
21 oktober 2021 – Doorheen het spiegelglas
Deze week is echt een fantastische superweek. Twee dagen na de dienstmededeling waaruit blijkt dat de metastase zich na al het onwaarschijnlijk medisch geklungel van Gasthuisberg onverminderd voortzet, vindt de installatievergadering bij de medisch experte aangeduid door de rechter van de burgerrechtbank plaats. Wat betekent dat ze eindelijk, meer dan drie jaar na de feiten, ik mag blij zijn dat ik nog leef, mijn medisch dossier een keer gaan bekijken doorheen een uitvergrotend spiegelglas.
Wanneer de medisch experte in de deuropening verschijnt, krijg ik de eerste verrassing van de dag. Ze heeft een grote bos spierwit haar en wandelt met een plechtstatigheid die alleen van koninklijke bloede kan zijn. “Het kan niet waar zijn!”, begint die kleine Alice in mijn hoofd te gillen. Want tot mijn eigen ongeloof zie ik daar voor mij de Witte Koningin staan, debardeurke en witte paarlen halsketting inbegrepen en al. Van in het begin is het duidelijk dat ze het gewoon is om gehoord en gehoorzaamd te worden. Met strenge hand dirigeert ze het verloop van de vergadering en tolereert ze geen enkele afwijking van de agenda.
Aanwezig zijn, naast de medische experte, een professor ophtalmologie, een ophtalmoloog-expert zo wordt hij aan ons voorgesteld, aangebracht door de Witte Koningin zelf aangezien oogheelkunde “niet haar domein is”, verklaart ze formeel. Verder, van de tegenpartij, de advocaat van de verzekeringsmaatschappij MS Amlin van Mombaerts en Gasthuisberg. En een medisch raadsheer ad interim van de tegenpartij, dus niet de echte, die heeft vandaag iets anders te doen. De vervanger is net als de controlearts van het ziekenfonds een toonbeeld van gezondheid uit die gezondheidszorg. Op het eerste zicht, en dat zicht krijg ik volop want de interimaris zit recht tegenover mij met zijn zijkant gekeerd naar mij weggeperst in een rode sweater, zou ik drie keer in zijn lichaam geraken, zonder al te veel moeite te moeten doen. Misschien is hij wel Humpty Dumpty? Gelukkig voor hem zal hij niets anders moeten doen tijdens de ganse vergadering dan tokkelen op zijn laptop die net niet onder zijn gigantische blubberbuik verdwijnt.
Zelf zijn we met drie: mijn advocaat medische ongevallen, Tin en ik. Wij hebben geen medische raadsheer bij, zelfs geen vervanger, zelfs niet om gewoon notities te nemen. Als je een slachtoffer bent, is het vinden van zo’n raadsheer dan ook geen sinecure. Het voelt aan als het zoeken naar een naald in een hooiberg. Mijn eigenste professionele oogarts van het AZ Maria Middelares heeft vriendelijk het verzoek om raadsheer te zijn afgewezen met als argument dat hij het al enkele keren gedaan had, dat het veel werk was maar het resultaat telkens bijzonder teleurstellend. Nog iemand die niet langer gelooft in het systeem. Bovendien weer iemand die zelf deel uitmaakt van het systeem. Hoe moeten wij, slachtoffers, er dan nog in geloven? Hoe dan ook, de afwezigheid van een medisch raadsheer aan onze kant blijkt al gauw een eerste flater te zijn. Want in tegenstelling tot wat mijn advocaat voorafgaandelijk had beweerd, wordt er al tijdens deze installatievergadering duchtig ingegaan op wat er allemaal gebeurd is in Gasthuisberg en vooral ook niet gebeurd.
De Witte Koningin vangt aan met de historiek van mijn case te Gasthuisberg kort op te sommen. Ze doet dit op basis van het medisch dossier dat ze van ons ondertussen al meer dan een jaar geleden ontvangen heeft. Ze zegt dat dit de correcte manier van werken is omdat we zo terugvallen op teksten die ‘in tempore non suspecto’ gemaakt zijn. Gelukkig is mijn kennis van het Latijn groot genoeg om tot hier nog mee te zijn. En wat ze voorstelt lijkt mij ook niet onlogisch aangezien de Witte Koningin zelf, net zoals al de overige figuren in Alice Through the Looking-Glass, het vervolg op Alice in Wonderland, achterwaarts in de tijd leeft. En dat is net hetgeen dat de medisch experte hier in het vervolg van mijn eigen levensverhaal gaat doen. Ik hoop alleen dat ze onthoudt dat wanneer je in een spiegel kijkt links rechts wordt en rechts links.
Zo zijn er de teksten zelf. Door de zakelijkheid waarmee ze administratief en in kortschrift neergepend zijn, wekken ze regelmatig de verkeerde indruk, zoals een zekere daadkracht van de kant van de ophtalmologische dienst van Gasthuisberg, een daadkracht die in de realiteit totaal afwezig gebleken was. Ik moet dan ook veel corrigeren. Duidelijk maken dat een doorverwijzingsbrief van dokter Veys overhandigd maar totaal genegeerd werd. Dat ikzelf jammer genoeg niet op de hoogte was van het vermoeden van kanker. Dat ik anders wel andere stappen had gezet dan een oogarts contacteren. Dat Ilse Mombaerts tijdens de eerste consultatie na wat geduw op de bobbel naast het oog duidelijk maakte dat ik me geen zorgen moest maken en dat een operatie niet dringend was. Dat ik diegene was die een week voor de ondertussen met nog een extra maand uitgestelde operatie bezorgd naar hen telefoneerde omdat de zwelling alleen maar toegenomen was en mij afvroeg of ik geen antibiotica moest nemen voor de operatie. Dat ik Mombaerts op geen enkel moment gezien had de dag van de operatie. Noch voor, noch na de operatie. Dat die bobbel er nog altijd zat na de operatie. Dat ik dan een tiental dagen later opnieuw getelefoneerd had om te melden dat er volgens mij een probleem was, dat de zwelling alleen maar toegenomen was; waarop mij laconiek meegedeeld werd dat ik een keer moest terug bellen “wanneer het pijn deed.” Dat ik dan een maand later een hele boze mail had gestuurd waardoor ik eindelijk toegelaten werd in het rijk van Hartenkoningin boven op Gasthuisberg. Maar dat er zelfs dan nog altijd geen enkele serieuze onderzoeksdaad werd gesteld buiten opnieuw wat duwen op de zwelling. Dat ik naar huis werd gestuurd met een fabeltje over ‘zwart bloed’ en wat antibiotica. Dat ik een week later opnieuw moest bellen want de antibiotica was al op en het gezwel geen sikkepit kleiner. Waarop ik opnieuw onverrichterzake naar huis werd gestuurd, deze keer met Celestone, een geneesmiddel uit de oude doos. En nog altijd werd er geen enkele serieuze onderzoeksdaad gesteld of zelfs maar aangekondigd. Dat Tin en ik op 8 december 2018 in de ochtend nog een laatste keer naar Mombaerts geweest waren om tegen haar te zeggen dat haar diensten op geen kloten trokken. Dat er mij die avond zelf nog een biopsie wachtte door een gewone oogarts in het AZ Maria Middelares te Gent waar men op twee weken deed waar zij zelfs na zeven maanden nog steeds niet toegekomen was ondanks alle alarmsignalen die al afgegaan waren. Bizar toch in welke mate dat die documenten uit ‘niet-verdachte tijden’ bijgestuurd moesten worden om ook maar enigszins de realiteit te reflecteren.
Maar, het moet gezegd, de Witte Koningin geeft me wel de ruimte om mijn correcties aan te brengen. Op geen enkel moment onderbreekt ze mij of reageert ze afwijzend op mijn aanvullingen. Ze eindigt haar kroniek met de vaststelling dat het medisch dossier blijkbaar niet volledig is. Dat het meer dan een jaar geleden stopt maar dat ze ondertussen begrepen heeft dat mijn lijdensweg nog altijd bezig is. Ze vraagt of het mogelijk is om hen, de medische experten, het volledige dossier te bezorgen. Naar mij toe is ze, net als de Witte Koningin van Lewis Carroll tegenover de kleine Alice, in tegenstelling tot de vreselijke Hartenkoningin, vriendelijk en voorkomend. Mijn advocaat daarentegen wordt terechtgewezen als een klein kind wanneer hij, als reactie op haar licht verwijt dat het dossier niet volledig is, oppert dat wij ook niet alle info van Gasthuisberg hebben gekregen. Dat vooral de nota’s van de consultaties te Gasthuisberg ontbreken. Waarop de Witte Koningin geïrriteerd opmerkt dat de aanwezigheid van dergelijke nota’s in een betwistingsdossier niet standaard is en dat enkel als zij, de experten, het nodig achten voor het onderzoek, en enkel dan, “de nota’s opgevraagd zullen worden.”
Omdat ophtalmologie zoals eerder aangekondigd niet haar domein is, geeft ze dan het woord aan de professor ophtalmologie. In tegenstelling tot de Koningin die erg strak overkomt, lijkt hij een warhoofd. Zijn haar is alvast nog meer in de war dan het mijne. Een geleerd man is hij misschien wel. Hij speelt de rol van miskend genie alvast met verve achterover geleund in zijn zetel. Het enigste wat nog ontbreekt is een pijp. Gezeten naast de Witte Koningin, doet hij mij geleidelijk aan denken aan het Witte Paard, een ander personage uit Alice Through the Looking-Glass. Zo etaleert hij ook graag zijn kennis en is hij trots dat hij de dingen durft te zeggen zoals ze zijn. Zegt hij zelf. En net zoals bij het tot leven gekomen schaakstuk in het boek klinkt zijn betoog naarmate hij meer en meer praat verwarder en verwarder.
Hij begint met plechtstatig te verkondigen dat er bij een ontsteking van een traanzakje vier indicatoren van belang zijn bij het stellen van de diagnose. Allereerst is er ‘dolor’ zegt hij. Ik versta totaal niet wat hij zegt. Pas nadat hij het voor een derde keer herhaalt, dringt het vreemde woord bij mij door. “Dolor?,” reageer ik als een echte barbaar van over de Rijn. “Pijn,” antwoordt hij. “Patiënten die zo’n ontsteking hebben ervaren veel pijn. Als je drukt op de ontsteking springen ze soms zelfs tegen het plafond.” Waarop ik niet tegen het plafond maar los van mijn stoel op de grond viel: “Pijn? Bedoel je dat dat bolletje pijn had moeten doen? Ja, als ik mijn zwembrilletje afzette, voelde ik wat pijn. Maar dat was gewoon omdat dat typisch zo hard aangespannen was. Bij al dat geduw tijdens de consultaties op dat bolletje voelde ik helemaal niets. Zeg maar gerust dat het gevoelloos was.” Hier valt de ophtalmoloog even stil. Hij is duidelijk verrast en even de draad kwijt. Om zich te herstellen gaat hij snel door naar de volgende indicator: ‘Calor’. Zelf begrijp ik weer niet goed wat hij bedoelt. Wanneer ik het vraag antwoordt hij kortaf: “Warmte.” Maar ook hier moet ik mompelen dat ik een warmtegevoel niet echt gemerkt heb. Waarop hij dan maar snel ‘Tumor’ aanhaalt. Tja, dat er zich een bolletje bevond naast mijn oog was net de reden waarom ik beroep had gedaan op de diensten van Gasthuisberg. Om dan te eindigen met de meest obscure van de vier, voor mij althans: ‘Rubor.’ Blijkbaar moest er iets rood te zien geweest zijn, ergens. Maar zelfs eind september 2018 was er buiten de verdikking nog niets te zien. Ze moesten zelfs een pijl aanbrengen voor de operatie in het Sint-Pieter ziekenhuis in Leuven om zich niet te vergissen van oog.
Ik kijk vluchtig naar Tin naast mij en zie dat ze, net als ik, hoopvol gestemd is door wat die ophtalmoloog allemaal vertelt. Vooral de totale afwezigheid van pijn klinkt toch als een wel heel sterk afwijkend symptoom, afwijkend van een klassieke ontsteking van een traanzakje. Voor mij resulteert de nieuwe informatie geleverd door de ophtalmoloog zelfs in een echte aha-erlebnis. Eindelijk, na al die jaren, begrijp ik waarom al die oogartsen toendertijd als zotten zaten te drukken op dat bobbeltje naast mijn oog. En niet 1 keer, maar 20 keer per oogarts. Het was om toch maar een pijnreactie uit te lokken. Die er echter nooit kwam. En in de doorverwijzingsbrief zelf werd de gevoelloosheid net aangehaald als reden voor de vraag naar beeldvorming; als reden waarom Dokter Veys een risico op kanker vermeld. Om dan in die omstandigheden, zonder boe of bah, en vooral zonder verder onderzoek, te beslissen dat het toch maar om een ontsteking van een traanzakje gaat, is toch onvoorstelbaar?
Groot is onze verbazing dan ook als het Witte Paard plots voor onze ogen een bocht van 180 graden maakt en op het einde van zijn geleerde voordracht zonder omwegen stelt dat volgens hem, Ilse mombaerts, ‘Legis Arte’, ofwel conform de regels van de kunst gehandeld heeft. Blijkbaar was heel zijn betoog bedoeld als een uiteenzetting van het standaardproces. Het standaardproces dat Ilse Mombaerts gevolgd zou hebben. Hoe hij dat weet, Joost mag het weten. Maar het oplijsten van wat Latijnse woorden moet volstaan om een aura van professionalisme te creëren. Dat op tal van punten alles wat hij net zelf gezegd heeft afwijkt van wat er de facto toen gebeurd is, wordt als irrelevant beschouwd.
Stomverbaasd reageer ik emotioneel door te stellen dat het geklungel van Mombaerts mij mijn leven gaat kosten. Dat mijn ganse passage op haar dienst een ramp is geweest, van in het begin tot op het einde, van diagnose over operatie tot post-operationeel toe. Om dan te zeggen dat alles correct verlopen is, want volgens de standaardprocessen verlopen en dat daarmee de kous af is, lijkt mij gewoon totaal absurd. Wat nog opvalt: noch de Koningin, noch het ophtalmo-paard spenderen ook maar één woord aan de doorverwijzingsbrief. Net zoals bij Mombaerts lijkt die gewoon niet te bestaan op deze installatievergadering. Ondanks onze herhaaldelijke verwijzingen ernaar, wordt de brief dood gezwegen door de experten. Een doorverwijzingsbrief met daarin vermeld een risico op kanker wordt hier behandeld als een fait diver, als een bijkomstigheid. De moeite van het vermelden zelfs niet waard. Nadat we een laatste keer de brief aanhalen, reageert het paard kortaf: “We kunnen toch niet van iedereen een scan afnemen.” Waarop ik wanhopig antwoord: “Ik wàs niet iedereen. Ik zat daar met een doorverwijzingsbrief waarin zwart op wit stond dat er een risico op kanker was en waarin gevraagd werd om aan beeldvorming te doen.” Ook hier volgt weer een korte radiostilte.
Het paard huppelt verder alle kanten op. Net als een echt schaakpaard neemt hij hierbij zonder problemen de kronkeligste bokkesprongen. Nu verkondigt hij uit het niets, nog altijd uitgezakt in zijn zetel, dat het inderdaad wel vreemd is dat het traanzakje dat verwijderd werd tijdens de operatie klein bleek te zijn. Dat dit zo genoteerd stond in het verslag van de operatie. Dat dit, indien ontstoken, groot had moeten zijn want vol met etter. Ondanks al de inconsistenties die hij net zelf aan het licht heeft gebracht, dat er eigenlijk maar één indicator in de plaats van vier was waarvan het licht op rood stond, dat het traanzakje onverwachts klein bleek te zijn, en mijn eigen gedetailleerde weergave van mijn rampzalige passage in Gasthuisberg, luidt zijn besluit echter opnieuw dat Mombaerts, al de regels van de kunst gevolgd heeft. Om zijn pleidooi af te sluiten eindigt hij als laatste redmiddel met een magisch woord: hij stelt dat Professor Mombaerts een ‘somniteit’ is van dergelijke aandoeningen in de regio van het oog en dus niet verdacht kan worden van onkunde. Opnieuw moet ik vragen wat hij juist bedoelt. Het blijkt zoiets te zijn als de Moeder aller Specialisten. Alsof wij verondersteld worden om geconfronteerd met dit heilig dogma ons beleefd terug te trekken en de dingen te laten voor wat ze zijn.
‘Somniteit.’ Wat een woord. Ik daag jullie allen, lezers, uit om hier en nu, zonder de hulp van Google of een woordenboek, te zeggen wat het betekent. Zelf vond ik op Google later op de dag er maar vier links naar terug. Vier. Dus geen tien of twintig of zelfs tientallen of honderden, zoals je gewoon bent bij die zoekmachine. Daartussen trouwens, en dat zegt ook al genoeg, geen enkele verwijzing naar een woordenboek. De eerste referentie (1) leidt naar een artikel in de ‘Volksstem’ uit het stadsarchief van Aalst van 19 februari 1927 – mijn vader was nog geen jaar oud. Maar het kan nog erger. Via de tweede link (2) kom je uit bij een artikel in een magazine voor militairen daterend van 1840! En we kunnen nog verder terug in de tijd met (3) een boek genaamd: Theologia historico-didactica ofte Waarheid der Godgeleertheid (ja ja met een t dus want dit was lang voor onze progressieve spelling; namelijk zo’n 300 jaar voordien – het boek in kwestie dateert van 1736, 50 jaar voor de Franse revolutie). Om dan te eindigen bij een scandinavische site (4) die om een af andere obscure reden verwijst naar nog één of ander oud Duits dagblad in Gothisch schrift (het Riesaer Tagblatt uit Saksen van 11 April 1918 – de Eerste Wereldoorlog is nog volop bezig) – waarom weet ik niet want ik ben noch het Deens, noch het Zweeds of het Noors machtig. Toch straf dat die medische specialisten zo’n plechtige en rituele taal bezigen dat zelfs Google je amper kan voorthelpen. Je zou je bijna in de aanwezigheid van grootmeesters uit één of ander mysterieus genootschap wanen. Of alchemisten die over duistere en geheime kennis beschikken, enkel voorbehouden aan ingewijden.
Tegen al dit vakkundig en taalkundig hoogstaand geweld voel ik me wegzakken in mijn stoel en begin hopeloos voor me uit te staren. Het wordt duidelijker en duidelijker voor mij dat die experten hun conclusie al opgemaakt hadden nog voor de installatievergadering begon. Het was allemaal voor de show. Al onze op- of aanmerkingen waren gewoon van geen belang. Tin voelt mijn wanhoop aan. Net zoals bij Mombaerts bijna drie jaar geleden neemt ze over en verdedigt me met huid en haar. Ze probeert duidelijk te maken dat je niet kunt zeggen dat alles perfect gelopen is als het allemaal zo slecht gelopen is. Herhaalt ook dat er toch een doorverwijzingsbrief was? Maar na haar salvo van verwijten is het enigste dat ze ondertussen al bereid zijn te erkennen, onze medische experten, dat misschien de communicatie wat beter had kunnen geweest zijn. Alsof al die kankers en al die operaties en bestralingen allemaal op een misverstand berustten. Dat is allemaal gebeurd omdat u het niet begrepen hebt, mijnheer Hoskens. Of misschien, heel misschien, omdat Professor Mombaerts, die somniteit van boven op de berg, het niet goed uitgelegd heeft. Maar dat is al.
Tin blijft van jetje geven maar het lijken wel losse flodders. Het Witte Paard blijft van die rare bokkesprongen maken. Het is op dat moment dat onze advocaat ons te hulp schiet. Hij ziet dat zowel Tin’s als mijn munitie op begint te raken en de moedeloosheid ons begint in te palmen. Als specialist ziet hij nu een opportuniteit om zijn juridische spitsvondigheid in stelling te brengen en stelt dat het net omwille van haar somniteit is dat Mombaerts, nog los van de doorverwijzingsbrief, beter had moeten kunnen doen en niet de juiste conclusies heeft getrokken ondanks duidelijk afwijkende symptomen, afwijkend van een klassieke traanzakontsteking. Dat ze in staat had moeten zijn een ‘differentiaaldiagnose’ op te maken. Dat dergelijke afwijkingen negeren toch een vorm van nalatigheid constitueert. Ons lijkt deze tussenkomst van onze advocaat na al onze rechtstreekse aanvallen maar een flauwe randopmerking maar waar dat de oftalmoloog zonder enig probleem onze opwerpingen klasseert als niet relevant valt hij nu toch terug stil. Het is een terechtwijzing die het Witte Paard midden in galop tot staan brengt. Zo pertinent is ze blijkbaar voor hem. De premisse zijnde: als medisch topexpert had ze nooit zulke afwijkende resultaten mogen laten passeren zonder verder onderzoek.
Hier grijpt de Witte Koningin terug in. Bij het stilvallen van het Witte Paard neemt ze met de nodige gestrengheid het woord weer over. Ze begint met te zeggen dat we dat toendertijd wel goed gedaan hebben. Ze feliciteert ons zelfs. Wanneer ze onze verloren blik ziet, specifieert ze vlug: elders hulp gaan zoeken voor mijn medisch probleem. Alsof bevestiging daarvan hetgeen is dat we nodig hebben. Tin kan het niet langer aan en zegt luidop wat ik denk. Onze advocaat wilt nog even verder op de nagel kloppen en wendt zich terug naar de ophtalmoloog-expert over de nalatigheid gepleegd door Ilse Mombaerts. Het is hier dat de Witte Koningin nog harder ingrijpt. Ze roept half naar onze advocaat dat zij, de medische experten aangeduid door de rechtbank, een eerste tekst zullen opmaken. Zij! Ze roept het tweemaal om zeker te zijn dat hij het gehoord heeft. En deelt dan plechtig mee dat we deze eerste tekst binnen de drie weken kunnen verwachten. Dat we dan daarop kunnen reageren. We mogen beschikken. Vlak voor we naar buiten gaan, wenst de Witte Koningin mij nog veel succes. Zonder om te kijken prevel ik afwezig: “Dank u.” Kwestie van beleefd te blijven. Wankelend vlucht ik als eerste uit het Spiegelpaleis naar buiten. Naar de open hemel en de frisse lucht. Naar adem happend voor mijn draaierig hoofd, zoals in dat bekende liedje van Jefferson Airplane uit de FlowerPower-hoogdagen genoemd naar het Wit Konijn en waar de logica en vooral de proportie ook al volledig zoek waren. Maar dan zonder pillen. Ik heb die niet nodig in deze wereld van schijnheilige boontjes.
We zijn nu aan het wachten op het eerste verslag. Conform het principe van de tegensprakelijkheid gaan beide partijen daarop kunnen reageren. Na onze recente ervaringen met de boomexpert zijn onze verwachtingen ook op dit vlak bijzonder laaggespannen. Alhoewel dat ik me niet kan voorstellen dat medische experten met evenveel gemak als die boomexpert kritische vragen en bemerkingen kunnen negeren. We zijn benieuwd naar het verdere verloop. Vooral ook omdat de tegenpartij, Gasthuisberg en Mombaerts, of MS Amlin hun verzekeringsmaatschappij, ondertussen weet ik zelfs niet meer wie daar wel of niet eigenlijk zit, zo goed als niets heeft gezegd tijdens de ganse installatievergadering. Dat was ook niet nodig. Want op geen enkel moment, behalve toen het even over de gebrekkige communicatie ging, werd er door de medische experten iets gezegd dat mogelijks als negatief voor hen ervaren had kunnen worden. Hetgeen ook betekent dat zij zelf al onze argumenten hebben kunnen aanhoren – ik zag Humpty Dumpty de ganse tijd ijverig tikken – en zelf niets hebben moeten prijs geven. Dus al de bagger die ik verwacht had moet nog komen. De enige keer dat ik de advocaat van de tegenpartij heb horen piepen was toen hij het nodig vond om te benadrukken dat we eerst de vraag of er een fout gebeurd is zullen behandelen en pas in een tweede fase de eventuele schade. “Met alle respect voor de tegenpartij,” eindigde hij nadrukkelijk het woord richtend tot mij zijn korte interventie. Mij kon het toen, murw geslagen, al lang niets meer schelen. Op dit moment hoop ik vooral dat ik zelf iets zal begrijpen van het provisoire verslag. Met de geheimtaal die gehanteerd wordt binnen dat leugenpaleis van medische specialisten is dat geen zekerheid. En snel nog even geneeskunde gaan studeren, daarvoor is het veel te laat.
15 november 2021 – Het kille Vlaanderenland
Muziek verzacht de zeden, zegt men. Jammer genoeg gaat dat niet op voor mij. Juist niets wordt er verzacht bij mij. Mijn muziek duwt me met de geopereerde neus op de feiten. Net zoals mijn boeken. Voor mij geen lichtvoetige romannetjes of kinderboeken met ronkende titels als “De Leeuw van Vlaanderen.” Neen, geef mij maar wat serieuze en vooral ook ernstigere kost. But hey, smaken verschillen hein.
Zo heb ik onlangs nog eens een nummer herontdekt uit mijn puberteit, begin jaren ‘80. Een nummer van Joy Division. Voor de huidige generatie of eigenlijk ook voor die tussenin, zo’n fossiel ben ik ondertussen al, de Nirvana van de New Wave. Zeitgeistmuziek met een grote Z. In het kielzog van de punkbeweging en de naweeën van het existentialisme waren jongeren effectief bezig met goed en slecht en hoe zich op een eerlijke manier verhouden t.o.v. anderen. Maar waar dat Nirvana in het pre-leeghoofdige, tot in de kleinste details uitgepuurde poptijdperk van vandaag de dag waarin alleen uiterlijkheden nog van belang zijn (van Mariah Carey in de USA over de K-pop ons bereikend vanuit het verre Zuid-Korea tot Niels Destadbader in ons Vlaanderenland) het kot afbrak om ‘l’enfer, c’est les autres’ een gezicht te geven, was Joy Division een nihilistische koude douche om 40 jaar na datum verder al de zonden van de Tweede Wereldoorlog weg te wassen. Niet voor niets noemde de groep zich naar de ‘Freudenabteilung’, de dienst die in concentratiekampen vrouwelijke gevangenen tot prostitutie dwong om mannelijke gevangenen die overdag dwangarbeid moesten verrichten een zinnelijke wortel voor de neus te houden. Van afgepeigerde Untermenschen verwachtte de SS niet veel gewetensbezwaren, enkel dierlijke reacties.
De lyrics van het nummer doen mij weer, net zoals toen bij de eerste bestralingssessie van mijn hersenen, denken aan mijn eigen lotgevallen. Er wordt gesproken over een gevecht tussen goed en slecht, over zekerheden die weg vallen en over het feit dat er geen weg terug is. Maar de laatste strofe spant de kroon; 4 zinnen, bijna een haiku, even ongerijmd en toch perfect aaneensluitend, die mijn huidige precaire situatie perfect samenvatten:
Existence well what does it matter?
Ja, wat stelt het allemaal eigenlijk voor? En waarvoor doen we het allemaal? Zeker als je bekijkt hoe lelijk en lomp zo veel mensen kunnen zijn. Als je ziet hoe weinig het allemaal betekent, het leven van een mens, voor die hypocriete goegemeente.
I exist on the best terms I can
Sinds een jaar of drie inderdaad. Eén oog minder. Een quasimodo die niet langer kan pingpongen, badmintonnen of snooker spelen. Iemand die padel nooit zal kennen. Die naar de grond moet kijken telkens wanneer hij gaat wandelen om te vermijden dat hij niet nog eens een arm of een been breekt. Maar dat is ok, de beste manier om te vermijden dat blaffende mensen je bijten tijdens een boswandeling is naar de grond kijken, of niet soms? Mijn kortetermijngeheugen volledig om zeep sinds de ‘Whole Brain John Peel-sessions.’ Misschien dat The Final Countdown er voor iets tussen zit, maar ik gok toch eerder op die X-stralen. De zeurende maar tot nu toe bizar genoeg nog steeds draaglijke hoofdpijn vanachter vlak boven mijn nek. Daar waar die uitzaaiingen in de kleine hersenen ergens moeten zitten. Terwijl de prognose meer dan een jaar geleden ‘zes maanden tot een jaar hoogstwaarschijnlijk’ was. Ik kan alleen maar hopen dat het nog een tijdje blijft duren. En met die ‘small molecules’ – pillen zou het nog eens kunnen lukken ook. Mijn conditie volledig naar de vaantjes sinds de chemo. Hijgend en puffend de trap op. Vijf minuten verstrijken bij een wandeling vooraleer alles sputterend in gang schiet. En nu, sinds kort, ook nog een bijnier minder en een leeggelepelde neus. Zelfs dingen nog kunnen ruiken gaat een half wonder zijn.
The past is now part of my future
Ik zou het zelf niet beter kunnen stellen. Mijn verleden is nu mijn toekomst. Wat er allemaal in Gasthuisberg gebeurd is heeft mijn leven volledig naar de kloten geholpen. Mijn loopbaan gefnuikt. Gebroken als een twijgje in twee in de knokige handen van de heks in haar versterkte konijnenburcht. Mijn kinderen die meer en meer geconfronteerd worden met een irritante en veeleisende papa, bezorgd als ik ben over hún toekomst. Terwijl ik ze gewoon verder lief wil hebben. Mijn libido dat op zo’n laag pitje staat dat ik zelfs op de evenaar zou sterven aan onderkoeling. Dromen van de toekomst is herleid tot angstig afwachten wat er allemaal nog gaat gebeuren.
The present is well out of hand
Opnieuw zou ik het niet beter kunnen stellen. Niets heeft nog zin. Ik leef in een land dat doet alsof het een rechtsstaat is. Een land waar de meest waanzinnige dingen straffeloos kunnen gebeuren. Zonder enig gevolg voor de bullebakken die ze begaan. Tot en met mensen doden. Soms per ongeluk. Soms niet. Waar een burger geen rechten heeft. Buiten het recht om een proces te starten als het hem even te veel wordt, best voor hij dood is. Het proces zelf is wel hopeloos want de gevestigde machten dekken elkaar lekker gezellig in met hele dikke dekens. Met dekens van olifantenhuid als extra isolatie. En in dat land heb ik kinderen op de wereld gezet. Nog erger, ga ik ze binnenkort moeten achter laten. Zonder hen ooit te zien afstuderen, een partner vinden, of zelf mijn potentiële kleinkinderen ooit te zien. En dit allemaal dankzij dat vreselijk arrogante UZLeuven daar boven op de berg.
En dan is er nog het refrein van het nummer: ‘Heart and soul one will burn.’ Samengevat: branden zullen we, en niet alleen fysiek. Ook dit kan niet toepasselijker zijn. Het is hier dat bij Joy Division het eeuwige gevecht tussen goed en slecht opduikt. Ian Curtis, de zanger, was een buitenechtelijke relatie begonnen met een Belgische en werd verscheurd tussen zijn beide liefdes. Hij voerde de strijd tot het uiterste: zijn wanhoop of zijn geweten won en hij pleegde zelfmoord op 23-jarige leeftijd in het huis dat hij samen met zijn echtgenote en 1 jaar oude dochter een tijdje bewoond had.
In mijn geval valt het refrein letterlijk op te vatten: mijn hart zal waarschijnlijk binnen enkele maanden of hopelijk toch nog een jaar in het crematorium volledig tot as vergaan. Mijn lichtgelovige ziel, die dacht te leven in een land waar het leven van een mens iets waard was, zal branden in de hel. Mijn enige hoop op redding nog: als een fenix uit de as verrijzen. Zoals Sylvia Plath, die roodharige succubus. Maar waar dat zij mannen opat, zal ik onbekwame medici in dit land verslinden alsof het niets is. Voor eventjes, voor zolang het nog duurt, zal ik de vleesgeworden nachtmerrie van elke sekte zijn, en al zeker die van de Orde der Geneesheren: een eenzame voorvechter van totale en absolute transparantie.
In het geval van Hartenkoningin zal de omhooggevallen ziel van Professor Ilse Mombaerts misschien al bij het pensioen maar zeker bij de dood laag vallen, tot in de hel, en daar voor eeuwig branden. Maar als dat zo is, zou Ilse Mombaerts dan misschien niet op zoek zijn naar een manier om dat te vermijden? Want zeg nu zelf wie wilt er nu voor eeuwig branden in de hel? Zou Hartenkoningin dan toch ook geen wroeging kennen en een of andere vorm van boetedoening zoeken om nadien niet te verbranden? Net zoals, maar liefst iets minder fataal, Ian Curtis. Zodat ze echt nog vele succesvolle operaties kan uitvoeren en ernstige fouten zoals bij mij vermijden. Een goed diensthoofd waardig. Het is haar in ieder geval gegund.
Haar redding, veel gemakkelijker dan de mijne: erkennen dat wat er met mij gebeurd is op haar door haarzelf tiranniek geleide dienst, mijn ganse behandeling daar, van in het begin tot op het einde, een zootje is geweest. Zou ze dat kunnen? Of zou haar arrogantie ook daar weer in de weg staan? Net zoals zij haar spreken tegen mij in de weg staat? Zich verlagen tot een communicatie, al is het maar een telefoongesprek, met een van medische kennis gespeende sterveling, waarom zou ze, de alwetende fingerspitzenspezialist? Zelfs Gasthuisberg zelf, de uiteindelijke hoofdverantwoordelijke voor alles wat er met mij gebeurd is, en nu nog steeds gebeurt, dringt er niet op aan. En als ik zeg hoofd-, dan heb ik het niet eens over die zo vaak aangehaalde politieke eindverantwoordelijkheid. Dan heb ik het over hun medeverantwoordelijkheid of eenvoudigweg medeplichtigheid.
Want het management van dat veelkoppig monster boven op de berg, de Hydra van Leuven, voert een beleid dat zulke praktijken, dus niet alleen jammerlijke menselijke fouten, maar zelfs zware professionele fouten, als het verdoezelen van al deze fouten, ook de zwaarste professionele fouten, niet enkel gedoogt en mogelijk maakt, maar daar actief aan meewerkt. Door diensthoofden als halfgoden te behandelen institutionaliseren ze hun tekortkomingen. Door een ego-cultuur te stimuleren, verworden ze alleen maar verder tot een moloch; een moloch met reusachtige konijnenoren. Door het dictaat van verzekeringsmaatschappijen, zelfs als het ronduit onmenselijk is naar de slachtoffers toe, klakkeloos te aanvaarden en een totale omerta bij het eigen personeel af te dwingen, werken ze mee aan de geheimhouding van alles dat er misloopt in die medische gigafabriek.
