de installatievergadering dat het oordeel gevestigd ging worden op de medische verslagen opgemaakt vóór onze klacht en dus in ‘tempore non suspecto.’ Jullie weten nog wel die teksten waarin de medici met behulp van summiere en stenografische verslagen zich proactief zo veel als mogelijk indekken voor eventuele rechtszaken later. Daarop gingen die medische experten aangeduid door de rechtbank zich baseren. Achterliggende redenering: het zijn deze teksten die het meest waarheidsgetrouw zijn.

Nu, dat de waarheid mij nauw aan het hart ligt zal ondertussen hopelijk voor iedereen wel duidelijk zijn. Het is dit dat mij ertoe brengt om ruiterlijk toe te geven dat op diezelfde installatievergadering mijn advocaat gespecialiseerd in medische fouten, de Walrus, ook wel enige steken heeft laten vallen. Want wat hij aan ons, Tin en ik, voorstelde als de ‘installatievergadering’ bleek de eerste en enige zitting van onze expertencommissie te worden. En daar zaten we dan zonder medisch expert om ons te verdedigen. Nochtans zou het handig geweest zijn, zo’n medisch expert. Die had misschien wel dat onsamenhangend gebrabbel, die pseudo-wetenschappelijke discours vanuit de losse pols van het gezapig achteroverleunend Witte Paard het zwijgen kunnen opleggen of tenminste kunnen voorzien van enige kritische medische kanttekeningen. Want onze opmerkingen, alhoewel sterk afwijkend van al zijn academische wijsheden, bleven onaangeroerd in de lucht hangen. Het enigste wat we gedaan kregen was dat het Witte Paard af en toe stil viel. Door een kortsluiting midden in zijn gedachtengang veroorzaakt door onze constructieve, sommigen zouden zeggen pathetisch hoopvolle, mededelingen. Om onmiddellijk daarna weer ongebreideld voort te galopperen in zijn retoriek.

Een discours dat dan achteraf ook nog eens totaal irrelevant bleek te zijn want na de eerste ronde van weerwoorden – post-factum als het ware – veranderde de tegenpartij plots van expert en het geweer van schouder: wat eerst een ontstoken traanzakje was werd plots volgens een gewone oogartse een verstopte traanweg. Wat het vermoeden wekte dat dat Witte Paard de medische verslagen zelfs nog niet eens bekeken had voor de zitting. En waarom zou hij ook? Als die experten toch mogen zeggen wat ze willen. Als er toch niemand is die checkt of dat allemaal wel klopt wat die daar allemaal zeggen. Of dat allemaal wel waarheidsgetrouw is en overeenkomt met wat er de facto gebeurd is.

Juist het tegenovergestelde geldt voor alles wat wij aanbrengen. Niet dat dat wel afgechecked wordt op zijn waarheidsgehalte. Dat zou nog een positieve daad zijn, een daad met merites. Neen, wat wij te vertellen hebben wordt per definitie als onwaar beschouwd want het enigste wat wij, de medische slachtoffers, kunnen doen is wat post-factum hineininterpretieren. Wij zijn niet langer in staat om feit en fantasie van elkaar te onderscheiden. Wij zijn ook niet verstandig genoeg om dit wel te kunnen doen. Bovendien ontbreekt ons, lomp als we zijn, totaal de capaciteit om op een geciviliseerde manier een open gesprek te voeren over wat er juist wanneer is gebeurd. Zij daarentegen, de experten van de rechtbank, hebben de waarheid in pacht en etaleren zonder gêne hun op drijfzand gebouwde kennis.

Ook de aanvankelijke medisch expert van de tegenpartij, mag post-factum de meest onnozele dingen uit zijn duim zuigen; liegen eigenlijk. En alles wat wij daartegen inbrengen, zelfs de meest eenvoudige waarheidsgetrouwe dingen, wordt afgedaan als post-factum gewauwel. Zoals bijvoorbeeld de bobbel die er zogezegd niet langer zat naast mijn oog na de operatie. Er eigenlijk zelfs nooit gezeten had. Als je die expert dan toch zou geloven. Terwijl dat nochtans al die specialisten, Ilse Mombaerts incluis, op diezelfde bobbel als zotten hadden zitten duwen. Waarschijnlijk staat het niet in het medisch verslag. Want ik heb het na de operatie die plaats vond in de vroege ochtend in het ziekenhuis nog gezegd tegen de assistente van Hartenkoningin in totale en absolute afwezigheid natuurlijk van Zijne Heiligheid zelf, om 21u00 uur ‘s avonds bij de overhandiging van de ontslagbrief. De eerste en enige medicus die ik te zien kreeg na een dag lang wachten. Die mij toen wist te zeggen dat het waarschijnlijk nog een gevolg van de operatie was en wel vanzelf zou verdwijnen. Terwijl het nog exact hetzelfde bobbeltje was op net dezelfde plaats waar het toen al bijna een jaar zat. Maar waarom zou die overwerkte assistente dat nog opnemen in het medisch verslag als de operatie perfect geslaagd was en het onding in haar vermoeid hoofd vanzelf ging verdwijnen? In een medisch verslag opgemaakt door en dus absolute eigendom van zo’n dictatoriaal diensthoofd waar iedereen voor siddert en beeft?

En dus zegt die hooggeleerde man met de vele academische titels; de Anesthesist/Reanimator, de Urgentiedokter en Administrateur-Général van Gezondheidsgegevens, de Specialist in Verzekeringsgeneeskunde én Medische Expertise, en ook nog eens Zetelend Lid in de Erkenningscommissie van beide laatste domeinen, daar bovenop ook nog eens Bijzonder Gast-Docent in Cardiovasculaire Dingen, Coördinator Kritische Diensten van een verafgelegen ziekenhuis, Meester in de Rechten, in het Medisch-Sociale Rampengebied én het Ziekenhuisbeleid, kortom een manusje-van-alles, of met een Latijns woord een waar ‘factotum’ dat álles doet, de meest stinkende karweitjes het eerst; dié alwetende man zegt met zijn oppermachtige en indrukwekkende toverkrachten: “Hocus Pocus Pats,” en het bolletje is weg. Straffer nog er zat er zelfs nooit één. Het is pas na de operatie opgedoken volgens de brave man. Wat ineens ook verklaart hoe dat die supergeleerde mens zonder enige gêne durft te stellen dat het gezwel ontdekt is geweest dankzij de operatie van Mombaerts. Een post-factum verzinsel uit een polyvalente toverhoed. Maar dat is allemaal ok in het Spiegelpaleis. Want het is een expert met een lijst aan titels te lang om op te noemen die het schrijft, een expert die alleen maar bewondering en respect verdient ondanks de stank.

Ook Hartenkoningin zelf schittert in post-factum activiteiten. Zoals post-factum na ons woelig vertrek uit Gasthuisberg tegenover haar confraters beginnen te doen alsof zij aan het AZ Maria Middelares te Gent gesuggereerd had een scan te maken, terwijl ze er juist niets maar dan ook niets mee te maken had. De scan was al een week voor onze laatste ontmoeting boven op de berg afgenomen en de biopsie stond al gepland voor diezelfde avond. Maar alles om de schijn hoog te houden, nietwaar? En nog veel veel straffer, enkele maanden na de feiten, post-factum in het kwadraat, bezige bij en academisch factotum als zij zelf ook is, laat ze een wetenschappelijk artikel van haar hand die ze nergens voor omdraait publiceren in een toonaangevend, zoals het hoort chique Engelstalig magazine waarin ze ootmoedig en toch zonder het expliciet te zeggen toegeeft een fout gemaakt te hebben. Want de centrale stelling van het ganse artikel luidt dat men bij een gevoelloze massa in de regio van het oog best uitgaat van het allerergste en beter extra onderzoek uitvoert. De believers zullen hier weer tegenwerpen dat dat toch flink van haar is. Om zo snel te leren uit haar fouten en ineens de ganse medische wereld in te lichten over haar nieuwverworven inzicht. Alleen vraag ik me af hoe snel dit inzicht er dan niet gekomen is? De volgorde is toch: inzicht, artikel schrijven, artikel publiceren? En om een artikel gepubliceerd te krijgen enkele maanden later, wanneer heb je het dan moeten schrijven? Een maand voordien? Twee maanden voordien? Zo’n artikelen worden toch ‘gescreened’ voor publicatie? ‘Gereviewed’ door ‘peers’? Dat inzicht is dan toch wel heel snel tot stand moeten komen. Zo snel dat een mens zich weer afvraagt of ze niet verdomd goed wist dat ze bij mij enkele maanden voordien een pak ernstige medische blunders begaan had. En gewoon niet het fatsoen heeft om het aan mij persoonlijk toe te geven maar wel om het met behulp van zo’n wetenschappelijk artikel vlug vlug toe proberen te dekken onder een gecertificeerde stempel van een wetenschappelijk magazine.

Wij, Vlamingen, wij noemen dat anders. Wij hebben al dat flutengels niet nodig. In ons prachtige bargoens noemen we dat post-factum haar gat indekken. Gelijk een overijverige muis snel al haar gemaakte fouten of nalatigheden wegsteken onder een dikke couche van wetenschappelijke voornaamheid. Zodat achteraf toch al niemand jou nog kan beschuldigen van niets met het onder jouw verantwoordelijkheid gebeurde gedaan te hebben. Buiten het slachtoffer zelf natuurlijk dat eenzaam in de woestijn staat te roepen of op weg is naar de volgende operatie of behandeling veroorzaakt door al jouw geklungel. Om het helemaal doorzichtig te maken gaat het dan ook nog eens om een volledig achterhaald inzicht want in de medische wereld, wist een osteopaat mij onlangs te vertellen, weet men al lang dat een gevoelloos gezwel in de regio van het gezicht mogelijks kanker is. Maar neen hoor, Zij, de Ijdele Hartenkoningin, de Grote Ophtalmoloog, maakt het wereldkundig in 2019, zes maanden na haar volledig foute en totaal misplaatste operatie aan het inmiddels weggesneden linkeroog van ondergetekende. Wat ze natuurlijk ook nalaat te vermelden in het artikel is dat diezelfde hoofdconclusie nog meer geldt indien alles ook nog eens voorafgegaan wordt door een doorverwijzingsbrief die wijst op het gevaar van kanker. Dat is in haar ogen, want zij heeft er in tegenstelling tot mij, na mijn passage bij haar diensten, dus nog altijd twee, maar een pietluttig detail en die wetenschappelijke wereld moet ook niet alles weten.

De Vierde Macht

De Vlaamse rioolpers heeft weer eens toegeslagen. Afgelopen week, op donderdag 9 juni 2022, brengen twee Vlaamse ‘kranten’, de naam niet waardig infomercials ten spijt, het ongeloofwaardige nieuws dat medische slachtoffers niet langer moeten bewijzen dat het ziekenhuis in de fout is gegaan, maar dat het plots aan het ziekenhuis is om te bewijzen dat het met de nodige voorzichtigheid te werk gegaan is. En dat deze copernicaanse revolutie te wijten is aan een nieuwe wet, artikel 8.4 lid 5 in het burgerlijk wetboek. Bovendien is er zelfs al een medisch slachtoffer, opnieuw met complicaties na een epidurale injectie, dat dankzij deze wet zijn gram heeft kunnen halen tegen een gereputeerd ziekenhuis. Dan denk je: “Allez, er bougeert dus toch iets? Er is dan toch iemand bezig met het aanpakken van de totale wetteloosheid waarin medische slachtoffers zich bevinden in dit land?” Vrienden denken hetzelfde en sturen massaal foto’s van of links naar de artikels door.

Maar het volstaat dan om de radio te hebben opstaan om een half uur later te horen dat een geval zoals dit ook in de toekomst heel uitzonderlijk zal zijn en blijven. Die nieuwe wet wordt namelijk pas toegepast als het ziekenhuis zelfs niet de moeite doet om te bewijzen dat ze met de nodige voorzichtigheid gehandeld hebben. Wat betekent dat de situatie van de medische slachtoffers juist niets, nul komma nul, rien de knots, zilch, verandert. Want vanaf nu gaat elk ziekenhuis op zijn minst een briefje sturen met wat standaard verweer en ingewikkelde woorden in. En dat die rioolkranten, met nochtans grote oplages, dat zitten te bejubelen als een grote doorbraak is gewoon weer om van te kotsen. Toont weer in wat voor een peutertuin we hier leven. Want het echte probleem, dat het aan het slachtoffer is om te bewijzen dat er fouten gebeurd zijn, blijft ongewijzigd. Nog straffer, zelfs die rioolkranten laten niet na te stellen dat dat inderdaad de grote schande van het huidige systeem is. Maar daar stopt het mee. Want er is nu een Grote Verandering. Eindelijk worden medische slachtoffers niet langer verondersteld even vlug een diploma geneeskunde te halen en wordt de juiste rolverdeling toegepast waarbij het medische slachtoffer als slachtoffer erkend wordt en niet langer als een nutteloze zaag of zagevent. Maar terwijl die kranten victorie kraaien verandert er dus juist niets aan de lijdensweg van de medische slachtoffers. “Trekt uwe plan en rot op,” dat blijft de basishouding van die witgeschelpten, die Napthanazaten, die reactionaire en elitaristische Orde der Geneerheren. Hoogstens een pleister op een overvloedig gutsende bloedende wonde is het, dit nieuwsitem.

