Het is alsof pech mij op alle fronten blijft achtervolgen. En deze keer bevindt één van de boosdoeners zich zelfs in mijn eigen kamp. Op 22 november hebben we het gratuite voorlopige deskundige verslag ontvangen van de door de rechtbank aangeduide medische experten, de Witte Koningin en het Witte Paard. Het is niets meer of minder dan een openlijke poging om mijn ganse afschuwelijke lijdensweg onder drie lagen beton en een dik tapijt te steken. De voorlopige conclusie luidt: Mombaerts heeft zorgzaam gehandeld want ze heeft het klassieke proces van een ontstoken traanzakje gevolgd. Dat er tal van afwijkende, abnormale vaststellingen plaats vonden binnen dit klassiek proces wordt hierbij totaal genegeerd. Vorm primeert op inhoud. De beslissing lag duidelijk al vast nog voor de zitting zelf plaats vond. En er werd zelfs al mee gedreigd om alles bij die ene zitting, die installatievergadering die uiteindelijk al een zitting bleek te zijn, te houden. Case closed. Zoals daar aangekondigd geeft de Witte Koningin ons drie weken om ons weerwoord in te dienen. Drie weken, dat betekent dat we ten laatste vandaag ons antwoord moeten indienen. En we halen deze deadline niet.
Want ondanks dat deze zaak al sinds meer dan een jaar loopt hebben we nog steeds geen medisch raadsheer om onze zaak te verdedigen tegenover een uit de kluiten gewassen medisch instituut als het UZLeuven, algemeen gekend onder de naam Gasthuisberg, een diensthoofd van ditzelfde gigantische ziekenhuis, professor van de KULeuven en MS Amlin, een heuse multinational, wereldwijd actief als verzekeraar van medische ongevallen. En wij hebben zelf geen medisch raadsheer. Zelfs niet ene.
De oorzaak hiervan is ongetwijfeld velerlei, maar één van de belangrijkste is het falen van mijn eigen advocaat gespecialiseerd in medische fouten. Wat niet betekent dat ikzelf volledig vrijuit ga. Daarom zal ik beginnen met alvast mijn eigen aandeel aan te geven. Ik had gehoopt dat de oogarts die mij, de vluchteling van Gasthuisberg, superprofessioneel opgevangen had in het AZ Maria Middelares te Gent, mij in dit proces zou willen vertegenwoordigen. Omdat hij al vertrouwd was met mijn ziektegeschiedenis, omdat hij zo professioneel handelde toen ik wanhopig bij hem binnen viel en ik hem daardoor volledig vertrouwde. Probleem: al tijdens een telefoongesprek een jaar of twee geleden bleek dat hij dat niet zag zitten. Dat hij enkele keren aan zo’n zaken had meegewerkt en het resultaat steeds teleurstellend geweest was. Maar dat hij eventueel nog wel wat support, op de achtergrond, zou kunnen geven. Een leidende rol op zich nemen zag hij echt niet meer zitten.
Dus toen we ergens in juni 2020 samen zaten – dat wil zeggen, mijn advocaat medische fouten, mijn advocate bomen die hem gevonden had en ikzelf – om de rechtszaak tegen Gasthuisberg en Mombaerts voor te bereiden, heb ik gecommuniceerd dat de oogarts van het AZ Maria Middelares het ene wel wilde doen maar het andere niet. De dagvaarding werd uiteindelijk pas verstuurd op 17 maart 2021, alweer bijna een jaar later. Nog altijd was er voldoende tijd om een medisch raadsheer te vinden. Tegen dat de eerste zitting zou plaats vinden, zouden er nog ettelijke maanden voorbij gaan. En als advocaat gespecialiseerd in medische fouten was het aan hem om een medisch raadsheer te zoeken en te vinden. Ieder zijn verantwoordelijkheid, niet?