En dit allemaal ten koste van vele Vlamingen of Belgen, allemaal medeburgers. Bestaande, echte mensen dus; die partners en kinderen hebben, mensen die een beroep uitoefenden en zich in een sociaal netwerk bevonden; geen anonieme nummertjes en geen celletjes in een excelfile. Die soms de rest van hun leven met een zware handicap of veel pijn moeten zien te overleven in een familiaal zware combinatie van hoge ziekenzorgkosten en lage inkomsten. Of die er zelfs aan sterven of aan zullen sterven, aan het stilletjes onder het tapijt geschoven medisch geknoei, zoals ik. Zelfs dan nog volharden al die beleidsvoerders van die zogenaamd fantastische zorgsector in de totale ontkenning. En dit alles zonder ook maar enige scrupule en met de zegen van onze ‘rechtsstaat’ die zelf niets doet, laat staan haar burgers vertegenwoordigen en beschermen tegen wandaden.
Ian Curtis. Kurt Cobain. De ene begin jaren ‘80. De andere begin jaren ‘90. Dat waren nog eens tijden zè. Muzikanten die gebukt gingen onder zoveel schuldgevoel dat ze d’r zelf een einde aan maakten. Schuldgevoel veroorzaakt bij de ene door zijn ontrouw en bij de andere door de te hoge eisen die hij aan zichzelf stelde. Door sommigen verguisd als losers. Door anderen verafgood. Ik zie het Niels Destadbader niet doen. Mariah Carey misschien wel. Als ze het gevecht om het perfecte lichaam verliest tegen Vadertje Tijd en het niet meer aankan zoveel fysieke aftakeling. Misschien dan wel, ja. De K-poppers zijn dan weer een ander verhaal. Daar zelfmoorden genoeg. Maar dan eerder omdat ze stikken in het veel te spannende marketingkeurslijf van hun fake popwereldje.
Niet dat ik luchtig wil doen over zoiets ernstigs als zelfmoord plegen. En zeker niet hier in Vlaanderenland, een van de regio’s met de hoogste suïcidecijfers in Europa. Waar zovele mensen zich verbijsterd afvragen waarom dat zo is; ondanks Warmste Weken, schlagerfestivals en binnenkort weer Kerstmarkten. Ook wil ik niet beweren dat dit de enigste reden voor hun zelfmoord was; Ian Curtis had meer en meer last van epileptische aanvallen en was depressief; Kurt Cobain ‘zat aan de drugs’ zoals men het hier te lande eufemistisch zegt en had ook al niet zo’n standaard liefdevolle relatie met zijn eega, de flamboyante Courtney Love. Maar toch hadden ze beiden, naast een éénjarige dochter op het moment van hun dood, dit gemeenschappelijk: een verpletterend, veel te groot verantwoordelijkheidsgevoel, ongezond voor één mens. Kurt Cobain werd als absolute wereldster geduwd in een rol die niet de zijne was. Hij wilde keet schoppen, niet de nieuwe Messias zijn. Hij probeerde zich anders voor te doen dan hij was, dankbaar en erkentelijk te zijn. Met als enig resultaat dat hij zich nog schuldiger voelde naar al zijn fans en bewonderaars toe. Wat betreft Ian Curtis volstaat het om te luisteren naar het nummer in kwestie: Heart and Soul, het eerste nummer op de B-kant van de in 1980 postuum uitgebrachte LP Closer, toen muziek nog kanten had waaraan je je kon snijden. Dan hóór je hoe diep die ganse kwestie met zijn echtgenote en dochter hem zat.
Daar kunnen onze moderne beleids- en bewindvoerders een puntje aan zuigen. Die nemen zelfs geen ontslag voor wandaden begaan onder hun eigen verantwoordelijkheid. Ze kennen dat zelfs niet meer: ontslag nemen voor dingen gebeurd onder hun verantwoordelijkheid. Want in dit kille Vlaanderen wordt alles herleid tot de allerindivueelste expressie van de allerindividueelste fout. Net zoals in mijn geval. Zelfs als de lijst aan fouten begaan door Professor Dokter Ilse Mombaerts van de KULeuven, diensthoofd ophtalmologie van het UZLeuven, Campus Gasthuisberg, Herestraat 49, 3000 Leuven, België, net zo eindeloos als haar titel is. Het is allemaal uw eigen schuld, zagevent.
23 november 2021 – Let it come down
Het ‘voorlopig deskundig verslag’ is vandaag gearriveerd via de post. Gisteren verstuurd vanuit Edegem met een priorzegel op. In tegenstelling tot de rest van dit land werkt de Post alvast nog.
Ik heb het onmiddellijk vluchtig doorgenomen want meer kon ik in eerste instantie niet aan. Wat blijkt? Het is gewoon de herbevestiging van de conclusie die de experten al voor de installatievergadering klaar hadden liggen. Het eindigt letterlijk met de statement in bold: De diagnose, zorgen, behandelingen en therapieën werden verleend volgens de regels van de kunst en zoals een zorgzaam en normaal voorzichtig arts / zorgverlener zou hebben gedaan, rekening houdend met de wetenschap op het ogenblik van de feiten.
Ademhalingsoefeningen kunnen wonderen verrichten. Een half uur later al ben ik terug in staat om het voorlopig verslag vast te nemen. Wat blijkt verder? Dat het verslag op niets trekt. Het bevat de stenografische verslagen van de mensen die op mijn dossier gewerkt hebben de afgelopen jaren – van Dokter Veys over Gasthuisberg en AZ Maria Middelares tot UZGent – raar maar net in het geval van de empathielozen, die van het veelkoppig monster van Leuven, kan het nog veel kortschriftiger – aangevuld met mijn op- en aanmerkingen over mijn rampzalige passage in het UZLeuven gemaakt tijdens de installatievergadering. En dat is het. Ik voel me verplaatst in de tijd en zie me weer aan de keukentafel zitten met het eindverslag van de boomexpert in de hand. Dat was ook gewoon een gemakzuchtig samenraapsel van verslagen en opmerkingen.
Wat heel vreemd is, is dat de ganse exposé van de ophtalmoloog-expert over Dolor, Calor, Tumor en Rubor onvermeld blijft. Net zoals onze totale verbazing tot zelfs ongeloof dat die bobbel toendertijd veel pijn had moeten doen. Terwijl eerder het tegendeel waar geweest was: “zeg maar gerust gevoelloos,” had ik gezegd tegen het Witte Paard. Hij viel stil in volle galop maar ook hierover geen woord in het verslag.
Bovendien worden tal van mijn eigen opmerkingen dan ook nog eens foutief weergegeven. Zo wordt de indruk gewekt dat ikzelf begin december 2018 geen antibiotica meer wilde nemen nadat het eerste doosje op was. Terwijl ik me gewoon niet kon herinneren dat er toen naast de Celestone nog antibiotica voorgeschreven was. Ik herinner me veel maar niet alles. Mag het even?
Nog erger, er worden zelfs ronduit leugens verteld in het medisch dossier van Gasthuisberg. Zo wordt het voorgesteld alsof zij beslist hadden dat ik antibiotica moest nemen voor de operatie. Terwijl IK diegene was die naar HEN had gebeld met de vraag of ik geen antibiotica moest nemen. Omdat IK dacht dat die zogenaamde ‘ontsteking’ toch ‘koud’ moest staan voor de operatie? En nog veel straffer, er wordt zelfs bij vermeld dat de antibiotica voorgeschreven werd omwille van pijn, roodheid en zwelling naast het linkeroog????? Ik vind dat toch wel straf dat die aan de telefoon dingen kunnen opmerken die ze face-to-face op geen enkel moment hebben kunnen terugvinden. Dat is daar bijna de onbevlekte diagnose, bij die katholieke huichelaars! Die hebben dat zelf bedacht. Uit hun duim gezogen! Er is op geen enkel moment sprake geweest bij mij van pijn of roodheid. Dat is net het probleem verdomme. Dit zijn gewoon groteske leugens. Misschien om op die manier het voorschrijven van antibiotica via de telefoon te rechtvaardigen. En dat in tempore non suspecto. Wat moet dat daar geven boven in die konijnenburcht in tempore suspecto?
Het meest onwezenlijke in het medisch dossier is één totaal misplaatst woord van de Heilige Somniteit, Hartenkoningin zelf: op 7 december 2018 heeft ze het lef gehad om in mijn dossier te noteren dat er ‘inderdaad’ best een biopsie gedaan wordt – terwijl dat zij zelf, zelfs na het zien van mijn oog op 20 november, dus al meer dan twee weken vroeger, laat staan zes maanden eerder bij het maken van haar foute diagnose, nog altijd geen enkele ernstige onderzoeksdaad zelf gesteld heeft. Zelfs een scan was nog altijd niet afgenomen. Wat zeg ik? Zelfs niet ingepland. Laat staan een biopsie. En we waren ondertussen al 7 december.
En het kan, jawel beste lezers, nog erger. Vandaag ontdek ik op Cozo, het ‘Collaboratief Zorgplatform’, dat Ilse Mombaerts nog een stap verder is gegaan. In de logs van 7 december verwijst ze naar de scan die afgenomen werd door Christian Decock in het AZ Maria Middelares zonder te vermelden dat de scan in Maria Middelares op vraag van Christian Decock gemaakt werd en waar zij dus totaal niets maar dan ook niets mee te maken had. Net alsof ze zelf de scan had laten afnemen. Terwijl het wij waren die daar ter plekke, in haar konijnenpijp op de berg, naar die scan verwezen hadden op 7 december als één van de vele voorbeelden van hoe slecht haar diensten wel niet geweest waren. Ze profiteert ervan om ineens te stellen dat de ‘harde massa postoperatief ontstaan’ is – lees: dat gezwel zat er eerder nog niet. Om dan te eindigen dat het best eens een kankergezwel zou kunnen zijn. Het is hier dat ze ineens laat vallen dat een biopsie ‘inderdaad’ aangewezen is. Djezus, wat voor een lulkoek is me dit allemaal? Na alles dat er gebeurd is even gaan doen alsof ze vanalles gedaan heeft terwijl ze juist niets gedaan heeft. Terwijl ik het verwijt naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik niet geduldig genoeg was. Onnozele, hypocriete trut. Als dit de teksten ‘in tempore non suspecto’ zijn, heb ik slecht nieuws voor de Witte Koningin en haar consoorten: als de dames en heren specialisten de grootste bullshit mogen neerpennen, zich proactief indekkend, anticiperend op mogelijke problemen achteraf, zoals zwaar ontevreden patiënten om maar iets te noemen, blijft er van die ‘non suspecto’ niet veel over. Mijn gedacht.
Bovendien staat de tekst dan ook nog eens bol van de spellingsfouten. Ik vraag me zelfs af of de Witte Koningin niet gewoon de notities van Humpty Dumpty heeft toegevoegd. Na de samenkomst op haar kabinet aan hem gevraagd heeft om ze via mail in electronisch formaat door te sturen. Wat ze in ieder geval toegevoegd heeft, is een korte statement komende van de echte medische raadsheer van Ilse Mombaerts, dus niet Humpty Dumpty maar de enige echte die het niet nodig gevonden had om zelf op de installatievergadering te verschijnen: ‘Zeldzaam voorkomen’ en ‘Geen bewezen verband tussen vroeger stellen van diagnose en schade van patiënt.’ Handig toch, niet? En dat met twee simpele zinnetjes. De eerste zelfs zonder een werkwoord. Neen hoor, er is geen enkel bewezen verband tussen een compleet foute operatie op een plaats waar er zich een kankergezwel bevindt gevolgd door een slechte opvolging, dit alles met máánden tijdverlies als gevolg, en een kankergezwel dat getriggered door diezelfde foutieve operatie welig heeft kunnen groeien en dit zes maanden langer dan nodig was geweest mits een professionele dienstverlening. Het is daarom dat al die medische specialisten zeggen dat je helemaal niet zo vroeg mogelijk bij een tumor moet zijn om erger te voorkomen. Het is daarom ook dat al die medische specialisten zeggen dat een gezwel verwijderen helemaal geen risicovolle operatie is. Dat je dat zo maar even met de losse pols moogt doen. Met een goeie snee rechts en eentje links. Of misschien beweert die onbekende Heer Medicus dat ik lieg. Dat er helemaal nog geen bobbeltje zat voor die operatie in Sint-Pieter in Leuven. Dat ik dit allemaal verzonnen heb. Deze blog, dit boek, het is allemaal verzonnen, beste mensen! Komt dat zien! Komt dat zien! Hier zit Patrick Hoskens, het Grote Liegebeest of de GLB ipv de GVR.
Om dan te eindigen met de conclusie bovenaan vermeld. De conclusie die al vast lag van in het begin. Waar dat ik gehoopt had dat ze in hun provisoir verslag toch minstens al rekening gingen houden met de vele op- en aanmerkingen, is zelfs dat niet gebeurd. We hadden ze net zo goed niet gemaakt. Het zou geen enkel verschil gemaakt hebben. Zelfs op hun eigen inconsistenties, zoals dat gevoelloos zijn van de bobbel naast mijn oog terwijl dat die veel pijn had moeten doen, komen ze zoals gezegd niet terug. Het is alsof de installatievergadering zelf nooit plaats gevonden heeft. Heeft ze eigenlijk wel plaats gevonden? Ik weet het niet meer.
Nadat ook nog de medische verslagen van na Gasthuisberg opgesomd worden is er de vaststelling dat het standaardproces is gevolgd. Dat is de standaard waaraan dat zij een case zoals de mijne aftoetsen. Het enige criterium dat bij hen van belang is. Dat tal van indicatoren een abnormaal resultaat gaven tijdens datzelfde proces, dat er bovendien zelfs een doorverwijzingsbrief was die vroeg om aan beeldvorming te doen, en dat dit alles samen tot een ander besluit had moeten leiden, wordt totaal genegeerd door hen. Is gewoon irrelevant voor hen. Het is enkel de vorm die telt. De inhoud is onbestaande.
Wat ze wel extra in de verf zetten is de zeldzaamheid van mijn type tumor op die plaats in het lichaam. Zelfs in een expertiseverslag speelt de wet van de grote getallen dus een grote rol. Een zo grote rol dat je als individu blij moet zijn dat je tot een grote groep mensen behoort want als het een kleine groep van mensen is kun je blijkbaar geen aanspraak maken op de expertise van experten. Wel zijn ze nog zo vriendelijk, als medische experten, om op het einde van het verslag te vermelden dat de gemiddelde levensverwachting voor iemand met mijn type tumor 36,6 maanden na diagnose is. De mededeling van de maanden eindigt met drie puntjes. De relevantie van de informatie ontsnapt me. Op basis van de rest van het verslag denk ik niet dat het is om te zeggen hoe erg het allemaal wel niet is. Het is eerder alsof ze willen zeggen dat ik blij moet zijn dat ik nog leef: we zijn nu zo goed als drie jaar na de diagnose in het AZ Maria Middelares in december 2018. Dus alles wat er nog bijkomt is een cadeau waarvoor ik dankbaar moet zijn. Of misschien is het een schot voor de boeg. Een manier van hen om te zeggen dat ik, of eigenlijk eerder mijn vrouw en kinderen, toch niet moeten rekenen op een hoge schadevergoeding. Want wat zijn nu drie verloren jaren? Dat ik mits een goed functionerende dienst ophtalmologie in het UZ Leuven mogelijks een gezegende leeftijd van 80 jaar en meer had kunnen bereiken wordt weer eens gemakshalve verzwegen. Of misschien willen ze hiermee gewoon zeggen dat het toch niet lang meer gaat duren? Een soort van omgekeerde medische heads up geven? Waarom dan al die moeite en tijd steken in het geval Patrick Hoskens? Dat het echter medische experten zijn, staat op deze manier onomstotelijk vast. Ze beslissen waarlijk over leven en dood. En ze kennen iets van statistiek en weten wat een gemiddelde is. Alhoewel, ze vergeten al direct dat dat gemiddelde daarbuiten in de realiteit niet bestaat en al zeker niet bij medische fouten.
Daarom hier en nu mijn conclusie. De conclusie van een significant afwijkend individu dus. Wat een schande deze manier van werken. Deze manier van omgaan met medische slachtoffers. En dit voor de zoveelste keer. Bovenop alles dat er al gebeurd is. Hoe dat ik behandeld ben geweest in en door Gasthuisberg. Tijdens mijn behandelingen daar en sindsdien. Slachtoffers worden verondersteld naast al het leed dat ze al moeten dragen en de schade die ze al geleden hebben, ook nog eens het niet-functioneren van het systeem braaf te ondergaan en helemaal alleen, vanuit hun kleine, al ineengeslagen hoekje op te tornen tegen de wieken van de macht. Don Quichot is er niks tegen begot. De bal ligt weeral eens volledig in het kamp van de slachtoffers. “Bewijzen jullie maar eens een keer dat er iets fout is gebeurd,” dat is de boodschap.
Het gemak waarmee mensen weggezet worden in dit land is gewoon hal-lu-ci-nant. We worden behandeld als idioten. Wij, de gewone burgers van dit land, worden door de mensen die leven van ons belastingsgeld voor blok gezet en aan ons lot overgelaten. Dat is hetgeen hier en nu gebeurt. Niet ten tijde van Cervantes eind zestiende eeuw, in het Spanje van Filips II, maar in het jaar des Heren 2021, in dit welvarende Koninkrijk België van Filip I, bestaande uit 3 gemeenschappen en 3 gewesten, mede-oprichter van de rijke Europese Gemeenschap, moeten burgers geen hulp verwachten van het etablissement. Het etablissement is er om de machtigen te beschermen. Niet de arme sukkelaars. In dit land is het aan de slachtoffers zelf om de illusie van hoop en rechtvaardigheid in stand te houden terwijl de bullebakken alle ruimte krijgen om gewoon verder te doen.
Wat een misselijkmakend, wansmakelijk schouwspel bieden deze mensen aan hun landgenoten. Daarom kan ik enkel besluiten, in unisono met, jawel, extreem-rechts – ik die Vlaams-nationalisten in deze lelijke tijden intens haat, ik die de rechts-conservatieve stroom die nu al jarenlang ons land lam legt verafschuwt – dat onze maatschappij rot is van binnen. Ik zeg het misschien omwille van andere redenen, en met een andere doelstelling voor ogen, een heuse democratie, een echte rechtsstaat waarin burgers zich verzekerd en veilig voelen, maar onze maatschappij is zo rot als moes. En de eerste verantwoordelijken voor deze toestand zijn de elites zelf. Zij die de norm en de maatstaf van onze maatschappij zouden moeten zijn. De crème de la crème. Er is niets nobel of edel aan wat deze mensen doen. Mijn achterdocht gaat ondertussen al zo ver dat ik me afvraag of ze zelfs niet weten van mijn blog en snel een voor Gasthuisberg gunstige uitspraak willen forceren zodat de tegenpartij mij asap een proces voor laster en eerroof kan aansmeren. En dat alles in onderling overleg met Hartenkoningin. Wel, als zij, de vertegenwoordigers van de macht in dit land, niet beter kunnen dan dit, dan hoeft het allemaal niet meer. Dus vergeef me, mijn beste lezers, als ik geen zin meer heb in al deze zever. Hier stopt het voor mij. Ik ga enkel nog toekijken op wat er gebeurt. Kijken hoe dat idioten in het zwart gekleed en met maskers op etalages en auto’s stuk slaan omdat zogezegd hun vrijheid bedreigd wordt door nieuwe coronamaatregelen. Kijken hoe dat het Spiegelpaleis maar in één richting werkt; die stront die alsmaar naar beneden geduwd wordt. En dan zal ik jullie verlaten, verlost van al dit schaamteloos gedoe. Weg van deze schijnvertoning waar zelfs 100 jaar na Ensor mensen geen masker nodig hebben om er een te dragen.
27 november 2021 – Een ontstoken Eenoog
Beste lezers, mijn verhaal wordt zo mogelijk nog absurder. Nu moeten jullie eens raden waar ik last van krijg een week of twee na de operatie aan mijn neus, veroorzaakt door diezelfde operatie aan mijn neus? Ja hoor, een ontsteking aan mijn ene overgebleven oog. Of beter gesteld in het weefsel tussen mijn oog en de neus. Krak op dezelfde plaats waar dat dat bobbeltje drie jaar geleden zat. Dit kan ik als ronduit hallucinant omschrijven omwille van verschillende redenen:
1. Dat ik nu terug iets voor heb aan mijn ene overgebleven oog en net zo’n ontsteking krijg aan dat rechteroog als dat ik toendertijd in 2018 in Gasthuisberg aan mijn linkeroog verondersteld was te hebben. Misschien niet aan het traanzakje zelf zoals toen aangenomen werd maar toch in hetzelfde, daaromliggende weefsel.
2. Dat ik op enkele dagen tijd mezelf terug volledig naar de kerstperiode van 2018 gekatapulteerd voel inclusief een waanzinnigmakende zwelling tussen neus en oog (zie foto onderaan) en een gevoel van totale hopeloosheid
3. Dat de vrees voor het verlies van mijn ene overblijvende oog nauwelijks te beheersen valt. Dat ik me al zie eindigen als Oedipus, die op het einde van zijn tragisch bestaan met twee uitgestoken ogen verstoten door jan en alleman alleen moest rondzwerven.
Maar het meest onvoorstelbare is dat ik op deze manier plots aan den lijve kan ondervinden wat ik toen verondersteld werd te voelen: de vier indicatoren voor een correcte diagnose van een ontstoken traanzakje die de stoïcijnse ophtalmoloog-expert zelf aangebracht had tijdens de installatievergadering in die Kerklatijnse termen: Dolor, Calor, Tumor en Rubor. En per indicator kan ik plots zien wat het verschil was tussen nu en toen:
1. Dolor: Al op enkele dagen tijd wordt de pijn zo ondraaglijk dat ik antibiotica en ibuprofen móet nemen. Het is zelfs geen kwestie van een keuze. De pijn straalt al af naar mijn rechterbovenkaak en de tanden die zich daar bevinden. En ‘s morgens heb ik precies zelfs al een dikkere bovenlip. Het gezwel naast mijn oog heeft op geen enkel moment pijn gedaan. Op geen enkel moment voor de operatie uitgevoerd door Hartenkoningin in Gasthuisberg met vier maanden vertraging. En zelfs niet na de operatie. Inderdaad ook na de operatie heb ik op geen enkel moment pijn gevoeld. Ik dacht toen nog, naïef als ik was, dat dat toch straf was dat men tegenwoordig bij zo’n operaties in het gezicht een wondlijm wist te gebruiken die ook nog eens 100% pijnstillend was. En telkens als ik hierover sprak in Gasthuisberg, dat ik dat toch wel straf vond dat ik niets van pijn gevoeld had, op geen enkel moment, was er ook maar één reactie.
2. Calor: Zelfs mijn adem is te warm voor de zwelling aan mijn oog. Als ik in de zetel in de living probeer te bekomen van de laatste angsten en zorgen kan ik het zelfs niet verdragen om met mijn gezicht gekeerd naar de rugleuning van de zetel te liggen. Want zelfs de warmte van mijn adem die weerbotst van de leuning verdraag ik niet aan mijn oog. Ik kan ook niet meer slapen op mijn rechterwang omwille van dezelfde reden. Meer moet ik niet zeggen buiten dat er van ‘warmte’ op geen enkel moment sprake is geweest tijdens de ganse periode dat ik doorverwezen geweest ben naar Gasthuisberg (tijdens de volle acht maanden dus).
3. Tumor: de foto onderaan spreekt boekdelen
4. Rubor: Sam, mijn oudste dochter, toen ze vrijdagavond terug thuis aankwam van haar kot was het eerste dat ze zegde, zonder dat zij, als niet-ingewijde van de Sekte der Ophtalmologen, ook maar iets afwist van die betekenisvolle Rubor: “Papa, wat heb jij aan je oog? Dat ziet er een beetje rood uit.” Meer moet ik niet zeggen buiten dat er van roodheid op geen enkel moment sprake is geweest tijdens de ganse periode in Gasthuisberg (meer dan acht maanden dus). Ja, nadien toen het gezwel ontplofte in mijn ooghoek na de operatie en vooral tegen Kerstmis 2018 begon je letterlijk de rode adertjes te zien die het zo begeerde bloed naar het gezwel afvoerden. Maar op geen enkel moment was er sprake van een roodheid van de huid.
Nodeloos te herhalen dat drie jaar geleden op de ‘Tumor’ na (er zat wel degelijk een bobbeltje naast mijn oog), geen enkele van deze drie indicatoren zich voordeed. Bovenal was er totaal geen pijn. Integendeel, er was zelfs eerder sprake van gevoelloosheid zoals ik al aan het huppelende Witte Paard en zijn bazin, de Witte Koningin, aangegeven had. Dat dit verschil in beleving niet gedetecteerd werd in Gasthuisberg is gewoon onvoorstelbaar. En dit ondanks het herhaaldelijk drukken op het bobbeltje door alle oogartsen die ik toen geconsulteerd heb. Nu pas begrijp ik dat ze een pijnreactie wilden uitlokken die er nooit kwam. Dat dit verschil in resultaten tijdens het ‘standaard’ onderzoeksproces tot geen enkel bijkomend onderzoek gevoerd heeft, is voor mij zelfs vanuit medisch standpunt gewoonweg onaanvaardbaar. Dat dit ‘standaard’ proces dan ook nog eens tegen mij gebruikt wordt, als bewijs dat alles correct verlopen zou zijn, is al helemaal verbijsterend. Voor mij wil dit zeggen dat die mensen daar niet in staat zijn om hun werk op een fatsoenlijke manier te doen. Ze zijn daar eenvoudigweg niet bezig met hun patiënten daarboven op die konijnenberg, in dat gangenstelsel van de Hydra van Leuven. Ze zijn daar bezig met procedures en regeltjes. Wat ineens verklaart hoe dat ze magischerwijs tijdens een telefonisch contact, op fysieke afstand, plots wel gewag beginnen maken van pijn en roodheid aan mijn oog. Dat past binnen hun regels. Antibiotica schrijft ge voor voor ontstekingen en ontstekingen doen pijn en zien rood. Dat het niet overeenkomt met de waarheid is maar bijzaak.

16 december 2021 – Patrick Hoskens moet kapot! Bis
Lap, nu nog een galblaasontsteking met steentjes en kolieken en al ook nog. En dat is dan nog veruit het beste dat me, gegeven de omstandigheden, kan overkomen.
Twee nachten van afschuwelijke pijn dus. Overdag was hij als bij toverslag verdwenen. Nadat ik ingestort was in de zetel en drie volle uren in die zalige hemel kon vertoeven. Ik dacht dat ik iets slecht gegeten had. Niet dus.
Afgelopen nacht, de tweede nacht, op het eerste uur na, van 12 tot 1 uur, totaal niet geslapen. Zoveel pijn. Almaar crescendo. Op de grond gelegen. Letterlijk. Het handgeweven tapijt van den Ikea. En de gebarsten natuurstenen vloer. Geen oog dicht gedaan. Ook niet op de grond. Zelfs niet met één oog.
En schrik. Schrik dat het kanker is. Dat het nu ook al in mijn darmen zit. Mijn dikke of dunne darm zit op te vreten. Gedaan met lekker eten en drinken. Binnenkort misschien een stoma. Voor eventjes. Totdat ook de lever d’r aan gaat. Of de longen. Of totdat het eindelijk ontploft in mijn hersenen.
Dus ben ik nu samen met mijn loyale steun en toeverlaat Tin op weg naar de Spoed van UZGent. Een medicus-vriend die ik ‘s nachts wanhopig gecontacteerd had voor wat advies of een uitweg, probeerde me nog te overtuigen om toch naar Gasthuisberg te gaan, omdat “de Spoed daar ook heel goed is.” Ik antwoordde hoogdrammerig verontwaardigd op zijn Hoskens: “Zolang die zelfvoldane dikkenekken hun publieke excuses niet aanbieden, zet ik daar geen voet meer binnen.”
Ik ga ze hier in Gent wel moeten vragen om hun intraveneuze rommel in mijn linkerarm te steken. Beide naalden waren verleden keer in mijn rechterarm ontstoken geraakt. Nog een leuk weetje en pijntje. Eén met razende jeuk. “Ants crawling under your skin,” zouden die Chinezen met hun rijke beeldtaal zeggen. Sinds de chemo glippen mijn aders weg als slijmerige wormen voor een vishaak. Ze raken verlept en beschadigd zoals die van een drugsverslaafde. Niet alleen ik, maar ook mijn lichaam is het allemaal kotsbeu.
Maar waarom niet? Drie operaties op drie maanden. Dat is een leuk gemiddelde. Wie doet beter? En die Patrick Hoskens heeft toch niets anders te doen. Bovendien verdient hij het. Als kankerpatient met uitzaaiingen staat de natuur aan de kant van Mombaerts en Gasthuisberg. Beter dat dat hoopje stront, die vervelende zeikerd, Patrick Hoskens, snel crepeert. Dan is iedereen er vanaf. En kunnen wij rustig verder doen met hopen geld verdienen zonder ons ook maar een sikkepit aan te trekken van zielige sukkelaars zoals hem.
Meegenomen is wel dat ik op deze manier de afgelopen drie jaar bijna elke afdeling van UZGent aan den lijve heb mogen ondervinden. Ze kunnen mij binnenkort contacteren als ervaringsdeskundige. Van Product Marketing Manager in de Paymentsindustrie ben ik verworden tot Specialist in de Belgische zorgsector. Aan de onderkant wel te verstaan. De kant van de behoeftigen.
Deze keer is de afdeling Spoed aan de beurt. Professionalisme alom en toch gemoedelijk. De verpleger die mij ontvangt, die de ‘triage’ uitvoert, blijkt vroeger op de Spoed van het UZLeuven gewerkt te hebben en is op zijn manier daar ook weggevlucht. “Veel te groot. En veel te druk. Ik kon het na een tijdje niet meer aan.” Wat een verschil weeral met hoe men hier omgaat met de mensen. Ik zie misschien op enkele uren tijd tien verschillende hulpverleners maar immer en altijd vriendelijk en behulpzaam. Hoe doen ze dat toch? Eén ding staat vast: die van UZLeuven mogen wel eens een studietrip maken naar hier. Ze kunnen met de bus komen. Dat kost heel weinig geld. En ze kunnen d’r niet alleen van leren maar gewoon vooral zien hoe dat dat dus wel kan, dat medeleven.
Yvo profiteert ervan om mij eens goed te bepotelen. In dit ‘Me Too’-tijdperk waarin fysiek contact allesbehalve vanzelfsprekend is geworden, betast hij met vaste hand mijn buik tot aan mijn schaamstreek. Ik heb het echter bijzonder graag. Niet alleen doet hij het op een ontzettend stijlvolle manier; bijna als een conducteur van een symfonisch orkest; of nog straffer, bijna alsof mijn buik de piano is waarop hij een concerto moet uitvoeren. Maar ik ben vooral letterlijk in blijde verwachting; biddend voor verlossend nieuws dat het allemaal wel mee valt. Dus het gebeurt allemaal met mijn toe- en instemming. De aanvankelijke diagnose van mijn huisdokter, een appendicite, betwijfelt hij. Wat het dan wel kan zijn, daarvoor wacht hij op de beeldvorming. “Het kunnen in die regio wel honderd verschillende dingen zijn,” verklaart hij onomwonden. Na een tijdje herken je een echte profi onmiddellijk. En den deze heeft ook nog eens zachte handen.
19 december 2021 – Het bestaat! Een ziekenhuis dat mensen als mensen behandelt!

Yvo/Willem,
Zit hier terug aan het raam te genieten van de mooie seventies campus.
Zo is er de heilige koe van de jaren ‘70, de auto, die evidemment een prominente centrale plaats opeist. Het is pas op een zondag zoals vandaag, als er bijna geen auto’s zijn, dat het opvalt hoeveel plaats dat eigenlijk wel niet is. De al in een ver verleden tijdelijk geplaatste autoparking van drie verdiepingen hoog in het midden van de campus staat er maar wat mistroostig bij. Ze is ineengestoken als een stuk meccanospeelgoed, bestaat uit stalen balken met bouten ineengevezen en betonnen platen erbovenop. Als het druk is en je wandelt op de derde verdieping voel je haar onder jou mee bewegen met het constant op- en afrijdend vervoer. Aanvankelijk ging ze er maar even staan maar volgens onze politieke bestuurders moeten zelfs zwaar zieke patiënten en bezorgde vrienden en familieleden met het manke openbaar vervoer naar hier komen. En dus blijft ze daar maar volgestouwd met wagens, elke dag opnieuw, behalve zondag, wankel staan.
Maar er is ook de fantastische overdekte loopgang die over alles en alle hoofden heen de verschillende hoofdgebouwen met elkaar verbindt. Het is trouwens bijzonder leuk om te zien dat er aan de zolderingen van de gang zelfs een foto van ons eigenste Josaphatpark van Schaarbeek hangt, waar Tin en ik nog gewoond hebben, tussen de meer bekende Central Parks en Tuilerieën van over de ganse wereld in. Om dan te eindigen, vlak voor het operatiekwartier, met één zin in dat prachtige Italiaans, daar waar de echte rinascimento begonnen is: ‘Io toco il cielo con un dito’ (nvdr: ik raak de hemel met een vinger). Dat is de facto hetgeen dat je doet op zo’n operatietafel. Even aftikken om dan zo snel mogelijk terug weg te wezen.
Ik kijk uit op het imposante K-12, die betonnen monoliet, recht naar hier gezapt uit vervlogen tijden. Jammer dat ie al rot is. Trouwens in de naoorlogse jaren hebben ze met die stijl, het brutalisme, de meest waanzinnige dingen gedaan. In ‘The Nix’, die literaire bestseller van een jaar of drie geleden wordt zo op een prachtige manier de nieuwe ‘Chicago Circle Campus’ beschreven – ondertussen ook al afgebroken wegens ook rot (waterafvoer was niet doordacht) en sociaal een ramp (ze hadden er zelfs een muur – van beton natuurlijk, wat anders? – rond gebouwd), bovendien een gedrocht van jewelste.
Wat me ertoe dwingt om even te benadrukken dat dat het grote verschil met de UZGent campus is. Die is keimooi. Belgische mikmakarchitectuur op zijn best: brutalisme aan de overkant, de apostel van het functionalisme Henry Van de Velde hier aan deze kant en het neofuturistische kinderziekenhuis er tussenin. Echt een genot om naar te kijken.
Het enigste echt lelijke hier zijn die containers hier recht voor mijn raam. Elk met zijn eigen aparte airconditioning unit boven op het dak. Wie zit daar toch te werken? Dat moet daar in de zomer de hel zijn. Hoe komt het toch dat een goed ziekenhuis zoals dat van jullie blijkbaar laatst in de rij staat als het over nieuwe infrastructuurinvesteringen gaat? Zijn die andere lobbygroepen dan zo machtig? Of is dat omdat jullie mensen als mensen behandelen?