Het enigste wat het allemaal nog de moeite waard maakt is het ziekenhuis waarover het gaat: Gasthuisberg. Het UZ Leuven dus, waar onmetelijke arrogantie een van de basisvoorwaarden is om er diensthoofd te worden, waar men letterlijk denkt boven de wet te staan want verheven boven alles wat werelds is, wiens maatschappelijke missie zich beperkt tot ‘de grootste’ en ‘de beste’ te zijn, wat ook ineens duidelijk maakt wat voor een eng wereldbeeld die medici daar in hun immens witgekalkt hospitaal huldigen, het veelkoppige monster van boven op de berg waar zoveel hoekjes en kantjes aan zijn dat je je overal en altijd goed kunt verstoppen voor alles en iedereen, inclusief de arm der wet, waar men er de hand niet voor omdraait om gewoon leugens te vertellen om toch maar de eigen handen en witte mantel onbevlekt te houden en tegelijkertijd de medische slachtoffers zelf zonder scrupules verder de grond in te boren, de grond waar ze nu al al bibberend naar op weg zijn in een verdoemd lichaam waarin ze alle vertrouwen verloren hebben, dat Universitair Ziekenhuis van Leuven waar zelfs de Universiteit van Leuven schrik van heeft, zo machtig is het, dát monster, dié Hydra van Leuven, dat is het ziekenhuis dat carrément geweigerd heeft om zelfs maar de moeite te doen om te bewijzen dat ze met de nodige voorzichtigheid gehandeld hebben. Rarara, hoe zou dat komen? Waar zou die arrogantie vandaan komen? Zou dat ook wetenschappelijk onderbouwd zijn? Het zou me trouwens niet verwonderen dat mijn operatie in Gasthuisberg officieel, in de statistieken, zich nog steeds bij de ‘geslaagde’ en ‘perfect verlopen’ operaties bevindt. Want die moeten daar, volgens mij, nogal stoten uithalen om die mythe in stand te houden.

De kwaliteitskranten en dus ook de VRT radio nemen het nieuws over de baanbrekende nieuwe wetgeving wel niet over. Ere aan wie ere toekomt. Dat zal dan de hedendaagse definitie van kwaliteitsnieuws zijn: een plaats waar je iets minder zever van de dag tegen komt. Want voor de rest is het ook niet zo’ne vette, die Vierde Macht. Zo verscheen er niet zo lang geleden nog een artikel in De Morgen waar dat de specialisten die fouten begaan hebben voorgesteld werden als ‘Second Victim.’ Dat we daar niet aan gedacht hebben: ook die dikbetaalde supermensen hebben het moeilijk natuurlijk. Toch als ze over enig schuldbesef beschikken. Want als je van die klootzakken tegen komt zoals ik moet je je geen illusies maken. Ze zijn niet in staat tot empathie en gaan weltevreden na al hun drukke activiteiten overdag – leugens of geen leugens, fouten of geen fouten, nalatigheden of niet – elke nacht in peis en vree slapen. Waarom zouden ze zich ook ongerust maken? De First Victims, de échte slachtoffers, worden in dezelfde nationale pers totaal genegeerd “want de mensen zijn niet geïnteresseerd in al die miserie en d’r zijn d’r ook zo veel hein mijnheer.” Maar over de morele besognes van dat select clubje van übermenschen daar moeten we het wel over hebben natuurlijk.

We hebben het dus goed begrepen: het zijn de specialisten zelf die het slachtoffer zijn van hun eigen fouten en wandaden. Want ochottekes toch, wat is dat toch allemaal zwaar om te dragen, al die verpletterende verantwoordelijkheden. Die zien daar van af, die specialisten. Die moeten daarvoor in therapie gaan, besef je dat wel? Ah ja, die moeten ook een keer hun verhaal kwijt kunnen. En toch doen die voort met hun job, kun je je dat wel voorstellen? En dat allemaal voor ons. Daarom laat ons stoppen met zagen en begripvol zijn: voor alles wat die mensen voor ons doen mogen ze ook wel een keer hier of daar een foutje begaan, niet? Anders is die job toch gewoon niet menselijk? En, allez, allez, of het dan gaat om een menselijke fout, een zware professionele fout of zelfs nalatigheid, dat is toch ook allemaal niet zó belangrijk?

Dat is het Nieuwe Vlaanderen van de 21ste eeuw, de Omgekeerde Wereld in plaats van de Grote Verandering, het Vlaanderen van de verheerlijkte supermensen. Onze maatschappij is enkel nog begaan met de sterken en de rijken, zij die het gemaakt hebben, zoals onze BV’kes en onze beste carriéristen. Enkel wanneer ze dood zijn, liefst zo gruwelijk mogelijk, komen slachtoffers nog eens aan bod. Maar voor de rest willen we alleen maar winnaars. Kijk maar naar ‘Topdokters’ op GoPlay, het vroegere VT4. Of de fictiereeks ‘Dokters’ op VTM2. Zuivere, cleane, propere helden. Echt of niet echt, dat doet er niet toe. Ondertussen zijn die wel degelijk echt bestaande slachtoffers, en al zeker de medische slachtoffers, maar collateral damage van die prachtige ideaalbeelden. Het vermelden niet waard. Want alles gaat goed en verloopt correct in dit land. Zoals het hoort. Met politici begaan met de gewone burger. Een rechterlijke macht die opkomt voor de rechten van de mensen. En een Vierde Macht die kritisch waakt over al onze instellingen. We gaan gewoon voort met de orde van de dag en checken wie dat er nu weer de koers gewonnen heeft.

Il cavaliere e la morte

Ik heb net een van de boeken van een van mijn lievelingsauteurs uitgelezen: ‘Il cavaliere e la morte’ van Leonardo Sciascia, voor het eerst verschenen in 1988, een jaar voor zijn dood. Sommigen zullen de titel ‘boek’ wel ter discussie stellen. Het ding is maar een goede 100 pagina’s dik. Maar het is dan ook van de hand van dé korte-boeken-meesterverhalenverteller Leonardo Sciascia. Italiaan natuurlijk. Siciliaan om exact te zijn. Sciascia excelleerde in het gecondenseerd schrijven. Hij maakte teksten waarin geen woord te veel staat en vooral te weinig staat. Teksten waarin elk woord, zelfs elk leesteken, telt. Uitgepuurde letteren. Pure kunst. Het leverde het soort van boeken op dat tegenwoordig niet meer gelezen wordt. Want, hoe dun ook, te zwaar om te verteren, te ingewikkeld om te volgen en vol verwijzingen naar wantoestanden die niemand nog wilt zien. Want wij, de mensen van de Westerse wereld, leven in een eenvoudige en perfecte wereld. Zelfs de oorlog in Oekraïne lijkt ver weg, we lezen liever boeken over eten en van BV’s en dan is er altijd nog Tomorrowland om te gaan feesten.

Het is een waardige titel voor deze nieuwe post op mijn blog. Het gaat ook over een ridder en de dood. Een ridder zoals ik, een Don Quichote die ook kanker heeft en als inspecteur van de politie toch verder tegen onrecht en de wieken van de macht strijdt. En er uiteindelijk aan ten onder gaat. Geniepig vanuit het donker vermoord wordt. Net zoals ik. Hij met voorbedachte rade wel. Allez, toch in het hoofd van de dader. Dat subtiel verschil zal me altijd wel blijven achtervolgen. “Zelfs als het waar is wat je allemaal vertelt, Patrick, dan nog was het niet de bedoeling, hein. Die mensen van Gasthuisberg hebben dat niet expres gedaan.” Maar waar het verschil tussen de twee wandaden alweer ophoudt: het valt zelfs niet op dat het allemaal gebeurd is. De moord levert in het boek enkel een doodsbericht en een beetje media-aandacht op en dat is het einde én de moraal van het verhaal.

Vooraleer dit echter gebeurt zit de hoofdfiguur op zijn kantoor voortdurend te staren naar een drukprent van Dürer. Met daarop drie figuren en in de verte een op een hoogte gelegen stad: een ridder in vol zestiende-eeuws harnas, de dood met vervellend doodshoofd en al, en de scheel kijkende, vieze duivel gehuld in een rattenvel. De belangrijkste twee figuren zijn echter de ridder en de dood. De dood is volop op de ridder aan het inpraten terwijl de duivel aan de zijkant staat. Vandaar de titel van het boek ook. In de pre-smartphone tijden waarin het verhaal zich afspeelt is het kijken naar de drukprent de manier van de hoofdfiguur om een link met de mensen voor hem (Dürer zelf, zo stelt hij zich de vraag wiens gezicht hij juist gebruikt heeft voor de ridder) en na hem te leggen (de mens die na hem de prent van Dürer in bezit zal hebben en op zijn beurt de prent zal bekijken). Ik doe net hetzelfde met wat ik zie op mijn iphone of op de tv of gewoon rondom mij. Voortdurend afscheid nemen door voortdurend de mensen voor en na mij aan te spreken. Ik bevind me als het ware al in een schemerzone tussen leven en dood. Net zoals die inspecteur van Sciascia.

In mijn jonge jaren, de jaren ‘70 en ‘80, lachten wij met de Italianen. Omwille van de altijd emotioneel overtrokken ruzies tussen de vele politieke families, het voortdurend vallen van hun regeringen, de corruptie vanaf de hoogste maatschappelijke echelons tot op het niveau van individuele politieagenten die aan toeristen langs de weg en langs de neus weg in plaats van een verkeersboete een extraatje voor henzelf voorstelden en het eeuwige onvermogen van de Italiaanse staat om de mafia aan banden te leggen. Het lachen is ons ondertussen vergaan. Na de moordende bomaanslagen op de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino en de daaruit voortvloeiende ‘Mani Pulite’-beweging in de jaren ‘90 hebben de Italianen de controle over hun land terug in de hand genomen en proberen ze er terug een betere plaats van te maken. Terwijl dat wij, de toendertijd zelfgenoegzame kleine Belgen en de arrogante Vlamingen, vergleden zijn tot hun niveau van weleer. Nu is het ons gerechtelijk apparaat dat een lachtertje is geworden en enkel nog de machtige bullebakken ten dienste staat. En ook ons politiek landschap is versnipperd uiteengevallen in elkaar constant besmeurende grote monden. Diegenen die beweerden verandering te zullen brengen blijken zo conservatief te zijn als de pest en nog meer behoudsgezind dan de tsjeven zelf. Hetgeen de afgang van deze laatste partij, die decennialang het politieke machtscentrum van het land was, alleen maar verder bespoedigd heeft. Bekwaamheid had hen kunnen redden mocht het niet zijn dat de Vlaams-nationalisten ondertussen onbekwaamheid tot de nieuwe politieke standaard hebben verheven. Met figuren als Jan Jambon en Ben Weyts die nooit iets mis doen terwijl ze de ene flater na de andere begaan. Met een partijvoorzitter die enkel maar kan kakken en kappen op anderen en niet in staat is zelf een consistent project voor te stellen – buiten de splitsing van het land natuurlijk want dat zou alles oplossen in zijn simpele geest die alles graag in twee zwart-wit kampen opsplitst: nijvere Vlamingen en profiterende Walen, slechte migranten met verdacht ideeëngoed zoals liefde voor hun cultuur van oorsprong tegenover goed geïntegreerde allochtonen van de rechtse stempel, goede Vlamingen verweven met bloed en bodem versus slechte Vlamingen, volksvreemden in zijn ogen, maar die gewoon niets moeten hebben van zijn enggeestig wereldbeeld, het mystieke wij tegen al de rest. Ondertussen zijn wij de risee van de Europese politiek geworden. Alleen de Polen en de Hongaren doen het nog slechter dan wij. En zelfs dit wordt op applaus onthaald door de bekrompenen van deze klomp grond, dit klein stukje vaderland tussen Schelde en Maas. Alsof het iets is om trots op te zijn.