Niet dus. Op de installatievergadering op 21 oktober blijkt dat we nog altijd geen medisch raadsheer hebben. “Maar dat is niet zo erg,” zegt mijn advocaat gespecialiseerd in medische fouten voorafgaandelijk aan de vergadering, “want op zo’n installatievergadering wordt de medische problematiek niet of toch niet uitvoerig besproken.” Blijkt alleen dat het niet gewoon een installatievergadering is, maar dat het eigenlijk al ineens de eerste en mogelijks, zo kondigt de Witte Koningin op het einde aan, zelfs de laatste en dus enigste zitting wordt. We worden dus koudweg en onvoorbereid op snelheid gepakt.
Niet dat het mij zou moeten verbazen dat dit alles zo verloopt. Op de installatievergadering zelf zitten onze advocaat en de advocaat van Mombaerts/Gasthuisberg broederlijk naast elkaar. Zoals onze advocaat al aangaf vlak voor de vergadering kennen ze elkaar goed. Ze hebben al op meerdere zaken samen gewerkt maar dan wel meestal tegen elkaar. Ze zijn poeslief voor elkaar. Om te vermijden dat het opvalt kijken ze elkaar amper aan. Het is waarlijk een kleine wereld, die wereld van medische fouten. En is het door de Witte Koningin of het Witte Paard of beiden, maar op een bepaald moment kan ik me niet van de indruk ontdoen dat daar de Walrus en de Timmerman naast elkaar zitten. Nog twee archetypische figuren uit het tweede Wonderlandboek van Lewis Carroll, Through the Looking Glass, die vooral gekend zijn voor het smakelijk verorbenen van lieve, kleine oestertjes die ze eerst zelf vriendelijk uitgenodigd hebben om mee te gaan op een nachtelijke strandwandeling. Waarbij onze advocaat om een of andere reden, zijn grote gestalte misschien, zijn ongeschoren uiterlijk of zijn waterige ogen, mij aan de Walrus doet denken. Terwijl die van de tegenpartij mij dan weer aan de Timmerman doet denken. Een beetje kleiner en vooral piekfijn in het pak, das en pochet in het vestzakje inbegrepen, notaboek in de hand. Je verwacht dat hij elk moment een meetlat en een potlood uit zijn boekentas tevoorschijn tovert. En Tin en ik, wij voelen ons tussen al die medische en juridische experten meer en meer als twee van die oesters op dat strand.
De installatievergadering vindt plaats op een donderdag. De dinsdag daarop moet ik in het UZGent zijn voor de opvolging van de operatie aan mijn bijnier. Zoals zo vaak profiteer ik ervan om Yvo even te bezoeken. Deze keer is mijn bezoek echter vooral ook nodig om mijn ontgoocheling over de gang van zaken te luchten. Vooral het gevoel van totale machteloosheid is moeilijk te verdragen. Ik zeg vlakaf dat, na al die miserie met onze bomen, nogmaals blijkt dat ons rechtssyteem op geen kloten trekt. Dat je als slachtoffer van medische fouten in dit land volledig aan je lot overgelaten wordt. Zonder enige mogelijkheid van verweer tenzij jij die krampachtig probeert te vertellen wat er allemaal gebeurd is, maar voor de rest gewoon niet gehoord wordt; waar dat het besluit – en wat voor een simplistisch en formalistisch besluit dan nog – blijkbaar al vast ligt nog voor dat de zitting zelf plaats vindt. Yvo stelt me echter gerust, zegt dat dat hele proces nog jaren gaat duren en dat hij enkele namen van ophtalmologen zal doorgeven. Hij doet dit diezelfde week nog, rechtstreeks aan mijn advocaat medische fouten, de Walrus. Dit alles vindt dus plaats eind oktober, begin november. In mijn privé-tijdlijn: na de operatie aan mijn bijnier, enkele dagen voor de operatie aan mijn neus.