Dag Willem&Yvo!
13 december 2021 – De omerta der ophtalmologen
Het is alsof pech mij op alle fronten blijft achtervolgen. En deze keer bevindt één van de boosdoeners zich zelfs in mijn eigen kamp. Op 22 november hebben we het gratuite voorlopige deskundige verslag ontvangen van de door de rechtbank aangeduide medische experten, de Witte Koningin en het Witte Paard. Het is niets meer of minder dan een openlijke poging om mijn ganse afschuwelijke lijdensweg onder drie lagen beton en een dik tapijt te steken. De voorlopige conclusie luidt: Mombaerts heeft zorgzaam gehandeld want ze heeft het klassieke proces van een ontstoken traanzakje gevolgd. Dat er tal van afwijkende, abnormale vaststellingen plaats vonden binnen dit klassiek proces wordt hierbij totaal genegeerd. Vorm primeert op inhoud. De beslissing lag duidelijk al vast nog voor de zitting zelf plaats vond. En er werd zelfs al mee gedreigd om alles bij die ene zitting, die installatievergadering die uiteindelijk al een zitting bleek te zijn, te houden. Case closed. Zoals daar aangekondigd geeft de Witte Koningin ons drie weken om ons weerwoord in te dienen. Drie weken, dat betekent dat we ten laatste vandaag ons antwoord moeten indienen. En we halen deze deadline niet.
Want ondanks dat deze zaak al sinds meer dan een jaar loopt hebben we nog steeds geen medisch raadsheer om onze zaak te verdedigen tegenover een uit de kluiten gewassen medisch instituut als het UZLeuven, algemeen gekend onder de naam Gasthuisberg, een diensthoofd van ditzelfde gigantische ziekenhuis, professor van de KULeuven en MS Amlin, een heuse multinational, wereldwijd actief als verzekeraar van medische ongevallen. En wij hebben zelf geen medisch raadsheer. Zelfs niet ene.
De oorzaak hiervan is ongetwijfeld velerlei, maar één van de belangrijkste is het falen van mijn eigen advocaat gespecialiseerd in medische fouten. Wat niet betekent dat ikzelf volledig vrijuit ga. Daarom zal ik beginnen met alvast mijn eigen aandeel aan te geven. Ik had gehoopt dat de oogarts die mij, de vluchteling van Gasthuisberg, superprofessioneel opgevangen had in het AZ Maria Middelares te Gent, mij in dit proces zou willen vertegenwoordigen. Omdat hij al vertrouwd was met mijn ziektegeschiedenis, omdat hij zo professioneel handelde toen ik wanhopig bij hem binnen viel en ik hem daardoor volledig vertrouwde. Probleem: al tijdens een telefoongesprek een jaar of twee geleden bleek dat hij dat niet zag zitten. Dat hij enkele keren aan zo’n zaken had meegewerkt en het resultaat steeds teleurstellend geweest was. Maar dat hij eventueel nog wel wat support, op de achtergrond, zou kunnen geven. Een leidende rol op zich nemen zag hij echt niet meer zitten.
Dus toen we ergens in juni 2020 samen zaten – dat wil zeggen, mijn advocaat medische fouten, mijn advocate bomen die hem gevonden had en ikzelf – om de rechtszaak tegen Gasthuisberg en Mombaerts voor te bereiden, heb ik gecommuniceerd dat de oogarts van het AZ Maria Middelares het ene wel wilde doen maar het andere niet. De dagvaarding werd uiteindelijk pas verstuurd op 17 maart 2021, alweer bijna een jaar later. Nog altijd was er voldoende tijd om een medisch raadsheer te vinden. Tegen dat de eerste zitting zou plaats vinden, zouden er nog ettelijke maanden voorbij gaan. En als advocaat gespecialiseerd in medische fouten was het aan hem om een medisch raadsheer te zoeken en te vinden. Ieder zijn verantwoordelijkheid, niet?
Niet dus. Op de installatievergadering op 21 oktober blijkt dat we nog altijd geen medisch raadsheer hebben. “Maar dat is niet zo erg,” zegt mijn advocaat gespecialiseerd in medische fouten voorafgaandelijk aan de vergadering, “want op zo’n installatievergadering wordt de medische problematiek niet of toch niet uitvoerig besproken.” Blijkt alleen dat het niet gewoon een installatievergadering is, maar dat het eigenlijk al ineens de eerste en mogelijks, zo kondigt de Witte Koningin op het einde aan, zelfs de laatste en dus enigste zitting wordt. We worden dus koudweg en onvoorbereid op snelheid gepakt.
Niet dat het mij zou moeten verbazen dat dit alles zo verloopt. Op de installatievergadering zelf zitten onze advocaat en de advocaat van Mombaerts/Gasthuisberg broederlijk naast elkaar. Zoals onze advocaat al aangaf vlak voor de vergadering kennen ze elkaar goed. Ze hebben al op meerdere zaken samen gewerkt maar dan wel meestal tegen elkaar. Ze zijn poeslief voor elkaar. Om te vermijden dat het opvalt kijken ze elkaar amper aan. Het is waarlijk een kleine wereld, die wereld van medische fouten. En is het door de Witte Koningin of het Witte Paard of beiden, maar op een bepaald moment kan ik me niet van de indruk ontdoen dat daar de Walrus en de Timmerman naast elkaar zitten. Nog twee archetypische figuren uit het tweede Wonderlandboek van Lewis Carroll, Through the Looking Glass, die vooral gekend zijn voor het smakelijk verorbenen van lieve, kleine oestertjes die ze eerst zelf vriendelijk uitgenodigd hebben om mee te gaan op een nachtelijke strandwandeling. Waarbij onze advocaat om een of andere reden, zijn grote gestalte misschien, zijn ongeschoren uiterlijk of zijn waterige ogen, mij aan de Walrus doet denken. Terwijl die van de tegenpartij mij dan weer aan de Timmerman doet denken. Een beetje kleiner en vooral piekfijn in het pak, das en pochet in het vestzakje inbegrepen, notaboek in de hand. Je verwacht dat hij elk moment een meetlat en een potlood uit zijn boekentas tevoorschijn tovert. En Tin en ik, wij voelen ons tussen al die medische en juridische experten meer en meer als twee van die oesters op dat strand.
De installatievergadering vindt plaats op een donderdag. De dinsdag daarop moet ik in het UZGent zijn voor de opvolging van de operatie aan mijn bijnier. Zoals zo vaak profiteer ik ervan om Yvo even te bezoeken. Deze keer is mijn bezoek echter vooral ook nodig om mijn ontgoocheling over de gang van zaken te luchten. Vooral het gevoel van totale machteloosheid is moeilijk te verdragen. Ik zeg vlakaf dat, na al die miserie met onze bomen, nogmaals blijkt dat ons rechtssyteem op geen kloten trekt. Dat je als slachtoffer van medische fouten in dit land volledig aan je lot overgelaten wordt. Zonder enige mogelijkheid van verweer tenzij jij die krampachtig probeert te vertellen wat er allemaal gebeurd is, maar voor de rest gewoon niet gehoord wordt; waar dat het besluit – en wat voor een simplistisch en formalistisch besluit dan nog – blijkbaar al vast ligt nog voor dat de zitting zelf plaats vindt. Yvo stelt me echter gerust, zegt dat dat hele proces nog jaren gaat duren en dat hij enkele namen van ophtalmologen zal doorgeven. Hij doet dit diezelfde week nog, rechtstreeks aan mijn advocaat medische fouten, de Walrus. Dit alles vindt dus plaats eind oktober, begin november. In mijn privé-tijdlijn: na de operatie aan mijn bijnier, enkele dagen voor de operatie aan mijn neus.
Twee weken voor het verstrijken van onze deadline, begin december dus, de operatie aan mijn neus heeft ondertussen ook al plaats gevonden, maar ik ben nog volop antibiotica aan het nemen voor de onverwachts opgedoken oogontsteking, probeer ik de Walrus te bereiken. Ik stuur mails, bel, laat boodschappen achter. Ik krijg geen enkele respons op mijn vele berichten. Me lichtjes zorgen beginnen makend bel ik naar de advocate bomen om te zien of er aan die kant soms een contact is geweest. Blijkt van wel en blijkt vooral dat de advocaat medische fouten overbelast is. Maar zo zegt ze: “Maak je geen zorgen Patrick. Hij zal dat wel in orde brengen. Dat is zijn job hein.” Dit stelt me ook effectief gerust. Om minstens het gevoel te hebben dat ikzelf gedaan heb wat ik kon, neem ik nog een keer het voorlopige verslag grondig door en stuur mijn vele opmerkingen door naar de beide advocaten.
Dit alles tot de maandag de week daarop, de laatste week die we nog hebben voor het indienen van ons antwoord. Ik bel opnieuw naar de Walrus. Deze keer neemt hij wel op. Overbelast wordt tijdens het gesprek overwerkt, tot op het randje van de burnout. Plus, zegt hij, tot nu toe antwoordden alle oftalmologen die hij gecontacteerd heeft njet op onze vraag om op te treden als raadsheer voor mijn zaak. Hij heeft nog wel één goede kandidaat op het oog, een gepensioneerde oogarts, “die hopelijk wat extra tijd heeft om zich bezig te houden met onze zaak.” Ik vraag hem hoe lang hij al aan het zoeken is naar een raadsheer. Zeg expliciet dat ik de indruk heb dat hij er pas sinds verleden week mee begonnen is. Zo ontdek ik ook nu pas dat hij nog altijd niet het volledige medische dossier naar de Witte Koningin heeft gestuurd. Nochtans ook al in zijn bezit sinds meer dan een maand. Hij reageert niet op de onverholen kritiek maar verzekert mij alles te zullen doen om tegen maandag een raadsheer en een weerwoord te hebben.
Zoals te verwachten valt loopt het echter helemaal mis. Is het omdat onze advocaat gespecialiseerd in medische fouten veel te laat in gang schiet of is het omdat het te weinig opbrengt voor die oogartsen die bakken geld verdienen met het krassen van wat ogen of is het omdat de totale omerta heerst binnen de Belgische Vereniging van Oogartsen, maar ook de laatste gepensioneerde oogarts weigert op te treden als medisch raadsheer voor onze partij. De Walrus beweert bij hoog en bij laag dat hij dit nog nooit meegemaakt heeft; dat elke en werkelijk elke specialist die hij contacteert weigert om in te gaan op zijn vraag. Hij vraagt zich zelfs af of dit alles geen indicatie is van de macht die Ilse Mombaerts uitoefent in The Secret Society of Flemish Ophmaltologists. Of dat ze gewoon allemaal schrik hebben van de harteloze Hartenkoningin. Misschien dat ze occasioneel ook wel eens een hoofd van een oogarts laat afkappen?
Opnieuw is dit een kleine ramp. Afgaande op alles wat er gebeurd is op de installatievergadering en het louter administratieve tick-in-the-box-niveau van het voorlopige verslag, wordt zonder input van een medisch raadsheer ons weerwoord weggehoond en vakkundig weggemoffeld. Ik zeg dit ook tegen de Walrus. Dat ik er het nut niet van inzie om een weerwoord zonder medisch raadsheer in te dienen. Dat, na de installatievergadering het voor mij duidelijk is dat wij mogen zeggen wat we willen. Zo lang het niet komt van een confrater gaan ze gewoon niet luisteren. Vooral het feit dat de Walrus tijdens het telefonisch gesprek nog eens voorstelt om toch nog eens de oogarts van het AZ Maria Middelares terug te contacteren, met als argument dat als het dan toch bij die ene zitting blijft hij het misschien wel ziet zitten om als raadsheer op te treden, werkt als een rode lap op een stier bij mij. Alsof dit alles überhaupt aanvaardbaar zou zijn. Maar ik ben weer even vergeten dat recht en rechtvaardigheid hen niet interesseert, die avocaten. Het is daarvoor niet dat ze het doen. Dat is alleen maar in de boekskes of de film. Zolang er maar genoeg oesters zijn om op te eten, zijn zij content.
Achter mijn rug contacteert de Walrus Yvo terug en vraagt hem om hulp. Iets wat ik zelf absoluut wilde vermijden. Na alles wat hij al voor mij gedaan had, wilde ik Yvo zeker niet ook nog eens betrekken in mijn juridisch gevecht met het almachtige UZLeuven. Aanvankelijk wilt hij dit ook niet doen. Maar wanneert hij hoort dat er geen enkele oogarts bereid is om mee te werken als raadsheer springt hij toch in de bres. Hij verklaart aan de telefoon: “Wij hebben dit beroep gekozen omdat we mensen willen helpen. Om dan iemand zoals jou in de kou te laten staan, sorry, maar dat doe je niet.” Wat hem uiteindelijk helemaal overtuigt is de misselijkmakende stelling in het medisch verslag van de tegenpartij dat de tumor misschien wel ontdekt is geweest dankzij de operatie uitgevoerd door Ilse Mombaerts. “Dat getuigt van zo’n arrogantie en vooral fundamentele oneerlijkheid, dat ik het niet kan laten passeren,” eindigt hij. Ze bestaan nog, de medici met een geweten. Als hij het niet zo druk had aan de andere kant van de smartphonelijn, had ik hem met of zonder 4G door de telefoon heen gesleurd om hem een dikke zurbert te geven.
Omdat het ondertussen al te laat was heeft mijn advocaat medische fouten snel nog uitstel gevraagd aan de Witte Koningin en gekregen. De nieuwe deadline is vrijdag, 30 december. Blijft er maar één conclusie over voor dit zoveelste onvoorstelbare verhaal: niet dat ik het nog niet wist maar medische slachtoffers worden als stront behandeld in dit land. Als ik weer niet een goede vriend had gehad die bereid was om mij uit de nood te helpen, zou mijn aanklacht tegen Ilse Mombaerts en Gasthuisberg nu al verticaal geklasseerd geweest zijn. Zonder boeh of bah. Sterft maar een beetje gij. En stopt met zagen. Dacht gij nu echt dat gij in een rechtsstaat leefde? Onnozelaar.
Alles dat er bij mij niet gewoon misgelopen was maar ronduit verkeerd gedaan op de dienst ophtalmologie van Gasthuisberg, zou zonder enig gevolg gebleven zijn voor de hoofdverantwoordelijke Mombaerts en voor dat zelfvoldane UZLeuven. Voor mij daarentegen zouden de gevolgen alsmaar schrijnender en duidelijker geworden zijn. Met nog een operatie meer. Uitzaaiingen in vitale organen. Een straatje zonder einde of juist wel: een doodlopende straat. Zonder blog of boek zou niemand buiten mijn familie en de naaste vrienden er iets van geweten hebben. En ik zou in alle stilte verdwenen zijn.
Daarom zeg ik ook dat het aller-, allerergste aan het huidige systeem in België is dat medische slachtoffers zelfs niet erkend worden. Integendeel. In de plaats daarvan worden ze langs achter en van voor, van boven en van onder gepakt door het ganse hypocriete systeem dat draait rond hen, leeft van hen. Kijk maar naar dat totaal inefficiënt Fonds voor Medische Ongevallen: volgens de Panoreportage van 11 november 2020; 16 miljoen euro uitbetalingen versus 30 miljoen euro werkingskosten. Het kost dus veel meer om de boel draaiende te houden dan dat er mensen vergoed worden voor al het geleden leed. Al die experten verdienen op de kap van de slachtoffers zonder zelf iets wezenlijk te doen letterlijk stukken van mensen.
20 december 2021 18u15 – Winter Is Coming
Op de CT-scan gemaakt van mijn thorax en hals ter voorbereiding van de operatie aan mijn galblaas hebben ze iets verdachts opgemerkt ter hoogte van mijn lever. Dus hebben ze ineens van mijn onverwacht verblijf in het UZGent geprofiteerd om mijn status als kankerpatient te upgraden. Tijdens de operatie aan mijn galblaas hebben ze een biopt genomen van één van de twee verdachte vlekken aan mijn lever. En op maandag, twee dagen na de operatie, hebben ze nog vlug een MRI van mijn hersenen genomen. Om eens goed te kijken hoe het daar staat.
Resultaat van dit alles: ik ben binnen gegaan via spoed met een banale galblaasontsteking. Ik verging van de pijn. Eén operatie volstond om ervan af te geraken. Ik ga naar buiten als een chronisch zieke kankerpatient; met een extra tumor ergens boven in mijn hoofd, een andere die er al zat in mijn kleine hersenen die ondertussen al een centimer groot is en twee ‘vlekken’ op mijn lever – de biopsie loopt nog. In plaats van ondraaglijke pijn voel ik van dit alles voorlopig nog zo goed als niets, maar hieraan ga ik wel sterven. Geen enkele operatie gaat mij hiervan nog kunnen redden.
Dat echter het resultaat van de MRI negatief is, had ik niet anders verwacht. Het zou naïef geweest zijn om te denken dat met één keer bestralen zo’n agressieve tumoren als ik na het gebroddel van Ilse Mombaerts naast mijn linkeroog meegemaakt heb lam gelegd kunnen worden. Toch slaat het nieuws opnieuw en weer in als een bom. Alle hoop is verloren en sijpelt weg in mijn tweepersoonsziekenhuiskamer, langs de vloerspleten, onder de plinten en de afvoer van die inloopdouche daar. Achter mij ligt een verliefd koppel samen in bed waarvan de jonge man een kwaadaardige tumor in zijn rug heeft. Ook pas ontdekt na een jaar sukkelen in een ander ziekenhuis. Dit UZGent is de afvoerbak voor alles dat er is misloopt in andere ziekenhuizen. Voor mij zit de jonge, ambitieuze assistent-oncoloog. Hij probeert een beetje stiller te praten maar in zo’n tweepersoonskamer hoor je zelfs een muis voorbijtrippelen. Bovendien is hij niet in staat om zijn luide, krakende stem op een geschikt geluidsniveau terug te brengen. Hij doet zijn best om empathisch over te komen, maar is zo doelgericht dat het hem bijzonder moeilijk valt. De resultaten van de scans zijn slecht en ik heb net gezegd dat ze slecht zijn. Wat valt er dan nog meer te zeggen? Zelf heb ik geen zin meer om voor de zoveelste keer tegenover heilige boontjes over de ramp van Gasthuisberg te beginnen en, in hun haastig wegkijkende ogen, slachtoffertje te spelen. Bovendien vind ik dat alleen stilte past bij zo’n onheilstijding en dus doe ik er het zwijgen toe. Ik laat de assistent een beetje hulpeloos spartelen met zijn rug tegen de muur. Ik ben echter geen sadist. Om af te sluiten bedank ik hem snel voor de informatie.
Tin wilde al sinds de bestralingen meer dan een jaar geleden een nieuwe MRI van mijn hersenen laten nemen. Zij wilde toen al weten hoe dat het daar ermee stond. Stilletjes hopende dat het toch een beetje goed zou zijn. Ik niet. Ik wilde toen – en zelfs nu nog – niet weten wat de stand van zaken was. Goed wetende dat de kans dat het slecht zou zijn veel groter was dan dat het goed zou zijn. Maar de galblaasontsteking heeft roet in het eten gegooid. Of toch mijn persoonlijke planning op een hoopje gegooid. En dat het net weer vlak voor Kerstmis gebeurt, zorgt voor een akelig déjà-vu-gevoel. Bijna exact op dezelfde dag, maar drie jaar later, toen 17 december, nu 20 december, zelfs het uur is ongeveer hetzelfde, valt dat zwaard opnieuw. Gedaan met alle illusies, dromen of wensen. Onze rustige kerstdagen en een hoopvol nieuwjaar kunnen we vergeten. Net zoals in 2018 zal het een eindejaar in mineur worden.
Begin volgend jaar zullen mij nieuwe behandelingen wachten. Om alles verder zo lang mogelijk te rekken. Misschien een nieuwe reeks bestralingen van mijn hoofd. Waar ik verleden keer drie maanden voor nodig had om een beetje van te herstellen. Om terug een beetje mens te worden. Of anders die small molecules medicatie, waarvan de wetenschap van het bestaan ervan onlangs met zoveel hoopvolle verwachting ontvangen werd. Ze zou zelfs de tumoren in de hersenen kunnen bereiken, zo werd gezegd. Of beide tegelijkertijd: bestralingen én pillen. Een cocktail van behandelingen. In de hoop dat het gecombineerd nog meer levensverlengend zal werken.
De eeuwige optimisten zullen argumenteren dat we dit weer goed gedaan hebben. Dat we op deze manier d’r weer snel bij zijn. Maar door het amateuristisch geklungel van Gasthuisberg zijn we al sinds 2018 te laat en lopen we gewoon achter de feiten aan. Kankerpatient met uitzaaiingen, dat wordt je niet zomaar. Sommige mensen ontdekken het inderdaad veel te laat. Die kennen we allemaal via de media. Op de radio, op de TV, zelfs via bewustwordingscampagnes op het internet tegenwoordig; we worden voortdurend opgeroepen om ons zo snel als mogelijk te laten controleren. Anderen komen terecht in de handen van incompetent zorgpersoneel. Deze mensen kennen we niet. Die worden dood gezwegen. Daar wordt niet over gesproken. Die waren ook gewoon te dom om zelf te beseffen dat ze misschien wel een kankergezwel hadden. Die worden verondersteld hun lijdensweg verder alleen af te leggen en stilletjes te sterven. Dankbaar voor de goede zorg, zelfs als ze slecht is. Zoals een brave Vlaming betaamt.
We gaan echter proberen de Kerstmis van de kinderen nog te redden. We gaan er voorlopig niets over zeggen. Misschien enkele dagen later, in aanloop naar Oudjaar, omdat wat er onherroepelijk zal gebeuren, toch een deel van het Nieuwe Jaar zal zijn, en omdat we dan het slechte nieuws toch nog dit jaar kunnen laten vallen en achter ons laten, maar wel ná Kerstmis. Zodat we Kerstmis, het feest van de Vrede, het feest voor alle mensen van goede wil, dus niet voor die smerige hypocrieten van de Orde der Geneesheren die medische slachtoffers gewoon laten creperen, mogeliiks een laatste keer in zoveel als mogelijke rust samen met ons gezinnetje kunnen vieren. En we gaan ineens hetzelfde doen met jullie, liefste lezers, vrienden en familieleden. Of dat is toch de bedoeling. Want waarom zouden we jullie Kerstmis ook verknallen?
30 december 2021 – Walrussen zijn ook maar mensen
Op Kerstdag zijn we met ons vieren naar Le Crotoy in de baai van de Somme gereden. Een Noord-Frans vissersdorpje dat de afgelopen 20 jaar fel veranderd is maar toch nog altijd veel authentieker aanvoelt dan het bourgeois stadje annex jachthaven aan de overkant van de baai. Het is zo’n beetje het jaarlijkse bedevaartstripje van de familie geworden. Voorafgegaan, als het enigszins kan, telkens opnieuw, met een kort bezoek aan de imposante vroeg-gothische abdijkerk van Saint-Riquier. Zelf tegenwoordig een dorp van amper enkele honderden zielen, maar met op het centrale pleintje een abdijkerk uit vervlogen tijden met een indrukwekkend voorportaal in flamboyante gothiek.
Gelukkig lukte deze keer onze trip naar Le Crotoy wel ondanks de gesel genaamd Corona. Je kan er, weer of geen weer, prachtige wandelingen maken. Zelfs in de gietende regen blijft het zicht keimooi. En vooral overal is er diezelfde kleur, de kleur van de Noordzee: dat grijsblauwe van lucht, water en zand. Voeg daar nog het magische licht van de kust aan toe en de belevenis wordt uniek. Niet voor niets was dit de plek waar Jules Verne “Twintigduizend mijlen onder zee” schreef. Alles dat je ziet baadt in diezelfde sombere en door het flirtende, magische kustlicht toch hoopvolle kleurschakeringen. In die mate zelfs dat waar het zand eindigt, het water begint, de lucht aanvangt, nooit echt duidelijk is.
En dan is er nog het hotel Les Tourelles. Een door een grote groep Brusselaars in de jaren ‘70 gekocht en opgeknapt oud herenhuis, of eerder landhuis, hoog boven op de oever. De kamers zijn absoluut niet duur. Waarschijnlijk nog een gevolg van het in collectief bezit zijn van meerdere families: in de overeenkomst met de uitbater moet ergens staan dat de kamers betaalbaar moeten blijven. Het is alleen moeilijk om er binnen te geraken want het is bijzonder populair. Vanuit de kamers aan de voorkant kijk je uit op de baai. En de gezellige bar is ook een genot om te zitten, en weer weer of geen weer. Met waarschijnlijk door de Belgische achtergrond van de eigenaars van het hotel een ruime keuze aan Belgisch bier, zoals Karmeliet van ‘t vat. Normaliter gaan we enkele dagen op bedevaart ergens in de lente, tijdens de Krokus of de Paasvakantie. Maar omdat het door Corona niet gelukt is verleden jaar, hebben we nu de Kerstperiode al uitgekozen voor ons bezoekje. Les Tourelles is natuurlijk volzet. Dus hebben we zo’n piepklein vissershuisje met twee slaapkamers geboekt via AirB&B.
Op de voorlaatste dag heb ik het in de kleine zitkamer verteld aan de kinderen van de resultaten van de laatste scans. Maar op een positieve manier. Met de nadruk op de nieuwe behandelingen die ze sowieso zullen opstarten in UZGent eerder dan op wat dit allemaal concreet betekent. Niet omdat ik me zo positief gestemd voelde maar eerder omdat ik hen niet opnieuw aan het wenen wilde brengen. Een mens kan veel aan maar niet alles. Het nieuws passeerde dan ook beter dan verwacht. Geloof in de wetenschap hebben die twee monsters van ons alvast al meegekregen. In deze Coronatijden is dat blijkbaar ook al iets om trots op te zijn.
In Le Crotoy herlees ik opnieuw de repliek van Yvo op het voorlopig verslag van de experten. Het blijft indrukwekkend. Met referenties en al bevestigt hij wetenschappelijk onderbouwd mijn eigen bevindingen gebaseerd op de spoedcursus geneeskunde die ik de afgelopen drie jaar tot mijn scha en schande aan den lijve heb moeten ondergaan: dat de gevoelloosheid van dat bolletje naast mijn oog genoeg reden had geweest moeten zijn voor verder onderzoek. Dat dit niet doen, zeker in combinatie met dan ook nog eens een doorverwijzingsbrief waarin expliciet op het gevaar van kanker gewezen wordt, een pure nalatigheid constitueert.
Op 28 december, terwijl wij terug van Picardië naar huis aan het rijden zijn, en dus twee dagen voor de nieuwe absolute deadline, stuurt de Walrus de eerste versie van zijn antwoordnota door. En het moet gezegd: ze mag er zijn. Ze is bijzonder uitvoerig en bevat praktisch al mijn kritische bemerkingen. Bovendien wijst hij nadrukkelijk op het totaal afwezig zijn in het voorlopig verslag van alles wat er besproken geweest was op de installatievergadering. Inclusief de dissonanties tussen mijn ziektebeeld en wat zich normaliter voordoet bij een ontsteking van een traanzakje. En dat dus, zo eindigt hij, de afwezigheid van een differentiaaldiagnose een ernstige tekortkoming is geweest in de behandeling van Ilse Mombaerts.
De dag daarop doet hij er nog een schepje bovenop. Hij voegt aan zijn antwoordnota nog een sectie toe over de informatieplicht waarin Ilse Mombaerts als geneeskundige ook al schromelijk gefaald heeft door het risico op kanker zelfs niet ter sprake te brengen. En enkele referenties naar andere gerechtszaken om onze stelling te rechtvaardigen dat mijn ganse medische behandeling in Gasthuisberg op meerdere fronten gekenmerkt is geweest door medisch nalatig handelen.
Ik was mijn vertrouwen in de Walrus volledig kwijt geraakt. Maar in deze meritocratische samenleving heeft men niet alleen een penurie aan gekwalificeerde ophtalmologen gecreëerd. Toch als je op zoek bent naar echte medische zorg van ogen en aanverwanten. Als het is om wat ogen te krassen staan ze in een lange rij klaar om voor veel geld een heel eenvoudige en in essentie puur esthetische operatie uit te voeren. Ook advocaten gespecialiseerd in medische fouten zijn bijzonder dun gezaaid in dit land. Het vergt een zeldzame combinatie van competenties en frustratietolerantie die zelfs die lethargische advocaten amper kunnen opbrengen. Bovendien is het door het gebrek aan een correcte regelgeving en de belangenverstrengeling van alle betrokken partijen iets tussen burger-, straf-, vennootschaps- en verzekeringsrecht in.
Vertrekkende van deze antwoordnota zal ik dan ook maar verder doen met de Walrus. Hij heeft er in ieder geval veel tijd en moeite in gestoken. Hij stelde ronduit dat hij nog nooit eerder een nota van meer dan 17 bladzijden heeft ingediend. Om zijn punt kracht bij te zetten, voegde hij er nog aan toe: “Dat is langer dan sommige besluiten voor de rechtbank.” Bovendien vind ik dat alle creatieve mensen recht hebben op enig respijt als het gaat over time management en het voldoen aan administratieve verplichtingen. En op zijn minst heeft hij toch al wat empathie met mijn vreselijk lot getoond. Net zoals dat de Walrus van Carroll met tranen in de ogen zijn medeleven uitsprak met de oesters voor hij ze smakelijk in zijn eigen mond stak.
11 januari 2022 – Het begin van het einde

Dit zijn ze dan. De pillen die mijn leven nog zo lang mogelijk moeten rekken. Vanaf nu hangt mijn leven echt aan een zijden draadje. Een zijden draadje gevormd door dit relatief nieuw type van kankermedicijnen. Relatief want ze bestaan blijkbaar toch al een jaar of twintig, maar zijn hier in België nog steeds in studiefase. En toch nieuw want ze vervangen in mijn geval chemo én bestralingen. En zeg nu zelf, als je de keuze hebt tussen plat gespoten worden met chemische vloeistoffen, dodelijk voor álle sneldelende cellen in je lichaam, ook de gezonde (been there, done that*), en goede oude Marie Curie-achtige X-stralen die wel met een soort van hypermodern laserkanon op je ganse hersenpan losgelaten worden, zodat je af en toe niet meer weet wat je daarjuist nu weer aan het doen was (been there, done that**), of, of, enkele pillen nemen elke dag, wat zou jij dan kiezen? Ik denk dat je keuze snel gemaakt zal zijn.
En waarschijnlijk nog sneller dan mezelf als ik er nog aan toevoeg dat ze ‘small molecules’ noemen omdat ze, eenmaal opgelost in je lichaam, zo klein zijn dat ze zelfs in slechts enkele micrometers grote lichaamscellen kunnen binnendringen en daar heel specifieke genmutaties aanvallen. Genmutaties die eigen zijn aan de kankercellen. Wat dus ook ineens wilt zeggen dat het een heel gerichte behandeling is in tegenstelling tot chemo en bestralingen. Dat zijn wat ze noemen ‘systeemtherapieën’ omdat ze het ganse lichaam aanvallen en dus belasten. Ook de gezonde stukken. Terwijl dat dit nieuwe type van medicatie dus enkel cellen met zo’n specifieke genmutatie, en dus in principe enkel de kankercellen, aanvalt. Nu hebben jullie nog sneller beslist niet? Ik in ieder geval wel.
Blijft alleen het probleem dat de pillen nog moeten ‘aanslaan.’ En liefst zonder ernstige bijwerkingen. Aanslaan want dat ze gaan werken kan niet gegarandeerd worden. Vandaar dat Sylvie Rottey, mijn superoncologe, binnen twee maanden al een nieuwe MRI van mijn hersenen wilt laten maken om er zeker van te zijn dat de pillen toch hun werk doen. En zo niet, toch opnieuw bestralingen te laten uitvoeren voordat het helemaal geen zin meer heeft; voordat de verschillende hersentumoren al te ver gevorderd zijn. Hersentumoren die, wonder boven wonder, ondanks de fameuze bloed-hersenbarrière, dat vlies rond de hersenen dat als een streng bewaakte grensovergang illegale migranten en stoffen tegenhoudt, toch ook door deze nieuwe medicatie aangepakt zouden kunnen worden. Omdat enerzijds die small molecules zo klein zouden zijn dat ze zelfs door die fijnmazige barrière kunnen geraken, wat bijvoorbeeld chemo totaal niet kan. En anderzijds omdat er in de grensmuur zelf door de vorige WBRT-John Peel-sessions zoals bij Emmentaler- of Leerdammerkaas al wat gaten zouden zitten.
En bijwerkingen, tja. Als je de lijst aan mogelijke bijwerkingen doorneemt, heb je nog zo weinig zin om die pillen in te nemen dat je ze stilletjes van je wegschuift. Maar als ervaringsdeskundige ondertussen kan ik zo’n lijst, hoe verontrustend ook, redelijk goed relativeren. Na het aanhoren van de lange lijst aan mogelijke bijwerkingen van de chemotherapie meer dan twee jaar geleden had ik ook al de neiging om weg te lopen. Goed dat ik het toen niet heb gedaan want bij mij vielen ze achteraf gezien mee. Alhoewel dat niets mij kan garanderen dat dat deze keer ook zo zal zijn. Het blijft gewoon allemaal op hoop van zegen.
Het is wel een andere soort van pillen dan aanvankelijk gezegd. Toen werd er gezegd dat ze een ‘Check-2-mutatie’ ontdekt hadden in mijn tumoren. Daarom werd er toen voorgesteld om een product genaamd Afatinib te nemen. “Ondertussen is deze studie echter stopgezet en is het medicament niet langer beschikbaar,” verklaart Professor Rottey. Gelukkig hebben ze ondertussen nog een andere, tweede mutatie in mijn tumoren ontdekt genaamd BRCA1. En daarvoor bestaat er nog een ander medicament in studiefase genaamd Olaparib. Dit is het medicament dat ze mij nu voorstelt. Het grappige is wel dat het oorspronkelijk ontwikkeld is geweest voor eierstokkanker. Één van de bedoelingen van de lopende studie is, als ik het goed begrijp, aantonen dat dit medicament net zo geschikt is voor mannen als vrouwen. En dat niet geslacht maar een unieke genmutatie de doorslaggevende factor is voor het succes ervan. Niet dat het mij verwondert, maar ook onze medische instellingen, ziekenkassen en Riziv, zijn al net zo ouderwets en achterhaald als justitie en al die andere instellingen van dit land. Ze zitten zelf nog volledig vast in de klassieke tweedeling tussen mannen en vrouwen. Kijk maar naar het gemak waarmee vrouwen zelfs in de rechtbank zelf – of all places – verantwoordelijk gesteld worden voor het wangedrag van de klootzakjes. In deze ‘Me Too’-tijden gaat mijn casus dus helpen bij het slechten van de eeuwenoude kloof tussen mannen en vrouwen. Met twee dochters op deze wereld kan ik alleen maar verheugd zijn om op deze manier bij te dragen aan het verder afbreken van deze simplistische tweespalt van het menselijk geslacht.