Leonardo Sciascia zelf was zich toendertijd bewust van deze karikatuur van de Italianen. In een ander van zijn werken, ‘L’affaire Moro’, over de midden in de Koude Oorlog, in 1978, door de Rode Brigades ontvoerde en na een tijdje doodgeschoten toenmalige voorzitter van de christendemocratische partij van Italië, stelt hij zelf dat “nauwkeurigheid, punctualiteit en efficiëntie waarden zijn vreemd aan de Italiaanse aard; een instituut dat niet functioneert, een ziekenhuis waar men slecht behandeld wordt of gewoon geen plaats is, een trein die vertraging heeft, een vliegtuig dat niet vertrekt, een brief die niet aankomt, dàt zijn typische Italiaanse dingen, cose nostre!” Ook als je deze lijst van slecht lopende dingen leest, kun je vandaag de dag alleen maar aan ons eigen land denken. Maar Sciascia maakt direct ook duidelijk dat het wel degelijk een karikatuur is door te verwijzen naar het efficiënt functioneren van de Rode Brigades zonder hiermee wat ze doen goed te keuren.

Aldo Moro, nog zo’n figuur waarin ik mezelf kan herkennen. Hij werd ook vermoord. Non-fictie wel deze keer, net zoals ik. Maar, ja, ja, ja, met meer dan voorbedachte rade wel. Content zo? Maanden voorbedacht zelfs, dan ontvoerd, dan veroordeeld door een ‘volksrechtbank’ en dan geëxecuteerd. Maar de heersende machten en vooral zijn eigen christelijk geïnspireerde partij lieten gewoon begaan. Ondanks (of misschien door?) zijn vele geschreven en in kranten gepubliceerde smeekbedes gericht aan zijn partijgenoten om alles te doen wat ze konden om zijn leven te redden. Herhaaldelijk stelde hij voor om een uitwisseling te doen zoals in warme oorlogstijden tussen de politieke gevangenen van beide kampen. Hij, de ontvoerde partijvoorzitter, voor een aantal leden van de Rode Brigades die in de gevangenis zaten. De vertegenwoordigers van de Italiaanse Staat, inclusief zijn eigen partijgenoten en zelfs Vaticaanstad, weigerden er op in te gaan. Giulio Andreotti, de onverzettelijke premier van Italië op dat moment en de échte leider van de christendemocraten werd op het einde van zijn politieke loopbaan heiligverklaard. Terwijl de compromis zoekende tussenfiguur Aldo Moro al een jaar of dertig lag te rotten in zijn graf. Als reactie op zoveel onverschilligheid had Moro vlak voor zijn dood om het even welke politieke vertegenwoordiging op zijn nakende begrafenis verboden.

Wat mij brengt tot de onverschilligheid waarmee medische slachtoffers in dit land bejegend worden. De onverschilligheid én de totale miskenning van hun burgerrechten. Ja hoor, ze hebben het recht een proces te starten. Maar daar stopt het. Tegensprakelijkheid, de idee dat beide partijen hun kant mogen vertellen en dat de experten aangeduid door de rechtbank hierop geargumenteerd een oordeel vellen, bestaat enkel in de mooie theoretische wethandboeken. Net zoals Moro om het even wat mocht zeggen en vragen in al die kranten mogen die slachtoffers om het even wat zeggen en vragen. Er wordt toch niet naar hen geluisterd. Want net zoals in het Italië van de jaren ‘70 zitten ook de experten in ons land in de vestzak/broekzak van de machtigste partij, de partij met het vele geld en politiek gewicht. De scheiding der machten geldt misschien wel in dit land voor rechtszaken met veel visibiliteit in de pers maar zeker niet voor medische slachtoffers. Als verwaarloosbare non-burgers worden ze bij het afval van de welvaartsmaatschappij gezet. Met de algemene zegen van Kerk en Staat. Net zoals Aldo Moro. In mijn geval lag het oordeel al vast nog voor er nog maar van enige tegensprakelijkheid sprake was, nog voor dat ze de twee partijen gezien of gehoord hadden. En alles, maar dan ook alles, wat nadien aangebracht werd om een correcter en waarachtiger beeld te geven van wat er daar in Gasthuisberg allemaal gebeurd was werd niet met de mantel der liefde maar ontegensprekelijk met de grove borstel weggewerkt. De onverschilligheid in levende lijve. Of zoals Sciascia het zelf stelde in ‘Il cavaliere e la morte’: “De duivel doet niet langer de moeite om hier in onze vrijgevochten Westerse democratieën kwaad aan te richten; de mensen kunnen en doen het beter dan hemzelf.”

Het Spiegelpaleis blijkt wel degelijk een absoluut krot te zijn

Ongelooflijk. Wat een farce. Afgelopen woensdag hebben we van de Witte Koningin electronisch het definitief verslag ontvangen van de medische experten aangeduid door de rechtbank en ze bevestigen gewoon het besluit van het voorlopige verslag, het besluit dat ze al genomen hadden nog voor de eerste en enige zitting plaats gevonden had: dat Ilse Mombaerts geen enkele fout heeft gemaakt en volgens de regels van de kunst gehandeld heeft. Net zoals bij de bomen worden de talrijke op- en aanmerkingen gecopy paste naar het definitief verslag en dan simpelweg weggewuifd met wat eenvoudige statements. En dat is het. Wat een farce. Wat een klucht.

Dat die mensen dit alles ongestraft of zelfs met de zegen van het gerecht kunnen doen is onvoorstelbaar. Onze rechtsstaat is gewoon een lachertje. Ze moeten het allemaal zelfs niet verbergen of stiekem doen. Ze doen het open en bloot. Op die eeuwige maskers van Ensor na dan natuurlijk. Wat een absolute schijnvertoning.

Om wederom te bewijzen dat ik niet uit mijn nek zit te lullen – want niet alleen word ik verondersteld te bewijzen dat er zware fouten gebeurd zijn in die Hydra van Leuven, ik moet ook nog eens goed oppassen met wat ik zeg – sta mij toe om enkele van die afwijzende handgebaren hier weer te geven. Gelieve wel enig geduld te oefenen want soms overvalt mij de weerzin in zo’n mate dat ik even moet stoppen met schrijven om daarna pas terug rechtop te kunnen zitten en voort te werken.

Het begint al goed met: “De heer Hoskens werd verwezen door dr. Veys naar een tertiair centrum. Het is onwaarschijnlijk dat een patiënt hierop ingaat zonder de reden hiervoor te kennen.” Ze stellen dus dat het niet anders kan zijn dan dat ik op de hoogte was van het vermoeden van kanker. Dit komt eigenlijk neer op zeggen dat ik lieg. Of zeggen dat ik een domme kloot ben want ik vertrouw op de kennis van een medisch expert, een oogarts, die mij doorverwijst naar een universitair ziekenhuis. Dat ik voor zover ik wist naar Gasthuisberg ging omwille van een ontstoken traanzakje moet ik blijkbaar eindeloos blijven herhalen.

Om het compleet te maken volgt dan in het verslag onmiddellijk de goede oude: “Bespreking van een differentiaaldiagnose is niet zinvol zonder medische kennis.” Daar heb je het weer: wij, de niet-medici, zijn achterlijk en onvolwassen. Niet in staat om medische problemen te begrijpen, enkel ze te ondergaan. Dus medici moeten niet tegen hun patiënten zeggen wat er mogelijks aan de hand is. Tegelijkertijd achten de medische experten diezelfde domme niet-medici wel in staat om te weigeren naar een tertiair centrum te gaan indien niet ingelicht over de juiste reden waarom. Van een contradictie in terminis gesproken. Kortom, ik denk dat die ‘experten’ zelf niet goed weten wat ze zeggen.

Het ganse kernthema van het pijnloos tot gevoelloos zijn van het bolletje naast mijn oog, dr. Veys sprak zelfs van een gevoelsstoornis, wordt weggemoffeld onder weer een extra laag aan medische kennis. Nu blijkt dat normaliter in het geval van een mucocele, dus niet een dacryocistitis, niet een ontstoken traanzakje, maar wel een traanzakje vol etter, er na drukuitoefening pus uit de traanhoek had moeten verschijnen. Wat ook al nooit het geval geweest is. Dus ook voor deze tweede diagnosestelling ontbrak een belangrijk klinisch bewijs. Nu vallen ze terug op louter een verstopping van de traanwegen. Zolang het maar in hun kraam past is het allemaal goed. Hun gelijk halen is het enige dat hen interesseert. Dat ze daarvoor zelf moeten beginnen verzinnen wat er allemaal gebeurd is, stoort hen niet.

Al onze opmerkingen op het advies van de tweede medisch raadsheer van de tegenpartij, jullie weten wel, die oogartse die dat tot onze verrassing een collega van het Wit Paard, de ophtalmoloog-gerechtsdeskundige, bleek te zijn, worden herleid tot een discussie over of er al dan niet een punctie had uitgevoerd moeten worden. De laatste opmerking die ze zich veroorloven te maken is: “In dergelijke setting is het niet logisch een punctie uit te voeren gezien gevaar voor het creëren van een iatrogene fistel op verstopt traanwegen!!” – spellingsfout inbegrepen. Ook een strategie die die medische experten blijkbaar graag hanteren: wat wild om zich heen spuiten met allerlei medische weetjes en uitroepingstekens om op die manier verwarring te zaaien. Want niemand heeft om een punctie gevraagd. Het enigste wat Yvo zijdelings geopperd heeft in zijn medisch verslag is dat een vreemd lopende operatie, met aberrante bevindingen, aberrant vergeleken met de aanvankelijke diagnose die geleid heeft tot de operatie, een goed moment voor het uitvoeren van een biopt was. Om dan te beginnen roepen dat er een gevaar op het creëren van een fistel was, is gewoon ridicuul. Vooral ook als je je nog eens bedenkt dat blijkbaar volgens diezelfde ‘experten’ een operatie uitvoeren op een plaats waar zich mogelijks een kwaadaardig gezwel bevindt dan weer geen enkel gevaar constitueert. Want dat gevaar, die uitroepingstekens, veel meer dan twee, brengen ze nergens ter sprake.

En over het volledige en goed gestoffeerde medische weerwoord van Yvo gesproken, toch een wetenschappelijke en praktijkgebaseerde opinie van een professor/chirurg van een weliswaar ander universitair ziekenhuis, dat wordt met één zin aan de kant geschoven: “Dit verslag brengt geen nieuwe gegevens aan die aanleiding geven tot wijziging van de besluiten geformuleerd in het voorlopig verslag van het voorlopig verslag.” Eén zin van 24 woorden om een welgeformuleerd en doordacht medisch advies van zo’n 1,524 woorden te kelderen. Voor de aandachtigen onder ons staat er, hoe symbolisch, in die ene zin dan ook nog eens een joekel van een redactionele fout. Want het staat er écht zo hein: “… in het voorlopig verslag van het voorlopig verslag.” Zelf eens grondig het eigen definitief verslag herlezen is teveel gevraagd van die experten. Maar misschien doet het pijn aan de ogen om zoveel huichelachtigheid nog eens een keer door te nemen.

Als antwoord op onze kritiek dat Ilse Mombaerts als ‘somniteit’ (hun woord, niet het onze, want een normale mens weet niet wat het betekent), in onze taal als topspecialiste dus, een differentiaaldiagnose heeft gemist, krijgen we terug: “De internationale gekende en erkende expertise in dit domein van prof. Mombaerts wordt aangehaald om te beweren ‘dat zij dit zou moeten geweten hebben’ en dus ‘een fout heeft gemaakt’, kan je ook omdraaien: het feit dat zelfs Ilse Mombaerts niet gealarmeerd was door de casus van pt kan ook aantonen dat het hier geen uitzonderlijke casus leek en aanvullende beeldvorming voorlopig niet was aangewezen gezien wachttijd (NMR) , kostprijs (NMR, CT) stralingsrisico (CT) of gebrek aan accuraatheid (echo).” Ons punt natuurlijk zijnde dat het wel degelijk om een uitzonderlijke casus ging én vooral dat zij, als topspecialiste, dit net wél had moeten opmerken. Dat is net hetgeen dat verwacht wordt van een ‘wereldvermaarde’ topspecialiste. En dit zeker als een ‘gewone’ oogartse wel in staat is om de juiste differentiaaldiagnose te stellen. En nog meer zeker als er een doorverwijzingsbrief is die wijst op het risico van kanker.

Wat betreft de serie van opgelijste redenen waarom een scan volgens de experten op dat moment niet tot de mogelijkheden behoorde:

1. De wachtttijd op een NMR. Na al mijn ervaringen in mijn door toedoen van Gasthuisberg rijkelijk gevulde en gruwelijke ziektegeschiedenis kan ik gerust stellen dat een NMR of MRI nog niet echt moest. Een CT had ook volstaan, dank u. Bovendien is het vreemd om te vernemen dat de wachttijd om een NMR te maken ingeroepen wordt als reden om er geen te maken, terwijl dat ik vier (4! – zij uitroepingstekens, ik ook dan) maanden heb moeten wachten op een operatie die de verkeerde bleek te zijn. En die lange wachttijd lijkt voor de ‘experten’ dan weer helemaal geen probleem te zijn.