Twee weken voor het verstrijken van onze deadline, begin december dus, de operatie aan mijn neus heeft ondertussen ook al plaats gevonden, maar ik ben nog volop antibiotica aan het nemen voor de onverwachts opgedoken oogontsteking, probeer ik de Walrus te bereiken. Ik stuur mails, bel, laat boodschappen achter. Ik krijg geen enkele respons op mijn vele berichten. Me lichtjes zorgen beginnen makend bel ik naar de advocate bomen om te zien of er aan die kant soms een contact is geweest. Blijkt van wel en blijkt vooral dat de advocaat medische fouten overbelast is. Maar zo zegt ze: “Maak je geen zorgen Patrick. Hij zal dat wel in orde brengen. Dat is zijn job hein.” Dit stelt me ook effectief gerust. Om minstens het gevoel te hebben dat ikzelf gedaan heb wat ik kon, neem ik nog een keer het voorlopige verslag grondig door en stuur mijn vele opmerkingen door naar de beide advocaten.
Dit alles tot de maandag de week daarop, de laatste week die we nog hebben voor het indienen van ons antwoord. Ik bel opnieuw naar de Walrus. Deze keer neemt hij wel op. Overbelast wordt tijdens het gesprek overwerkt, tot op het randje van de burnout. Plus, zegt hij, tot nu toe antwoordden alle oftalmologen die hij gecontacteerd heeft njet op onze vraag om op te treden als raadsheer voor mijn zaak. Hij heeft nog wel één goede kandidaat op het oog, een gepensioneerde oogarts, “die hopelijk wat extra tijd heeft om zich bezig te houden met onze zaak.” Ik vraag hem hoe lang hij al aan het zoeken is naar een raadsheer. Zeg expliciet dat ik de indruk heb dat hij er pas sinds verleden week mee begonnen is. Zo ontdek ik ook nu pas dat hij nog altijd niet het volledige medische dossier naar de Witte Koningin heeft gestuurd. Nochtans ook al in zijn bezit sinds meer dan een maand. Hij reageert niet op de onverholen kritiek maar verzekert mij alles te zullen doen om tegen maandag een raadsheer en een weerwoord te hebben.
Zoals te verwachten valt loopt het echter helemaal mis. Is het omdat onze advocaat gespecialiseerd in medische fouten veel te laat in gang schiet of is het omdat het te weinig opbrengt voor die oogartsen die bakken geld verdienen met het krassen van wat ogen of is het omdat de totale omerta heerst binnen de Belgische Vereniging van Oogartsen, maar ook de laatste gepensioneerde oogarts weigert op te treden als medisch raadsheer voor onze partij. De Walrus beweert bij hoog en bij laag dat hij dit nog nooit meegemaakt heeft; dat elke en werkelijk elke specialist die hij contacteert weigert om in te gaan op zijn vraag. Hij vraagt zich zelfs af of dit alles geen indicatie is van de macht die Ilse Mombaerts uitoefent in The Secret Society of Flemish Ophmaltologists. Of dat ze gewoon allemaal schrik hebben van de harteloze Hartenkoningin. Misschien dat ze occasioneel ook wel eens een hoofd van een oogarts laat afkappen?
Opnieuw is dit een kleine ramp. Afgaande op alles wat er gebeurd is op de installatievergadering en het louter administratieve tick-in-the-box-niveau van het voorlopige verslag, wordt zonder input van een medisch raadsheer ons weerwoord weggehoond en vakkundig weggemoffeld. Ik zeg dit ook tegen de Walrus. Dat ik er het nut niet van inzie om een weerwoord zonder medisch raadsheer in te dienen. Dat, na de installatievergadering het voor mij duidelijk is dat wij mogen zeggen wat we willen. Zo lang het niet komt van een confrater gaan ze gewoon niet luisteren. Vooral het feit dat de Walrus tijdens het telefonisch gesprek nog eens voorstelt om toch nog eens de oogarts van het AZ Maria Middelares terug te contacteren, met als argument dat als het dan toch bij die ene zitting blijft hij het misschien wel ziet zitten om als raadsheer op te treden, werkt als een rode lap op een stier bij mij. Alsof dit alles überhaupt aanvaardbaar zou zijn. Maar ik ben weer even vergeten dat recht en rechtvaardigheid hen niet interesseert, die avocaten. Het is daarvoor niet dat ze het doen. Dat is alleen maar in de boekskes of de film. Zolang er maar genoeg oesters zijn om op te eten, zijn zij content.