Twee keer per dag twee pillen. Best na het eten. Een keer ‘s ochtends en een keer ‘s avonds. Met ongeveer 12 uur er tussenin. Zodat ze 24/24 7/7 werkzaam zijn. Dat zal mijn lot zijn, in het beste geval, tot dat ze niet meer werken; hetgeen dan weer kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren. En dan zal het zo goed als gedaan zijn met mij. Misschien staat er mij dan nog een beetje palliatieve chemo te wachten. En nog wat bestralingen. Maar het hek gaat tegen dan van de dam zijn en de woekerende kankercellen gaan niet meer te controleren zijn: er zal geen stoppen meer aan zijn. In alle andere, nog slechtere scenario’s zijn er tal van variaties denkbaar: de bijwerkingen zijn toch te erg en dus moeten we stoppen, de medicatie slaat niet aan en dus vallen we terug op chemo en bestralingen, de hersentumoren verkleinen niet en dus stoppen we om terug te bestralen, enz… Maar daar gaan we nu even niet proberen aan te denken. We gaan proberen te genieten van de tijd die ons nog rest. En we gaan vooral hopen. Hopen dat het lukt. Én dat het lang duurt.
Maar vraag me niet om niet langer boos of kwaad te zijn, vraag me ook niet om ‘gewoon’ te genieten van de tijd die me nog rest, om verheven en vergevingsgezind boven alles wat er gebeurd is te staan, of om er net zo berustend en vredevol mee om te gaan als Stijn Depaepe, de zalige huisdichter van De Morgen, die ook al terminaal ziek is. Dat kan ik niet opbrengen. Ik sterf dan ook niet aan kanker. Ik sterf aan de onvoorstelbare onkunde en mateloze arrogantie van een diensthoofd van dat zielloze en al even arrogante Gasthuisberg.
3 februari 2022 – Ons kent ons midden in het Spiegelpaleis
Om 15u34 vandaag ontvang ik per mail het antwoord van de tegenpartij op onze repliek op het eerste, voorlopige verslag. Eerste vaststelling: deze keer smijten ze een Wit Veulen in de strijd. Blijkbaar is de oorspronkelijke oogarts die het eerste medisch verslag voor MS Amlin, de verzekeringsmaatschappij van Gasthuisberg/Ilse Mombaerts, had opgemaakt – dat verslag waarin de tegenpartij zelfs het lef had om te insinueren dat het gezwel dankzij de operatie van Hartenkoningin ontdekt is geweest – vervangen door een andere. Terwijl dat wij geen enkele oogarts vinden om ons te verdedigen, hebben zij blijkbaar een heel leger klaar staan en kunnen ze gewoon van de ene op de andere overschakelen. Als ik de nieuwe kandidaat-raadsheer opzoek op het internet ontdek ik dat het om een jongedame van zo’n jaar of 30 gaat en dat ze een gewone oogarts is ergens in een praktijk in het Limburgse werkzaam. Hetgeen haar er niet van weerhoudt om de repliek van Yvo, zelf een professor en oncologisch chirurg, denigrerend te omschrijven als “een knipsel van literatuurgegevens en internetbevindingen.”
Tweede vaststelling: de tegenpartij verandert niet alleen van medisch raadsheer alsof het niets is, ze verandert ook van geweer. Waar dat tot nu toe tegen mij, ook door Professor Mombaerts, altijd gesproken werd over een ontstoken traanzakje (‘dacryocystitis’ blijkbaar in dat pseudo-intellectueel medico-latino taaltje) beginnen ze nu ineens over een verstopt traankanaal (‘dacryomucocele’ ook blijkbaar). Waar dat de oftalmoloog-expert opgetrommeld door de Witte Koningin, het Witte Paard, op de installatievergadering/eerste zitting zelf nog met de 4 parameters voor een ontstoken traanzakje afkwam (dolor, calor, tumor en rubor), stelt de nieuwe oogartse nu zonder omwegen dat in het geval van een dacryomucocele dolor niet vereist is. Dat het vaak zelfs niet voorkomt want “inflammatie is niet gelijk aan infectie.” Hetgeen ook ineens de vraag doet rijzen of het Witte Paard het medisch dossier op zijn minst bekeken heeft voordat hij op de installatievergadering/eerste zitting verscheen en Professor Ilse Mombaerts, als ‘somniteit’, zonder aarzeling en enige vorm van schaamte vrijsprak van fout, nalatigheid of wat dan ook voor imperfectie. Dat Yvo, in zijn repliek hiermee al rekening heeft gehouden en zowel een dacryocystitis als een -mucocele uitvoerig als onvoldragen en voorbarige diagnosestellingen omschreven heeft, wordt totaal genegeerd. Net zoals dat tal van andere dingen opnieuw genegeerd worden. Het is alsof ze zich van de domme houden of gewoon doof zijn.
Zoals de doorverwijzingsbrief. De brief verwordt in het schrijven van de jonge oogartse tot een ‘suggestie’, die de suggestie van de dag in een doordeweeks restaurant niet overtreft qua belang. Het is nu zelfs al geen officieel document meer. Het is iets dat timide ingefluisterd wordt en door de Onbevlekte Hartenkoningin met een wuifgebaar van een van haar knokige handen afgewimpeld kan worden. Een beetje als een lastige vlieg.
Zoals onze opmerkingen gemaakt op de installatievergadering/eerste zitting en bij totale afwezigheid ervan in het voorlopig verslag nadrukkelijk herhaald in ons schriftelijk weerwoord. Ik blijf binnen bellen op 19/09/2018 met een klacht van roodheid terwijl ik gewoon binnen belde met de vraag of die ondertussen toch ernstig toegenomen veronderstelde traanzakontsteking volgens de regels van hun eigen medische wereld niet koud moest staan voor de operatie?
Er is ook nog steeds geen enkel causaal verband tussen alles wat er gebeurd is en vooral niet gebeurd is in Gasthuisberg en mijn nefast ziekteverloop. Dit alhoewel dat, waar dat de experten aangeduid door de rechter het nog hielden op maximum wat slechte communicatie van de kant van Gasthuisberg, de nieuw opgedoken medisch raadsheer van de tegenpartij hier plots stelt dat er slechts 9 weken verlopen zijn tussen het moment dat er ‘misschien’ iets is misgelopen in Gasthuisberg en de uiteindelijke operatie in het UZGent. En ja, want zijn nu 9 weken? Dat is maar een goede 2 maanden. Waar doen wij zo moeilijk over? Dat is toch niet zo belangrijk allemaal? Ah neen, vandaar natuurlijk dat overal en systematisch, op de radio en op de TV, in de kranten en zelfs op die sociale media tegenwoordig, Belgische burgers opgeroepen worden om zich zo snel als mogelijk te laten checken op verdachte gezwellen of vlekken. Wat ook weer betekent dat de diagnose op 1 juni 2018 en de operatie op 26 september 2018 nog steeds als rimpelloos verlopen worden voorgesteld. Terwijl het bobbeltje waarvoor ik naar Gasthuisberg doorverwezen werd, nog steeds zat waar het al zat sinds het begin van het jaar en ik dus al een jaar aan het wachten was op professionele hulp. Een jaar wachten is dat dan soms wel erg, oogdoktertje van mijn voeten?
Verder blijkt dat ze niet alleen een specialist in oogheelkunde is maar ook in de psychologische wetenschappen. Zo stelt ze groothartig bij aanvang dat “ze begrijpt dat dhr. Hoskens een zeer ernstige diagnose heeft gekregen, dewelke de nood naar het zoeken van ‘een schuldige’ bevordert.” Alhoewel goed gevonden, schort er wel het een en het ander aan deze effe-doen-alsof-dat-we-meeleven-stelling. Zo gaat het bij ons niet om het blind zoeken van een schuldige, maar zijn er genoeg concrete aanwijzingen die aantonen dat Professor Ilse Mombaerts een verpletterende verantwoordelijkheid draagt in het verloop van mijn ziekte.
Na al die cursussen inlevingsvermogen gaat het Wit Veulen nog een stap verder: als reden voor de afwezigheid van een differentiaaldiagnose, zelfs in de medische dossiers, stelt de oogartse zonder omwegen dat dit is “omwille van de mogelijke inzage door de patiënt, met de bedoeling geen onnodige ongerustheid te wekken.” Wat is de waarde van die medische dossiers dan nog? En een on-line platform als Cozo? Een digitaal spiegelpaleis volgestouwd met nietszeggende en halfslachtig uitgewerkte dossiers? Moeten wij het daarmee stellen? En zijn dit dan de nota’s geschreven ‘in tempore non suspecto’ waarop de gerechtelijke experten nu terugvallen?
Bovendien worden wij, patiënten, toegang tot de dossiers of niet, nog altijd behandeld als kleine kinderen die niet in staat zijn om om te gaan met slecht nieuws, die beschermd moeten worden tegen zichzelf. Als één van die vele patiënten kan ik alleen maar voor de zoveelste keer zeggen dat zo’n stelling gewoonweg wraakroepend is. Dit paternalistisch argument wordt, samen met de privacy van het medisch dossier, steevast ingeroepen ter ‘bescherming van de patiënt tegen derden,’ systematisch en ongegeneerd door diezelfde medici gebruikt tegen de patiënten zelf. Samengevat de positie van de oogartse: ze mogen de patiënten niet ongerust maken maar wel een onvolledig dossier aanmaken en een foute diagnose opstellen.
En het wordt nog erger: “Te hoge verwachtingen van het heilzame effect van een vroegere diagnose blijken regelmatig een belangrijke bron voor het aanspannen van rechtszaken.” Opnieuw komt die onverwachte specialisatie in de psychologische wetenschappen om de hoek kijken. Daarom even duidelijkheid scheppen: mijn verwachting was dat ik in Gasthuisberg in goede handen was; dat men daar zorgvuldig en zorgzaam met mijn lichaam en mijn leven zou omspringen. Dit lijkt mij alvast geen “te hoge verwachting.” Maar ook dit is niet wat er gebeurd is te Gasthuisberg. Dat is net het probleem en dat is onze aanklacht.
Waarna het betoog van de oogartse helemaal verzand in totale verwarring. Want wat blijkt? Naast het kleine traanzakje, vormt de tijdens de operatie te Leuven vastgestelde afwezigheid van “atrofische neusmucosa (pus, slijmen, vieze rommel) niet alleen in het traanzakje maar ook in het os lacrimale, voorste ethmoidcel of neusholte (net zoals jullie, lezers, ben ik al lang de weg verloren)”, al een tweede teken dat de diagnose opgesteld door Mombaerts helemaal niet klopte. En toch werd ik de dag nadien, op 27/09/2018, naar huis gestuurd met een ontslagbrief waarin stond dat alles perfect verlopen was! Zonder enige info over de aberraties of op zijn minst vreemde vaststellingen tijdens de operatie. Integendeel. Als ik in het ziekenhuis kloeg over het nog steeds op dezelfde plaats aanwezig zijn van het bobbeltje, kreeg ik te horen dat dit ongetwijfeld nog een restant van een ontsteking was en wel vanzelf weg zou gaan.
En niet alleen dat. De afwezigheid van die ‘neusmuscosa’ doet de oogartse zelfs wanhopig vragen: “Waarvan moest Professor Mombaerts dan een biopsie genomen hebben?” Als wedervraag zou ik hier willen stellen aan de fantasmagorische experte waar dat al die oogartsen tijdens al die consultaties, inclusief Professor Mombaerts, als halve maniakken, op hebben zitten duwen? Op iets in de leegte? Iets dat dus niet bestond?
Normaliter was deze blog post vandaag hier gestopt. Maar de beker moet in dit apenland door medische slachtoffers tot op de bittere bodem leeggedronken worden en dus ook door jullie, lezers van mijn onwezenlijke en akelige blog. Terwijl ik nog wat verder op google zit te snuisteren, ontdek ik dat er nog een andere website is waar de nieuwopgedoken medisch raadsheer actief is. Hier bevindt zich echter wel geen foto van haar. In de plaats daarvan verschijnt er een uitgehold, wit, vrouwelijk figuurtje met haar naam naast. Misschien dat ze nog geen tijd heeft gehad om een foto in te leveren, polyvalente bezige bij als ze is? Maar wanneer ik dan naar beneden scroll op dezelfde site bots ik plots op een andere foto van een bekende onbekende. Deze oogarts kijkt mij deze keer rechtopstaand aan, niet langer onderuitgezakt, achteroverleunend in zijn zetel, met een imaginaire pijp in zijn handen. Maar een misverstand is niet mogelijk: het is wel degelijk het Witte Paard.
Het begint weer allemaal te tollen in mijn hoofd. Ik wrijf nog eens goed in mijn ene overblijvende oog en loer dan nog eens stiekem naar de foto om dan mijn hoofd vol walging af te wenden. “Wat is me dat hier voor een circus allemaal zeg?,” gilt die kleine Alice weer door mijn hoofd terwijl ik vol ongeloof keihard aan mijn haar begin te trekken. Die nieuwe oogartse, die dit antwoord van de tegenpartij heeft geformuleerd, werkt in dezelfde oogartsenpraktijk als het Witte Paard? Sorry? Wacht. Laat ons de vraag herformuleren. Dus: de nieuwe medisch raadsheer van de tegenpartij en de oftalmoloog-expert aangeduid door de rechtbank, werken fysiek samen op dezelfde plaats, als collega’s in een of andere oogkliniek? Klinkt dit beter? Ontmoeten elkaar regelmatig ergens in de verre Kempen, zitten naast elkaar in teamvergaderingen, spelen padel samen op het halfjaarlijkse team event, vieren collegiaal Nieuwjaar met een glas champagne in de hand? Ze hebben het misschien afgelopen Kerstmis nog gedaan? Terwijl wij ons probeerden recht te houden voor de kinderen? Zelf voelde ik me al verveeld en gedwongen verkeerd bezig omdat bij afwezigheid van een oftalmoloog die ons de dienst wilt bewijzen een vriend van mij verplicht is om als medisch raadsheer op te treden. Maar vergeleken met wat er hier gebeurt – medisch raadsheer tegenpartij en gerechtelijk expert werken samen onder één dak (ik zeg (nog) niet onder één hoed) – is dat maar klein bier qua belangenverstrengeling, niet?
Daarom, voor die mislukte psychologe daar, die zoveel belang hecht aan het welzijn van haar patiënten: heilige boontjes zoals jou lachen ons uit in ons gezicht. Zo ervaar je dit alles als patiënt. Jullie luisteren niet eens naar wat het slachtoffer zelf zegt. Jullie verkondigen jullie theoretische modelletjes en verbergen jullie voortdurend achter hoe het had moeten geweest zijn. Hoe het effectief geweest is kan jullie niets schelen. Leren uit jullie eigen fouten interesseert jullie niet. Het Spiegelpaleis blijkt vol te staan met spiegels die niet reflecteren. En als ze wel een reflectie geven, zijn het lachspiegels waarmee je enkel kunt wenen. En dan die brutale arrogantie van de macht waarmee jullie opnieuw dit alles doen. Jullie nemen zelfs niet de moeite om de schijn van een eerlijk proces hoog te houden. Hoe lelijk kun je zijn? Of neen, wacht, vergeef mij mijn verschrikkelijke onbeleefdheid, ik was even vergeten dat jullie boven al dat profaan gedoe van vriendjespolitiek en mogelijks zelfs collusie staan. Jullie zijn geen mensen. Jullie zweven verheven en onthecht boven al die lelijke en al te menselijke dingen. Net zoals de engelen. In datzelfde onbevlekte wit. Terwijl de slachtoffers thuis in alle stilte creperen. Slachtoffers die voor jullie zelfs niet bestaan. Want, oeps, sorry nogmaals, ook nog vergeten: jullie maken geen fouten. Laat staan dat jullie ze zouden verdoezelen.
14 maart 2022 – De grote bomenfinale
“Hoe is het nu eigenlijk afgelopen met die onnozel bomen, Patrick?,” is een vraag die ik niet echt voorgelegd krijg maar die enkelen onder jullie zichzelf misschien af en toe stellen. Daarom en om dat verhaal eindelijk af te sluiten volgt hier dan ook voor die enkelen het relaas van de bomenfinale.
Twee keer zijn we naar het kolossale Justitiepaleis in Brussel, het grootste, of toch minstens het hoogste, spiegelpaleis van het land, mogen gaan: een keer om naar het belachelijke verzoeningsvoorstel van de tegenpartij te gaan luisteren en een keer om ons tegenvoorstel te doen. Eindresultaat van dit ganse procédé: tick-in-the-box voor onze fantastische Justitie in ons moderne anglofiele jargon, pluim op de hoed in dat van de zeventiende eeuw. Weeral een rechtszaak voor de burgerrechtbank die ze via bemiddeling hebben kunnen oplossen. Als die burgers nu eens gewoon met elkaar zouden leren praten – ze gedragen zich echt als klein jong – zou dat toch allemaal niet nodig zijn? Dan zouden er ook niet zo veel rechtszaken aangespannen worden door al die vervelende zageventen. En zouden zij, de mensen van het gerecht, zich kunnen concentreren op wat écht belangrijk is. Zoals zware criminaliteit van migranten, bezoekjes aan belastingparadijzen door rechtschapen euromiljonairs en gefixte voetbalmatchen.
Wat vergeten wordt in deze voor Vrouwe Justitia vleiende retoriek is dat het in ons geval om een pure diefstal ging. Diefstal van onroerende goederen in de vorm van oude, tot 30 meter hoge bomen. Wat dus gegeven de aard van de overtreding op zich al als een strafklacht had moeten behandeld worden. Dixit ook de politie die onze klacht conform de te volgen procedures doorstuurde naar de procureur van Leuven. Dat die laatste echter plichtsverzuim pleegde en ons bij afwezigheid van ‘een specialist’ eenvoudigweg wandelen stuurde. En zo het failliet van de rechtsstaat in onze contreien wederom bevestigde. België, het land waar burgers zelf een proces moeten opstarten om diefstal aan te klagen. Het is niet de staat die hier voor rechtszekerheid zorgt. Het is hier aan de burgers zelf om dat te doen.
Wat ook verzwegen wordt in dat kortzichtig pleidooi voor betere communicatievaardigheden tussen de burgers onderling: de tegenpartij lachte ons uit in ons gezicht toen we onze aanklacht ingediend hadden. Waren bereid om een verwaarloosbare financiële tegemoetkoming te doen voor het ‘schrootafval’ van onze volgens hen toch al doodzieke en waardeloze bomen. Zelfs op het einde van de procedure bij de bemiddelaar gaf de tegenpartij nog altijd geen enkel teken van schuld-, of als dat teveel gevraagd is in deze zielloze tijden, enig verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfs toen nog zat een halsstarrige jongedame misnoegd en heftig neen te schudden en een wiskundig genie aan de overkant van de tafel zich te beklagen dat ze dan toch nog meer dan 85% van de totale kosten gingen moeten betalen. Kortom, zonder proces zouden we juist nougabollen gekregen hebben van die mensen.
Maar wat vooral ook nog verzwegen wordt: slachtoffers worden door Justitie zelf in dit land na alles wat ze al meegemaakt hebben verder onder druk gezet om nog extra toegevingen te doen aan de daders. Alsof zij verantwoordelijk zijn voor al die nutteloze tijd van die rechtbank. Toegegeven, dreigen met een beroepsprocedure die tot 4 jaar of zelfs meer extra gaat duren werkt bijzonder goed bij die verweesde slachtoffertjes. Want ik kan jullie verzekeren na een tijdje ben je al dat gezeik kotsbeu. Vooral de confrontatie met de meest ridicule tegenargumenten van een dader die niet in staat is zich te verplaatsen in een ander knaagt aan een mens. Vreet immens veel energie. Doet jouw geloof in de mensheid verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Om het nog erger te maken: waar dat je verwacht dat dergelijke manier van werken afgestraft zou worden, onder, ik zeg zo maar iets, een noemer als ‘belemmering van de rechtsgang,’ ziet Justitie daar geen graten in. Ge moogt de zotste dingen bedenken om toch maar uw eigen gelijk te halen. Zelfs als dit betekent dat zelfs van de kleinste mug een gigantische olifant gemaakt wordt. En op die manier een proces nodeloos en eindeloos gerekt wordt. Kijk maar naar dit onnozel bomenproces. Tussen het moment van de feiten en de uiteindelijke schikking zijn er 7 jaar verlopen. En dit dus voor een rij bomen waarvan de eigendom vastligt in twee proces-verbaals opgemaakt door twee verschillende beëdigde landmeters, eentje in 1992 en een tweede ter herbevestiging in 2018. Veel hallucinanter kan toch niet?
Maar ik hoor de believers ondertussen al weer afkomen: “Is er dan uiteindelijk geen gerechtigheid geschied, Patrick? Er is toch een schikking getroffen?” Wel, laat het me zo zeggen: de dreiging met een extra beroepsprocedure van nog eens vier of zelfs zes jaar werkt nog beter bij terminaal zieke mensen voor wie dat zelfs nog eens één keertje Nieuwjaar vieren al heel onwaarschijnlijk lijkt. Die dan ook nog eens medisch slachtoffer zijn. Die dus ondertussen nog een ander, veel belangrijker proces hebben lopen. Niet over enkele bomen maar over leven en dood. Voor wie dat geldnood ook niet langer een abstract begrip is. Alhoewel dat dit laatste in mijn geval niet zo nijpend is. Dankzij mijn studies en al het harde werk van de afgelopen dertig jaar heb ik god zij dank een functie waar mijn werkgever een hospitalisatie- en een inkomensverzekering voor voorziet. Maar stel je eens voor dat je dat niet hebt. Dan hadden we nu al ons huis kunnen verkopen. Of geld kunnen gaan vragen aan vrienden en familie. Want welke bank wilt nog geld lenen aan iemand die terminaal ziek is? Ik kan me niet voorstellen tot wat voor een drama’s dit bij sommigen van die medische slachtoffers moet leiden. Sterven terwijl de wereld zoals je hem kent rond jou instort en de verantwoordelijken, met de zegen van onze laffe goegemeente, hun handen in onschuld blijven wassen. Met de elitaristische en geldzuchtige Orde der Geneesheren als specialist manicure. De medische specialisten met hun sjieke villa’s en dikke wagens zelf staan d’r bij en kijken d’r naar. En doen niets. Of als ze al iets doen met hun witgewassen propere pollekes is het alles toedekken door gewoon te zwijgen of zelfs leugens te vertellen. Hoe gewetenloos kun je zijn?
“Maar er is toch die schikking Patrick?” Ja, er is een schikking maar stel je daar niet te veel bij voor. Waar dat de ridicuul lage schadebepaling door de expert van de burgerrechtbank neerkwam op een goede 2000 euro per boom, ontvangen we nu in finale na aftrek van onze eigen kosten nog een goede 1000 euro per boom. Natuurlijk recupereren we, in tegenstelling tot het voorstel van de tegenpartij, ook wel alle kosten die we zelf hebben moeten aangaan om überhaupt het proces te kunnen voeren. Zoals de deurwaarder inschakelen tot in Frankrijk om in totaal 8 verschillende tegenpartijen aan te kunnen schrijven. Maar vooral ook de fantastische expertise uitgevoerd door de bomenexpert van de rechtbank. Hij die ons zonder veel nadenken een bijzonder lage schadebepaling maar zichzelf een ruime schadeloosstelling toekende – aan het einde van de rit het equivalent dus van de helft van onze vijf gestolen bomen. In ruil daarvoor wel een lijvig rapport heeft opgemaakt door gewoon copy paste te doen van vooral onze bijdragen aan het juridisch steekspel van de tegensprekelijkheid. En onderwijl al onze opmerkingen straal negeerde of minimaliseerde. Zelfs niet de moeite nam om ze te weerleggen. Om dan als een echte tsjeef, om de kerk in het midden te houden waarschijnlijk, een compromisvoorstel uit zijn duim te zuigen door plots zonder ook maar enige grond te stellen dat de bomen toch niet in zo’n goede staat waren en, alhoewel de bomen duidelijk op één lijn stonden en onze eigendom op die manier afbakenden – het volstaat te kijken naar het gedetailleerde landmeterverslag onderaan – toch de bomen als zodanig niet te erkennen. Want zo luidde zijn redenering, de pure logica zelve: er was één boom die bijna honderd jaar was, een andere zeventig, nog ene zestig en twee andere vijftig. En, o ja, ook nog één kastanjeboompje van een jaar of tien. Het is maar dat jullie allen het weten: om op één lijn te staan en een eigendom af te bakenen moeten bomen op exact hetzelfde moment aangeplant worden en exacte dezelfde leeftijd hebben. Gelieve daarmee rekening te houden, vijftig, zeventig of desnoods honderd jaar later. Hetzelfde verhaal als dat inefficiënt Fonds voor Medische Ongevallen quoi: de parasieten van ons juridisch systeem vreten zich vet met behulp van datzelfde systeem terwijl de slachtoffers met een peuleschil tevreden moeten zijn.

24 maart 2022 – Het spiegelende leugenpaleis
Omdat er ongetwijfeld lezers zijn die denken dat ik overdrijf of die vinden dat sommige van mijn statements overtrokken zijn, hierbij enkele voorbeelden van leugens die onverbloemd en genadeloos gebruikt worden tegenover medische slachtoffers zoals ik. En niet zo maar door onwetende en argeloze voorbijgangers, maar door onbevlekte en witgeschelpte medische specialisten, vertegenwoordigers van topinstellingen uit onze zorgsector, die dus heel goed weten wat ze doen.
In dit geval, in het geval van deze enkele voorbeelden, zijn ze alle afkomstig uit één medisch advies van één specialist, die de volgende ronkende titels draagt. Of eerder er zonder gêne mee pronkt want ze staan letterlijk allen, één na één, vermeld in de hoofding van het advies, op de eerste pagina, helemaal bovenaan, gecentreerd in het midden van het blad. Dus nog voor dat je ook maar iets hebt gelezen, word je al van je sokken geblazen door een windkracht 10 aan statutaire voornaamheid:
Prof. Dr. Huppeldepup
Geneesheerspecialist in de Anesthesie/Reanimatie, in de Urgentiegeneeskunde en in het Beheer van Gezondheidsgegevens; Geneesheerspecialist in de Verzekeringsgeneeskunde en de Medische Expertise; Zetelend lid Erkenningscommissie Verzekeringsgeneeskunde en Medische Expertise; Deeltijds bijzonder gastdocent Dept. Cardiovasculaire Wetenschappen KU Leuven; Geneesheer-Coördinator Kritieke Diensten ZOL-Genk; Master in de rechten; Master in de medisch-sociale wetenschappen en het ziekenhuisbeleid
Je zou dus verwachten dat iemand die zo’n karrevracht aan titels draagt, te veel om op te noemen voor één mens eigenlijk, een wel heel hooggeleerd en hoogbekwaam mens moet zijn met een moreel kompas om U tegen te zeggen. En dat als zo iemand iets zegt, het wel waar móét zijn. Ontegensprekelijk en onvermijdelijk. Niet dus.
Daarom, hieronder, zo maar uit de losse pols, ik moet zelfs niet zoeken, vier leugens rechtstreeks afkomstig uit zijn medisch ‘advies’ voorgelegd aan de Witte Koningin, de medisch experte van de burgerrechtbank. Vier leugens dus waarmee ik, als medisch slachtoffer, geconfronteerd word tijdens mijn moeizame zoektocht naar gerechtigheid, terwijl ik ondertussen al de afschuwelijke lijdensweg veroorzaakt door het geklungel van het UZ Leuven verder afwandel. Ik zal telkens eerst de leugen uit het medisch advies letterlijk citeren gevolgd door een korte uiteenzetting waaruit blijkt hoe onwaarachtig en vooral misselijkmakend ze is.
Leugen 1: “De versnelde volumetoename van de massa (nvdr naast het oog) werd reeds door de patiënt opgemerkt daags na de ingreep. Het is mogelijk dat door de rhino-osteotomie gecreëerd tijdens de DCR de sinonasale tumor is gaan buttoneren, en zich dus op deze manier sneller is gaan presenteren.”
Wat die laatste excuus-zin allemaal betekent (excuus-zin want de tegenpartij kan/wil niet toegeven dat er al iets naast mijn oog zat voor de operatie – ze hebben dus allemaal als zotten zitten drukken op iets dat niet bestond), laat ik over aan de medici, maar ik heb geen ‘versnelde toename’ vermeld daags na de ingreep. Ik heb, de dag van de ingreep zelf, tot mijn eigen verbazing, gemeld aan de assistente van Professor Ilse Mombaerts die de ontslagbrief van de ‘succesvolle’ operatie kwam brengen – want Hartenkoningin zelf kreeg ik op geen enkel moment te zien, noch voor, noch na de operatie – dat hetzelfde bobbeltje waarvoor ik nu al maanden bij hen in behandeling was nog steeds zat waar het voorheen zat. De ‘versnelde toename’ waarvan sprake heeft zich in de maanden nadien pas voorgedaan. Na de operatie dus. Toen het gezwel naast mijn oog letterlijk ontploft is en ik ondanks de vele noodsignalen en -kreten van mijn kant op geen enkel moment professionele hulp heb gekregen van de diensten onder de verantwoordelijkheid van Professor Ilse Mombaerts.
Leugen 2: “Wat betreft het tweede contactogenblik op 20-11-2018: Op dat ogenblik werd inderdaad een atypische dacryocystitis links vastgesteld. Er werd toen een nieuwe raadpleging voorzien teneinde beeldvorming en biopsie te kunnen aanvragen en dit voor een raadpleging op 29-11-2018. Op dat ogenblik ging het echter over een keerpunt: de zwelling was subjectief discreet afgenomen. Het was dus de bedoeling om nog een week te wachten teneinde beeldvorming en biopsie te kunnen aanvragen in functie van de evolutie.”
Dit zijn flagrante leugens. En ik kan het weten. Want ik stond toendertijd te roepen en te brullen om een beetje professionele hulpverlening die er maar niet kwam. Op geen enkel moment is er een nieuwe raadpleging gepland geweest voor verder onderzoek. Nog straffer: alle raadplegingen die zich voorgedaan hebben na de operatie hebben plaats gevonden op mijn initiatief. En op geen enkel moment heeft Gasthuisberg enige ernstige onderzoeksdaad voorgesteld, laat staan gesteld. Terwijl ik wanhopig stond te roepen in de woestijn, werd ik naar huis gestuurd met de boodschap “bel een keer terug als het pijn doet” of “hier, pak wat antibiotica” of nog later “hier, pak nog wat pure cortisone.” Verder dan dat ging de professionele dienstverlening van Gasthuisberg niet.
Leugen 3: “Paradoxaal genoeg kunnen wij dus stellen dat de ingreep uitgevoerd door professor Mombaerts de zeer zeldzame, niet te diagnosticeren tumor veel sneller aan de oppervlakte gebracht heeft.”
Het is hier dat mijn maag zich telkens weer binnenstebuiten keert. Nog steeds en nog net zo fel als een drietal jaar geleden toen ik voor de eerste keer deze zelfde stelling van deze zelfde specialist tegen kwam in de brief van MS Amlin, het formele antwoord op ons aangetekend schrijven d.d. 26/03/2019. Het is dus, volgens de medische specialist met de ronkende titels, dankzij de operatie van Gasthuisberg dat de tumor ontdekt is geweest. Ik moet eigenlijk dankbaar zijn aan Professor Ilse Mombaerts. Omdat het dankzij haar operatie is dat het kankergezwel naast mijn oog ontdekt geweest is. Want voor de operatie heeft niemand dat gezwel opgemerkt. Ik ook niet. Toen ik mijn zwembrilletje afzette en een bobbeltje voelde naast mijn oog, toen zat dat daar niet. Toen ik naar de oogarts in Winksele ging om dat bobbeltje te laten onderzoeken, toen zat dat daar ook niet. Toen ik nadien naar Gasthuisberg werd doorverwezen omdat dat bobbeltje niet weg ging ondanks zalf, ondanks druppels, toen zat dat daar nog steeds niet. Toen, in Gasthuisberg, het Wit Konijn en Hartenkoningin zelf, als gekken stonden te duwen op dat bobbeltje, zat dat daar niet. Daar zat niets. Ze zaten zo maar wat te duwen tussen mijn oog en mijn neus. Zo maar. Voor de lol. Alles was maar ingebeeld, Patrick. Een lange droom. Een droom die negen maanden lang geduurd heeft. Gevolgd door een nachtmerrie die nu al meer dan drie jaar duurt.
Leugen 4: “De vraag stelt zich dan ook of een snellere diagnostiek met 2 maanden een invloed zou gehad hebben op de behandeling. Alleszins is er geen enkel causaal verband met de verdere evolutie, aangezien hoe dan ook, na second opinion-advies op 07-12-2018, een biopsie uitgevoerd werd in Gent.”
Dus het feit dat ik wanhopig, als een dief in de nacht, ben moeten wegvluchten uit Gasthuisberg, die hydra van Leuven, naar het verre Gent, meer dan 70 kilometer van mijn woonplaats, om toch maar professionele hulpverlening te vinden, wordt nu tegen mij gebruikt? De tegenpartij stelt als tegenargument dat het dankzij die biopsie is, die biopsie van 7 december 2018, uitgevoerd door volkomen andere medici te Gent, dat de tumor eindelijk ontdekt is geweest en heeft het lef terloops te insinueren dat het dus allemaal nog wel mee zal vallen? Wat moet ik nu nog zeggen? Wat kan ik nog zeggen? Hoe moet ik als slachtoffer nog beschaafd reageren op zo’n brutaal statement? Met te verwijzen naar de oproepen in de pers en de media om zo snel als mogelijk je te laten onderzoeken door gekwalificeerd medisch personeel? Door te verwijzen naar de publieke wetenschap, afkomstig uit de medische wetenschappen zelf, dat je zo snel mogelijk d’r bij moet zijn, bij een kankergezwel? Dat het in mijn geval bijna een jaar geduurd heeft voordat ik eindelijk professionele hulpverlening heb gevonden en eindelijk de juiste diagnose gesteld is geweest in het AZ Maria Middelares te Gent? Nadat ik al maanden in behandeling was in Gasthuisberg??? Máááánden dus. Geen 2 maar 9 maanden om exact te zijn. Van het eerste telefonische contact in april tot ons afsluitend bezoekje aan Hartenkoningin in december 2018. Een lange periode waarin dan ook nog eens een foutieve operatie uitgevoerd is op een levensgevaarlijke plaats? Neen, stelt de medische specialist met de lange lijst van indrukwekkende titels zonder enige schroom. Er is geen enkel causaal verband tussen het geklungel van Gasthuisberg en de rest van mijn ziekteverloop. Tussen mijn maandenlange, voor mij bijzonder schadelijke avonturen in dat Wonderland boven op die berg en de vreselijke nachtmerrie waarin ik mij nu al drie jaar bevind. Want alles wat ik beleefd heb, heb ik, samen met de rest van de wereld, mezelf ingebeeld.