2. De kostprijs (NMR/CT). Zijn ze zot geworden om dit in te roepen als reden? Is mijn leven dan helemaal niets waard? Ben ik gewoon een vod die ge gewoon weg smijt in de grijze bak van de afvalophaling? Bovendien, hadden ze toen, zoals het hoorde, zoals het de bedoeling was, zoals Dr. Veys vroeg in haar doorverwijzingsbrief, een CT afgenomen, had de gigantische kostprijs van mijn behandelingen volgend op al het geklungel van Mombaerts nooit plaats gevonden.

3. Het stralingsrisico (CT). Wat zijn ze toch zorgzaam en voorzichtig, die experten. Want ja, dat had toch wel heel erg geweest, dat stralingsrisico. Vandaar dat ze nu om de drie maanden CT’s aan het afnemen zijn van mijn lichaam. Ik vraag me ook af wat het gevaarlijkst zou zijn: 1 CT-scan afnemen in 2018 of 25 CT-scans, 7 MRI’s en 5 PET-scans in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022? Want daar moet ik ondertussen ergens zitten opnieuw na al het geklungel van Mombaerts boven op die berg.

4. Gebrek aan accuraatheid (echo). Niemand heeft om een echo vraagt. Maar inderdaad, leuk weetje, dat is minder accuraat. Wordt vooral ook gebruikt om lymfe- en bloedvaatstelsel in kaart te brengen. Daarvan heb ik er ondertussen ook al een aantal achter de rug. En dan? Willen ze tonen dat ze in staat zijn de verschillende types van bestaande scans op te sommen? De PET-scan zijn ze dan wel vergeten. Of is het weer zo’n typisch medisch expertenspelletje om wat extra zand in de ogen te strooien? Zo van laat ons eens over iets totaal anders beginnen?

Onze klacht van schijn van partijdigheid – het Wit Paard, de ophtalmoloog-gerechtsdeskundige, die actief is in dezelfde praktijk als een van de raadsheren van de tegenpartij – wordt onontvankelijk verklaard met een verwijzing naar de eer van de betrokken experten. Op hun woord van eer hebben ze verklaard elkaar niet te kennen. En daarmee is de kous af. Zo simpel is het. Dat we daar niet aan gedacht hebben. Het is gewoon oneervol van ons om ook maar te durven stellen dat er mogelijks toch een probleem is.

Onze grote vrees dat de afwezigheid van een oogarts als raadsheer, afwezigheid bewerkstelligd door de onwil van al die gecontacteerde oogartsen om als raadsheer op te treden, door de heersende omerta binnen die club, tegen ons gebruikt zal worden wordt zonder enig tijdverlies bevestigd. Naar het einde van het document toe wordt gesteld: “Het ligt voor de hand dat meer waarde wordt gehecht aan het verslag van een oogarts dan dit van een gastro-enterologisch chirurg als het gaat om een specifiek oogprobleem.” Dit terwijl dat Yvo er net een punt van had gemaakt om duidelijk te verklaren dat hij geen gastro-entereloog is. Dat hij tal van wetenschappelijke artikelen over tumorale aandoeningen op zijn naam heeft staan. Ik zeg jullie, alles wat we zelf zeggen, zelfs dat van onze enige echte medische raadsheer, wordt gewoon straal genegeerd. Waarschijnlijk is het met ditzelfde gemak dat de dossiers bij dat vierkant draaiend Fonds voor Medische Ongevallen stuk voor stuk weggezet worden.

Hier moet ik een klein zijsprongetje maken om mijn verhaal af te maken. Net omdat ik vreesde voor deze zwakte aan onze kant, de afwezigheid van een oogarts als raadsheer, ben ik onlangs terug naar dr. Veys gegaan, de oogarts die mij in april 2018 doorverwezen heeft naar Ilse Mombaerts. Niet om haar te vragen medisch raadsheer te worden. Want dat kon juridisch gezien niet als betrokken partij. Maar omdat ze toendertijd duidelijk misselijk werd van wat er met mij gebeurd was ondanks haar doorverwijzingsbrief. En omdat ze toen gezegd had dat ze mij wel wilde helpen als ik ooit verhaal wilde halen. Om haar te vragen gewoon neer te schrijven wat toen haar gedachtengangen geweest waren tijdens mijn twee consultaties bij haar, wat zij toen vastgesteld heeft en wat haar verwachtingen naar ‘Professor’ Ilse Mombaerts toe waren toen ze mij doorverwees. Niets meer, niets minder. Zonder zelf ook maar enig oordeel te vellen over wat er later gebeurd is. Enkel en alleen al een korte weergave van dit alles leek mij minstens een gedeeltelijke compensatie voor onze ontbrekende oogarts-raadsheer. En eindelijk zouden op deze manier de misselijkmakende discussies en insinuaties stoppen of er nu al dan niet een bolletje naast mijn oog zat bij die daarop volgende consultaties in Gasthuisberg. Ik vreesde dat ze het niet ging doen. Omdat de belangen voor haar te groot zijn. Omdat die moloch boven op de berg met de vele hoofden zich op drie kilometer van haar kleine praktijk bevindt. Omdat ze zelf nog bij Ilse Mombaerts in opleiding geweest is. Toch heeft ze het gedaan. Toch iemand uit die medische wereld met integriteit en een verantwoordelijkheidsgevoel. In haar beschrijving van het verloop van de consultaties stelt ze nadrukkelijk: “Gezien een niet-pijnlijke, niet-geïnflammeerde zwelling met gevoelsstoornis ook wel zou kunnen passen bij een tumoraal proces, neem ik dit idee deze keer mee in mijn differentieel diagnose en stel daarom ook beeldvorming voor.” Maar ook deze ganse verklaring van dr. Veys wordt naar de prullenmand verwezen: “De verklaring van dr. Veys brengt geen nieuwe gegevens aan.” Zo staat het er. Voor de rest wordt er geen woord aan verspild. Net zoals de doorverwijzingsbrief lijkt het document zelfs niet te bestaan. Het wordt zelfs niet opgenomen in het definitief verslag. Alle andere documenten die we hen toegestuurd hebben wel, maar de verklaring van dr. Veys niet. Vreemd toch dat net dit document geen toegang heeft gevonden tot dit ‘definitief’ verslag.

En dat is het. Net zoals bij het eerste, voorlopige verslag van de medische experten d.d. 22/11/21 is er van een inhoudelijke reactie op al onze op- en aanmerkingen geen enkele sprake. Als dit het geroemde proces op basis van ‘tegensprakelijkheid’ is, dan trekt het gewoon op geen kloten. Iedereen mag wel zeggen wat zij of hij denkt, maar dat is enkel omdat wat zij of hij denkt totaal niet belangrijk is. Ze trekken zich d’r gewoon geen ballen van aan, die ‘experten.’

Net deze week verschijnen er in de pers artikels over een huisdokter die half verlamd is geraakt na een slecht geplaatste epidurale tijdens een bevalling. Na 10 jaar is er eindelijk een uitspraak gevallen in het proces dat ze aangespannen had tegen de anesthesist die de fout beging. Na 10 jaar wordt ze eindelijk in haar gelijk gesteld en gaat ze een aanzienlijke schadevergoeding krijgen. De kalvarietocht die zij echter in haar rolstoel heeft moeten afleggen om daar te geraken is gewoon hallucinant. Er zijn, stel je voor, zelfs privé-detectives op haar afgestuurd door die brave medische goegemeente annex verzekeringsmaatschappijen. Maar wat deze zaak vooral bijzonder maakt: zij zelf was en is nog steeds een medicus. Ze behoort dus tot de kaste van de witgeschelpten. Stel je dan eens voor in wat voor een positie dat niet-medici zich in een dergelijk proces rond medische fouten bevinden. De totale onmacht waarin die mensen zich bevinden. Zonder ook maar enige structurele hulp van wie dan ook. Structureel want buiten de vrienden en familie natuurlijk. Buiten de zelfgezochte advocaten. Buiten het eigen kleine netwerk dus. Zelf kan ik dit, jammer genoeg, alleen maar bevestigen. Ik kan er zelfs nog aan toevoegen de plaatsvervangende schaamte die je als slachtoffer ervaart. Eerst bij het vaststellen van wat er gebeurd is. Daarna bij het doornemen van al deze leugenachtige teksten die de waarheid verdraaien en het slachtoffer voor de zoveelste keer een afschuwelijk slecht gevoel geven.

De geneeskunde van de toekomst

Ongelooflijk, beste lezers, maar die pillen, die onnozele small molecules medicatie, lijken echt te werken! De druk in mijn achterhoofd is grotendeels verdwenen, ik begin me terug sterker te voelen en zelfs mijn libido lijkt terug in gang te schieten. En dat door 2 pilletjes ter grootte van een made met obesitas twee maal per dag in te nemen. Onvoorstelbaar eigenlijk.

“Ach zo, mijnheer heeft terminale kanker? Hier zè, neemt wat pilletjes.” Pilletjes! Wie had dat ooit gehad? Ik ga ze wel moeten innemen tot het einde van mijn leven. Maar aangezien genezen van die terminale kanker sowieso niet tot de mogelijkheden behoort, zal dat einde ook niet zó lang op zich laten wachten. Dus wat dan nog? Als ik nu maar kan leven, de dingen kan doen die ik wil doen, terug zin krijg in dit leven, terug een beetje kan dromen, verder vooruit kijken dan komende maand, dan is dat gewoon fantastisch.

Speciale pillen wel die dat cellen met specifieke genmutaties targeten en alleen de deze. Die er dus in slagen om enkel deze cellen, de kankercellen, lam te leggen of zelfs kapot te maken. Inhibitoren die die slechte cellen het leven onmogelijk maken zodat mijn leven langer kan duren. Die blijkbaar zelfs de gezwellen in mijn hersenen kunnen bereiken. Daar waar dat zelfs chemo, al die giftige chemische vloeistoffen die ook gezonde cellen belasten, niet geraakt. Op de follow-up scans afgenomen enkele weken geleden vonden ze niet alleen de vlekken op mijn lever niet terug maar bleken zelfs de verschillende hersentumoren een beetje verkleind. Hetgeen waarschijnlijk ineens de afgenomen druk in mijn hoofd verklaart. Waarschijnlijk want zelfs de oncologen vinden het vreemd dat ik al die tijd al last ondervond aan mijn hoofd. Als belangrijkste niet-bezenuwde onderdeel van het menselijk lichaam horen die hersenen totaal ongevoelig te zijn.

Vooraleer echter het trompetgeschal ingezet wordt om het grote nieuws aan te kondigen dat men hét wondermiddel tegen kanker heeft gevonden: voorlopig vindt men slechts bij 10% van alle kankerpatiënten dergelijke genmutaties die men met een gerichte therapie kan behandelen. Bovendien werkt het soms niet. Of zijn er teveel nevenwerkingen. De enigste waar ik last van lijk te hebben is vermoeidheid. Ik crash om de vijf voet om het even waar om het even wanneer. Ik eindig zo regelmatig in de zetel of in bed voor weer een uurtje of twee liggen in de armen van Morpheus. En het is zelfs niet duidelijk of het nu komt door de pillen of dat het mijn lichaam is dat na de helse strijd van de afgelopen maanden en jaren het begint op te geven of zich terug op te laden.

Maar dit alles betekent dus dat er nog heel wat mensen niet geholpen kunnen worden met dit type van medicatie. Ook zijn deze pillen nog niet vrij verkrijgbaar bij de apotheek of zo. Daarvoor bevinden ze zich nog te veel in een studiefase en zijn ook de productiekosten zelf nog veel te hoog. En ja hoor, in afwachting zal ik wel in het kader van een nationale studie even en vlotjes bewijzen dat je geen eierstokken moet hebben om voor deze pillen in aanmerking te komen. In weerwil van al die oubollige systeemstructuren zoals het riziv en die verwarde ziekenfondsen, die ergens onderweg vergeten zijn dat zij er zijn voor de zieke mensen en niet voor vadertje staat. Alle dankbetuigingen van toekomstige patiënten met teelballen zijn nu al in dank aangenomen.

Tegelijkertijd is het straf dat mijn kankercellen zelfs twee mutaties hebben. Alhoewel dat de oncologe dat niet zo uitzonderlijk acht en dat dat bij meerdere mensen voorkomt. Bijkomende onzekerheid is of niet één van die twee mutaties dominant is. Maar dat kan men voorlopig in de labo’s nog niet vaststellen. Je kan alleen maar hopen dat de pillen die jij krijgt bij jou werken. Hetgeen blijkbaar bij mij god zij dank het geval is. Willem zei zelf dat het de geneeskunde van de toekomst was. Dat wat hij deed en Yvo nu wel nog belangrijk was, levensreddend zelfs, maar dat dingen zoals deze pillen in de toekomst hun werk aanzienlijk zouden verlichten.