Achter mijn rug contacteert de Walrus Yvo terug en vraagt hem om hulp. Iets wat ik zelf absoluut wilde vermijden. Na alles wat hij al voor mij gedaan had, wilde ik Yvo zeker niet ook nog eens betrekken in mijn juridisch gevecht met het almachtige UZLeuven. Aanvankelijk wilt hij dit ook niet doen. Maar wanneert hij hoort dat er geen enkele oogarts bereid is om mee te werken als raadsheer springt hij toch in de bres. Hij verklaart aan de telefoon: “Wij hebben dit beroep gekozen omdat we mensen willen helpen. Om dan iemand zoals jou in de kou te laten staan, sorry, maar dat doe je niet.” Wat hem uiteindelijk helemaal overtuigt is de misselijkmakende stelling in het medisch verslag van de tegenpartij dat de tumor misschien wel ontdekt is geweest dankzij de operatie uitgevoerd door Ilse Mombaerts. “Dat getuigt van zo’n arrogantie en vooral fundamentele oneerlijkheid, dat ik het niet kan laten passeren,” eindigt hij. Ze bestaan nog, de medici met een geweten. Als hij het niet zo druk had aan de andere kant van de smartphonelijn, had ik hem met of zonder 4G door de telefoon heen gesleurd om hem een dikke zurbert te geven.
Omdat het ondertussen al te laat was heeft mijn advocaat medische fouten snel nog uitstel gevraagd aan de Witte Koningin en gekregen. De nieuwe deadline is vrijdag, 30 december. Blijft er maar één conclusie over voor dit zoveelste onvoorstelbare verhaal: niet dat ik het nog niet wist maar medische slachtoffers worden als stront behandeld in dit land. Als ik weer niet een goede vriend had gehad die bereid was om mij uit de nood te helpen, zou mijn aanklacht tegen Ilse Mombaerts en Gasthuisberg nu al verticaal geklasseerd geweest zijn. Zonder boeh of bah. Sterft maar een beetje gij. En stopt met zagen. Dacht gij nu echt dat gij in een rechtsstaat leefde? Onnozelaar.
Alles dat er bij mij niet gewoon misgelopen was maar ronduit verkeerd gedaan op de dienst ophtalmologie van Gasthuisberg, zou zonder enig gevolg gebleven zijn voor de hoofdverantwoordelijke Mombaerts en voor dat zelfvoldane UZLeuven. Voor mij daarentegen zouden de gevolgen alsmaar schrijnender en duidelijker geworden zijn. Met nog een operatie meer. Uitzaaiingen in vitale organen. Een straatje zonder einde of juist wel: een doodlopende straat. Zonder blog of boek zou niemand buiten mijn familie en de naaste vrienden er iets van geweten hebben. En ik zou in alle stilte verdwenen zijn.
Daarom zeg ik ook dat het aller-, allerergste aan het huidige systeem in België is dat medische slachtoffers zelfs niet erkend worden. Integendeel. In de plaats daarvan worden ze langs achter en van voor, van boven en van onder gepakt door het ganse hypocriete systeem dat draait rond hen, leeft van hen. Kijk maar naar dat totaal inefficiënt Fonds voor Medische Ongevallen: volgens de Panoreportage van 11 november 2020; 16 miljoen euro uitbetalingen versus 30 miljoen euro werkingskosten. Het kost dus veel meer om de boel draaiende te houden dan dat er mensen vergoed worden voor al het geleden leed. Al die experten verdienen op de kap van de slachtoffers zonder zelf iets wezenlijk te doen letterlijk stukken van mensen.