Ik moet onwillekeurig denken aan Rik Van de Walle, de rector van de Universiteit Gent, die enkele dagen geleden in het kader van grensoverschrijdend- en pestgedrag in het academisch milieu in alle eerlijkheid stelde dat er aan de universiteit een hiërarchische ‘machtscultuur’ bestaat die maakt dat de stront van beneden niet tot boven geraakt. Studenten en assistenten mogen nog zo veel klachten indienen als ze willen. De allesbepalende machtscultuur maakt dat de almachtige professoren ongestraft de meest schandelijke daden kunnen en blijven stellen. Ze mogen doen en zeggen wat ze willen. In zo’n systeem wordt machtsmisbruik onvermijdelijk. Wel, voeg aan een dergelijke machtscultuur, nog veel meer aanwezig, omnipresent zelfs, in die oerconservatieve Katholieke Universiteit van Leuven dan in Gent, de mateloze arrogantie van die diensthoofden van Gasthuisberg en het nietsontziende elitarisme van de Orde der Geneesheren toe en jullie krijgen een idee wat voor een windmolens dat hier zijn waartegen ik, klein strontje, zit op te tornen.
Medische slachtoffers bestaan niet. Zo simpel is het. Ze bestaan niet want wat ze vertellen is helemaal niet belangrijk. Medische slachtoffers worden aan de lopende band verpletterd en versmacht door een perfecte medische discours. Wat er echt gebeurd is, is hierbij niet relevant. Het enigste wat van belang is, is hoe het had moeten lopen en dus gelopen is. Om dit strict formalistisch doel te bereiken is zelfs moedwillig liegen toegestaan. Wordt wat er echt gebeurd is onder een waas van vertekeningen en misleidingen weggemoffeld. Niemand heeft er trouwens enige baat bij om te weten dat medische slachtoffers wel bestaan. Ze kosten gewoon veel geld voor niets. Ze worden best op staande voet afgevoerd samen met al het andere restafval. In de plaats van al dat zielig geweeklaag verheerlijken we de fantasmagorie van de onberispelijke medische wereld geleid door halve übermenschen met, om te compenseren voor dat ‘halve’, een ellenlange lijst aan titels op hun briefpapier. Dat is tenminste iets om naar op te kijken.
26 april 2022 – De geneeskunde van de toekomst
Ongelooflijk, beste lezers, maar die pillen, die onnozele small molecules medicatie, lijken echt te werken! De druk in mijn achterhoofd is grotendeels verdwenen, ik begin me terug sterker te voelen en zelfs mijn libido lijkt terug in gang te schieten. En dat door 2 pilletjes ter grootte van een made met obesitas twee maal per dag in te nemen. Onvoorstelbaar eigenlijk.
“Ach zo, mijnheer heeft terminale kanker? Hier zè, neemt wat pilletjes.” Pilletjes! Wie had dat ooit gehad? Ik ga ze wel moeten innemen tot het einde van mijn leven. Maar aangezien genezen van die terminale kanker sowieso niet tot de mogelijkheden behoort, zal dat einde ook niet zó lang op zich laten wachten. Dus wat dan nog? Als ik nu maar kan leven, de dingen kan doen die ik wil doen, terug zin krijg in dit leven, terug een beetje kan dromen, verder vooruit kijken dan komende maand, dan is dat gewoon fantastisch.
Speciale pillen wel die dat cellen met specifieke genmutaties targeten en alleen de deze. Die er dus in slagen om enkel deze cellen, de kankercellen, lam te leggen of zelfs kapot te maken. Inhibitoren die die slechte cellen het leven onmogelijk maken zodat mijn leven langer kan duren. Die blijkbaar zelfs de gezwellen in mijn hersenen kunnen bereiken. Daar waar dat zelfs chemo, al die giftige chemische vloeistoffen die ook gezonde cellen belasten, niet geraakt. Op de follow-up scans afgenomen enkele weken geleden vonden ze niet alleen de vlekken op mijn lever niet terug maar bleken zelfs de verschillende hersentumoren een beetje verkleind. Hetgeen waarschijnlijk ineens de afgenomen druk in mijn hoofd verklaart. Waarschijnlijk want zelfs de oncologen vinden het vreemd dat ik al die tijd al last ondervond aan mijn hoofd. Als belangrijkste niet-bezenuwde onderdeel van het menselijk lichaam horen die hersenen totaal ongevoelig te zijn.
Vooraleer echter het trompetgeschal ingezet wordt om het grote nieuws aan te kondigen dat men hét wondermiddel tegen kanker heeft gevonden: voorlopig vindt men slechts bij 10% van alle kankerpatiënten dergelijke genmutaties die men met een gerichte therapie kan behandelen. Bovendien werkt het soms niet. Of zijn er teveel nevenwerkingen. De enigste waar ik last van lijk te hebben is vermoeidheid. Ik crash om de vijf voet om het even waar om het even wanneer. Ik eindig zo regelmatig in de zetel of in bed voor weer een uurtje of twee liggen in de armen van Morpheus. En het is zelfs niet duidelijk of het nu komt door de pillen of dat het mijn lichaam is dat na de helse strijd van de afgelopen maanden en jaren het begint op te geven of zich terug op te laden.
Maar dit alles betekent dus dat er nog heel wat mensen niet geholpen kunnen worden met dit type van medicatie. Ook zijn deze pillen nog niet vrij verkrijgbaar bij de apotheek of zo. Daarvoor bevinden ze zich nog te veel in een studiefase en zijn ook de productiekosten zelf nog veel te hoog. En ja hoor, in afwachting zal ik wel in het kader van een nationale studie even en vlotjes bewijzen dat je geen eierstokken moet hebben om voor deze pillen in aanmerking te komen. In weerwil van al die oubollige systeemstructuren zoals het riziv en die verwarde ziekenfondsen, die ergens onderweg vergeten zijn dat zij er zijn voor de zieke mensen en niet voor vadertje staat. Alle dankbetuigingen van toekomstige patiënten met teelballen zijn nu al in dank aangenomen.
Tegelijkertijd is het straf dat mijn kankercellen zelfs twee mutaties hebben. Alhoewel dat de oncologe dat niet zo uitzonderlijk acht en dat dat bij meerdere mensen voorkomt. Bijkomende onzekerheid is of niet één van die twee mutaties dominant is. Maar dat kan men voorlopig in de labo’s nog niet vaststellen. Je kan alleen maar hopen dat de pillen die jij krijgt bij jou werken. Hetgeen blijkbaar bij mij god zij dank het geval is. Willem zei zelf dat het de geneeskunde van de toekomst was. Dat wat hij deed en Yvo nu wel nog belangrijk was, levensreddend zelfs, maar dat dingen zoals deze pillen in de toekomst hun werk aanzienlijk zouden verlichten.
Blijft natuurlijk de grote vraag hoe lang dat dit gaat duren. Een oncoloog die mijn superoncologe verving wegens een weekje skivakantie wist me te vertellen dat het een beetje is zoals die bacteriën die mettertijd resistent worden aan antibiotica. Mijn kwaadaardige kankercellen gaan de komende weken en maanden ook verwoed op zoek naar manieren om die pillen te slim af te zijn. Eenmaal ze daar in slagen, wanneer ze zo’n resistentie opgebouwd hebben, zal het niet lang meer duren want dan kunnen ze weer ongestoord beginnen woekeren. Ondertussen hoop ik vooral dat alcohol geen negatieve invloed heeft op wat daar allemaal gebeurt onder mijn hersenpan en in dat antigifcentrum rechts vlak onder het middenrif. Een mens moet toch iets hebben om dit alles verder aan te kunnen.
26 april 2022 – Het spiegelpaleis blijkt wel degelijk een absoluut krot te zijn
Ongelooflijk. Wat een farce. Afgelopen woensdag hebben we van de Witte Koningin electronisch het definitief verslag ontvangen van de medische experten aangeduid door de rechtbank en ze bevestigen gewoon het besluit van het voorlopige verslag, het besluit dat ze al genomen hadden nog voor de eerste en enige zitting plaats gevonden had: dat Ilse Mombaerts geen enkele fout heeft gemaakt en volgens de regels van de kunst gehandeld heeft. Net zoals bij de bomen worden de talrijke op- en aanmerkingen gecopy paste naar het definitief verslag en dan simpelweg weggewuifd met wat eenvoudige statements. En dat is het. Wat een farce. Wat een klucht.
Dat die mensen dit alles ongestraft of zelfs met de zegen van het gerecht kunnen doen is onvoorstelbaar. Onze rechtsstaat is gewoon een lachertje. Ze moeten het allemaal zelfs niet verbergen of stiekem doen. Ze doen het open en bloot. Op die eeuwige maskers van Ensor na dan natuurlijk. Wat een absolute schijnvertoning.
Om wederom te bewijzen dat ik niet uit mijn nek zit te lullen – want niet alleen word ik verondersteld te bewijzen dat er zware fouten gebeurd zijn in die Hydra van Leuven, ik moet ook nog eens goed oppassen met wat ik zeg – sta mij toe om enkele van die afwijzende handgebaren hier weer te geven. Gelieve wel enig geduld te oefenen want soms overvalt mij de weerzin in zo’n mate dat ik even moet stoppen met schrijven om daarna pas terug rechtop te kunnen zitten en voort te werken.
Het begint al goed met: “De heer Hoskens werd verwezen door dr. Veys naar een tertiair centrum. Het is onwaarschijnlijk dat een patiënt hierop ingaat zonder de reden hiervoor te kennen.” Ze stellen dus dat het niet anders kan zijn dan dat ik op de hoogte was van het vermoeden van kanker. Dit komt eigenlijk neer op zeggen dat ik lieg. Of zeggen dat ik een domme kloot ben want ik vertrouw op de kennis van een medisch expert, een oogarts, die mij doorverwijst naar een universitair ziekenhuis. Dat ik voor zover ik wist naar Gasthuisberg ging omwille van een ontstoken traanzakje moet ik blijkbaar eindeloos blijven herhalen.
Om het compleet te maken volgt dan in het verslag onmiddellijk de goede oude: “Bespreking van een differentiaaldiagnose is niet zinvol zonder medische kennis.” Daar heb je het weer: wij, de niet-medici, zijn achterlijk en onvolwassen. Niet in staat om medische problemen te begrijpen, enkel ze te ondergaan. Dus medici moeten niet tegen hun patiënten zeggen wat er mogelijks aan de hand is. Tegelijkertijd achten de medische experten diezelfde domme niet-medici wel in staat om te weigeren naar een tertiair centrum te gaan indien niet ingelicht over de juiste reden waarom. Van een contradictie in terminis gesproken. Kortom, ik denk dat die ‘experten’ zelf niet goed weten wat ze zeggen.
Het ganse kernthema van het pijnloos tot gevoelloos zijn van het bolletje naast mijn oog, dr. Veys sprak zelfs van een gevoelsstoornis, wordt weggemoffeld onder weer een extra laag aan medische kennis. Nu blijkt dat normaliter in het geval van een mucocele, dus niet een dacryocistitis, niet een ontstoken traanzakje, maar wel een traanzakje vol etter, er na drukuitoefening pus uit de traanhoek had moeten verschijnen. Wat ook al nooit het geval geweest is. Dus ook voor deze tweede diagnosestelling ontbrak een belangrijk klinisch bewijs. Nu vallen ze terug op louter een verstopping van de traanwegen. Zolang het maar in hun kraam past is het allemaal goed. Hun gelijk halen is het enige dat hen interesseert. Dat ze daarvoor zelf moeten beginnen verzinnen wat er allemaal gebeurd is, stoort hen niet.
Al onze opmerkingen op het advies van de tweede medisch raadsheer van de tegenpartij, jullie weten wel, die oogartse die dat tot onze verrassing een collega van het Wit Paard, de ophtalmoloog-gerechtsdeskundige, bleek te zijn, worden herleid tot een discussie over of er al dan niet een punctie had uitgevoerd moeten worden. De laatste opmerking die ze zich veroorloven te maken is: “In dergelijke setting is het niet logisch een punctie uit te voeren gezien gevaar voor het creëren van een iatrogene fistel op verstopt traanwegen!!” – spellingsfout inbegrepen. Ook een strategie die die medische experten blijkbaar graag hanteren: wat wild om zich heen spuiten met allerlei medische weetjes en uitroepingstekens om op die manier verwarring te zaaien. Want niemand heeft om een punctie gevraagd. Het enigste wat Yvo zijdelings geopperd heeft in zijn medisch verslag is dat een vreemd lopende operatie, met aberrante bevindingen, aberrant vergeleken met de aanvankelijke diagnose die geleid heeft tot de operatie, een goed moment voor het uitvoeren van een biopt was. Om dan te beginnen roepen dat er een gevaar op het creëren van een fistel was, is gewoon ridicuul. Vooral ook als je je nog eens bedenkt dat blijkbaar volgens diezelfde ‘experten’ een operatie uitvoeren op een plaats waar zich mogelijks een kwaadaardig gezwel bevindt dan weer geen enkel gevaar constitueert. Want dat gevaar, die uitroepingstekens, veel meer dan twee, brengen ze nergens ter sprake.
En over het volledige en goed gestoffeerde medische weerwoord van Yvo gesproken, toch een wetenschappelijke en praktijkgebaseerde opinie van een professor/chirurg van een weliswaar ander universitair ziekenhuis, dat wordt met één zin aan de kant geschoven: “Dit verslag brengt geen nieuwe gegevens aan die aanleiding geven tot wijziging van de besluiten geformuleerd in het voorlopig verslag van het voorlopig verslag.” Eén zin van 24 woorden om een welgeformuleerd en doordacht medisch advies van zo’n 1,524 woorden te kelderen. Voor de aandachtigen onder ons staat er, hoe symbolisch, in die ene zin dan ook nog eens een joekel van een redactionele fout. Want het staat er écht zo hein: “… in het voorlopig verslag van het voorlopig verslag.” Zelf eens grondig het eigen definitief verslag herlezen is teveel gevraagd van die experten. Maar misschien doet het pijn aan de ogen om zoveel huichelachtigheid nog eens een keer door te nemen.
Als antwoord op onze kritiek dat Ilse Mombaerts als ‘somniteit’ (hun woord, niet het onze, want een normale mens weet niet wat het betekent), in onze taal als topspecialiste dus, een differentiaaldiagnose heeft gemist, krijgen we terug: “De internationale gekende en erkende expertise in dit domein van prof. Mombaerts wordt aangehaald om te beweren ‘dat zij dit zou moeten geweten hebben’ en dus ‘een fout heeft gemaakt’, kan je ook omdraaien: het feit dat zelfs Ilse Mombaerts niet gealarmeerd was door de casus van pt kan ook aantonen dat het hier geen uitzonderlijke casus leek en aanvullende beeldvorming voorlopig niet was aangewezen gezien wachttijd (NMR) , kostprijs (NMR, CT) stralingsrisico (CT) of gebrek aan accuraatheid (echo).” Ons punt natuurlijk zijnde dat het wel degelijk om een uitzonderlijke casus ging én vooral dat zij, als topspecialiste, dit net wél had moeten opmerken. Dat is net hetgeen dat verwacht wordt van een ‘wereldvermaarde’ topspecialiste. En dit zeker als een ‘gewone’ oogartse wel in staat is om de juiste differentiaaldiagnose te stellen. En nog meer zeker als er een doorverwijzingsbrief is die wijst op het risico van kanker.
Wat betreft de serie van opgelijste redenen waarom een scan volgens de experten op dat moment niet tot de mogelijkheden behoorde:
1. De wachtttijd op een NMR. Na al mijn ervaringen in mijn door toedoen van Gasthuisberg rijkelijk gevulde en gruwelijke ziektegeschiedenis kan ik gerust stellen dat een NMR of MRI nog niet echt moest. Een CT had ook volstaan, dank u. Bovendien is het vreemd om te vernemen dat de wachttijd om een NMR te maken ingeroepen wordt als reden om er geen te maken, terwijl dat ik vier (4! – zij uitroepingstekens, ik ook dan) maanden heb moeten wachten op een operatie die de verkeerde bleek te zijn. En die lange wachttijd lijkt voor de ‘experten’ dan weer helemaal geen probleem te zijn.
2. De kostprijs (NMR/CT). Zijn ze zot geworden om dit in te roepen als reden? Is mijn leven dan helemaal niets waard? Ben ik gewoon een vod die ge gewoon weg smijt in de grijze bak van de afvalophaling? Bovendien, hadden ze toen, zoals het hoorde, zoals het de bedoeling was, zoals Dr. Veys vroeg in haar doorverwijzingsbrief, een CT afgenomen, had de gigantische kostprijs van mijn behandelingen volgend op al het geklungel van Mombaerts nooit plaats gevonden.
3. Het stralingsrisico (CT). Wat zijn ze toch zorgzaam en voorzichtig, die experten. Want ja, dat had toch wel heel erg geweest, dat stralingsrisico. Vandaar dat ze nu om de drie maanden CT’s aan het afnemen zijn van mijn lichaam. Ik vraag me ook af wat het gevaarlijkst zou zijn: 1 CT-scan afnemen in 2018 of 25 CT-scans, 7 MRI’s en 5 PET-scans in 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022? Want daar moet ik ondertussen ergens zitten opnieuw na al het geklungel van Mombaerts boven op die berg.
4. Gebrek aan accuraatheid (echo). Niemand heeft om een echo vraagt. Maar inderdaad, leuk weetje, dat is minder accuraat. Wordt vooral ook gebruikt om lymfe- en bloedvaatstelsel in kaart te brengen. Daarvan heb ik er ondertussen ook al een aantal achter de rug. En dan? Willen ze tonen dat ze in staat zijn de verschillende types van bestaande scans op te sommen? De PET-scan zijn ze dan wel vergeten. Of is het weer zo’n typisch medisch expertenspelletje om wat extra zand in de ogen te strooien? Zo van laat ons eens over iets totaal anders beginnen?
Onze klacht van schijn van partijdigheid – het Wit Paard, de ophtalmoloog-gerechtsdeskundige, die actief is in dezelfde praktijk als een van de raadsheren van de tegenpartij – wordt onontvankelijk verklaard met een verwijzing naar de eer van de betrokken experten. Op hun woord van eer hebben ze verklaard elkaar niet te kennen. En daarmee is de kous af. Zo simpel is het. Dat we daar niet aan gedacht hebben. Het is gewoon oneervol van ons om ook maar te durven stellen dat er mogelijks toch een probleem is.
Onze grote vrees dat de afwezigheid van een oogarts als raadsheer, afwezigheid bewerkstelligd door de onwil van al die gecontacteerde oogartsen om als raadsheer op te treden, door de heersende omerta binnen die club, tegen ons gebruikt zal worden wordt zonder enig tijdverlies bevestigd. Naar het einde van het document toe wordt gesteld: “Het ligt voor de hand dat meer waarde wordt gehecht aan het verslag van een oogarts dan dit van een gastro-enterologisch chirurg als het gaat om een specifiek oogprobleem.” Dit terwijl dat Yvo er net een punt van had gemaakt om duidelijk te verklaren dat hij geen gastro-entereloog is. Dat hij tal van wetenschappelijke artikelen over tumorale aandoeningen op zijn naam heeft staan. Ik zeg jullie, alles wat we zelf zeggen, zelfs dat van onze enige echte medische raadsheer, wordt gewoon straal genegeerd. Waarschijnlijk is het met ditzelfde gemak dat de dossiers bij dat vierkant draaiend Fonds voor Medische Ongevallen stuk voor stuk weggezet worden.
Hier moet ik een klein zijsprongetje maken om mijn verhaal af te maken. Net omdat ik vreesde voor deze zwakte aan onze kant, de afwezigheid van een oogarts als raadsheer, ben ik onlangs terug naar dr. Veys gegaan, de oogarts die mij in april 2018 doorverwezen heeft naar Ilse Mombaerts. Niet om haar te vragen medisch raadsheer te worden. Want dat kon juridisch gezien niet als betrokken partij. Maar omdat ze toendertijd duidelijk misselijk werd van wat er met mij gebeurd was ondanks haar doorverwijzingsbrief. En omdat ze toen gezegd had dat ze mij wel wilde helpen als ik ooit verhaal wilde halen. Om haar te vragen gewoon neer te schrijven wat toen haar gedachtengangen geweest waren tijdens mijn twee consultaties bij haar, wat zij toen vastgesteld heeft en wat haar verwachtingen naar ‘Professor’ Ilse Mombaerts toe waren toen ze mij doorverwees. Niets meer, niets minder. Zonder zelf ook maar enig oordeel te vellen over wat er later gebeurd is. Enkel en alleen al een korte weergave van dit alles leek mij minstens een gedeeltelijke compensatie voor onze ontbrekende oogarts-raadsheer. En eindelijk zouden op deze manier de misselijkmakende discussies en insinuaties stoppen of er nu al dan niet een bolletje naast mijn oog zat bij die daarop volgende consultaties in Gasthuisberg. Ik vreesde dat ze het niet ging doen. Omdat de belangen voor haar te groot zijn. Omdat die moloch boven op de berg met de vele hoofden zich op drie kilometer van haar kleine praktijk bevindt. Omdat ze zelf nog bij Ilse Mombaerts in opleiding geweest is. Toch heeft ze het gedaan. Toch iemand uit die medische wereld met integriteit en een verantwoordelijkheidsgevoel. In haar beschrijving van het verloop van de consultaties stelt ze nadrukkelijk: “Gezien een niet-pijnlijke, niet-geïnflammeerde zwelling met gevoelsstoornis ook wel zou kunnen passen bij een tumoraal proces, neem ik dit idee deze keer mee in mijn differentieel diagnose en stel daarom ook beeldvorming voor.” Maar ook deze ganse verklaring van dr. Veys wordt naar de prullenmand verwezen: “De verklaring van dr. Veys brengt geen nieuwe gegevens aan.” Zo staat het er. Voor de rest wordt er geen woord aan verspild. Net zoals de doorverwijzingsbrief lijkt het document zelfs niet te bestaan. Het wordt zelfs niet opgenomen in het definitief verslag. Alle andere documenten die we hen toegestuurd hebben wel, maar de verklaring van dr. Veys niet. Vreemd toch dat net dit document geen toegang heeft gevonden tot dit ‘definitief’ verslag.
En dat is het. Net zoals bij het eerste, voorlopige verslag van de medische experten d.d. 22/11/21 is er van een inhoudelijke reactie op al onze op- en aanmerkingen geen enkele sprake. Als dit het geroemde proces op basis van ‘tegensprakelijkheid’ is, dan trekt het gewoon op geen kloten. Iedereen mag wel zeggen wat zij of hij denkt, maar dat is enkel omdat wat zij of hij denkt totaal niet belangrijk is. Ze trekken zich d’r gewoon geen ballen van aan, die ‘experten.’
Net deze week verschijnen er in de pers artikels over een huisdokter die half verlamd is geraakt na een slecht geplaatste epidurale tijdens een bevalling. Na 10 jaar is er eindelijk een uitspraak gevallen in het proces dat ze aangespannen had tegen de anesthesist die de fout beging. Na 10 jaar wordt ze eindelijk in haar gelijk gesteld en gaat ze een aanzienlijke schadevergoeding krijgen. De kalvarietocht die zij echter in haar rolstoel heeft moeten afleggen om daar te geraken is gewoon hallucinant. Er zijn, stel je voor, zelfs privé-detectives op haar afgestuurd door die brave medische goegemeente annex verzekeringsmaatschappijen. Maar wat deze zaak vooral bijzonder maakt: zij zelf was en is nog steeds een medicus. Ze behoort dus tot de kaste van de witgeschelpten. Stel je dan eens voor in wat voor een positie dat niet-medici zich in een dergelijk proces rond medische fouten bevinden. De totale onmacht waarin die mensen zich bevinden. Zonder ook maar enige structurele hulp van wie dan ook. Structureel want buiten de vrienden en familie natuurlijk. Buiten de zelfgezochte advocaten. Buiten het eigen kleine netwerk dus. Zelf kan ik dit, jammer genoeg, alleen maar bevestigen. Ik kan er zelfs nog aan toevoegen de plaatsvervangende schaamte die je als slachtoffer ervaart. Eerst bij het vaststellen van wat er gebeurd is. Daarna bij het doornemen van al deze leugenachtige teksten die de waarheid verdraaien en het slachtoffer voor de zoveelste keer een afschuwelijk slecht gevoel geven.
30 mei 2022 – Il cavaliere e la morte
Ik heb net een van de boeken van een van mijn lievelingsauteurs uitgelezen: ‘Il cavaliere e la morte’ van Leonardo Sciascia, voor het eerst verschenen in 1988, een jaar voor zijn dood. Sommigen zullen de titel ‘boek’ wel ter discussie stellen. Het ding is maar een goede 100 pagina’s dik. Maar het is dan ook van de hand van dé korte-boeken-meesterverhalenverteller Leonardo Sciascia. Italiaan natuurlijk. Siciliaan om exact te zijn. Sciascia excelleerde in het gecondenseerd schrijven. Hij maakte teksten waarin geen woord te veel staat en vooral te weinig staat. Teksten waarin elk woord, zelfs elk leesteken, telt. Uitgepuurde letteren. Pure kunst. Het leverde het soort van boeken op dat tegenwoordig niet meer gelezen wordt. Want, hoe dun ook, te zwaar om te verteren, te ingewikkeld om te volgen en vol verwijzingen naar wantoestanden die niemand nog wilt zien. Want wij, de mensen van de Westerse wereld, leven in een eenvoudige en perfecte wereld. Zelfs de oorlog in Oekraïne lijkt ver weg, we lezen liever boeken over eten en van BV’s en dan is er altijd nog Tomorrowland om te gaan feesten.
Het is een waardige titel voor deze nieuwe post op mijn blog. Het gaat ook over een ridder en de dood. Een ridder zoals ik, een Don Quichote die ook kanker heeft en als inspecteur van de politie toch verder tegen onrecht en de wieken van de macht strijdt. En er uiteindelijk aan ten onder gaat. Geniepig vanuit het donker vermoord wordt. Net zoals ik. Hij met voorbedachte rade wel. Allez, toch in het hoofd van de dader. Dat subtiel verschil zal me altijd wel blijven achtervolgen. “Zelfs als het waar is wat je allemaal vertelt, Patrick, dan nog was het niet de bedoeling, hein. Die mensen van Gasthuisberg hebben dat niet expres gedaan.” Maar waar het verschil tussen de twee wandaden alweer ophoudt: het valt zelfs niet op dat het allemaal gebeurd is. De moord levert in het boek enkel een doodsbericht en een beetje media-aandacht op en dat is het einde én de moraal van het verhaal.
Vooraleer dit echter gebeurt zit de hoofdfiguur op zijn kantoor voortdurend te staren naar een drukprent van Dürer. Met daarop drie figuren en in de verte een op een hoogte gelegen stad: een ridder in vol zestiende-eeuws harnas, de dood met vervellend doodshoofd en al, en de scheel kijkende, vieze duivel gehuld in een rattenvel. De belangrijkste twee figuren zijn echter de ridder en de dood. De dood is volop op de ridder aan het inpraten terwijl de duivel aan de zijkant staat. Vandaar de titel van het boek ook. In de pre-smartphone tijden waarin het verhaal zich afspeelt is het kijken naar de drukprent de manier van de hoofdfiguur om een link met de mensen voor hem (Dürer zelf, zo stelt hij zich de vraag wiens gezicht hij juist gebruikt heeft voor de ridder) en na hem te leggen (de mens die na hem de prent van Dürer in bezit zal hebben en op zijn beurt de prent zal bekijken). Ik doe net hetzelfde met wat ik zie op mijn iphone of op de tv of gewoon rondom mij. Voortdurend afscheid nemen door voortdurend de mensen voor en na mij aan te spreken. Ik bevind me als het ware al in een schemerzone tussen leven en dood. Net zoals die inspecteur van Sciascia.
In mijn jonge jaren, de jaren ‘70 en ‘80, lachten wij met de Italianen. Omwille van de altijd emotioneel overtrokken ruzies tussen de vele politieke families, het voortdurend vallen van hun regeringen, de corruptie vanaf de hoogste maatschappelijke echelons tot op het niveau van individuele politieagenten die aan toeristen langs de weg en langs de neus weg in plaats van een verkeersboete een extraatje voor henzelf voorstelden en het eeuwige onvermogen van de Italiaanse staat om de mafia aan banden te leggen. Het lachen is ons ondertussen vergaan. Na de moordende bomaanslagen op de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino en de daaruit voortvloeiende ‘Mani Pulite’-beweging in de jaren ‘90 hebben de Italianen de controle over hun land terug in de hand genomen en proberen ze er terug een betere plaats van te maken. Terwijl dat wij, de toendertijd zelfgenoegzame kleine Belgen en de arrogante Vlamingen, vergleden zijn tot hun niveau van weleer. Nu is het ons gerechtelijk apparaat dat een lachtertje is geworden en enkel nog de machtige bullebakken ten dienste staat. En ook ons politiek landschap is versnipperd uiteengevallen in elkaar constant besmeurende grote monden. Diegenen die beweerden verandering te zullen brengen blijken zo conservatief te zijn als de pest en nog meer behoudsgezind dan de tsjeven zelf. Hetgeen de afgang van deze laatste partij, die decennialang het politieke machtscentrum van het land was, alleen maar verder bespoedigd heeft. Bekwaamheid had hen kunnen redden mocht het niet zijn dat de Vlaams-nationalisten ondertussen onbekwaamheid tot de nieuwe politieke standaard hebben verheven. Met figuren als Jan Jambon en Ben Weyts die nooit iets mis doen terwijl ze de ene flater na de andere begaan. Met een partijvoorzitter die enkel maar kan kakken en kappen op anderen en niet in staat is zelf een consistent project voor te stellen – buiten de splitsing van het land natuurlijk want dat zou alles oplossen in zijn simpele geest die alles graag in twee zwart-wit kampen opsplitst: nijvere Vlamingen en profiterende Walen, slechte migranten met verdacht ideeëngoed zoals liefde voor hun cultuur van oorsprong tegenover goed geïntegreerde allochtonen van de rechtse stempel, goede Vlamingen verweven met bloed en bodem versus slechte Vlamingen, volksvreemden in zijn ogen, maar die gewoon niets moeten hebben van zijn enggeestig wereldbeeld, het mystieke wij tegen al de rest. Ondertussen zijn wij de risee van de Europese politiek geworden. Alleen de Polen en de Hongaren doen het nog slechter dan wij. En zelfs dit wordt op applaus onthaald door de bekrompenen van deze klomp grond, dit klein stukje vaderland tussen Schelde en Maas. Alsof het iets is om trots op te zijn.
Leonardo Sciascia zelf was zich toendertijd bewust van deze karikatuur van de Italianen. In een ander van zijn werken, ‘L’affaire Moro’, over de midden in de Koude Oorlog, in 1978, door de Rode Brigades ontvoerde en na een tijdje doodgeschoten toenmalige voorzitter van de christendemocratische partij van Italië, stelt hij zelf dat “nauwkeurigheid, punctualiteit en efficiëntie waarden zijn vreemd aan de Italiaanse aard; een instituut dat niet functioneert, een ziekenhuis waar men slecht behandeld wordt of gewoon geen plaats is, een trein die vertraging heeft, een vliegtuig dat niet vertrekt, een brief die niet aankomt, dàt zijn typische Italiaanse dingen, cose nostre!” Ook als je deze lijst van slecht lopende dingen leest, kun je vandaag de dag alleen maar aan ons eigen land denken. Maar Sciascia maakt direct ook duidelijk dat het wel degelijk een karikatuur is door te verwijzen naar het efficiënt functioneren van de Rode Brigades zonder hiermee wat ze doen goed te keuren.
Aldo Moro, nog zo’n figuur waarin ik mezelf kan herkennen. Hij werd ook vermoord. Non-fictie wel deze keer, net zoals ik. Maar, ja, ja, ja, met meer dan voorbedachte rade wel. Content zo? Maanden voorbedacht zelfs, dan ontvoerd, dan veroordeeld door een ‘volksrechtbank’ en dan geëxecuteerd. Maar de heersende machten en vooral zijn eigen christelijk geïnspireerde partij lieten gewoon begaan. Ondanks (of misschien door?) zijn vele geschreven en in kranten gepubliceerde smeekbedes gericht aan zijn partijgenoten om alles te doen wat ze konden om zijn leven te redden. Herhaaldelijk stelde hij voor om een uitwisseling te doen zoals in warme oorlogstijden tussen de politieke gevangenen van beide kampen. Hij, de ontvoerde partijvoorzitter, voor een aantal leden van de Rode Brigades die in de gevangenis zaten. De vertegenwoordigers van de Italiaanse Staat, inclusief zijn eigen partijgenoten en zelfs Vaticaanstad, weigerden er op in te gaan. Giulio Andreotti, de onverzettelijke premier van Italië op dat moment en de échte leider van de christendemocraten werd op het einde van zijn politieke loopbaan heiligverklaard. Terwijl de compromis zoekende tussenfiguur Aldo Moro al een jaar of dertig lag te rotten in zijn graf. Als reactie op zoveel onverschilligheid had Moro vlak voor zijn dood om het even welke politieke vertegenwoordiging op zijn nakende begrafenis verboden.
Wat mij brengt tot de onverschilligheid waarmee medische slachtoffers in dit land bejegend worden. De onverschilligheid én de totale miskenning van hun burgerrechten. Ja hoor, ze hebben het recht een proces te starten. Maar daar stopt het. Tegensprakelijkheid, de idee dat beide partijen hun kant mogen vertellen en dat de experten aangeduid door de rechtbank hierop geargumenteerd een oordeel vellen, bestaat enkel in de mooie theoretische wethandboeken. Net zoals Moro om het even wat mocht zeggen en vragen in al die kranten mogen die slachtoffers om het even wat zeggen en vragen. Er wordt toch niet naar hen geluisterd. Want net zoals in het Italië van de jaren ‘70 zitten ook de experten in ons land in de vestzak/broekzak van de machtigste partij, de partij met het vele geld en politiek gewicht. De scheiding der machten geldt misschien wel in dit land voor rechtszaken met veel visibiliteit in de pers maar zeker niet voor medische slachtoffers. Als verwaarloosbare non-burgers worden ze bij het afval van de welvaartsmaatschappij gezet. Met de algemene zegen van Kerk en Staat. Net zoals Aldo Moro. In mijn geval lag het oordeel al vast nog voor er nog maar van enige tegensprakelijkheid sprake was, nog voor dat ze de twee partijen gezien of gehoord hadden. En alles, maar dan ook alles, wat nadien aangebracht werd om een correcter en waarachtiger beeld te geven van wat er daar in Gasthuisberg allemaal gebeurd was werd niet met de mantel der liefde maar ontegensprekelijk met de grove borstel weggewerkt. De onverschilligheid in levende lijve. Of zoals Sciascia het zelf stelde in ‘Il cavaliere e la morte’: “De duivel doet niet langer de moeite om hier in onze vrijgevochten Westerse democratieën kwaad aan te richten; de mensen kunnen en doen het beter dan hemzelf.”