Blijft natuurlijk de grote vraag hoe lang dat dit gaat duren. Een oncoloog die mijn superoncologe verving wegens een weekje skivakantie wist me te vertellen dat het een beetje is zoals die bacteriën die mettertijd resistent worden aan antibiotica. Mijn kwaadaardige kankercellen gaan de komende weken en maanden ook verwoed op zoek naar manieren om die pillen te slim af te zijn. Eenmaal ze daar in slagen, wanneer ze zo’n resistentie opgebouwd hebben, zal het niet lang meer duren want dan kunnen ze weer ongestoord beginnen woekeren. Ondertussen hoop ik vooral dat alcohol geen negatieve invloed heeft op wat daar allemaal gebeurt onder mijn hersenpan en in dat antigifcentrum rechts vlak onder het middenrif. Een mens moet toch iets hebben om dit alles verder aan te kunnen.

Het spiegelende leugenpaleis

Omdat er ongetwijfeld lezers zijn die denken dat ik overdrijf of die vinden dat sommige van mijn statements overtrokken zijn, hierbij enkele voorbeelden van leugens die onverbloemd en genadeloos gebruikt worden tegenover medische slachtoffers zoals ik. En niet zo maar door onwetende en argeloze voorbijgangers, maar door onbevlekte en witgeschelpte medische specialisten, vertegenwoordigers van topinstellingen uit onze zorgsector, die dus heel goed weten wat ze doen.

In dit geval, in het geval van deze enkele voorbeelden, zijn ze alle afkomstig uit één medisch advies van één specialist, die de volgende ronkende titels draagt. Of eerder er zonder gêne mee pronkt want ze staan letterlijk allen, één na één, vermeld in de hoofding van het advies, op de eerste pagina, helemaal bovenaan, gecentreerd in het midden van het blad. Dus nog voor dat je ook maar iets hebt gelezen, word je al van je sokken geblazen door een windkracht 10 aan statutaire voornaamheid:

Prof. Dr. Huppeldepup

Geneesheerspecialist in de Anesthesie/Reanimatie, in de Urgentiegeneeskunde en in het Beheer van Gezondheidsgegevens; Geneesheerspecialist in de Verzekeringsgeneeskunde en de Medische Expertise; Zetelend lid Erkenningscommissie Verzekeringsgeneeskunde en Medische Expertise; Deeltijds bijzonder gastdocent Dept. Cardiovasculaire Wetenschappen KU Leuven; Geneesheer-Coördinator Kritieke Diensten ZOL-Genk; Master in de rechten; Master in de medisch-sociale wetenschappen en het ziekenhuisbeleid

Je zou dus verwachten dat iemand die zo’n karrevracht aan titels draagt, te veel om op te noemen voor één mens eigenlijk, een wel heel hooggeleerd en hoogbekwaam mens moet zijn met een moreel kompas om U tegen te zeggen. En dat als zo iemand iets zegt, het wel waar móét zijn. Ontegensprekelijk en onvermijdelijk. Niet dus.

Daarom, hieronder, zo maar uit de losse pols, ik moet zelfs niet zoeken, vier leugens rechtstreeks afkomstig uit zijn medisch ‘advies’ voorgelegd aan de Witte Koningin, de medisch experte van de burgerrechtbank. Vier leugens dus waarmee ik, als medisch slachtoffer, geconfronteerd word tijdens mijn moeizame zoektocht naar gerechtigheid, terwijl ik ondertussen al de afschuwelijke lijdensweg veroorzaakt door het geklungel van het UZ Leuven verder afwandel. Ik zal telkens eerst de leugen uit het medisch advies letterlijk citeren gevolgd door een korte uiteenzetting waaruit blijkt hoe onwaarachtig en vooral misselijkmakend ze is.

Leugen 1: “De versnelde volumetoename van de massa (nvdr naast het oog) werd reeds door de patiënt opgemerkt daags na de ingreep. Het is mogelijk dat door de rhino-osteotomie gecreëerd tijdens de DCR de sinonasale tumor is gaan buttoneren, en zich dus op deze manier sneller is gaan presenteren.”

Wat die laatste excuus-zin allemaal betekent (excuus-zin want de tegenpartij kan/wil niet toegeven dat er al iets naast mijn oog zat voor de operatie – ze hebben dus allemaal als zotten zitten drukken op iets dat niet bestond), laat ik over aan de medici, maar ik heb geen ‘versnelde toename’ vermeld daags na de ingreep. Ik heb, de dag van de ingreep zelf, tot mijn eigen verbazing, gemeld aan de assistente van Professor Ilse Mombaerts die de ontslagbrief van de ‘succesvolle’ operatie kwam brengen – want Hartenkoningin zelf kreeg ik op geen enkel moment te zien, noch voor, noch na de operatie – dat hetzelfde bobbeltje waarvoor ik nu al maanden bij hen in behandeling was nog steeds zat waar het voorheen zat. De ‘versnelde toename’ waarvan sprake heeft zich in de maanden nadien pas voorgedaan. Na de operatie dus. Toen het gezwel naast mijn oog letterlijk ontploft is en ik ondanks de vele noodsignalen en -kreten van mijn kant op geen enkel moment professionele hulp heb gekregen van de diensten onder de verantwoordelijkheid van Professor Ilse Mombaerts.

Leugen 2: “Wat betreft het tweede contactogenblik op 20-11-2018: Op dat ogenblik werd inderdaad een atypische dacryocystitis links vastgesteld. Er werd toen een nieuwe raadpleging voorzien teneinde beeldvorming en biopsie te kunnen aanvragen en dit voor een raadpleging op 29-11-2018. Op dat ogenblik ging het echter over een keerpunt: de zwelling was subjectief discreet afgenomen. Het was dus de bedoeling om nog een week te wachten teneinde beeldvorming en biopsie te kunnen aanvragen in functie van de evolutie.”

Dit zijn flagrante leugens. En ik kan het weten. Want ik stond toendertijd te roepen en te brullen om een beetje professionele hulpverlening die er maar niet kwam. Op geen enkel moment is er een nieuwe raadpleging gepland geweest voor verder onderzoek. Nog straffer: alle raadplegingen die zich voorgedaan hebben na de operatie hebben plaats gevonden op mijn initiatief. En op geen enkel moment heeft Gasthuisberg enige ernstige onderzoeksdaad voorgesteld, laat staan gesteld. Terwijl ik wanhopig stond te roepen in de woestijn, werd ik naar huis gestuurd met de boodschap “bel een keer terug als het pijn doet” of “hier, pak wat antibiotica” of nog later “hier, pak nog wat pure cortisone.” Verder dan dat ging de professionele dienstverlening van Gasthuisberg niet.

Leugen 3: “Paradoxaal genoeg kunnen wij dus stellen dat de ingreep uitgevoerd door professor Mombaerts de zeer zeldzame, niet te diagnosticeren tumor veel sneller aan de oppervlakte gebracht heeft.”

Het is hier dat mijn maag zich telkens weer binnenstebuiten keert. Nog steeds en nog net zo fel als een drietal jaar geleden toen ik voor de eerste keer deze zelfde stelling van deze zelfde specialist tegen kwam in de brief van MS Amlin, het formele antwoord op ons aangetekend schrijven d.d. 26/03/2019. Het is dus, volgens de medische specialist met de ronkende titels, dankzij de operatie van Gasthuisberg dat de tumor ontdekt is geweest. Ik moet eigenlijk dankbaar zijn aan Professor Ilse Mombaerts. Omdat het dankzij haar operatie is dat het kankergezwel naast mijn oog ontdekt geweest is. Want voor de operatie heeft niemand dat gezwel opgemerkt. Ik ook niet. Toen ik mijn zwembrilletje afzette en een bobbeltje voelde naast mijn oog, toen zat dat daar niet. Toen ik naar de oogarts in Winksele ging om dat bobbeltje te laten onderzoeken, toen zat dat daar ook niet. Toen ik nadien naar Gasthuisberg werd doorverwezen omdat dat bobbeltje niet weg ging ondanks zalf, ondanks druppels, toen zat dat daar nog steeds niet. Toen, in Gasthuisberg, het Wit Konijn en Hartenkoningin zelf, als gekken stonden te duwen op dat bobbeltje, zat dat daar niet. Daar zat niets. Ze zaten zo maar wat te duwen tussen mijn oog en mijn neus. Zo maar. Voor de lol. Alles was maar ingebeeld, Patrick. Een lange droom. Een droom die negen maanden lang geduurd heeft. Gevolgd door een nachtmerrie die nu al meer dan drie jaar duurt.

Leugen 4: “De vraag stelt zich dan ook of een snellere diagnostiek met 2 maanden een invloed zou gehad hebben op de behandeling. Alleszins is er geen enkel causaal verband met de verdere evolutie, aangezien hoe dan ook, na second opinion-advies op 07-12-2018, een biopsie uitgevoerd werd in Gent.”

Dus het feit dat ik wanhopig, als een dief in de nacht, ben moeten wegvluchten uit Gasthuisberg, die hydra van Leuven, naar het verre Gent, meer dan 70 kilometer van mijn woonplaats, om toch maar professionele hulpverlening te vinden, wordt nu tegen mij gebruikt? De tegenpartij stelt als tegenargument dat het dankzij die biopsie is, die biopsie van 7 december 2018, uitgevoerd door volkomen andere medici te Gent, dat de tumor eindelijk ontdekt is geweest en heeft het lef terloops te insinueren dat het dus allemaal nog wel mee zal vallen? Wat moet ik nu nog zeggen? Wat kan ik nog zeggen? Hoe moet ik als slachtoffer nog beschaafd reageren op zo’n brutaal statement? Met te verwijzen naar de oproepen in de pers en de media om zo snel als mogelijk je te laten onderzoeken door gekwalificeerd medisch personeel? Door te verwijzen naar de publieke wetenschap, afkomstig uit de medische wetenschappen zelf, dat je zo snel mogelijk d’r bij moet zijn, bij een kankergezwel? Dat het in mijn geval bijna een jaar geduurd heeft voordat ik eindelijk professionele hulpverlening heb gevonden en eindelijk de juiste diagnose gesteld is geweest in het AZ Maria Middelares te Gent? Nadat ik al maanden in behandeling was in Gasthuisberg??? Máááánden dus. Geen 2 maar 9 maanden om exact te zijn. Van het eerste telefonische contact in april tot ons afsluitend bezoekje aan Hartenkoningin in december 2018. Een lange periode waarin dan ook nog eens een foutieve operatie uitgevoerd is op een levensgevaarlijke plaats? Neen, stelt de medische specialist met de lange lijst van indrukwekkende titels zonder enige schroom. Er is geen enkel causaal verband tussen het geklungel van Gasthuisberg en de rest van mijn ziekteverloop. Tussen mijn maandenlange, voor mij bijzonder schadelijke avonturen in dat Wonderland boven op die berg en de vreselijke nachtmerrie waarin ik mij nu al drie jaar bevind. Want alles wat ik beleefd heb, heb ik, samen met de rest van de wereld, mezelf ingebeeld.

Ik moet onwillekeurig denken aan Rik Van de Walle, de rector van de Universiteit Gent, die enkele dagen geleden in het kader van grensoverschrijdend- en pestgedrag in het academisch milieu in alle eerlijkheid stelde dat er aan de universiteit een hiërarchische ‘machtscultuur’ bestaat die maakt dat de stront van beneden niet tot boven geraakt. Studenten en assistenten mogen nog zo veel klachten indienen als ze willen. De allesbepalende machtscultuur maakt dat de almachtige professoren ongestraft de meest schandelijke daden kunnen en blijven stellen. Ze mogen doen en zeggen wat ze willen. In zo’n systeem wordt machtsmisbruik onvermijdelijk. Wel, voeg aan een dergelijke machtscultuur, nog veel meer aanwezig, omnipresent zelfs, in die oerconservatieve Katholieke Universiteit van Leuven dan in Gent, de mateloze arrogantie van die diensthoofden van Gasthuisberg en het nietsontziende elitarisme van de Orde der Geneesheren toe en jullie krijgen een idee wat voor een windmolens dat hier zijn waartegen ik, klein strontje, zit op te tornen.

Medische slachtoffers bestaan niet. Zo simpel is het. Ze bestaan niet want wat ze vertellen is helemaal niet belangrijk. Medische slachtoffers worden aan de lopende band verpletterd en versmacht door een perfecte medische discours. Wat er echt gebeurd is, is hierbij niet relevant. Het enigste wat van belang is, is hoe het had moeten lopen en dus gelopen is. Om dit strict formalistisch doel te bereiken is zelfs moedwillig liegen toegestaan. Wordt wat er echt gebeurd is onder een waas van vertekeningen en misleidingen weggemoffeld. Niemand heeft er trouwens enige baat bij om te weten dat medische slachtoffers wel bestaan. Ze kosten gewoon veel geld voor niets. Ze worden best op staande voet afgevoerd samen met al het andere restafval. In de plaats van al dat zielig geweeklaag verheerlijken we de fantasmagorie van de onberispelijke medische wereld geleid door halve übermenschen met, om te compenseren voor dat ‘halve’, een ellenlange lijst aan titels op hun briefpapier. Dat is tenminste iets om naar op te kijken.