17 juni 2022 – De Vierde Macht
De Vlaamse rioolpers heeft weer eens toegeslagen. Afgelopen week, op donderdag 9 juni 2022, brengen twee Vlaamse ‘kranten’, de naam niet waardig infomercials ten spijt, het ongeloofwaardige nieuws dat medische slachtoffers niet langer moeten bewijzen dat het ziekenhuis in de fout is gegaan, maar dat het plots aan het ziekenhuis is om te bewijzen dat het met de nodige voorzichtigheid te werk gegaan is. En dat deze copernicaanse revolutie te wijten is aan een nieuwe wet, artikel 8.4 lid 5 in het burgerlijk wetboek. Bovendien is er zelfs al een medisch slachtoffer, opnieuw met complicaties na een epidurale injectie, dat dankzij deze wet zijn gram heeft kunnen halen tegen een gereputeerd ziekenhuis. Dan denk je: “Allez, er bougeert dus toch iets? Er is dan toch iemand bezig met het aanpakken van de totale wetteloosheid waarin medische slachtoffers zich bevinden in dit land?” Vrienden denken hetzelfde en sturen massaal foto’s van of links naar de artikels door.
Maar het volstaat dan om de radio te hebben opstaan om een half uur later te horen dat een geval zoals dit ook in de toekomst heel uitzonderlijk zal zijn en blijven. Die nieuwe wet wordt namelijk pas toegepast als het ziekenhuis zelfs niet de moeite doet om te bewijzen dat ze met de nodige voorzichtigheid gehandeld hebben. Wat betekent dat de situatie van de medische slachtoffers juist niets, nul komma nul, rien de knots, zilch, verandert. Want vanaf nu gaat elk ziekenhuis op zijn minst een briefje sturen met wat standaard verweer en ingewikkelde woorden in. En dat die rioolkranten, met nochtans grote oplages, dat zitten te bejubelen als een grote doorbraak is gewoon weer om van te kotsen. Toont weer in wat voor een peutertuin we hier leven. Want het echte probleem, dat het aan het slachtoffer is om te bewijzen dat er fouten gebeurd zijn, blijft ongewijzigd. Nog straffer, zelfs die rioolkranten laten niet na te stellen dat dat inderdaad de grote schande van het huidige systeem is. Maar daar stopt het mee. Want er is nu een Grote Verandering. Eindelijk worden medische slachtoffers niet langer verondersteld even vlug een diploma geneeskunde te halen en wordt de juiste rolverdeling toegepast waarbij het medische slachtoffer als slachtoffer erkend wordt en niet langer als een nutteloze zaag of zagevent. Maar terwijl die kranten victorie kraaien verandert er dus juist niets aan de lijdensweg van de medische slachtoffers. “Trekt uwe plan en rot op,” dat blijft de basishouding van die witgeschelpten, die Napthanazaten, die reactionaire en elitaristische Orde der Geneerheren. Hoogstens een pleister op een overvloedig gutsende bloedende wonde is het, dit nieuwsitem.
Het enigste wat het allemaal nog de moeite waard maakt is het ziekenhuis waarover het gaat: Gasthuisberg. Het UZ Leuven dus, waar onmetelijke arrogantie een van de basisvoorwaarden is om er diensthoofd te worden, waar men letterlijk denkt boven de wet te staan want verheven boven alles wat werelds is, wiens maatschappelijke missie zich beperkt tot ‘de grootste’ en ‘de beste’ te zijn, wat ook ineens duidelijk maakt wat voor een eng wereldbeeld die medici daar in hun immens witgekalkt hospitaal huldigen, het veelkoppige monster van boven op de berg waar zoveel hoekjes en kantjes aan zijn dat je je overal en altijd goed kunt verstoppen voor alles en iedereen, inclusief de arm der wet, waar men er de hand niet voor omdraait om gewoon leugens te vertellen om toch maar de eigen handen en witte mantel onbevlekt te houden en tegelijkertijd de medische slachtoffers zelf zonder scrupules verder de grond in te boren, de grond waar ze nu al al bibberend naar op weg zijn in een verdoemd lichaam waarin ze alle vertrouwen verloren hebben, dat Universitair Ziekenhuis van Leuven waar zelfs de Universiteit van Leuven schrik van heeft, zo machtig is het, dát monster, dié Hydra van Leuven, dat is het ziekenhuis dat carrément geweigerd heeft om zelfs maar de moeite te doen om te bewijzen dat ze met de nodige voorzichtigheid gehandeld hebben. Rarara, hoe zou dat komen? Waar zou die arrogantie vandaan komen? Zou dat ook wetenschappelijk onderbouwd zijn? Het zou me trouwens niet verwonderen dat mijn operatie in Gasthuisberg officieel, in de statistieken, zich nog steeds bij de ‘geslaagde’ en ‘perfect verlopen’ operaties bevindt. Want die moeten daar, volgens mij, nogal stoten uithalen om die mythe in stand te houden.
De kwaliteitskranten en dus ook de VRT radio nemen het nieuws over de baanbrekende nieuwe wetgeving wel niet over. Ere aan wie ere toekomt. Dat zal dan de hedendaagse definitie van kwaliteitsnieuws zijn: een plaats waar je iets minder zever van de dag tegen komt. Want voor de rest is het ook niet zo’ne vette, die Vierde Macht. Zo verscheen er niet zo lang geleden nog een artikel in De Morgen waar dat de specialisten die fouten begaan hebben voorgesteld werden als ‘Second Victim.’ Dat we daar niet aan gedacht hebben: ook die dikbetaalde supermensen hebben het moeilijk natuurlijk. Toch als ze over enig schuldbesef beschikken. Want als je van die klootzakken tegen komt zoals ik moet je je geen illusies maken. Ze zijn niet in staat tot empathie en gaan weltevreden na al hun drukke activiteiten overdag – leugens of geen leugens, fouten of geen fouten, nalatigheden of niet – elke nacht in peis en vree slapen. Waarom zouden ze zich ook ongerust maken? De First Victims, de échte slachtoffers, worden in dezelfde nationale pers totaal genegeerd “want de mensen zijn niet geïnteresseerd in al die miserie en d’r zijn d’r ook zo veel hein mijnheer.” Maar over de morele besognes van dat select clubje van übermenschen daar moeten we het wel over hebben natuurlijk.
We hebben het dus goed begrepen: het zijn de specialisten zelf die het slachtoffer zijn van hun eigen fouten en wandaden. Want ochottekes toch, wat is dat toch allemaal zwaar om te dragen, al die verpletterende verantwoordelijkheden. Die zien daar van af, die specialisten. Die moeten daarvoor in therapie gaan, besef je dat wel? Ah ja, die moeten ook een keer hun verhaal kwijt kunnen. En toch doen die voort met hun job, kun je je dat wel voorstellen? En dat allemaal voor ons. Daarom laat ons stoppen met zagen en begripvol zijn: voor alles wat die mensen voor ons doen mogen ze ook wel een keer hier of daar een foutje begaan, niet? Anders is die job toch gewoon niet menselijk? En, allez, allez, of het dan gaat om een menselijke fout, een zware professionele fout of zelfs nalatigheid, dat is toch ook allemaal niet zó belangrijk?
Dat is het Nieuwe Vlaanderen van de 21ste eeuw, de Omgekeerde Wereld in plaats van de Grote Verandering, het Vlaanderen van de verheerlijkte supermensen. Onze maatschappij is enkel nog begaan met de sterken en de rijken, zij die het gemaakt hebben, zoals onze BV’kes en onze beste carriéristen. Enkel wanneer ze dood zijn, liefst zo gruwelijk mogelijk, komen slachtoffers nog eens aan bod. Maar voor de rest willen we alleen maar winnaars. Kijk maar naar ‘Topdokters’ op GoPlay, het vroegere VT4. Of de fictiereeks ‘Dokters’ op VTM2. Zuivere, cleane, propere helden. Echt of niet echt, dat doet er niet toe. Ondertussen zijn die wel degelijk echt bestaande slachtoffers, en al zeker de medische slachtoffers, maar collateral damage van die prachtige ideaalbeelden. Het vermelden niet waard. Want alles gaat goed en verloopt correct in dit land. Zoals het hoort. Met politici begaan met de gewone burger. Een rechterlijke macht die opkomt voor de rechten van de mensen. En een Vierde Macht die kritisch waakt over al onze instellingen. We gaan gewoon voort met de orde van de dag en checken wie dat er nu weer de koers gewonnen heeft.
28 juni 2022 – Post-factum Factotums
Een van de dingen die ik me levendig herinner van de Witte Koningin is hoe ze nadrukkelijk stelde bij aanvang van de installatievergadering dat het oordeel gevestigd ging worden op de medische verslagen opgemaakt vóór onze klacht en dus in ‘tempore non suspecto.’ Jullie weten nog wel die teksten waarin de medici met behulp van summiere en stenografische verslagen zich proactief zo veel als mogelijk indekken voor eventuele rechtszaken later. Daarop gingen die medische experten aangeduid door de rechtbank zich baseren. Achterliggende redenering: het zijn deze teksten die het meest waarheidsgetrouw zijn.
Nu, dat de waarheid mij nauw aan het hart ligt zal ondertussen hopelijk voor iedereen wel duidelijk zijn. Het is dit dat mij ertoe brengt om ruiterlijk toe te geven dat op diezelfde installatievergadering mijn advocaat gespecialiseerd in medische fouten, de Walrus, ook wel enige steken heeft laten vallen. Want wat hij aan ons, Tin en ik, voorstelde als de ‘installatievergadering’ bleek de eerste en enige zitting van onze expertencommissie te worden. En daar zaten we dan zonder medisch expert om ons te verdedigen. Nochtans zou het handig geweest zijn, zo’n medisch expert. Die had misschien wel dat onsamenhangend gebrabbel, die pseudo-wetenschappelijke discours vanuit de losse pols van het gezapig achteroverleunend Witte Paard het zwijgen kunnen opleggen of tenminste kunnen voorzien van enige kritische medische kanttekeningen. Want onze opmerkingen, alhoewel sterk afwijkend van al zijn academische wijsheden, bleven onaangeroerd in de lucht hangen. Het enigste wat we gedaan kregen was dat het Witte Paard af en toe stil viel. Door een kortsluiting midden in zijn gedachtengang veroorzaakt door onze constructieve, sommigen zouden zeggen pathetisch hoopvolle, mededelingen. Om onmiddellijk daarna weer ongebreideld voort te galopperen in zijn retoriek.
Een discours dat dan achteraf ook nog eens totaal irrelevant bleek te zijn want na de eerste ronde van weerwoorden – post-factum als het ware – veranderde de tegenpartij plots van expert en het geweer van schouder: wat eerst een ontstoken traanzakje was werd plots volgens een gewone oogartse een verstopte traanweg. Wat het vermoeden wekte dat dat Witte Paard de medische verslagen zelfs nog niet eens bekeken had voor de zitting. En waarom zou hij ook? Als die experten toch mogen zeggen wat ze willen. Als er toch niemand is die checkt of dat allemaal wel klopt wat die daar allemaal zeggen. Of dat allemaal wel waarheidsgetrouw is en overeenkomt met wat er de facto gebeurd is.
Juist het tegenovergestelde geldt voor alles wat wij aanbrengen. Niet dat dat wel afgechecked wordt op zijn waarheidsgehalte. Dat zou nog een positieve daad zijn, een daad met merites. Neen, wat wij te vertellen hebben wordt per definitie als onwaar beschouwd want het enigste wat wij, de medische slachtoffers, kunnen doen is wat post-factum hineininterpretieren. Wij zijn niet langer in staat om feit en fantasie van elkaar te onderscheiden. Wij zijn ook niet verstandig genoeg om dit wel te kunnen doen. Bovendien ontbreekt ons, lomp als we zijn, totaal de capaciteit om op een geciviliseerde manier een open gesprek te voeren over wat er juist wanneer is gebeurd. Zij daarentegen, de experten van de rechtbank, hebben de waarheid in pacht en etaleren zonder gêne hun op drijfzand gebouwde kennis.
Ook de aanvankelijke medisch expert van de tegenpartij, mag post-factum de meest onnozele dingen uit zijn duim zuigen; liegen eigenlijk. En alles wat wij daartegen inbrengen, zelfs de meest eenvoudige waarheidsgetrouwe dingen, wordt afgedaan als post-factum gewauwel. Zoals bijvoorbeeld de bobbel die er zogezegd niet langer zat naast mijn oog na de operatie. Er eigenlijk zelfs nooit gezeten had. Als je die expert dan toch zou geloven. Terwijl dat nochtans al die specialisten, Ilse Mombaerts incluis, op diezelfde bobbel als zotten hadden zitten duwen. Waarschijnlijk staat het niet in het medisch verslag. Want ik heb het na de operatie die plaats vond in de vroege ochtend in het ziekenhuis nog gezegd tegen de assistente van Hartenkoningin in totale en absolute afwezigheid natuurlijk van Zijne Heiligheid zelf, om 21u00 uur ‘s avonds bij de overhandiging van de ontslagbrief. De eerste en enige medicus die ik te zien kreeg na een dag lang wachten. Die mij toen wist te zeggen dat het waarschijnlijk nog een gevolg van de operatie was en wel vanzelf zou verdwijnen. Terwijl het nog exact hetzelfde bobbeltje was op net dezelfde plaats waar het toen al bijna een jaar zat. Maar waarom zou die overwerkte assistente dat nog opnemen in het medisch verslag als de operatie perfect geslaagd was en het onding in haar vermoeid hoofd vanzelf ging verdwijnen? In een medisch verslag opgemaakt door en dus absolute eigendom van zo’n dictatoriaal diensthoofd waar iedereen voor siddert en beeft?
En dus zegt die hooggeleerde man met de vele academische titels; de Anesthesist/Reanimator, de Urgentiedokter en Administrateur-Général van Gezondheidsgegevens, de Specialist in Verzekeringsgeneeskunde én Medische Expertise, en ook nog eens Zetelend Lid in de Erkenningscommissie van beide laatste domeinen, daar bovenop ook nog eens Bijzonder Gast-Docent in Cardiovasculaire Dingen, Coördinator Kritische Diensten van een verafgelegen ziekenhuis, Meester in de Rechten, in het Medisch-Sociale Rampengebied én het Ziekenhuisbeleid, kortom een manusje-van-alles, of met een Latijns woord een waar ‘factotum’ dat álles doet, de meest stinkende karweitjes het eerst; dié alwetende man zegt met zijn oppermachtige en indrukwekkende toverkrachten: “Hocus Pocus Pats,” en het bolletje is weg. Straffer nog er zat er zelfs nooit één. Het is pas na de operatie opgedoken volgens de brave man. Wat ineens ook verklaart hoe dat die supergeleerde mens zonder enige gêne durft te stellen dat het gezwel ontdekt is geweest dankzij de operatie van Mombaerts. Een post-factum verzinsel uit een polyvalente toverhoed. Maar dat is allemaal ok in het Spiegelpaleis. Want het is een expert met een lijst aan titels te lang om op te noemen die het schrijft, een expert die alleen maar bewondering en respect verdient ondanks de stank.
Ook Hartenkoningin zelf schittert in post-factum activiteiten. Zoals post-factum na ons woelig vertrek uit Gasthuisberg tegenover haar confraters beginnen te doen alsof zij aan het AZ Maria Middelares te Gent gesuggereerd had een scan te maken, terwijl ze er juist niets maar dan ook niets mee te maken had. De scan was al een week voor onze laatste ontmoeting boven op de berg afgenomen en de biopsie stond al gepland voor diezelfde avond. Maar alles om de schijn hoog te houden, nietwaar? En nog veel veel straffer, enkele maanden na de feiten, post-factum in het kwadraat, bezige bij en academisch factotum als zij zelf ook is, laat ze een wetenschappelijk artikel van haar hand die ze nergens voor omdraait publiceren in een toonaangevend, zoals het hoort chique Engelstalig magazine waarin ze ootmoedig en toch zonder het expliciet te zeggen toegeeft een fout gemaakt te hebben. Want de centrale stelling van het ganse artikel luidt dat men bij een gevoelloze massa in de regio van het oog best uitgaat van het allerergste en beter extra onderzoek uitvoert. De believers zullen hier weer tegenwerpen dat dat toch flink van haar is. Om zo snel te leren uit haar fouten en ineens de ganse medische wereld in te lichten over haar nieuwverworven inzicht. Alleen vraag ik me af hoe snel dit inzicht er dan niet gekomen is? De volgorde is toch: inzicht, artikel schrijven, artikel publiceren? En om een artikel gepubliceerd te krijgen enkele maanden later, wanneer heb je het dan moeten schrijven? Een maand voordien? Twee maanden voordien? Zo’n artikelen worden toch ‘gescreened’ voor publicatie? ‘Gereviewed’ door ‘peers’? Dat inzicht is dan toch wel heel snel tot stand moeten komen. Zo snel dat een mens zich weer afvraagt of ze niet verdomd goed wist dat ze bij mij enkele maanden voordien een pak ernstige medische blunders begaan had. En gewoon niet het fatsoen heeft om het aan mij persoonlijk toe te geven maar wel om het met behulp van zo’n wetenschappelijk artikel vlug vlug toe proberen te dekken onder een gecertificeerde stempel van een wetenschappelijk magazine.
Wij, Vlamingen, wij noemen dat anders. Wij hebben al dat flutengels niet nodig. In ons prachtige bargoens noemen we dat post-factum haar gat indekken. Gelijk een overijverige muis snel al haar gemaakte fouten of nalatigheden wegsteken onder een dikke couche van wetenschappelijke voornaamheid. Zodat achteraf toch al niemand jou nog kan beschuldigen van niets met het onder jouw verantwoordelijkheid gebeurde gedaan te hebben. Buiten het slachtoffer zelf natuurlijk dat eenzaam in de woestijn staat te roepen of op weg is naar de volgende operatie of behandeling veroorzaakt door al jouw geklungel. Om het helemaal doorzichtig te maken gaat het dan ook nog eens om een volledig achterhaald inzicht want in de medische wereld, wist een osteopaat mij onlangs te vertellen, weet men al lang dat een gevoelloos gezwel in de regio van het gezicht mogelijks kanker is. Maar neen hoor, Zij, de Ijdele Hartenkoningin, de Grote Ophtalmoloog, maakt het wereldkundig in 2019, zes maanden na haar volledig foute en totaal misplaatste operatie aan het inmiddels weggesneden linkeroog van ondergetekende. Wat ze natuurlijk ook nalaat te vermelden in het artikel is dat diezelfde hoofdconclusie nog meer geldt indien alles ook nog eens voorafgegaan wordt door een doorverwijzingsbrief die wijst op het gevaar van kanker. Dat is in haar ogen, want zij heeft er in tegenstelling tot mij, na mijn passage bij haar diensten, dus nog altijd twee, maar een pietluttig detail en die wetenschappelijke wereld moet ook niet alles weten.
25 augustus 2022 – Katrina & The Waves

Amai, en dat het heet was. Verzengende hitte, heel af en toe onderbroken door een fris buitje. Dat was het. Zou dit mijn laatste zomer geweest zijn? Dan is de cirkel nu rond. Met de hittegolf van 1976 als startpunt. Ik zie me nog als tienjarige avond na avond bezweet thuis komen met mijn klein, rood torpedofietsje. Overladen met het vuil van de stoffige zomerdagen en de boerderijen in de buurt. Led Zeppelin in de achtergrond dankzij de piratenzender Radio Veronica. Niet dat dat bij ons toen nog zo vaak te horen was nadat in diezelfde warme zomer mijn oudere broer en zuster op twee weken tijd van mekaar huwden en het ouderlijk huis verlieten. Mijn moeder was niet alleen een gelovige ziel, haar favoriete DJ avant-la-lettre was de Engel van Vlaanderen op BRT 2 Omroep Antwerpen: Vlaamse schlagers vol levenswijsheid en vooral een snik hier en een traan daar a volonté. En dit drie uur aan een stuk op zondagavond. Vaak ging ze zelfs vroeger slapen om dan in bed te luisteren naar het programma. Mijn vader zelf zou toen nog 25 jaar leven. Mijn moeder nog 35. Maar daar dachten we niet aan. Het leven scheen eindeloos.
Net zo eindeloos als de Alpen. Na eerst met de vrienden voor de vakantie een heuse berghuttentocht gewaagd te hebben, met maar één oog, zonder dieptezicht op korte afstand dus, nochtans handig bij het afdalen, en een door het amateuristisch gepruts van Gasthuisberg de afgelopen jaren wankel geworden lichaam, doe ik hem grotendeels over met Tin en de kinderen. En opnieuw is de tocht fantastisch. We geraken samen over de pas op 2871 meter hoogte. Het is het hoogste dat de kinderen ooit geweest zijn en vooral het hoogste dat ikzelf de afgelopen 4 jaar geweest ben. De eindhalte is het Hotel Piz Ela in Bergün, waar Nietzsche ooit nog verbleven heeft. Jammer genoeg is het restaurant gesloten. Ik had me er zo op verheugd om Ella als absolute liefhebber de lekkerste focaccias ter wereld te laten proeven.
Als we terug komen van de bergen, begint de hitte pas echt. Sam en Ella vertrekken op groepskamp naar Chimay. Wij profiteren ervan om een korte citytrip naar Metz in te plannen. Zodat we bij het terugkeren hen kunnen oppikken aan de kampplaats. Bovendien, met die oeverloze reportages in de kranten en zelfs op de tv over zwemmen in de vrije natuur, hebben we zin om ergens in de vele waters rond Metz een plonsje te wagen. Twee dagen wandelen we de stad aan de Moezel én omgeving af in de hitte. Nergens kan of mag je zwemmen. Zwemmen in de vrije natuur is blijkbaar één van de meest concrete kenmerken van de onbestaande grens tussen de romaanse en germaanse wereld. In Nederland kun je op tal van plaatsen in de vrije natuur zwemmen. In Bazel zwemt men in de Rijn en in Zurich in de Limat. Rond Berlijn ligt het vol met meren waar men zelfs kan naaktzwemmen. Maar in Frankrijk en in België kan en mag het niet. Zelfs niet met badpak. Want, zo gaat hier rond, het water is vies en zit vol met bacteriën. Misschien klopt dat ook wel. Misschien is het allemaal wat simpeler en moet ik het niet zo ver zoeken, in een vermeend structureel verschil tussen taal- en cultuurgebieden. Met ons Vlaanderenland bevinden we ons volop in het stroomgebied van de Schelde. Waarvan de bron zich in het vervuilende industriële noorden van Frankrijk bevindt. Met in de Westhoek van het land de grote varkensboerderijen en in het Noorden Antwerpen met zijn petrochemische industrie. Tussenin liggen de velden met de vele koeien die ondanks tal van mestactieplannen de grachten vol nitraat en fosfaat blijven kakken. Hoe en waar zouden wij hier nog in de vrije natuur kunnen zwemmen? In De Standaard hebben ze na onderzoek één plaats ontdekt waar het water zuiver genoeg is om te zwemmen. Of toch volledig voldoet aan de strenge EU-normen. Het betreft een door de industrie kunstmatig aangelegd meer ergens in Eisden, in het verre oosten van Limburg. Vlak aan de grens met Nederland. Enig probleem – ironie kent geen grenzen – je mag er ondanks de aanwezigheid van een Center Parcs ook al niet zwemmen.
De tussentijdse scans blijven gunstig verlopen. Er duiken geen nieuwe gezwellen op. En die in mijn lever zijn zelfs verdwenen op de CT’s. De pillen blijven dus hun werk doen. Alleen mijn hoofd blijft mij zorgen baren. De druk of pijn in mijn achterhoofd lijkt mij stilletjes aan toe te nemen. Blijft er nog steeds de vraag wat die continue zeurderige pijn veroorzaakt. Want in die hersenen zitten geen zenuwen en dus voel je van hersentumoren niets dixit de specialisten. Of toch geen pijn. Zouden het dan toch uitstralingen vanuit mijn nek zijn zoals onlangs iemand insinueerde? Stress zou een belangrijke factor zijn voor de vorming van ‘knobbels’ in de nekspieren. En stress heb ik de afgelopen jaren genoeg gekend alhoewel ik amper gewerkt heb. Trouwens, voor de geïnteresseerden, ik overweeg terug halftijds te gaan werken. Kwestie van een zinnige invulling aan mijn leven te geven want dit ondernemen, dit schrijven tegen de bierkaaien op, zou ik blijkbaar net zo goed niet doen. Buiten de mensen die mij kennen, kan het gebeurde de rest van deze gulle maatschappij niet veel schelen. Als we dan toch zo veel stikstof moeten blijven slikken, kunnen er nog wel wat andere wandaden bij.
Van de rechtbank vernemen we ondertussen niets. Zou die rechter dan toch de tijd nemen om dat ganse dossier grondig door te nemen? En in de loop van dat proces net zoals ons vaststellen dat dat expertiseverslag op niets trekt? Zou hij extra uitleg vragen aan die medische experten? Vragen hoe het komt dat ze niet meer dan wat medische boutades aan te bieden hebben? En het vertikken om op onze vele opmerkingen te antwoorden? Of gaat hij gewoon op veilig spelen? En zich net zoals die zogenaamde experten verbergen achter dat hypocriete formalisme, zonder oog voor wat er effectief gebeurd is? Zoals reeds eerder gezegd is dit mijn grootste vrees en dat dat veelkoppige monster vanuit zijn nest in Leuven hierop zit te wachten. Om dan onmiddellijk een nieuwe gerechtelijke procedure voor laster en eerroof op te starten. Alles voor de eer en om hun jassen smetteloos wit te houden. Allemaal samen tegen mij, deze ridicule moderne Don Quichot. Om zo als medisch slachtoffer door die oppermachtige windmolens boven op de berg nog wat verder belachelijk gemaakt te worden. Met een op haar bezemsteel rondvliegende en krijsende Hartenkoningin in de voorhoede.
Ik probeer dan ook om onze defensie te versterken en voor te bereiden op de komende slag. Maar mijn generaal, de Walrus zelf, is opnieuw en al sinds meerdere maanden met de noorderzon verdwenen. Emails, telefoontjes, zelfs voice mails, niets lokt een antwoord uit. Zelfs geen autoreply met de mededeling dat hij even op vakantie of retraite is. Totale en absolute windstilte. Zelfs mijn bomenadvocate weet niet meer wat te doen. Om niet compleet de moed te verliezen, stuur ik af en toe een mail met wat er volgens mij moet gebeuren. Tin is echter het ganse gedoe met Gasthuisberg kotsbeu. Hoe erg en schandalig het allemaal ook is wat er gebeurd is, vindt ze dat ik wat positiever in het leven moet staan. Zelf kan ik het gebeurde echter maar niet los laten. De gemoederen geraken hierdoor soms ten huize Hoskens nog wat meer verhit. Om het allemaal verder aan te kunnen zoeken we geregeld wat verkoeling in het zwembad van Koenie en Katrina. Op zoek naar een manier om op dat zonlicht te wandelen en te genieten van dit leven.
19 september 2022 – De Vliegende Vlaming
Fietsen. En nog eens fietsen. Meer heeft een mens niet nodig. Nadat het zwemmen maar niet het beoogde resultaat opleverde – een gevoel van terug samen te vallen met mijn lichaam, één te zijn, en niet langer die gespletenheid met dat onbetrouwbaar fysiek omhulsel te moeten verdragen – proberen we het een keer met fietsen, doodgewoon fietsen, en deze keer is het wel raak. Al tijdens de eerste fietstocht, van Kortenberg naar Brussel, over de nieuwe fietsersbrug te Diegem, voel ik me als herboren. De rest van de dag kan ik terug functioneren alsof er – bijna – niets gebeurd is. Ik crash zelfs niet na de middag. En ook het gevoel van verdwazing dat toch meestal aanwezig is in mijn hoofd verdwijnt met de noorderzon. Als we enkele dagen nadien ook nog eens naar Leuven fietsen, door Bertembos, en daarna langs het machtige Gasthuisberg, dat arrogante monster van een ziekenhuis dat daar op de berg ligt te slapen, wachtend op het zoveelste medische slachtoffer, ervaar ik opnieuw de bevrijdende kracht van het fietsen. We vliegen er schampend met de fiets langszij.
Zijn het mijn Vlaamse genen, die niet alleen blijkbaar kanker, maar ook Flandriens kunnen voortbrengen? Of is het de nostalgie van mijn onbezorgde kindertijd? Toen het fietsen naar de buren met mijn kinderfiets de start van mijn eigen zelfstandigheid betekende? En ik later telkens genoot van de herwonnen vrijheid bij het naar huis fietsen na de school? Weer of geen weer? Of is het niets van dit alles maar gewoon het oergeheugen van mijn lichaam dat in gang schiet door de eenvoudige mechanische bewegingen ? Het lichaam als opslagruimte van al onze ervaringen? Als bron van wie of wat we zijn? Als allesbepalend vehikel? Het omhulsel dat alles samen en vast houdt? Wat het ook is, de impact op mijn algemeen welgevoelen is gigantisch. Het verschil met het zwemmen rechtevenredig groot. Als ik eindelijk van mijn fiets afstap hoor ik de Armstrong in mij zeggen: “Het is een kleine stap voor de mensheid, maar een gigantische stap voor Patrick Hoskens.”
Ondertussen ben ik begonnen aan het dagboek van Matthieu Galey, een literair criticus die zijn hele leven zelf een groot literair meesterwerk wilde schrijven, daar nooit in geslaagd is, maar postuum bekend geworden is met zijn bijzonder scherpe schrijfsels over de literaire wereld van Parijs in de jaren ‘50 tot en met ‘80. Het is een fantastisch boek. Het leest als een trein. Alleen wordt het voor mij, als niet-franstalige, een boemeltrein want ik moet voortdurend dingen en mensen waar ik nog nooit van gehoord heb opzoeken op het internet. Maar het is zo mooi geschreven dat het mij niet veel moeite kost. Bovendien kom ik al snel tot enkele voor mij verrassende vaststellingen:
1. Wat een incestueus, benepen, m’as-tu-vu wereldje was (of is?) dat literaire milieu in Parijs toch. Zou dat hier in ons zo behoudsgezind Vlaanderenland ook zo zijn? Ik zie nu alvast pas in wat voor een zielige, onwezenlijk pathetische pogingen dat van mij waren toen ik de afgelopen jaren probeerde een boek gepubliceerd te krijgen door gewoon een manuscript te sturen naar zo’n beetje alle uitgevers. Het verklaart ook ineens waarom al die BV’s voorrang krijgen als het over het publiceren van boeken gaat. Het ganse wereldje leeft van holle imago’s en notoire reputaties. Inhoud is het laatste wat telt in hun enge vrije markt. Daar stond ik dan langs de kant van de weg, onbekend en onbemind, te wuiven met mijn maatschappelijk relevante boeken. Die uitgevers of editoren hebben zich ziek gelachen met al mijn doorleefde schrijfsels. Als ze het al gelezen hebben.
2. Galey zelf was een toffe ket. Homosexueel, anti-nationalistisch, anti-extreem-rechts, links eigenlijk maar hij wilde het niet zo zwart-wit gesteld hebben. Of misschien klopt die gematigheid wel en was hij 1) gewoon begaan met andere mensen en 2) geloofde hij niet in militaristische oplossingen voor politieke conflicten. Anderzijds schrijft hij onomwonden, na de vaststelling hoezeer de aristocratische en de fils-à-papa connecties tweehonderd jaar na de Franse revolutie nog steeds het maatschappelijk weefsel bepalen: “Je zou voor minder communist worden.” Een wel heel beladen conclusie in die warme jaren ‘50, vlak voor de echte koude oorlog losbarstte.
3. Want in Frankrijk waren dat toen ook al heel spannende tijden, die jaren ‘50. De opkomst van extreemrechts tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd. De overgang van vierde naar vijfde republiek vooral gekenmerkt door een grote toename aan macht van de president, op dat moment Charles de Gaulle, even nadien zelf het voorwerp van een mislukte moordaanslag. Er werden toen zelfs nog boeken verboden in dat nieuwe Frankrijk. Amper een halve eeuw geleden. Kun je je dat nog voorstellen?
4. Ook onverwachts, het aantal Franse schrijvers die met de nazis gecollaboreerd hebben. Iedereen is altijd maar bezig over dat genie Louis-Ferdinand Céline maar de lijst is eindeloos: Morand, Jouhandeau, Abellio, Chardonne, Bonnard,… Een zoveelste bewijs dat die afschuwelijke ideologie, verantwoordelijk voor zovele doden, wel degelijk maatschappelijk breed gedragen werd. En niet alleen in Duitsland dus. Zou dat bij ons ook zo geweest zijn? Een deel van de Vlaamse intelligentsia die meeging in de Zwarte Leugen, de anonieme andere verantwoordelijk stelde voor alles en het failliet van de staat luidkeels verkondigde? Als het zelfs in deze 21ste eeuw niet zo bekend in de oren zou klinken zouden we volmondig neen antwoorden.
5. Deels ook omdat zijn vader filmregisseur was en zijn moeder van rijke afkomst is het in dit conservatieve, welgestelde maar ook kunstzinnige milieu dat Galey zich in de jaren na de oorlog van kindsbeen af beweegt. Tegelijk is het dagboek van Galey, net door de directheid van de taal, in zekere zin, een eerherstel voor sommige van deze figuren. Dit geldt vooral voor de humeurige Jacques Chardonne. Op wat mysogine trekjes na is het een fascinerend figuur. Met een gevatte, scherpe tong dat wel. Ook allesbehalve bekrompen. Zo houdt zijn genegen, liefdevolle relatie met Galey stand na de ontdekking van diens homosexualteit. Zijn splijtende oneliners verdienen het om geciteerd te worden. Mijn favoriet tot nu toe is: “Sauf la souffrance physique, tout est imaginaire.”