De grote bomenfinale

“Hoe is het nu eigenlijk afgelopen met die onnozel bomen, Patrick?,” is een vraag die ik niet echt voorgelegd krijg maar die enkelen onder jullie zichzelf misschien af en toe stellen. Daarom en om dat verhaal eindelijk af te sluiten volgt hier dan ook voor die enkelen het relaas van de bomenfinale.

Twee keer zijn we naar het kolossale Justitiepaleis in Brussel, het grootste, of toch minstens het hoogste, spiegelpaleis van het land, mogen gaan: een keer om naar het belachelijke verzoeningsvoorstel van de tegenpartij te gaan luisteren en een keer om ons tegenvoorstel te doen. Eindresultaat van dit ganse procédé: tick-in-the-box voor onze fantastische Justitie in ons moderne anglofiele jargon, pluim op de hoed in dat van de zeventiende eeuw. Weeral een rechtszaak voor de burgerrechtbank die ze via bemiddeling hebben kunnen oplossen. Als die burgers nu eens gewoon met elkaar zouden leren praten – ze gedragen zich echt als klein jong – zou dat toch allemaal niet nodig zijn? Dan zouden er ook niet zo veel rechtszaken aangespannen worden door al die vervelende zageventen. En zouden zij, de mensen van het gerecht, zich kunnen concentreren op wat écht belangrijk is. Zoals zware criminaliteit van migranten, bezoekjes aan belastingparadijzen door rechtschapen euromiljonairs en gefixte voetbalmatchen.

Wat vergeten wordt in deze voor Vrouwe Justitia vleiende retoriek is dat het in ons geval om een pure diefstal ging. Diefstal van onroerende goederen in de vorm van oude, tot 30 meter hoge bomen. Wat dus gegeven de aard van de overtreding op zich al als een strafklacht had moeten behandeld worden. Dixit ook de politie die onze klacht conform de te volgen procedures doorstuurde naar de procureur van Leuven. Dat die laatste echter plichtsverzuim pleegde en ons bij afwezigheid van ‘een specialist’ eenvoudigweg wandelen stuurde. En zo het failliet van de rechtsstaat in onze contreien wederom bevestigde. België, het land waar burgers zelf een proces moeten opstarten om diefstal aan te klagen. Het is niet de staat die hier voor rechtszekerheid zorgt. Het is hier aan de burgers zelf om dat te doen.

Wat ook verzwegen wordt in dat kortzichtig pleidooi voor betere communicatievaardigheden tussen de burgers onderling: de tegenpartij lachte ons uit in ons gezicht toen we onze aanklacht ingediend hadden. Waren bereid om een verwaarloosbare financiële tegemoetkoming te doen voor het ‘schrootafval’ van onze volgens hen toch al doodzieke en waardeloze bomen. Zelfs op het einde van de procedure bij de bemiddelaar gaf de tegenpartij nog altijd geen enkel teken van schuld-, of als dat teveel gevraagd is in deze zielloze tijden, enig verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfs toen nog zat een halsstarrige jongedame misnoegd en heftig neen te schudden en een wiskundig genie aan de overkant van de tafel zich te beklagen dat ze dan toch nog meer dan 85% van de totale kosten gingen moeten betalen. Kortom, zonder proces zouden we juist nougabollen gekregen hebben van die mensen.

Maar wat vooral ook nog verzwegen wordt: slachtoffers worden door Justitie zelf in dit land na alles wat ze al meegemaakt hebben verder onder druk gezet om nog extra toegevingen te doen aan de daders. Alsof zij verantwoordelijk zijn voor al die nutteloze tijd van die rechtbank. Toegegeven, dreigen met een beroepsprocedure die tot 4 jaar of zelfs meer extra gaat duren werkt bijzonder goed bij die verweesde slachtoffertjes. Want ik kan jullie verzekeren na een tijdje ben je al dat gezeik kotsbeu. Vooral de confrontatie met de meest ridicule tegenargumenten van een dader die niet in staat is zich te verplaatsen in een ander knaagt aan een mens. Vreet immens veel energie. Doet jouw geloof in de mensheid verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Om het nog erger te maken: waar dat je verwacht dat dergelijke manier van werken afgestraft zou worden, onder, ik zeg zo maar iets, een noemer als ‘belemmering van de rechtsgang,’ ziet Justitie daar geen graten in. Ge moogt de zotste dingen bedenken om toch maar uw eigen gelijk te halen. Zelfs als dit betekent dat zelfs van de kleinste mug een gigantische olifant gemaakt wordt. En op die manier een proces nodeloos en eindeloos gerekt wordt. Kijk maar naar dit onnozel bomenproces. Tussen het moment van de feiten en de uiteindelijke schikking zijn er 7 jaar verlopen. En dit dus voor een rij bomen waarvan de eigendom vastligt in twee proces-verbaals opgemaakt door twee verschillende beëdigde landmeters, eentje in 1992 en een tweede ter herbevestiging in 2018. Veel hallucinanter kan toch niet?

Maar ik hoor de believers ondertussen al weer afkomen: “Is er dan uiteindelijk geen gerechtigheid geschied, Patrick? Er is toch een schikking getroffen?” Wel, laat het me zo zeggen: de dreiging met een extra beroepsprocedure van nog eens vier of zelfs zes jaar werkt nog beter bij terminaal zieke mensen voor wie dat zelfs nog eens één keertje Nieuwjaar vieren al heel onwaarschijnlijk lijkt. Die dan ook nog eens medisch slachtoffer zijn. Die dus ondertussen nog een ander, veel belangrijker proces hebben lopen. Niet over enkele bomen maar over leven en dood. Voor wie dat geldnood ook niet langer een abstract begrip is. Alhoewel dat dit laatste in mijn geval niet zo nijpend is. Dankzij mijn studies en al het harde werk van de afgelopen dertig jaar heb ik god zij dank een functie waar mijn werkgever een hospitalisatie- en een inkomensverzekering voor voorziet. Maar stel je eens voor dat je dat niet hebt. Dan hadden we nu al ons huis kunnen verkopen. Of geld kunnen gaan vragen aan vrienden en familie. Want welke bank wilt nog geld lenen aan iemand die terminaal ziek is? Ik kan me niet voorstellen tot wat voor een drama’s dit bij sommigen van die medische slachtoffers moet leiden. Sterven terwijl de wereld zoals je hem kent rond jou instort en de verantwoordelijken, met de zegen van onze laffe goegemeente, hun handen in onschuld blijven wassen. Met de elitaristische en geldzuchtige Orde der Geneesheren als specialist manicure. De medische specialisten met hun sjieke villa’s en dikke wagens zelf staan d’r bij en kijken d’r naar. En doen niets. Of als ze al iets doen met hun witgewassen propere pollekes is het alles toedekken door gewoon te zwijgen of zelfs leugens te vertellen. Hoe gewetenloos kun je zijn?

“Maar er is toch die schikking Patrick?” Ja, er is een schikking maar stel je daar niet te veel bij voor. Waar dat de ridicuul lage schadebepaling door de expert van de burgerrechtbank neerkwam op een goede 2000 euro per boom, ontvangen we nu in finale na aftrek van onze eigen kosten nog een goede 1000 euro per boom. Natuurlijk recupereren we, in tegenstelling tot het voorstel van de tegenpartij, ook wel alle kosten die we zelf hebben moeten aangaan om überhaupt het proces te kunnen voeren. Zoals de deurwaarder inschakelen tot in Frankrijk om in totaal 8 verschillende tegenpartijen aan te kunnen schrijven. Maar vooral ook de fantastische expertise uitgevoerd door de bomenexpert van de rechtbank. Hij die ons zonder veel nadenken een bijzonder lage schadebepaling maar zichzelf een ruime schadeloosstelling toekende – aan het einde van de rit het equivalent dus van de helft van onze vijf gestolen bomen. In ruil daarvoor wel een lijvig rapport heeft opgemaakt door gewoon copy paste te doen van vooral onze bijdragen aan het juridisch steekspel van de tegensprekelijkheid. En onderwijl al onze opmerkingen straal negeerde of minimaliseerde. Zelfs niet de moeite nam om ze te weerleggen. Om dan als een echte tsjeef, om de kerk in het midden te houden waarschijnlijk, een compromisvoorstel uit zijn duim te zuigen door plots zonder ook maar enige grond te stellen dat de bomen toch niet in zo’n goede staat waren en, alhoewel de bomen duidelijk op één lijn stonden en onze eigendom op die manier afbakenden – het volstaat te kijken naar het gedetailleerde landmeterverslag onderaan – toch de bomen als zodanig niet te erkennen. Want zo luidde zijn redenering, de pure logica zelve: er was één boom die bijna honderd jaar was, een andere zeventig, nog ene zestig en twee andere vijftig. En, o ja, ook nog één kastanjeboompje van een jaar of tien. Het is maar dat jullie allen het weten: om op één lijn te staan en een eigendom af te bakenen moeten bomen op exact hetzelfde moment aangeplant worden en exacte dezelfde leeftijd hebben. Gelieve daarmee rekening te houden, vijftig, zeventig of desnoods honderd jaar later. Hetzelfde verhaal als dat inefficiënt Fonds voor Medische Ongevallen quoi: de parasieten van ons juridisch systeem vreten zich vet met behulp van datzelfde systeem terwijl de slachtoffers met een peuleschil tevreden moeten zijn.

3 februari 2022 – Ons kent ons midden in het Spiegelpaleis

Om 15u34 vandaag ontvang ik per mail het antwoord van de tegenpartij op onze repliek op het eerste, voorlopige verslag. Eerste vaststelling: deze keer smijten ze een Wit Veulen in de strijd. Blijkbaar is de oorspronkelijke oogarts die het eerste medisch verslag voor MS Amlin, de verzekeringsmaatschappij van Gasthuisberg/Ilse Mombaerts, had opgemaakt – dat verslag waarin de tegenpartij zelfs het lef had om te insinueren dat het gezwel dankzij de operatie van Hartenkoningin ontdekt is geweest – vervangen door een andere. Terwijl dat wij geen enkele oogarts vinden om ons te verdedigen, hebben zij blijkbaar een heel leger klaar staan en kunnen ze gewoon van de ene op de andere overschakelen. Als ik de nieuwe kandidaat-raadsheer opzoek op het internet ontdek ik dat het om een jongedame van zo’n jaar of 30 gaat en dat ze een gewone oogarts is ergens in een praktijk in het Limburgse werkzaam. Hetgeen haar er niet van weerhoudt om de repliek van Yvo, zelf een professor en oncologisch chirurg, denigrerend te omschrijven als “een knipsel van literatuurgegevens en internetbevindingen.”

Tweede vaststelling: de tegenpartij verandert niet alleen van medisch raadsheer alsof het niets is, ze verandert ook van geweer. Waar dat tot nu toe tegen mij, ook door Professor Mombaerts, altijd gesproken werd over een ontstoken traanzakje (‘dacryocystitis’ blijkbaar in dat pseudo-intellectueel medico-latino taaltje) beginnen ze nu ineens over een verstopt traankanaal (‘dacryomucocele’ ook blijkbaar). Waar dat de oftalmoloog-expert opgetrommeld door de Witte Koningin, het Witte Paard, op de installatievergadering/eerste zitting zelf nog met de 4 parameters voor een ontstoken traanzakje afkwam (dolor, calor, tumor en rubor), stelt de nieuwe oogartse nu zonder omwegen dat in het geval van een dacryomucocele dolor niet vereist is. Dat het vaak zelfs niet voorkomt want “inflammatie is niet gelijk aan infectie.” Hetgeen ook ineens de vraag doet rijzen of het Witte Paard het medisch dossier op zijn minst bekeken heeft voordat hij op de installatievergadering/eerste zitting verscheen en Professor Ilse Mombaerts, als ‘somniteit’, zonder aarzeling en enige vorm van schaamte vrijsprak van fout, nalatigheid of wat dan ook voor imperfectie. Dat Yvo, in zijn repliek hiermee al rekening heeft gehouden en zowel een dacryocystitis als een -mucocele uitvoerig als onvoldragen en voorbarige diagnosestellingen omschreven heeft, wordt totaal genegeerd. Net zoals dat tal van andere dingen opnieuw genegeerd worden. Het is alsof ze zich van de domme houden of gewoon doof zijn.

Zoals de doorverwijzingsbrief. De brief verwordt in het schrijven van de jonge oogartse tot een ‘suggestie’, die de suggestie van de dag in een doordeweeks restaurant niet overtreft qua belang. Het is nu zelfs al geen officieel document meer. Het is iets dat timide ingefluisterd wordt en door de Onbevlekte Hartenkoningin met een wuifgebaar van een van haar knokige handen afgewimpeld kan worden. Een beetje als een lastige vlieg.

Zoals onze opmerkingen gemaakt op de installatievergadering/eerste zitting en bij totale afwezigheid ervan in het voorlopig verslag nadrukkelijk herhaald in ons schriftelijk weerwoord. Ik blijf binnen bellen op 19/09/2018 met een klacht van roodheid terwijl ik gewoon binnen belde met de vraag of die ondertussen toch ernstig toegenomen veronderstelde traanzakontsteking volgens de regels van hun eigen medische wereld niet koud moest staan voor de operatie?

Er is ook nog steeds geen enkel causaal verband tussen alles wat er gebeurd is en vooral niet gebeurd is in Gasthuisberg en mijn nefast ziekteverloop. Dit alhoewel dat, waar dat de experten aangeduid door de rechter het nog hielden op maximum wat slechte communicatie van de kant van Gasthuisberg, de nieuw opgedoken medisch raadsheer van de tegenpartij hier plots stelt dat er slechts 9 weken verlopen zijn tussen het moment dat er ‘misschien’ iets is misgelopen in Gasthuisberg en de uiteindelijke operatie in het UZGent. En ja, want zijn nu 9 weken? Dat is maar een goede 2 maanden. Waar doen wij zo moeilijk over? Dat is toch niet zo belangrijk allemaal? Ah neen, vandaar natuurlijk dat overal en systematisch, op de radio en op de TV, in de kranten en zelfs op die sociale media tegenwoordig, Belgische burgers opgeroepen worden om zich zo snel als mogelijk te laten checken op verdachte gezwellen of vlekken. Wat ook weer betekent dat de diagnose op 1 juni 2018 en de operatie op 26 september 2018 nog steeds als rimpelloos verlopen worden voorgesteld. Terwijl het bobbeltje waarvoor ik naar Gasthuisberg doorverwezen werd, nog steeds zat waar het al zat sinds het begin van het jaar en ik dus al een jaar aan het wachten was op professionele hulp. Een jaar wachten is dat dan soms wel erg, oogdoktertje van mijn voeten?

Verder blijkt dat ze niet alleen een specialist in oogheelkunde is maar ook in de psychologische wetenschappen. Zo stelt ze groothartig bij aanvang dat “ze begrijpt dat dhr. Hoskens een zeer ernstige diagnose heeft gekregen, dewelke de nood naar het zoeken van ‘een schuldige’ bevordert.” Alhoewel goed gevonden, schort er wel het een en het ander aan deze effe-doen-alsof-dat-we-meeleven-stelling. Zo gaat het bij ons niet om het blind zoeken van een schuldige, maar zijn er genoeg concrete aanwijzingen die aantonen dat Professor Ilse Mombaerts een verpletterende verantwoordelijkheid draagt in het verloop van mijn ziekte. 

Na al die cursussen inlevingsvermogen gaat het Wit Veulen nog een stap verder: als reden voor de afwezigheid van een differentiaaldiagnose, zelfs in de medische dossiers, stelt de oogartse zonder omwegen dat dit is “omwille van de mogelijke inzage door de patiënt, met de bedoeling geen onnodige ongerustheid te wekken.” Wat is de waarde van die medische dossiers dan nog? En een on-line platform als Cozo? Een digitaal spiegelpaleis volgestouwd met nietszeggende en halfslachtig uitgewerkte dossiers? Moeten wij het daarmee stellen? En zijn dit dan de nota’s geschreven ‘in tempore non suspecto’ waarop de gerechtelijke experten nu terugvallen?

Bovendien worden wij, patiënten, toegang tot de dossiers of niet, nog altijd behandeld als kleine kinderen die niet in staat zijn om om te gaan met slecht nieuws, die beschermd moeten worden tegen zichzelf. Als één van die vele patiënten kan ik alleen maar voor de zoveelste keer zeggen dat zo’n stelling gewoonweg wraakroepend is. Dit paternalistisch argument wordt, samen met de privacy van het medisch dossier, steevast ingeroepen ter ‘bescherming van de patiënt tegen derden,’ systematisch en ongegeneerd door diezelfde medici gebruikt tegen de patiënten zelf. Samengevat de positie van de oogartse: ze mogen de patiënten niet ongerust maken maar wel een onvolledig dossier aanmaken en een foute diagnose opstellen.

En het wordt nog erger: “Te hoge verwachtingen van het heilzame effect van een vroegere diagnose blijken regelmatig een belangrijke bron voor het aanspannen van rechtszaken.” Opnieuw komt die onverwachte specialisatie in de psychologische wetenschappen om de hoek kijken. Daarom even duidelijkheid scheppen: mijn verwachting was dat ik in Gasthuisberg in goede handen was; dat men daar zorgvuldig en zorgzaam met mijn lichaam en mijn leven zou omspringen. Dit lijkt mij alvast geen “te hoge verwachting.” Maar ook dit is niet wat er gebeurd is te Gasthuisberg. Dat is net het probleem en dat is onze aanklacht.

Waarna het betoog van de oogartse helemaal verzand in totale verwarring. Want wat blijkt? Naast het kleine traanzakje, vormt de tijdens de operatie te Leuven vastgestelde afwezigheid van “atrofische neusmucosa (pus, slijmen, vieze rommel) niet alleen in het traanzakje maar ook in het os lacrimale, voorste ethmoidcel of neusholte (net zoals jullie, lezers, ben ik al lang de weg verloren)”, al een tweede teken dat de diagnose opgesteld door Mombaerts helemaal niet klopte. En toch werd ik de dag nadien, op 27/09/2018, naar huis gestuurd met een ontslagbrief waarin stond dat alles perfect verlopen was! Zonder enige info over de aberraties of op zijn minst vreemde vaststellingen tijdens de operatie. Integendeel. Als ik in het ziekenhuis kloeg over het nog steeds op dezelfde plaats aanwezig zijn van het bobbeltje, kreeg ik te horen dat dit ongetwijfeld nog een restant van een ontsteking was en wel vanzelf weg zou gaan.

En niet alleen dat. De afwezigheid van die ‘neusmuscosa’ doet de oogartse zelfs wanhopig vragen: “Waarvan moest Professor Mombaerts dan een biopsie genomen hebben?” Als wedervraag zou ik hier willen stellen aan de fantasmagorische experte waar dat al die oogartsen tijdens al die consultaties, inclusief Professor Mombaerts, als halve maniakken, op hebben zitten duwen? Op iets in de leegte? Iets dat dus niet bestond? 

Normaliter was deze blog post vandaag hier gestopt. Maar de beker moet in dit apenland door medische slachtoffers tot op de bittere bodem leeggedronken worden en dus ook door jullie, lezers van mijn onwezenlijke en akelige blog. Terwijl ik nog wat verder op google zit te snuisteren, ontdek ik dat er nog een andere website is waar de nieuwopgedoken medisch raadsheer actief is. Hier bevindt zich echter wel geen foto van haar. In de plaats daarvan verschijnt er een uitgehold, wit, vrouwelijk figuurtje met haar naam naast. Misschien dat ze nog geen tijd heeft gehad om een foto in te leveren, polyvalente bezige bij als ze is? Maar wanneer ik dan naar beneden scroll op dezelfde site bots ik plots op een andere foto van een bekende onbekende. Deze oogarts kijkt mij deze keer rechtopstaand aan, niet langer onderuitgezakt, achteroverleunend in zijn zetel, met een imaginaire pijp in zijn handen. Maar een misverstand is niet mogelijk: het is wel degelijk het Witte Paard.

Het begint weer allemaal te tollen in mijn hoofd. Ik wrijf nog eens goed in mijn ene overblijvende oog en loer dan nog eens stiekem naar de foto om dan mijn hoofd vol walging af te wenden. “Wat is me dat hier voor een circus allemaal zeg?,” gilt die kleine Alice weer door mijn hoofd terwijl ik vol ongeloof keihard aan mijn haar begin te trekken. Die nieuwe oogartse, die dit antwoord van de tegenpartij heeft geformuleerd, werkt in dezelfde oogartsenpraktijk als het Witte Paard? Sorry? Wacht. Laat ons de vraag herformuleren. Dus: de nieuwe medisch raadsheer van de tegenpartij en de oftalmoloog-expert aangeduid door de rechtbank, werken fysiek samen op dezelfde plaats, als collega’s in een of andere oogkliniek? Klinkt dit beter? Ontmoeten elkaar regelmatig ergens in de verre Kempen, zitten naast elkaar in teamvergaderingen, spelen padel samen op het halfjaarlijkse team event, vieren collegiaal Nieuwjaar met een glas champagne in de hand? Ze hebben het misschien afgelopen Kerstmis nog gedaan? Terwijl wij ons probeerden recht te houden voor de kinderen? Zelf voelde ik me al verveeld en gedwongen verkeerd bezig omdat bij afwezigheid van een oftalmoloog die ons de dienst wilt bewijzen een vriend van mij verplicht is om als medisch raadsheer op te treden. Maar vergeleken met wat er hier gebeurt – medisch raadsheer tegenpartij en gerechtelijk expert werken samen onder één dak (ik zeg (nog) niet onder één hoed) – is dat maar klein bier qua belangenverstrengeling, niet?

Daarom, voor die mislukte psychologe daar, die zoveel belang hecht aan het welzijn van haar patiënten: heilige boontjes zoals jou lachen ons uit in ons gezicht. Zo ervaar je dit alles als patiënt. Jullie luisteren niet eens naar wat het slachtoffer zelf zegt. Jullie verkondigen jullie theoretische modelletjes en verbergen jullie voortdurend achter hoe het had moeten geweest zijn. Hoe het effectief geweest is kan jullie niets schelen. Leren uit jullie eigen fouten interesseert jullie niet. Het Spiegelpaleis blijkt vol te staan met spiegels die niet reflecteren. En als ze wel een reflectie geven, zijn het lachspiegels waarmee je enkel kunt wenen. En dan die brutale arrogantie van de macht waarmee jullie opnieuw dit alles doen. Jullie nemen zelfs niet de moeite om de schijn van een eerlijk proces hoog te houden. Hoe lelijk kun je zijn? Of neen, wacht, vergeef mij mijn verschrikkelijke onbeleefdheid, ik was even vergeten dat jullie boven al dat profaan gedoe van vriendjespolitiek en mogelijks zelfs collusie staan. Jullie zijn geen mensen. Jullie zweven verheven en onthecht boven al die lelijke en al te menselijke dingen. Net zoals de engelen. In datzelfde onbevlekte wit. Terwijl de slachtoffers thuis in alle stilte creperen. Slachtoffers die voor jullie zelfs niet bestaan. Want, oeps, sorry nogmaals, ook nog vergeten: jullie maken geen fouten. Laat staan dat jullie ze zouden verdoezelen.

11 januari 2022 – Het begin van het einde

Moderne magie in een potje

Dit zijn ze dan. De pillen die mijn leven nog zo lang mogelijk moeten rekken. Vanaf nu hangt mijn leven echt aan een zijden draadje. Een zijden draadje gevormd door dit relatief nieuw type van kankermedicijnen. Relatief want ze bestaan blijkbaar toch al een jaar of twintig, maar zijn hier in België nog steeds in studiefase. En toch nieuw want ze vervangen in mijn geval chemo én bestralingen. En zeg nu zelf, als je de keuze hebt tussen plat gespoten worden met chemische vloeistoffen, dodelijk voor álle sneldelende cellen in je lichaam, ook de gezonde (been there, done that*), en goede oude Marie Curie-achtige X-stralen die wel met een soort van hypermodern laserkanon op je ganse hersenpan losgelaten worden, zodat je af en toe niet meer weet wat je daarjuist nu weer aan het doen was (been there, done that**), of, of, enkele pillen nemen elke dag, wat zou jij dan kiezen? Ik denk dat je keuze snel gemaakt zal zijn.

En waarschijnlijk nog sneller dan mezelf als ik er nog aan toevoeg dat ze ‘small molecules’ noemen omdat ze, eenmaal opgelost in je lichaam, zo klein zijn dat ze zelfs in slechts enkele micrometers grote lichaamscellen kunnen binnendringen en daar heel specifieke genmutaties aanvallen. Genmutaties die eigen zijn aan de kankercellen. Wat dus ook ineens wilt zeggen dat het een heel gerichte behandeling is in tegenstelling tot chemo en bestralingen. Dat zijn wat ze noemen ‘systeemtherapieën’ omdat ze het ganse lichaam aanvallen en dus belasten. Ook de gezonde stukken. Terwijl dat dit nieuwe type van medicatie dus enkel cellen met zo’n specifieke genmutatie, en dus in principe enkel de kankercellen, aanvalt. Nu hebben jullie nog sneller beslist niet? Ik in ieder geval wel.