Op de terugweg beslissen we de fietssnelweg F3 richting Brussel te nemen, via Herent en Veltem-Beisem. Kwestie van niet opnieuw langs het veelkoppige monster op de berg te moeten passeren. Nu aan een veel te traag tempo want deze keer bergopwaarts en we zijn niet allemaal Remco Evenepoels. Ook is het aan een dergelijke slakkengang absoluut te vermijden om te passeren langs de vele schimmen van al die miskende medische slachtoffers, die daar ‘s avonds en ‘s nachts radeloos rondwaren, op zoek naar enige erkenning in de hoop zo eindelijk wat rust te vinden. Want in tegenstelling tot die Hollanders die alles efficient en doelgericht aanpakken en ineens een gans schip voorzien om al die verloren zielen op te pikken, zal het hier weer de individuele burger zijn die zijn plan moet trekken. En in tegenstelling tot die mysterieuze boot die onder Nederlandse vlag met klinkende bel de wereldzeeën afvaart zijn onze fietsen veel te klein om ze allemaal mee te nemen. Hooguit eentje kan op het bagagerek van Tin plaats nemen. Mijn aftandse mountainbike is zelfs daar niet van voorzien. Misschien dat er nog eentje op mijn dwarsstang plaats kan nemen. De rest zullen we wanhopig achter moeten laten. Dat er nog een goede oude Suske&Wiske alliteratie bovenop komt is alleen maar mooi meegenomen. Maar hoeveel weegt dat, zo’n aan zijn of haar lot overgelaten en luguber spook?
4 oktober 2022 – Gevallen engelen
Enkele dagen geleden heb ik een mooi aangetekend schrijven ontvangen. In een witte enveloppe van A4-formaat. Mét priorpostzegel. Verzender: de Witte Koningin. Na openmaking blijkt dat het een factuur voor de geleverde diensten betreft. Of ik vermoed het toch want de term die de zogeheten medische experten zelf gebruiken is ‘erelonen.’ Dus misschien komt het nog bovenop de factuur zelf. Zoals in een ziekenhuis. Het is geld dat de hooggeleerde medici vragen voor de moeite die ze zich getroost hebben op mijn dossier. En wat blijkt? De Witte Koningin, de medische experte aangeduid door de rechtbank, vraagt 2843,5 euro voor haar gemaakt empathische interventies. Het Witte Paard, de expert in ophtalmologie meegebracht door de Koningin, vraagt 1,503 euro voor zijn in de zetel uitgezakte galopperende uiteenzetting over een ontstoken traanzakje. Telkens mooi uitgepslitst over 1) Voorbereiding dossier 2) Zitting 3) Voorlopig verslag en 4) Finaal verslag. Bij nader toezien hanteren ze ook elk een uurloon van 200 euro – BTW niet-inbegrepen. Eerste bedenking: hoe dat ze aan die uren komen die ze beweren erin gestoken te hebben is mij een raadsel. Zo beweert het Witte Paard 2 uur aan de voorbereiding gewerkt te hebben en de Witte Koningin zelfs 4,5 uur. Nochtans kan dat allemaal gene vette geweest zijn aangezien dat Paard met instemming van de Koningin op de zitting de hele tijd over de symptomen van een traanzakontsteking bezig was terwijl dat nadien, na al onze kritische bedenkingen op het voorlopige verslag, zonder boe of bah veranderde in een verstopping van de traanwegen. Nog straffer, bij punt 4) Definitief verslag, hebben beiden het lef om te spreken over ‘antwoorden op opmerkingen’ terwijl er wat ons betreft, en dan heb ik het niet alleen over Tin en mezelf, de verontwaardigde rechtstreekse betrokkenen, maar ook onze advocaten, er net geen enkel antwoord is gegeven op al onze vragen of opmerkingen. Maar bon, samen levert dat, volgens hen, bijna 5,000 euro op voor onze dubbelwitgeschelpten.
De neerslag van al deze kostelijke werkuren is dus dat definitieve medische verslag dat gekenmerkt wordt door een besluit dat al vast lag nog voor de enige zitting plaats vond, die enige zitting die eigenlijk de installatievergadering moest zijn, de enige zitting ook waarop geen medisch raadsheer ter onzer verdediging aanwezig was wegens onvindbaar, waar bovendien alles wat er dan toch gezegd werd gewoon straal genegeerd werd. Het definitieve verslag zelf een copy paste van mijn medisch dossier zoals teruggevonden in de catacomben van Gasthuisberg, en een korte verwijzing naar enkele van onze opmerkingen op het eerste voorlopige verslag afgewimpeld met wat medische boutades of losse statements die vaak zelfs geen volwaardige zin vormen. Waarin een uitvoerig medisch weerwoord geschreven door een professor van een ander universitair ziekenhuis met één zin wordt weggezet als niet terzake doend. En een schriftelijke verklaring van de geneesheer die mij doorverwezen had naar Ilse Mombaerts, diensthoofd Ophtalmologie van Gasthuisberg, als irrelevant verticaal geklasseerd wordt. Voor dit prutswerk, grammaticale- en spellingsfouten inbegrepen, geschreven als het ware tussen de soep en de patatten, worden wij of onze rechtsbijstand, maar dat verschil maakt niet veel uit want nu gaan we nog vlugger aan het maximumbudget zitten, verondersteld om bijna 5,000 euro te betalen. Misschien denken ze dat ze door veel geld te vragen de legitimiteit en de professionele waarde van hun werk verhogen. Wat niet zo is. Want iets dat op niets trekt en niets waard is, trekt nog altijd op niets en is nog altijd niets waard zelfs als je er veel geld voor vraagt. Schaamteloze praktijken door schaamteloze mensen. En dit zijn dan de mensen die wij moeten geloven op hun woord van eer dat ze collega-medici niet kennen zelfs als ze in dezelfde praktijk op hetzelfde adres werkzaam zijn. Bijna 5000 euro. Gewoon omdat het kan. En omdat het mag.
In dit kleine land zijn onze democratische verworvenheden een bedreigde diersoort. En niet door extreem-rechts, die hebben gelukkig nog niet genoeg macht om zo’n impact te hebben, maar door de mensen die ze net zouden moeten handhaven en vrijwaren van misbruik. De mensen met standing en geld veroorloven zich om het even wat. Zelfs zij die recht moeten spreken gaan mee in halve waarheden, nemen zowaar flagrante leugens voor waar, blijven langs de zijlijn staan om vandaar nog een leugentje om bestwil te lanceren en vragen daar dan veel geld voor. Zij die al aangeslagen zijn door al het onrecht moeten maar mee kunnen. En als ze dat niet kunnen is dat hun probleem. Laat me daarom duidelijkheid scheppen: zonder inkomens- en bijstandsverzekering hadden wij al lang aan de grond gezeten. Al lang voor deze factuur. Was verder verzet nu al niet meer mogelijk geweest. Had de tegenpartij al lang hun uiteindelijk doel bereikt: ons in een hoekske wegduwen, onder een groot tapijt wegsteken, tot dat ik van deze aardbol verdwijn. Ze zijn het trouwens nu al drie jaar aan het doen. Dus lang zal het niet meer duren.
Het is een toonbeeld van onze moderne meritocratische maatschappij op zijn slechtst. Een select clubje dat confraters en zichzelf indekt ten koste van mensen die totaal machteloos staan ten opzichte van al deze wanpraktijken. Michael Young, de bedenker van de term, wist het in de jaren 50 al te zeggen: “It is good sense to appoint individual people to jobs on their merit. It is the opposite when those who are judged to have merit of a particular kind harden into a new social class without room in it for others.”
Ik stel dan ook voor dat de Orde der Geneesheren nog een extra numerus clausus invoert. Zodat ze verder het geld kunnen uitstrooien over de happy few. Dat er ondertussen een tekort is aan o.a. huisdoktoren want tal van medici kiezen een ander minder belastend beroep, oogartsen want de meesten zitten zo veel mogelijk poen te scheppen met het eenvoudigweg krassen van al die slecht werkende ogen, psychiaters want de geestelijke gezondheidszorg wordt nog altijd stiefmoederlijk behandeld en de psychiatrische patiënten zelf als paria, vandaar ook het hoge aantal zelfmoorden in Vlaanderen, het kan hen in hun statische oubollige visie op de wereld niets schelen. Zolang de uitverkorenen maar veel geld kunnen verdienen.
De politieke wereld en de rechterlijke macht gaan daar niet tegen in. Integendeel, ze huldigen en eren elke kaste omdat ze er zelf een geworden zijn. De beschikbare postjes worden daar net zozeer verdeeld over de geselecteerden. Zo ontstaat er steeds opnieuw een nieuwe sociale topklasse van ‘haves’ waarin niet de maatschappelijke opdracht van elkeen allesbepalend is maar ons-kent-ons. De grote massa van anonieme, niet-uitzonderlijke-bijdrages leverende ‘havenots’, al die gewone mensen, niet-VIP’s en niet-BV’s, komt hierbij niet aan bod. Die kunnen alleen maar hopen dat de elites van welke aard dan ook hun werk correct blijven doen, dat een politicus idealen heeft, een rechter rechtvaardig is en een dokter mensen helpt. Hetgeen vaak niet meer zo is. Werkethiek en moraliteit gereduceerd tot formalistische mooipraterij en schaamteloze zelfverrijking.
En ondertussen maar klagen dat extreem-rechts tijdens verkiezingen aan macht wint. Dat populisten overal de bovenhand beginnen te halen. Hoe zou dat komen, denken ze? Ze zijn in dit land zelfs niet langer in staat de illusie van gelijkheid van rechten in stand te houden. Zelf denk ik dat ze net als in ‘La caduta degli dei’, in die prachtige film van Visconti, denken dat zij als heersende klasse boven de veranderingen in de maatschappij zullen blijven staan. Sterker nog dat het hen alleen maar ten goede zal komen. Tot dat ze zelf ondergaan in de rampspoed mee veroorzaakt door hun eigen schuldig niet-handelen of in het geval van die allesbehalve witte engelen hierboven zelfs medeplichtigheid.
6 oktober 2022 – De ellende duurt voort – met dank aan het zelfingenomen Gasthuisberg
De dag nadat we de factuur van de Witte Koningin en het Wit Paard ontvangen, worden we verwacht in het UZ Gent. Op de dienst Oncologie. Om de drie maanden ondertussen – aanvankelijk was het om de twee maanden – wordt er een nieuwe CT-scan afgenomen van mijn thorax en van mijn hals en dus om de zoveel tijd moeten we naar UZGent om te horen wat de resultaten zijn. De laatste tijd was het altijd positief: de ‘letsels’ – eufemistisch taalgebruik voor tumoren – waren stabiel of verkleind of zelfs niet meer te vinden. Het was telkens ook het moment waarop ik een nieuwe dosis Olaparibpillen mee kreeg. Soms ging ik zelfs alleen, zozeer was het een routineklus geworden. Maar deze keer ging Tin nog eens een keer mee. Alsof ze het aanvoelde wat komen ging.
Telkens was het wachten op de resultaten van de scans verschrikkelijk stresserend. Telkens was er de onuitgesproken vrees dat er opnieuw problemen zouden zijn. Nieuwe behandelingen nodig. Keken we stilletjes naar elkaar in de wachtkamer uit de jaren ‘70 met TL-lampen. Tot nu toe was het gelukkig altijd niet zo. Maar deze keer is het dus wel raak. Doordat de hals redelijk ver doorloopt wordt er ook telkens een CT-scan gemaakt van mijn achterhoofd waar zich de kleine hersenen bevinden. Die kleine hersenen waar zich die zeven uitzaaiingen bevonden en waarvoor op de tonen van ‘The final countdown’ de Whole Brain Radio Therapy plaats vond in de zomer van 2020. Het blijkt dat een van die ‘letsels’ niet langer stabiel is maar op drie maanden tijd zelfs verdubbeld is qua grootte: van 1 cm naar 2 cm in doorsnede gegroeid is.
Deze keer is het niet mijn oncologe die mij ontvangt, maar de jonge assistent die bij het galincident nu ook al bijna een jaar geleden met luide stem empathie aan het oefenen was. Rita, de verpleegster die mij opvolgt in het kader van de olaparibstudie en in dat kader regelmatig bloed bij mij afneemt, maakt er echter een punt van om aanwezig te zijn op de consultatie en zorgt zo, de schat, enkel en alleen door haar aanwezigheid, voor een evenwichtiger gebeuren. “Het is alsof de Olaparib overal werkt behalve daar,” zo vertelt de assistent. “En door de aanzienlijke groei van dat ene hersenletsel op korte tijd moeten we bekijken wat we eraan kunnen doen.” Opnieuw slaat het nieuws in als een bom, maar deze keer zonder detonatie. Je verwacht al iets, je hebt al enorm veel schrik, jouw lichaam staat al gespannen en gebogen klaar voor de impact, dus in die zin ben je een beetje voorbereid. Maar de verwoesting die onmiddellijk volgt blijft even massaal. Misschien kunnen we het nog het beste vergelijken met die thermobarische raketten die de Russen in Oekraïne gebruiken, onder andere want de smeerlapperij dat die daar uithalen, zelfs tegen de burgerbevolking, kent geen grenzen. Deze raketten zuigen alle lucht uit de omgeving en doen die dan ontploffen. Mensen, grote dieren, kleine dieren, insecten, alles wat ademt in een straal van 300 meter stikt want geen zuurstof meer aanwezig. Zo was ook dit nieuws. Alle hoop, alle langere termijn projecten, het ganse komende jaar, terug gaan werken, terug dromen, alles weg, op 1 miliseconde. Niets dan verschroeide aarde. In dat donkere, bruine bureautje op de eerste verdieping van de K12.
Vandaag gaan ze een MRI nemen om te kijken wat er eventueel nog kan ondernomen worden. Gedacht wordt aan een heel geconcentreerde bestraling van dat ene punt, van die ene tumor. En wie weet, als we het hierbij houden, kan er misschien ooit nog eens een keer een bestraling gebeuren. Is mijn persoonlijke hersenbestralingscapaciteit nog niet opgebruikt met 1 WBRT en 1 geogelocaliseerde behandeling. En ben ik nog niet noodzakelijk gedoemd om louter te wachten op de dood.
Niet dat deze horror, het zoveelste gevolg van al het amateuristisch geklungel van Gasthuisberg, het enigste was van de afgelopen weken. Op vakantie in Italië – een weekje in de Maremma, tussen de tweede zit van Sam en Tin die terug moet beginnen werken in – valt een korstje uit mijn lege linkeroogholte tijdens een zwembeurt in de wilde zee. Op dat moment leek dat goed nieuws. Want achter zo’n korstje zit toch nieuw jong vlees, niet? Dus wij maar voort zwemmen en spelen en genieten van het zalige zeewater. Als ik echter ‘s avonds aan Tin vraag om de wonde vlak onder de oogkas te ontsmetten, je weet maar nooit met wat daar allemaal in de zee zit aan beestjes en bacteriën enzo, loopt het ontsmettingsmiddel vanuit de holte recht mijn neus en mijn keel in. Er blijkt een heus gat in mijn hoofd te zitten. Even paniek samen met wat kokhalzend hoesten. Even de vraag of we niet vervroegd naar huis moeten. Stel dat dat ontstoken geraakt in mijn hoofd? Al die sinussen in dat voorhoofd? Of toch de enkele die ik nog heb? We besluiten echter dit (nog) niet te doen. Eerst even checken bij de engelbewaarders van dienst, Yvo en Willem, beslissen we. Dus stuur ik midden in de nacht, ik kan toch weer niet slapen, enkele Whatsappberichtjes naar beiden. ‘S ochtends krijgen we de antwoorden al binnen: stoppen met zwemmen, stoppen met de budesonid voor de spoeling van mijn neus wat dat zijn corticosteroïden die de heling van een wonde verhinderen (en dus misschien het gat veroorzaakt hebben), isobetadine aanbrengen op de wonde, toedekken zodat er geen vuil meer in kan en afspraak maken met de plastische dienst van het UZ. Ok, dat niet langer zwemmen is een serieuze streep door de rekening maar de rest moet haalbaar zijn. Dus gaan we die ochtend zelf nog naar Grosseto om alle nodige spullen aan te schaffen. En stuur ik vlug een mailtje naar de dienst Plastische van het UZGent.
Als we terug zijn van Italië blijkt dat we de week nadien al naar het ziekenhuis kunnen. Dus de avond van de dag van de factuur, jawel dus, tussen de zaligmakende factuur die in de ochtend aangetekend afgeleverd werd en het slechte nieuws van de dag daarop, kunnen we binnen bij Nicolas Dhooghe, de plastische chirurg die mij begin 2019 ook mee geopereerd heeft. Feedback: uit de scans blijkt dat er inderdaad een doorgang zit tussen de neusregio en de linkeroogkas. Het is niet zo eenvoudig te herstellen. Vooral ook gegeven de nogal verregaande gezichtsreconstructie die ze de vorige keer al hebben moeten uitvoeren. De chirurg stelt daarom voor om af te wachten en te zien hoe het verder evolueert. Hij beweert wel dat ik me geen zorgen moet maken over een nakende infectie. Dat het is alsof ik er een derde neusgat bijgekregen heb, maar niet meer dan dat. Zwemmen raadt hij voorlopig wel af.
Wat ik ook gekregen heb die ochtend, in het vaccinatiecentrum van Kortenberg dan weer, het is een wel heel drukke dag geweest voor lichaam en geest, is het vijfde coronavaccin, full option, all included, zelfs omikron zit er al in. En misschien is het de frisse lucht, maar bij het buiten komen uit het ziekenhuis, bij de overschakeling van warme lucht naar koude lucht, voel ik de slijmballen al naar beneden komen. Ik probeer mijn neus te snuiten, maar de lucht ontsnapt onherroepelijk langs het nieuwe, derde gat. Druk zetten is onmogelijk. Mijn gezicht is een spuitende walvis geworden. Ik kan alleen maar alles laten lopen. Met enkele stukken van een papieren zakdoek in mijn neusgaten rijd ik onder de snottebellen huiswaarts. Ook weer pure regressie voor mij: zo kwam ik vroeger ook thuis aan op mijn rode torpedofietsje, zonder stukjes papier in de neus dan wel. Alleen past het totaal niet voor een volwassen man van 56 jaar.
11 oktober 2022 – Nog even
Nog even en ze hebben van mij het lijk gemaakt dat ik ben
Ben ik de hond die van Gasthuisberg, het Versailles van Leuven, mag sterven in zijn hoekske thuis
Nog even en ik verlaat al brandend deze aardkloot
Niet om terug te keren als een fenix zoals Sylvia Plath maar als een weerzinwekkend spook
Om deze neprechtsstaat vol nationalistische oetlullen en malafide klootzakken verder te kakken te zetten
Aan te klagen voor Gods gerecht en dat van al de mensen in de toekomst
Zodat iedereen zal zien wat het was: midden in het rijke, welvarende Westen een koninkrijk van nijd en leugens over burger- en andere rechten in stand gehouden door schone schijn van wel willen maar niet kunnen, of neen, wacht, het is andersom.
21 oktober 2022 – De farizeeën hebben Leuven ingenomen!
Die tempel van Leuven, het UZ Leuven, het Universitair Ziekenhuis van Leuven, meer algemeen bekend als Gasthuisberg, aanhangsel van de Katholieke Universiteit van Leuven, of is het de Universiteit ontstaan in 1425 die een aanhangsel is van het Ziekenhuis? Duidelijk is het al lang niet meer.
Maar Katholieken dus. Christenen sowieso. Meer dan vijf jaar heb ik geleden door jullie toedoen, in jullie naam. En al honderd keer, wat zeg ik?, al meer dan duizend keer heeft de haan gekraaid. En op geen enkel moment, geen enkele keer, niet één keer, hebben jullie mij erkend! Bekende hypocriete schlemielen.
Jullie hebben mij laten hangen aan het kruis. Mij laten dood bloeden voor jan en alleman; 1 oog kwijt, 3 neusgaten ondertussen, lymfeklieren en een bijnier verwijderd, stuk neus en geur weg, gezwellen in de hersenen, chemotherapie, bestralingen, alles heb ik al moeten verduren. En nog hebben jullie de euvele moed mijn bestaan te ontkennen. Te ontkennen wat jullie niet of slecht gedaan hebben. Te liegen in mijn mismaakt gezicht dat op jullie neerkijkt!
Op jullie neerkijkt want jullie hebben geen eer, geen zelfrespect, geen eigenwaarde. Jullie pretenderen christen te zijn maar jullie verdienen nog niet het zweet aan Zijn Voeten. En dat allemaal in naam van de wetenschap, of is het de geografische ligging van jullie campus die jullie naar het hoofd stijgt, of is het een goede score behalen op de nationale én de internationale schaal der ziekenhuizen?
Daarvoor zonder scrupules liegen als de pest, zelfs voor het gerecht. Gediplommeerde leugenaars afsturen op al verloren medische slachtoffers zoals mij. Hen voorstellen als zwakzinnigen per toeval hangend aan een kruis waar men niet naar moet luisteren. De farizeeën in hun tempel stelden vergeleken met jullie niets voor.
“Ah ja mijnheer, dat is hier zoals op die goede oude Googleschaal een vijf op vijf. Wat zegt u? Neen mijnheer, wij maken hier geen fouten. Neen mijnheer, geen kleine en geen grote fouten. Wij zijn perfect hier boven op de berg. De zon schijnt hier altijd. En als ze hier niet schijnt gaan we wel een pintje drinken op de Oude Markt, of een Würst eten van Jeroen Meus, of iets chics in een van die dure restaurants aan de Nieuwe Vaart want gezellig is het hier wel.”
Alles, maar werkelijk om het even alles, om de schone schijn hoog te houden. Of zoals jullie eigenste Jezus Christus het zelf al stelde: Mattheüs, hoofdstuk 23: vers 27-28: ‘Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er van buiten fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn.’
3 november 2022 – Vanalles en nog wat, en dan nog een beetje
Beste lezers, ik heb hier al genoeg slecht nieuws moeten melden, dus ik stel voor deze keer met het goede nieuws te beginnen. Het slechte nieuws kan nadien wel volgen.
Wij, of eerder onze advocaat gespecialiseerd in medische fouten, de Walrus, heeft eindelijk een echte ophtalmoloog gevonden die bereid is om zijn professionele mening neer te schrijven over wat er gebeurd is of toch in eerste instantie het medisch verslag van die zogenaamde experten van de rechtbank dat op niets trekt te beoordelen. Ongelooflijk maar waar. Deze keer maakt de Walrus mij oprecht gelukkig. Zelf was ik al een tijdje aan het wanhopen want zonder een ophtalmoloog die bereid was om onze kant van het verhaal (hopelijk, na het bekijken van het dossier) te verdedigen was ik nu al vakkundig onder de zwarte modder van dit onwelriekend landje bedolven. Bovendien is het een Nederlander, hetgeen fantastisch is want dat wilt zeggen dat we weg geraken uit het stinkende brakwater van de Vlaamse Ophtalmologensekte, van dat ons-kent-ons wereldje waar nooit iets fouts gebeurt en alles met de mantel der christelijke naastenliefde bedekt wordt, inclusief die gehate medische slachtoffers. Een land waar al sinds de zeventiende eeuw niet gelachen wordt met de rechten van de burgers en waar niet alles systematisch weggemoffeld wordt onder een dikke laag van katholicisme, gewichtig- en geheimdoenerij en een topklasse van heilige boontjes. Waar alle mensen, ook de meest gepriviligieerden, verondersteld worden een eigen mening te hebben. Terwijl hier in dit patattenland zelfs Bart Scholz van De Afspraak op een omerta stoot bij proffen waar hij vroeger nog les van heeft gehad als hij gewoon een reactie vraagt op een al veroordeelde handtastelijke arrogante prof die tijdens zijn beroepsmatige activiteiten studentes aanrandt. Lang leve Oranje!
Dan nu het slechte nieuws. Het is niet enkel dat ene letsel dat verdubbeld is in grootte op korte tijd dat een probleem vormt. Ook de overige letsels in de kleine hersenen zijn gegroeid. Dus ook hier lijken de olaparibpillen niet te werken. De radiotherapeut van het UZ Gent stelt voor om opnieuw, zoals de vorige keer, ondertussen meer dan twee jaar geleden, achtereenvolgens 5 dagen na elkaar de kleine hersenen te bestralen. Dus niet de volledige hersenpan omdat dat een te grote impact zou hebben twee keer na elkaar maar wel de kleine hersenen. Afgaande op de voorgaande keer – dat ellendige gevoel gedurende meerdere weken, het gevoel een levende zombie te zijn – zie ik zelfs dat niet zitten. We beginnen op dinsdag 8 november. Het enige ‘goede’ nieuws dat de radiotherapeut me nog weet mee te geven is dat het ooit nog een derde keer zou kunnen gebeuren, zo’n bestraling. Ik zal nu zitten aan 1 WBRT + 1 SBRT. Misschien kan het dus nog een derde keer. Maar dan is het definitief gedaan.
Ter voorbereiding van de sessies hebben we het masker al klaar gemaakt. Het masker van was waarmee ze je vastleggen en vastmaken op de bestralingstafel. Voor de tweede keer zie ik het gele wassennet dreigend op mijn gezicht afkomen, voor de tweede keer voel ik ze nadrukkelijk drukken op mijn voorhoofd, neus en wangen, voor de tweede keer maken ze snel een opening voor mijn mond zodat ik toch nog een beetje kan ademen, voor de tweede keer voel ik hen markeringen met de stift aanbrengen op mijn lichaam nadat ik een drietal keer door de scanner gepasseerd ben. Deze keer is er wel geen muziek, hetgeen na The Final Countdown de vorige keer, een heuse opluchting is.
En ik vrees dat het slechte nieuws hier niet stopt. Zoals steeds komt een ongeluk zelden alleen. Het cynisme van deze uitspraak zal jullie niet ontgaan. Het knagende pijngevoel dat ik al twee jaar heb in mijn achterhoofd sinds de voorgaande bestralingssessies blijkt inderdaad niet van de tumoren te komen zoals de oncologen altijd beweerden maar van een trapeziussyndroom. Of hoe dat een ongelukkige combinatie van ziektebeelden tot vreemde kronkels in de hersenen kan leiden. Het blijkt vooral mijn rechternekspier te zijn die volledig klem zit, hetgeen uitstraalt naar het hoofd. Oorzaak: gestopt met zwemmen na 20 jaar intensief zwemmen en vooral heel, heel veel stress. Tiens, hoe zou dat komen? Sinds kort ben ik in behandeling bij een kinesitherapeute en elke sessie doet enorm veel deugd. Maar de dagen na de sessie zijn bijzonder pijnlijk. Het is alsof de doffe knagende pijn door de kine volledig ontbonden wordt en dan in vlammende stekende pijnscheuten omgezet wordt, nog steeds aan mijn achterhoofd maar vooral ook boven en naast mijn rechteroor, tot zelfs het topje van mijn hoofd. Ik slaap nog amper. Ik word s’nachts al na een uur of 2 wakker van de pijn. En hoe ik me ook leg, op links, op rechts, op mijn rug, steeds komt de pijn al na enkele seconden terug. Gevolg: rusteloos woelen in bed de ganse nacht. Zelfs mijn derde neusgat verdwijnt op de achtergrond bij al dat leed. Ondertussen zit ik al aan de paracetamol. En kersenpitkussentjes uit de microgolf. Allemaal om de doorbloeding van de nekspier te bevorderen en de pijn te verzachten. Het zou d’r allemaal nog bij kunnen maar op dit punt heb ik meer last van deze zenuwpijnen die normaliter tijdelijk zijn dan van die tumoren die hoogstwaarschijnlijk dodelijk zullen blijken te zijn. Mensen zitten toch echt vreemd in elkaar.
15 november 2022 – Samen met de Freggels naar gene zijde
Voilà, 5 bestralingssessies op een week tijd. Vijfmaal op en af van Kortenberg naar Gent op een week tijd, met dank aan het onvoorstelbaar amateuristische geklungel van Gasthuisberg. In het beste geval of in het slechtste geval, ik weet het al lang niet meer, zou het nog één keer kunnen lukken. En het was nu al de hel. Door de bestralingen zelf maar vooral ook doordat dat trapeziussyndroom net dit moment gekozen heeft om helemaal los te gaan. Van slapen is er nu helemaal geen sprake meer. De zenuwpijn trekt omhoog langs mijn rechtoor tot boven op mijn hoofd. En langs dit parcours lopen de pijnscheuten voortdurend op en neer. Na de Paracetemol volgt de Ibuprofen, maar ik vraag me af of dat iets zal veranderen. Als ik even de pillen vergeet voel ik de nekpijn meteen weer opkomen. En ondertussen sleep ik me zowat dagelijks naar het radiotherapiecentrum van het UZ Gent.
Op weg naar daar zit ik naast Tin telkens zo veel als mogelijk snot uit mijn neus te verwijderen, hetgeen door dat derde neusgat allesbehalve een evidentie geworden is. Opdat ik straks ondanks het masker naar adem kan happen. De sessies zelf zijn nog erger dan verleden keer. Ditmaal kan ik helemaal niets meer zien. Dus nu geen lange witte arm meer met het donkere oog van Hal 9000, de robot uit de Space Odyssey, eraan. Het masker drukt mijn ene oog helemaal plat. Onmogelijk om het open te houden. Als ik mijn beklag doe, blijkt dat er een blauw kruis over het masker loopt waarvan het snijpunt net over het oog gaat. Verwijdering van het oog in het masker zou ook verwijdering van het blauwe kruis betekenen. En laat dat nu net noodzakelijk zijn voor de bestralingsmachine.
De machine die op die ene week twee keer stuk gaat. Zelfs tot hier dringt de afbraak van onze welvaartsmaatschappij dus door. Bij de aanvang van de sessies werd mij nog uitgelegd dat er voorafgaandelijk aan de eigenlijke bestralingen scans uitgevoerd moesten worden, scans om te checken dat mijn hoofd helemaal juist ligt. Die scantoestellen zijn door de luchtvochtigheid een beetje moeilijk aan het doen. En raar maar waar, vanaf het tweede incident worden er geen scans meer genomen, maar direct de bestralingen uitgevoerd. “Het is niet langer nodig,” zo wordt mij eenvoudigweg meegedeeld.
Bestralingen die deze keer niet uit één stevige bestralingsstoot bestaan maar uit 4 opeenvolgende. Alsof ze telkens eerst de linkerbovenhoek doen, dan de rechterbovenhoek, dan de rechts- en dan de linksonderkant, en zo de ganse cirkel van de kleine hersenen vol maken. Af en toe ruik ik opnieuw die misselijkmakende geur van weleer. Maar door de verschillende operaties aan en in de buurt van mijn neus is mijn reukvermogen sterk achteruit gegaan. Dus dat is nu toch een geluk bij een ongeluk zullen we maar zeggen.
Ook nog erger dan verleden keer: mijn lichaam dat niet bestraald wilt worden. Waar het protest van die krijsende stem in mij de vorige keer luidruchtig was, is ze nu oorverdovend. Met man en macht probeert ze mij van die tafel te krijgen. Maar door het masker dat mij volledig verblindt en telkens opnieuw vastnagelt aan de tafel ben ik totaal hulpeloos. Ik kan me plots inbeelden hoe dat Frankenstein zich moet gevoeld hebben toen hij door de bliksem tot leven gebracht werd.
Geen ‘The Final Countdown’ wel deze keer. Maar veel bizarder: telkens de laser zelf in gang schiet en het blauwe licht door masker en ooglid heen dringt, klinken er heel ver weg rare stemmen op de achtergrond. Raar want het zijn geen gewone stemmen. Niet de stemmen van mensen. Wel van vreemde levende wezentjes zoals ‘De Freggels’ uit mijn jeugd. Maar nog wat ijler dan die originele stemmetjes. Zeker niet verstaanbaar. Kinderlijk. Maar wel druk bezig. Even denk ik: “De zielen van de vele overledenen, die ook op dit toestel gelegen hebben, die mij waarschuwen of zich al verkneukelen op mijn nakende komst?” Maar dan denk ik: “Neen, dat kan niet. Dat is toch echt iets voor jou, Patrick, om zo’ n hersenspinsels te verzinnen.” En ondertussen zijn ze maar druk bezig ginder.
25 november 2022 – Gezwinde Grijsaard
Via Whatsapp ontvang ik van Victor een link naar een artikel uit De Standaard van vandaag, 23 november 2022:
MEDISCHE FOUT
Arts veroordeeld omdat ze kanker niet opspoorde
Een gynaecologe krijgt een gevangenisstraf van een jaar met uitstel. Volgens de rechtbank liet ze na om onderzoeken uit te voeren die kanker bij een overleden patiënte hadden kunnen opsporen.
De patiënte overleed in 2013 op haar 38ste. Nadat de vrouw eind 2011 was bevallen, liet ze in 2012 een spiraaltje plaatsen en ging ze geregeld op controle bij de gynaecologe omdat ze klachten had. Uiteindelijk zou, na consultatie bij een andere arts, blijken dat ze baarmoederhalskanker had. Na haar dood dienden haar echtgenoot en ouders een klacht in.
‘De gynaecologe liet na om de nodige onderzoeken uit te voeren, waardoor de diagnose van baarmoederhalskanker vroeger had kunnen worden gesteld’, oordeelde de rechtbank van Dendermonde gisteren. ‘De gynaecologe ging twee keer in de fout. De eerste keer toen ze de patiënte niet zei dat een uitstrijkje van maart 2012 niet interpreteerbaar was, en dat dit opnieuw moest worden afgenomen na ontsmetting. Zij liet bovendien na om dit verder op te volgen en nam zelf ook niet de passende initiatieven toen de patiënte vijf maanden later opnieuw op consultatie kwam met dezelfde klachten.’
‘Bij de dokter hadden er alarmbellen af moeten gaan’, vindt de rechtbank. ‘Maar zij handelde vanuit een tunnelvisie waardoor zij niet de vereiste onderzoeken deed of liet uitvoeren. Door haar nalatig handelen werd de diagnose van baarmoederhalskanker pas laattijdig gesteld.’
De dokter is veroordeeld wegens onopzettelijke doding door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. Ze krijgt een gevangenisstraf van een jaar en een boete van 1.500 euro, allebei met drie jaar uitstel. Dat betekent dat de straffen niet worden uitgevoerd als er in die periode geen nieuwe feiten worden gepleegd. De gynaecologe is intussen met pensioen.
Enkele bedenkingen bij dit artikel:
1. Wij zijn 2022 – die vrouw is overleden in 2013 – dat heeft dus 9 (negen!) jaar geduurd om tot een uitspraak te komen – voor de zoveelste keer het failliet van ons Belgisch gerecht voor iedereen open en bloot duidelijk zichtbaar maar in deze welvarende West-Europese democratie vindt men dat normaal. Nog erger, wij, de Belgen, zijn niet eens in staat om de rechten van onze eigen medeburgers te waarborgen. Terwijl dat in de ons omringende landen, in Nederland, en zelfs in Frankrijk, medische slachtoffers wel erkenning krijgen, is de rechtszekerheid voor die mensen in dit kleine landje een loze belofte, een illusie, een hele verre droom. Ok, blijkbaar als je lang genoeg leeft, zo’n 9 jaar extra, en geluk hebt, zoals zelf een dokter zijn of een hele goede advocaat hebben, kun je heel misschien gerechtigheid krijgen. En dat is het zo’n beetje.