Blijft alleen het probleem dat de pillen nog moeten ‘aanslaan.’ En liefst zonder ernstige bijwerkingen. Aanslaan want dat ze gaan werken kan niet gegarandeerd worden. Vandaar dat Sylvie Rottey, mijn superoncologe, binnen twee maanden al een nieuwe MRI van mijn hersenen wilt laten maken om er zeker van te zijn dat de pillen toch hun werk doen. En zo niet, toch opnieuw bestralingen te laten uitvoeren voordat het helemaal geen zin meer heeft; voordat de verschillende hersentumoren al te ver gevorderd zijn. Hersentumoren die, wonder boven wonder, ondanks de fameuze bloed-hersenbarrière, dat vlies rond de hersenen dat als een streng bewaakte grensovergang illegale migranten en stoffen tegenhoudt, toch ook door deze nieuwe medicatie aangepakt zouden kunnen worden. Omdat enerzijds die small molecules zo klein zouden zijn dat ze zelfs door die fijnmazige barrière kunnen geraken, wat bijvoorbeeld chemo totaal niet kan. En anderzijds omdat er in de grensmuur zelf door de vorige WBRT-John Peel-sessions zoals bij Emmentaler- of Leerdammerkaas al wat gaten zouden zitten.

En bijwerkingen, tja. Als je de lijst aan mogelijke bijwerkingen doorneemt, heb je nog zo weinig zin om die pillen in te nemen dat je ze stilletjes van je wegschuift. Maar als ervaringsdeskundige ondertussen kan ik zo’n lijst, hoe verontrustend ook, redelijk goed relativeren. Na het aanhoren van de lange lijst aan mogelijke bijwerkingen van de chemotherapie meer dan twee jaar geleden had ik ook al de neiging om weg te lopen. Goed dat ik het toen niet heb gedaan want bij mij vielen ze achteraf gezien mee. Alhoewel dat niets mij kan garanderen dat dat deze keer ook zo zal zijn. Het blijft gewoon allemaal op hoop van zegen.

Het is wel een andere soort van pillen dan aanvankelijk gezegd. Toen werd er gezegd dat ze een ‘Check-2-mutatie’ ontdekt hadden in mijn tumoren. Daarom werd er toen voorgesteld om een product genaamd Afatinib te nemen. “Ondertussen is deze studie echter stopgezet en is het medicament niet langer beschikbaar,” verklaart Professor Rottey. Gelukkig hebben ze ondertussen nog een andere, tweede mutatie in mijn tumoren ontdekt genaamd BRCA1. En daarvoor bestaat er nog een ander medicament in studiefase genaamd Olaparib. Dit is het medicament dat ze mij nu voorstelt. Het grappige is wel dat het oorspronkelijk ontwikkeld is geweest voor eierstokkanker. Één van de bedoelingen van de lopende studie is, als ik het goed begrijp, aantonen dat dit medicament net zo geschikt is voor mannen als vrouwen. En dat niet geslacht maar een unieke genmutatie de doorslaggevende factor is voor het succes ervan. Niet dat het mij verwondert, maar ook onze medische instellingen, ziekenkassen en Riziv, zijn al net zo ouderwets en achterhaald als justitie en al die andere instellingen van dit land. Ze zitten zelf nog volledig vast in de klassieke tweedeling tussen mannen en vrouwen. Kijk maar naar het gemak waarmee vrouwen zelfs in de rechtbank zelf – of all places – verantwoordelijk gesteld worden voor het wangedrag van de klootzakjes. In deze ‘Me Too’-tijden gaat mijn casus dus helpen bij het slechten van de eeuwenoude kloof tussen mannen en vrouwen. Met twee dochters op deze wereld kan ik alleen maar verheugd zijn om op deze manier bij te dragen aan het verder afbreken van deze simplistische tweespalt van het menselijk geslacht.

Twee keer per dag twee pillen. Best na het eten. Een keer ‘s ochtends en een keer ‘s avonds. Met ongeveer 12 uur er tussenin. Zodat ze 24/24 7/7 werkzaam zijn. Dat zal mijn lot zijn, in het beste geval, tot dat ze niet meer werken; hetgeen dan weer kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren. En dan zal het zo goed als gedaan zijn met mij. Misschien staat er mij dan nog een beetje palliatieve chemo te wachten. En nog wat bestralingen. Maar het hek gaat tegen dan van de dam zijn en de woekerende kankercellen gaan niet meer te controleren zijn: er zal geen stoppen meer aan zijn. In alle andere, nog slechtere scenario’s zijn er tal van variaties denkbaar: de bijwerkingen zijn toch te erg en dus moeten we stoppen, de medicatie slaat niet aan en dus vallen we terug op chemo en bestralingen, de hersentumoren verkleinen niet en dus stoppen we om terug te bestralen, enz… Maar daar gaan we nu even niet proberen aan te denken. We gaan proberen te genieten van de tijd die ons nog rest. En we gaan vooral hopen. Hopen dat het lukt. Én dat het lang duurt.

Maar vraag me niet om niet langer boos of kwaad te zijn, vraag me ook niet om ‘gewoon’ te genieten van de tijd die me nog rest, om verheven en vergevingsgezind boven alles wat er gebeurd is te staan, of om er net zo berustend en vredevol mee om te gaan als Stijn Depaepe, de zalige huisdichter van De Morgen, die ook al terminaal ziek is. Dat kan ik niet opbrengen. Ik sterf dan ook niet aan kanker. Ik sterf aan de onvoorstelbare onkunde en mateloze arrogantie van een diensthoofd van dat zielloze en al even arrogante Gasthuisberg.

30 december 2021 – Walrussen zijn ook maar mensen

Op Kerstdag zijn we met ons vieren naar Le Crotoy in de baai van de Somme gereden. Een Noord-Frans vissersdorpje dat de afgelopen 20 jaar fel veranderd is maar toch nog altijd veel authentieker aanvoelt dan het bourgeois stadje annex jachthaven aan de overkant van de baai. Het is zo’n beetje het jaarlijkse bedevaartstripje van de familie geworden. Voorafgegaan, als het enigszins kan, telkens opnieuw, met een kort bezoek aan de imposante vroeg-gothische abdijkerk van Saint-Riquier. Zelf tegenwoordig een dorp van amper enkele honderden zielen, maar met op het centrale pleintje een abdijkerk uit vervlogen tijden met een indrukwekkend voorportaal in flamboyante gothiek.

Gelukkig lukte deze keer onze trip naar Le Crotoy wel ondanks de gesel genaamd Corona. Je kan er, weer of geen weer, prachtige wandelingen maken. Zelfs in de gietende regen blijft het zicht keimooi. En vooral overal is er diezelfde kleur, de kleur van de Noordzee: dat grijsblauwe van lucht, water en zand. Voeg daar nog het magische licht van de kust aan toe en de belevenis wordt uniek. Niet voor niets was dit de plek waar Jules Verne “Twintigduizend mijlen onder zee” schreef. Alles dat je ziet baadt in diezelfde sombere en door het flirtende, magische kustlicht toch hoopvolle kleurschakeringen. In die mate zelfs dat waar het zand eindigt, het water begint, de lucht aanvangt, nooit echt duidelijk is.

En dan is er nog het hotel Les Tourelles. Een door een grote groep Brusselaars in de jaren ‘70 gekocht en opgeknapt oud herenhuis, of eerder landhuis, hoog boven op de oever. De kamers zijn absoluut niet duur. Waarschijnlijk nog een gevolg van het in collectief bezit zijn van meerdere families: in de overeenkomst met de uitbater moet ergens staan dat de kamers betaalbaar moeten blijven. Het is alleen moeilijk om er binnen te geraken want het is bijzonder populair. Vanuit de kamers aan de voorkant kijk je uit op de baai. En de gezellige bar is ook een genot om te zitten, en weer weer of geen weer. Met waarschijnlijk door de Belgische achtergrond van de eigenaars van het hotel een ruime keuze aan Belgisch bier, zoals Karmeliet van ‘t vat. Normaliter gaan we enkele dagen op bedevaart ergens in de lente, tijdens de Krokus of de Paasvakantie. Maar omdat het door Corona niet gelukt is verleden jaar, hebben we nu de Kerstperiode al uitgekozen voor ons bezoekje. Les Tourelles is natuurlijk volzet. Dus hebben we zo’n piepklein vissershuisje met twee slaapkamers geboekt via AirB&B.

Op de voorlaatste dag heb ik het in de kleine zitkamer verteld aan de kinderen van de resultaten van de laatste scans. Maar op een positieve manier. Met de nadruk op de nieuwe behandelingen die ze sowieso zullen opstarten in UZGent eerder dan op wat dit allemaal concreet betekent. Niet omdat ik me zo positief gestemd voelde maar eerder omdat ik hen niet opnieuw aan het wenen wilde brengen. Een mens kan veel aan maar niet alles. Het nieuws passeerde dan ook beter dan verwacht. Geloof in de wetenschap hebben die twee monsters van ons alvast al meegekregen. In deze Coronatijden is dat blijkbaar ook al iets om trots op te zijn.

In Le Crotoy herlees ik opnieuw de repliek van Yvo op het voorlopig verslag van de experten. Het blijft indrukwekkend. Met referenties en al bevestigt hij wetenschappelijk onderbouwd mijn eigen bevindingen gebaseerd op de spoedcursus geneeskunde die ik de afgelopen drie jaar tot mijn scha en schande aan den lijve heb moeten ondergaan: dat de gevoelloosheid van dat bolletje naast mijn oog genoeg reden had geweest moeten zijn voor verder onderzoek. Dat dit niet doen, zeker in combinatie met dan ook nog eens een doorverwijzingsbrief waarin expliciet op het gevaar van kanker gewezen wordt, een pure nalatigheid constitueert.

Op 28 december, terwijl wij terug van Picardië naar huis aan het rijden zijn, en dus twee dagen voor de nieuwe absolute deadline, stuurt de Walrus de eerste versie van zijn antwoordnota door. En het moet gezegd: ze mag er zijn. Ze is bijzonder uitvoerig en bevat praktisch al mijn kritische bemerkingen. Bovendien wijst hij nadrukkelijk op het totaal afwezig zijn in het voorlopig verslag van alles wat er besproken geweest was op de installatievergadering. Inclusief de dissonanties tussen mijn ziektebeeld en wat zich normaliter voordoet bij een ontsteking van een traanzakje. En dat dus, zo eindigt hij, de afwezigheid van een differentiaaldiagnose een ernstige tekortkoming is geweest in de behandeling van Ilse Mombaerts.

De dag daarop doet hij er nog een schepje bovenop. Hij voegt aan zijn antwoordnota nog een sectie toe over de informatieplicht waarin Ilse Mombaerts als geneeskundige ook al schromelijk gefaald heeft door het risico op kanker zelfs niet ter sprake te brengen. En enkele referenties naar andere gerechtszaken om onze stelling te rechtvaardigen dat mijn ganse medische behandeling in Gasthuisberg op meerdere fronten gekenmerkt is geweest door medisch nalatig handelen.

Ik was mijn vertrouwen in de Walrus volledig kwijt geraakt. Maar in deze meritocratische samenleving heeft men niet alleen een penurie aan gekwalificeerde ophtalmologen gecreëerd. Toch als je op zoek bent naar echte medische zorg van ogen en aanverwanten. Als het is om wat ogen te krassen staan ze in een lange rij klaar om voor veel geld een heel eenvoudige en in essentie puur esthetische operatie uit te voeren. Ook advocaten gespecialiseerd in medische fouten zijn bijzonder dun gezaaid in dit land. Het vergt een zeldzame combinatie van competenties en frustratietolerantie die zelfs die lethargische advocaten amper kunnen opbrengen. Bovendien is het door het gebrek aan een correcte regelgeving en de belangenverstrengeling van alle betrokken partijen iets tussen burger-, straf-, vennootschaps- en verzekeringsrecht in.

Vertrekkende van deze antwoordnota zal ik dan ook maar verder doen met de Walrus. Hij heeft er in ieder geval veel tijd en moeite in gestoken. Hij stelde ronduit dat hij nog nooit eerder een nota van meer dan 17 bladzijden heeft ingediend. Om zijn punt kracht bij te zetten, voegde hij er nog aan toe: “Dat is langer dan sommige besluiten voor de rechtbank.” Bovendien vind ik dat alle creatieve mensen recht hebben op enig respijt als het gaat over time management en het voldoen aan administratieve verplichtingen. En op zijn minst heeft hij toch al wat empathie met mijn vreselijk lot getoond. Net zoals dat de Walrus van Carroll met tranen in de ogen zijn medeleven uitsprak met de oesters voor hij ze smakelijk in zijn eigen mond stak.