2. De titel van het artikel luidt: “Arts veroordeeld omdat ze kanker niet opspoorde.” Laat dat nu net mijn klacht naar Ilse Mombaerts toe zijn. De professor van Gasthuisberg die op basis van wat fingerspitzengefühl een doorverwijzingsbrief waarin het risico op kanker vermeld wordt gewoon naast zich neer legt. Zonder enig verder onderzoek. Zonder beeldmateriaal. Zonder enige voorzichtigheid beginnen snijden in een zone van mijn gezicht waar dat een andere dokter een risico op kanker rechtstreeks aan haar gesignaleerd heeft.
3. En voor al diegenen die zich graag verbergen achter de boutade “een ophtalmoloog is geen oncoloog,” een gynaecologe is ook geen oncologe. In beide gevallen moeten die geneesheren alert genoeg zijn om eventuele risicopatiënten door te sturen naar oncologie. En dit al zeker als het gaat om een professor van een universitair ziekenhuis, kenniscentrum bij uitstek, bovendien een éminence grise, een ‘somniteit’ zeggen ze in die medische wereld, zoals we netjes geleerd hebben in het Spiegelpaleis.
4. De tunnelvisie vermeld in het oordeel van de rechter is net hetgeen waar dat de tegenpartij ÉN de medische experten van de rechtbank zich in verschuilen. Net zoals konijnen in hun konijnenpijp. Want binnen in die enge kleine tunnel zou zogezegd alles correct verlopen zijn. De loop en de regeltjes van het tunneltje zijn gevolgd. Formalisme ten top. Worden hierbij volledig genegeerd: de doorverwijzingsbrief, de verwachtingen van mijn oogarts naar Ilse Mombaerts toe en, last but not least, de talrijke tegenindicaties die tijdens het ganse proces aanwezig waren. Zoals de gevoelloosheid van het bolletje naast mijn oog. Ik zeg maar iets. Ook hier waren er meerdere consultaties gespreid over de tijd en alarmbellen genoeg. Maar daar zwijgen ze over. Dat wordt allemaal weggemoffeld onder een hoop blablabla waarin de Somniteit geen fouten kan begaan.
5. Men zou kunnen argumenteren dat wat er gebeurd is met deze vrouw nog veel erger is dan bij mij. Voor zo ver men dat kan doen bij zo’n gruwelijke ziektebeelden. Want die vrouw had een jarenlange vertrouwensrelatie met die gynaecologe en dat vertrouwen werd grandioos beschaamd. Ik daarentegen had een probleem met mijn oog en ben daarmee eerst naar een oogarts in een lokale praktijk hier in de buurt geweest en ben daarna doorgestuurd geweest naar een echte professor ophtalmologie van het UZLeuven. Klopt. Maar ik had ook een vertrouwensrelatie met die professor ophtalmologie. Ik heb, net zoals die vrouw, vertrouwd op de expertise en de kunde van een medicus en dat vertrouwen werd ook grandioos beschaamd tot mijn eigen schade en schande.
6. Ik ben nog niet dood. Nog niet. Dat klopt ook. Maar ik ga dood gaan aan het geklungel van de dienst ophtalmologie van die konijnenburcht te Leuven. Net zoals deze vrouw gestorven is door het onverantwoord en onbegrijpbaar gedrag van haar gynaecologe.
7. Ik hoor nu al de Orde der Geneesheren in koor roepen dat het een schande is dat ik deze casus recupereer voor mijn eigen dossier. Dat dit net een bewijs is dat er tal van andere dergelijke dossiers geopend zullen worden door nog andere ‘ontevreden en ondankbare zageventjes en -vrouwtjes’ zoals mij. Dat dit alles onbetaalbaar zal worden voor ons zorgsysteem, al die processen, al die schadevergoedingen, enz… Hierin vinden ze trouwens wel wat gelijkgezinden binnen het gerechtelijk apparaat want die klagen nu al voortdurend dat ze onderbemand zijn. En die blinddoek van Vrouwe Justitia is soms wel handig. Want wat is nu een burger meer of minder? We hebben er toch al te veel, niet?
8. Maar bovenal dreigt de elitaire en zichzelf boven de wet wanende Orde wraakzuchtig dat het voor medici onmogelijk zal worden hun werk nog verder uit te oefenen als ze geen fouten meer mogen maken en zelfs de gevangenis riskeren. Bullshit. Dikke vette zever voor diegenen die het Engels niet machtig zijn. Een medicus die in eer en geweten zijn werk doet zal nog altijd kunnen voort werken en het respect krijgen die zij of hij verdient. Maar een medisch diploma is GEEN VRIJGELEIDE om ernstige medische fouten te maken. Het zijn de rotte appels, de incompetenten en de arroganten, zij die in hun onkunde of geveinsde alwetendheid bijzonder nonchalant omspringen met het leven van anderen, die een halt moeten toegeroepen worden. Straffeloosheid zoals nu bestaat is het meest perfide systeem wat er kan bestaan. Het is een vicieuze cirkel die alleen tot nog meer misbruik leidt en nefast is voor onze democratische rechtsstaat.
9. Niet dat dit vonnis zo veel reden tot jubelen geeft. De straffen die uitgesproken zijn – trouwens die 1,500 euro, wat is dat nu weer voor een belachelijk bedrag? – worden allen pas uitgevoerd als de gynaecologe nog eens zo’n fout begaat. Maar de gynaecologe is ondertussen al op pensioen! Dus wanneer gaat die nog eens zo’n fout begaan? Dus, jammer voor de mensen die nog geloven in het functioneren van onze rechtsstaat, er is helemaal geen reden om dit vonnis als een grote doorbraak te zien. Die rechtvaardige rechters zijn nog lang niet terug in Vlaanderenland. Trouwens even toegepast op mijn eigen casus: het zou me niet verwonderen als Ilse Mombaerts ondertussen ook al op pensioen is. Zo lang duurt het in mijn geval ook al.
10. In De Standaard krijgt dit artikel dan ook de plaats die het verdient: op pagina 11, links onderaan, naast wat reclame.
11. Een tante van Tin heeft echter een berichtje gestuurd dat de uitspraak de avond voordien het VTM-nieuws als een volledig nieuwsitem gehaald heeft. Daar wordt er dan plots toch gesproken over een schadevergoeding voor de echtgenoot en de kinderen van de vrouw ter waarde van 600,000 euro. Vreemd dat dat niet in het artikel van De Standaard wordt vermeld. Misschien een soort van woke discretie? Zo van ‘over geld spreken we niet’? Een te hoog ‘Laatste Nieuws’-gehalte? Of anders hebben ze het niet gedaan omdat dat bedrag niet door de gynaecologe zelf maar door haar verzekeringsmaatschappij uitbetaald zal worden. Dus dit gaat ze zelfs niet voelen.
12. Wat er ook wel gezegd wordt op VTM, en weer niet in het artikel van De Standaard, is dat er “sinds 2020 nieuwe wetten zijn die artsen aansprakelijk kunnen maken voor de door hen gemaakte fouten.” Opnieuw, net zoals in die andere recente zaak die ik ook al op deze blog vermelde, van die verlamde dokteres die een proces had ingespannen na een fout geplaatste epidurale, wordt er gezegd dat het vanaf nu aan de medici en de ziekenhuizen is om te bewijzen dat ze niets fout gedaan hebben in plaats van aan de slachtoffers te bewijzen dat de medici iets fout gedaan hebben.
13. Blijkbaar komt men na jaren van mismanagement ook in de kinderopvang tot dezelfde slotsom. In de plaats van te checken of de klachten wel kloppen en aan de crecheverantwoordelijken de kans te geven zich d’r uit te lullen of alles te verdoezelen zodat het misbruik ondertussen gewoon blijft voortgaan, hebben onder druk van de maatschappelijke verontwaardiging de dames en heren politici het beleid aangepast. Nu wordt er aan een ernstige klacht wel onmiddellijk gevolg gegeven. Kan het dan toch? Is er dan toch nog hoop? Zo ja, dan is dat niet meer als normaal in het geval van al die onmondige en kwetsbare peuters. Maar ik houd mijn hart al vast want die onderbetaalde en onderbemande creches hebben helemaal niet de macht dat dat monster met de vele koppen boven op die konijnenberg in Leuven heeft. En mijn advocaten hebben precies nog niet gehoord van deze mysterieuze nieuwe wetten. Wij zijn althans nog altijd aan het proberen te bewijzen dat zij fouten gemaakt hebben. En zelfs niet alleen meer Gasthuisberg. Nu ook al de medische experten van de rechtbank. Want we weigeren hen te vergoeden voor het schaamtelijke verslag dat ze afgeleverd hebben. Wij zitten dus nog altijd in de fase dat onze ‘klacht’ afgecheckt wordt. En het is nog altijd helemaal niet moeilijk voor Gasthuisberg, geholpen nota bene door die medische experten van de rechtbank, om te beweren dat er niets fout gebeurd is. Je moet gewoon liegen dat je zwart ziet, de slachtoffers in de waan laten dat wat ze zeggen belangrijk is om het vervolgens gewoon te negeren en keihard brullen dat alles correct verlopen is en klaar is kees. Chronos, vadertje tijd, die Gezwinde Grijsaard, regelt de rest.
8 december 2022 – Vallen en opstaan
Het is donderdag 8 december 19 uur ‘s avonds en vandaag gaan we nog eens een keer naar de AB in Brussel. Nog eens een keer want het is al een tijdje geleden. Met het ouder worden en vooral voortdurend ziek zijn heb je geen zin meer in die ongezellige drukte van mensen massaal op zoek naar de zin en betekenis van dit bestaan op een concert. Of op een kerstmarkt wat dat betreft. Want op weg naar de Anspachlaan blijkt dat de kerstmarkt al begonnen is. Compleet niet aan gedacht. Vroeger was het een must om met de kinderen minstens één keer naar de kerstmarkt te gaan. Vooral omwille van de mooie vintage-windmolen op de Vismarkt. Ik zie de witrode maanraket van Kuifje in de verte al door het dak gaan en boven de artificiële kerstchalets in de nachtlucht zweven. Hoe dikwijls hebben we hier niet naar dit tafereel staan kijken met Sam of Ella in de raket. En het is net hier dat het lot weer toeslaat. De kerstmarkt staat op houten platen verhoogd met behulp van een metalen stelling. En opnieuw, voor de zoveelste keer de afgelopen jaren, schat ik het hoogteverschil verkeerd in. Ik struikel en val met de volle 100 kilogram en veel lawaai op mijn gezicht. Vergeet daarbij niet mijn linkerscheenbeen eerst recht op de stalen frame te stoten om nadien langs diezelfde frame naar beneden te schuren. Als ik opkijk zie ik Tin in het gangetje tussen de kerststallen voor mij staan met daarachter enkele onbekende kerstmarktgangers die ongerust halt houden en lief vragen of we hulp nodig hebben.
Een gigantische flash-back dringt zich echter ter plekke bij mij op. Naar 28 april 2020. Toen ik de koorden van de slaaptent van Sam en Ella in onze tuin dacht gemist te hebben. De slaaptent opgezet om ‘s nachts vlak bij de pas ontdekte nest kleine konijntjes te blijven, om ze te beschermen tegen marters en dergelijke. Ik dacht toen eerst dat het aan Sam en Ella lag met dat overdreven en idioot gedoe. Toen ik een beetje gekalmeerd was dacht ik zoals zo vaak dat het aan mezelf lag. Domme kloot dat ik was. Ik had maar beter moeten opletten. En nu pas besef ik dat het ook toen al aan dat ene oog lag. Dat ik die touwtjes wel degelijk gezien had. Maar dat ik net zoals die houten vloer hier op de kerstmarkt de hoogte verkeerd ingeschat had. Al die onnozelaars die beweren dat na het verlies van een oog het dieptezicht zich na een tijdje herstelt. Zeveraars. Allemaal. Dat herstelt zich helemaal niet. Ja, dat herstelt zich voor een object dat zich op twintig meter afstand bevindt. En dan nog enkel dankzij de ratio. Die auto daar aan de kant van de weg, die zich naast die boom bevindt, die duidelijk pas na die villa ginds rechts van mij opduikt, bevindt zich minstens dertig meter van mij want zo’n villa is toch drie à vier keer groter dan een gewoon huis en dan moet ik de afstand tot de boom er nog bij op tellen, conclusie: ik kan rustig door rijden. Maar alles wat zich op minder dan een meter van mij bevindt is een ramp. Vandaar de ellendige rampzaligheid van tentenkoordjes, trappen, dorpels, stenen en gaten in de weg en zoals nu blijkt ook verhoogde nepkerstmarktvloeren. Dus die gebroken rechtervoet en gebroken rechterelleboog van april 2020 – en het sindsdien niet langer kunnen joggen of gewoon sporten; zelfs ping pong spelen lukt niet meer met mijn geruïneerd zicht, ik sla voortdurend naast het balletje met mijn palet – kan ik ook al op het conto van die konijnenburcht op Gasthuisberg en vooral die arrogante Hartenkoningin schrijven – specialist ophtalmologie, beschermvrouwe van alles wat oog is nota bene.
Omdat we zo uitkijken naar het concert beslis ik de pijn wat te verbijten en al hinkend door te gaan. Gelukkig. Want het optreden van Eefje de Visser is fantastisch. Er wordt prachtig gespeeld met kleur, licht en choreografie. En alles ademt nuance en stijl uit. De backing vocals voeren bezwerende armbewegingen à la Three Degrees uit waarbij enkel de blote schouders en af en toe een blote bil door de split van de lange jurken eventjes zichtbaar worden. En daar die saus van intimistische en ingetogen muziek over. Echt klasse. Het is eens wat anders dan al dat gerap over bitch en ass en wapengeweld. Als we thuis aankomen, doe ik snel mijn schoen uit en rol mijn kous naar beneden. Ik moet haar hierbij wel een beetje los trekken want ze is ondertussen al met bloed en al vastgekoekt aan de wonde onderaan, daar waar ik recht op de stalen frame botste. Het blijkt zelfs geen snijwonde te zijn, maar eerder een stuk opengescheurd vel over een afstand van 5 centimer. En boven de open wonde bevindt zich een stuk tijgervel van een vijftigtal bloedende schaafwondjes. Tin wordt kwaad. Ze vindt dat ik dat had moeten zeggen in Brussel. Ze dacht dat mijn geslaagde piratenimitatie met een ooglapje en een houten been enkel aan een verstuikte enkel of zo te wijten was. We kappen snel wat isobetadine over de open wonde. Te snel. Op enkele seconden zit ik tegen het plafond van de pijn. Ik dacht dat dat geen pijn deed, isobetadine? Vergeet het maar.
Nochtans was de dag bijzonder goed begonnen. In de ochtend moest ik voor de zoveelste keer naar het UZGent. Ditmaal om te checken of er een nieuwe bout in mijn oogkas kan gestoken worden, ter vervanging van de bout die losgekomen was na de zwembeurt in die hete zomer bij Koenie en Katrina. Ik verwacht echter niet veel van dit bezoek. Na de vlotheid waarmee mijn derde neusgat gecertificeerd en erkend werd met visastempel en al door de specialisten met de boodschap: “Daar kunnen we niet veel aan doen,” verwacht ik iets gelijksaardigs deze keer. Ik bereid me dan ook al voor op weeral slecht nieuws. Voel de depressie al opkomen. Neem me echter voor te zeggen dat ik sowieso nog ga zwemmen, epithese of geen epithese, fistel of geen fistel, gat in mijn kop of geen gat in mijn kop. Misschien niet meer in een zwembad, dat voelde de laatste keren toch niet langer lekker aan, maar zeker in de zomer in die zwaar vervuilde Noordzee. Als ik dat nog haal natuurlijk. Zegt die specialist plots: “Weet je wat we zouden kunnen proberen, mijnheer Hoskens? Dat is aan dat kunstoog, die epithese, een aanhangsel toevoegen dat als een stop in een badkuip in die fistel gestoken zou kunnen worden. Dan zou je gewoon kunnen blijven zwemmen.” Hij moet het nog wel checken met de anaplastoloog en de chirurg die mijn neusoperatie uitgevoerd heeft. Ondertussen blijken er ook al bouten met een draad van 8mm diepte te bestaan ipv die drie milimeters die ik nu heb. Bouten die dus veel steviger in mijn schedel zullen zitten en niet na een zwempartijtje los zullen komen. En volgens de laatste scans beschik ik nog over voldoende bot om zo’n nieuwe bout te plaatsen. Het kon even niet op die ochtend in het UZGent. Enorm opgelucht, zelfs blij als een klein kind, reed ik terug naar huis. Om ‘s avonds opnieuw op mijn gezicht te gaan.
22 december 2022 – Leven is langzaam dood gaan
Een week of twee geleden verschiet ik me een ongeluk bij het openen van Facebook. Net wanneer ik me even in de schijnwereld van dit digitaal medium wil onderdompelen, dringt plots de realiteit keihard binnen. Er verschijnt een doodsbrief met foto op mijn scherm: ‘Madame Anick Lauwereins, née à Roulers le 7 août 1968 et décédée à Jauche le 9 décembre 2022.’ “Anick verdomme,” vloek ik luidop terwijl ik rechtop schiet. Het is een ex-collega uit de tijd van mijn eerste echte werkervaring, zo’n 30 jaar geleden. Een ex-collega die ik bijzonder graag had. Hoofd van het Desktop Publishing Team. Mooie vrouw. Maar niet op de babe-manier. Met veel stijl en gevoel voor humor. En vooral warm. Warm van hart. Warme lach. Warm ook in moeilijke tijden, als de boel weer eens ontplofte op het werk. 54 jaar is ze geworden.
Op de begrafenis ontdek ik wat er gebeurd is. Ze leed aan de ziekte van Charcot, een neurologische aandoening waarvan de oorzaak onbekend is. Zenuwen die aangetast worden, geleidelijk aan verlies van spieren en uiteindelijk functionaliteiten. Vijf jaar heeft de lijdensweg geduurd. Wat een ellende moet dat wel niet geweest zijn. Op de begrafenis ontdek ik verder met lichte verbazing dat ze nog een heel leven gehad heeft sinds ik haar laatst zag, nu dus bijna 30 jaar geleden. Alsof voor mij ook de afgelopen 30 jaar niets gebeurd is. Zo is ze gescheiden geraakt van haar Parijse Jazz-saxofonist en heeft ze nog een lange reis gemaakt in de USA voordat de aftakeling echt inzette. Vreemd want ik herinner me haar alleen met haar guitige ogen en jeugdige glimlach. Alsof we samen zijn blijven hangen in de tijd. Alsof ik haar elk moment zou kunnen aanspreken zoals ik haar aansprak mid jaren ‘90, altijd aan haar bureau met een sigaret in de hand. Klinkt onnozel niet? Maar toch, zo lang niet gezien en toch nog zo helder aanwezig. Net zoals bij beste vrienden: er is geen onduidelijkheid over wie de andere is zelfs als je mekaar lang niet gezien hebt. Alleen is de andere nu lijfelijk helemaal afwezig. Dat is al. Niet dat wij mensen belangeloze, altruïstische wezens zijn die alleen maar van liefde leven. Egoïst tot in de kist, dat zijn we. Het verschieten met het bericht op Facebook lag hem naast het bericht zelf vooral in de confrontatie met mijn eigen dood. Want binnenkort is het mijn beurt om daar te liggen in die kist. Dan ga ik niets meer kunnen zeggen of zelfs maar een beetje wuiven.
Niet dat de dood voor mij een onbekende is. Als accidentje, nakomer en benjamin van de familie werd ik van jongs af aan geconfronteerd met de dood. Zo was er allereerst mijn grootvader, Vaderhoskens, vader van mijn vader, in mijn kinderogen stamvader van alle Hoskensen op de wereld. Ik zie hem nog op het bed in de vroegere kamer van mijn zuster liggen, naast hem een oude kast met een halfafgescheurde sticker van Elvis Presley op de ingebouwde spiegel. Met een purperen sjaal gebonden rond zijn kaak en hoofd zodat zijn mond niet open viel en iemand zijn paardetanden kon zien, even knalbruin en volledig afgesleten tot op het tandvlees door een leven lang sjikken in de plaats van gras te kauwen. Zijn blauwe emaille spuwemmer stond beneden steevast klaar naast zijn zelfgemaakte lederen zetel. Een rare gewoonte gezien vanuit de huidige tijd maar de oude man heeft wel dankzij het sjikken nooit tandpijn gekend, of zo beweerde hij toch. Ik was 10 jaar oud – hij 87 – hij had trouwens hetzelfde geboortejaar als Hitler. Toen was er moemoe, de moeder van mijn moeder, de liefste grootmoeder die iemand ooit gehad heeft, zelfs die van Roodkapje kon er niet aan tippen. Ik zie me nog boven op de brug over het kanaal Dessel-Schoten in de Meirgoren staan, te voet op weg in de gietende regen naar het huis van mijn broer in de Drieskensstraat te Turnhout, te wenen, te roepen en te schelden tegen God dat ik in de hemel op zijn bakkes ging komen slaan omdat hij zo’n lief en goed mens had laten dood gaan (red.: binnenkort krijg ik misschien de kans om mijn belofte eindelijk uit te voeren). Ik was toen student psychologie in Leuven en zij was ondertussen ook al 74 jaar.
En ik moet ook niet klagen dat ik zo jong nog ben. Ik heb vrienden gekend, van mijn leeftijd, die al lang deze wereld verlaten hebben. Toen ik 8 jaar was een klasgenootje dat altijd een gestreepte coltrui droeg, want dat was toen mode of zo herinner ik mij hem toch op de klasfoto, die met de fiets op weg naar school aan Brug 1, de ophaalbrug richting Baarle-Hertog, werd dood gereden door een bus. Of Peter Peeters, waarschijnlijk in slaap gevallen achter het stuur van zijn auto ‘s nachts op de snelweg richting Aarschot waar zijn ouderlijk huis stond. Hij was net als ik student Eerste Kan. Hij had geen kot, pendelde altijd op en af en was dus meer af- dan aanwezig in Leuven. We vonden mekaar in onze gedeelde eenzaamheid in de voor ons nog vreemde universiteitsstad. En eventjes later was er Bart Proost, ook klasgenoot maar dan in het hoger humanoria, en al heel zijn jonge leven aan het vechten tegen kanker. En toch nog goedlachs. Met een fantastische grinnik. God, wat mis ik die grinnik. Ik zie hem de laatste keer dat we elkaar zagen nog zitten aan het hoofdeinde van onze eettafel thuis. Hij stierf in Pellenberg in 1986 na een ordinaire infectie die zijn immuunsysteem niet langer aan kon wegens ernstig verzwakt door zware chemosessies.
Sindsdien mijn beide ouders, bijna al mijn nonkels en tantes, wel geen enkele neef of nicht terwijl ik toch één van de jongsten ben, buiten Gerda, de lichtjes zwakzinnige dochter van mijn peter, nonkel Albert, en Pierre, de oudste zoon van Jang, de tweede man van Tante Annie, dus geen echte neef, eerder een aangetrouwde, maar wel een echte binnenvaartschipper die op jonge leeftijd verpletterd werd toen hij na een val in het water tussen de kade en zijn schip terecht kwam.
Een vijftal jaar geleden was er Luc Herman, een van mijn jeugdvrienden, na een leven van alcoholisme, gebroken op de lessenaars van het Sint-Victorinstituut, onze middelbare school. Omdat hij een rebel was en niet uitzonderlijk geniaal in de schoolse betekenis van het woord maar creatief en mondig was hij zeker. Hij moest blijven zitten in het zesde middelbaar, terwijl hij niet alleen de school maar ook Turnhout, die koude grensstad in de Stille Kempen, kotsbeu was. Zijn grote droom was binnen geraken in de theaterschool Herman Teirlinck in Antwerpen. In de plaats daarvan bleef hij achter in Turnhout terwijl zijn maten hun vleugels uitsloegen en de stad van hun kindertijd zo vlug als ze konden achter zich lieten. Hij had niet de veerkracht om nadien opnieuw zijn droom na te streven. Voeg daar nog aan toe de dood van de liefde van zijn leven rond zijn dertigste toen hij in de haven van Antwerpen aan de slag was als arbeider en je hebt een leven van gefnuikte dromen. Het perfecte recept voor alcoholisme. Oh ja, zijn vader had ook problemen met autoriteit en alcohol. Dus er zal zeker een erfelijke factor een rol gespeeld hebben. Des te meer reden dat ze hem op school niet met repressie hadden moeten aanpakken. Maar ze deden het toch die Broeders van Liefde. Om hem een lesje te leren hielden ze hem als 18-jarige nog een jaar extra op die zo gehate schoolbanken. Het was voor Luc het begin van het einde. Het zou alleen nog zo’n 30 jaar duren tot dat hij dood op zijn keukenvloer neer viel. Ik weet het, in deze tijd van supermensen die geen medeleven meer kennen want ze vertoeven enkel nog in hun eigen kleine bubbel waar ze lekker super kunnen zijn, is het ongepast om de schuld van een misgelopen mensenleven bij een ander dan de persoon zelf te leggen. Maar toch is het zo. In weerwil van die hedendaagse waan van absolute en totale zelfredzaamheid is niet alles wat een individu overkomt zijn of haar schuld. Integendeel.
En zo heeft iedereen zijn eigen persoonlijk referentiekader als het over de dood gaat. Leven is langzaam dood gaan. Het gaat alleen sneller voor sommigen. Wie ben ik dan om te zeggen dat wat mij overkomt allemaal zo schandalig en onrechtvaardig is? Wie ben ik dan om langer te willen leven dan anderen? Moet ik dan niet tevreden zijn met het leven dat ik gehad heb? Dankbaar zijn? In de plaats van maar te blijven zagen en klagen? Ik heb toch kinderen gehad en ze zien opgroeien? Wat is er dan zo onrechtvaardig aan jouw lot? Het antwoord luidt: niets, ik heb geen enkel recht op een langer leven dan anderen. Het feit dat ik ga sterven is dus niet onrechtvaardig. Dat is het lot van ons allemaal.
Maar wat onrechtvaardig is is dat ik vroeg ga sterven door de schuld van anderen. Of toch veel vroeger dan ik had kunnen leven. Want ik heb zelf geen seconde tijd verloren. Ik heb steeds onmiddellijk hulp gezocht daar waar ik om hulp kon en diende te vragen. Heb zelfs aangeklopt bij Gasthuisberg, het meest gereputeerde universitair ziekenhuis van het land, sedes sapientiae, of zo wordt toch gezegd. Bij een diensthoofd nota bene, primus inter pares. Van een keigroot ziekenhuis, een monster van een ziekenhuis, scans in overvloed. Bij mensen die dus niet alleen beter hadden moeten doen, maar ook beter hadden kunnen doen. Maar het niet gedaan hebben. Nagelaten hebben om een ernstig onderzoek uit te voeren, maar op basis van wat fingerspitzengefühl enkele maanden later zonder enig voorbehoud een gevaarlijke operatie op een risicovolle locatie achteloos uit te voeren, nadien mij opnieuw weken aan een stuk aan mijn lot overlieten en daardoor mijn vroegtijdige stapsgewijze dood nu veroorzaakt hebben. Dat dit alles bovendien niet erkend wordt. Erger nog, dat al wat er gebeurd is onder een heel dik tapijt van medische weetjes en ondertussen het stof der tijd wordt weggemoffeld. En dit zelfs met de hulp van zogenaamde medische experten. Die flagrante leugens verkondigen of kritiekloos overnemen zonder scrupules of enig ethisch besef. Dat ik als burger van dit land in dit ganse proces als een stuk vuilnis behandeld wordt. Alsof ik zelfs nooit bestaan heb. Of net zo goed nooit bestaan had. Dat ik voor hen, Hartenkoningin, Gasthuisberg, medische experten, verzekeringsmaatschappijen, hen allen, niet snel genoeg dood kan gaan. En dat ik, het slachtoffer, dit alles machteloos moet ondergaan, bovenop al het andere dat mij al aangedaan is. Dat is onrechtvaardig. En dat is ronduit schandalig. Een modern westers land onwaardig. Een democratische rechtsstaat onwaardig.
7 januari 2023 – Vrijdag, de 13de
Enkele dagen voor Kerstmis is het weer zo ver. De periodieke scan van mijn torso, hals en hoofd dient zich weer aan. Bibberend van de schrik ga ik voor de zoveelste keer in het witte ijzeren monster liggen. Ik moet opnieuw denken aan die medische experten, die het niet uitvoeren van een scan door Ilse Mombaerts rechtvaardigden in hun belachelijk eindverslag door te verwijzen naar de kosten ervan. De kosten van het niet uitvoeren van een scan voor mij en mijn leven daarna hierbij onzedig verzwegen. Ook het feit dat men tegenwoordig een scan uitvoert als je zelfs maar je teen bezeert wordt niet aangehaald. Neen, Ilse Mombaerts had groot gelijk om geen scan uit te voeren, vinden ze. Het zou te veel geld gekost hebben volgens de Vlaamse boeren. Dat de effectieve kosten, en niet alleen de financiële, van scans voor mij inmiddels (en niet alleen de talloze CT-scans, maar ook ettelijke MRI en zelfs PET-scans) de pan uitswingen wordt ook stilgehouden door de hypocriete witgeschelpten.
Maar nu is het dus weer zo ver. En ik heb schrik zoals ik altijd schrik heb. Alleen is het deze keer nog wat erger want de laatste tijd heb ik me wat minder goed gevoeld. Een beetje zwakjes. Vraag is alleen is het van de kanker of is het van de bestralingen van de hersentumoren? Het eeuwige dilemma van de al wat gevorderde kankerpatiënt: wat ik nu voel is dat van die kanker of van die behandeling? Of heb ik gewoon veel te lang verkeerd gezeten en ben ik daardoor weer zo’n trapeziussyndroom aan het kweken? Vragen genoeg.
Ongerust stelt de oncologe voor om eventjes op de daarvoor voorziene tafel tegen de muur te gaan liggen. Wanneer ik mijn t-shirt omhooggetrokken heb begint ze voorzichtig, met de zachte handen van een echte expert, mijn buikregio rechts onderaan af te tasten. Als blijkt dat ik niets voel waar ze daar drukt, maar wel wanneer ze naar mijn middenrif en vooral richting ribbenkast onderaan gaat, stelt ze opgelucht vast dat de pijn duidelijk niet van mijn lever komt maar van mijn ribben. “Dat zou wel kunnen,” zeg ik, “want ik ben onlangs op de Kerstmarkt in Brussel zwaar gevallen” en vertel haar over de open wonde aan mijn been.
Om te beginnen vraagt mijn oncologe me hoe het gaat. Omdat ik de bui al voel hangen, antwoord ik: “Redelijk.” En flap d’r ineens uit dat ik de laatste tijd wat last heb van pijn in mijn rechterzij. Zeg ook dat ik schrik heb dat het mijn lever is. Deze enkele zinnen doen de oncologe recht veren en ze riposteert onmiddellijk dat uit de laatste scan inderdaad blijkt dat de lever terug enkele letsels vertoont. Vier om exact te zijn. Het nieuws komt weer binnen als een bom. Zelfs als je het ergens verwacht blijft de boodschap vernietigend. Er lijkt gewoon geen einde te komen aan al die uitzaaiingen. En voor de eerste keer sinds de bijnier is er terug een intern orgaan geraakt. Maar waar die nieren de waterzuiveringsstations zijn van het lichaam is de lever het o zo belangrijke antigifcentrum, en daar heb je d’r maar één van. Zelf moet ik onmiddellijk denken aan Jan, de bakker, nonkel van Koenie, nog geen jaar geleden gestorven op enkele weken tijd na de diagnose aan pancreaskanker met uitzaaiingen in de lever.
Als we terug aan haar bureau zitten stelt de oncologe echter voor om een nieuwe chemotherapie op te starten. “De vorige is al vier jaar geleden en je hebt hem toch redelijk goed verdragen,” probeert ze mij te overtuigen. Maar de idee van terug die zware aanslag op mijn lichaam, die atoombom op al die snelgroeiende cellen van mijn lichaam te moeten doormaken, het telkens opnieuw weerkerende gevoel van een zombie te zijn in de week na de sessies, het haarverlies, enz… werkt bijzonder afschrikwekkend. Als een loden Titanic zinkt de moed me in mijn schoenen. Er blijft geen druppel, geen iota van het spaarse goed meer over in mijn lijf.
Ik herinner me plots dat Willem me ooit verteld heeft dat ook aan de lever tegenwoordig operaties mogelijk zijn. Dat gezwellen weggesneden, weggelaserd of weggevroren of zoiets kunnen worden. Wanhopig vraag ik aan de oncologe of dat geen optie zou kunnen zijn. Zeg dat ik me daar veel comfortabeler bij zou voelen. De oncologe aarzelt. Ze antwoordt dat dat misschien zou kunnen maar dat chemotherapie misschien wel het beste zou zijn want met chemotherapie zou het ganse lichaam behandeld worden terwijl met een operatie enkel die ene plek van het lichaam aangepakt zou worden. Bovendien is het niet zeker of een operatie zal lukken. De vraag is waar de letsels zich juist bevinden en of ze allen bereikbaar zijn. Om tegemoet te komen aan haar zorg stel ik dat we chemo nog altijd later een keer kunnen doen. Opper ik dat uitstel geen afstel betekent. Alsof ik haar het uitzicht op een nieuwe chemoreeks niet wil afnemen. Of als een klein kind iets goed wil maken met haar. Ze belooft dat ze het een keer zal bekijken. Intussen hebben we al zo intens en veel gesproken over de lever dat ze nu pas er terug aan denkt om te zeggen dat de bestralingen van de hersenen goed gewerkt hebben. Dat de letsels op de laatste scan kleiner lijken. “Toch nog een beetje goed nieuws,” antwoord ik een beetje wrang.
Omdat nieuwe chemosessies mij zo onbehapbaar en vooral zo’n straatje zonder eind lijken stuur ik na thuiskomst direct een mailtje naar Willem en Yvo om te zeggen dat ze nu ook op mijn lever nieuwe letsels gevonden hebben en vraag aan Willem, verwijzend naar ons gesprek van een aantal maanden geleden, of dit eventueel dan toch geopereerd zou kunnen worden. Hij belooft me het een keer te checken. Even later ontvang ik al een antwoord van hem. Hij heeft het samen met Yvo even kunnen nagaan met de leverspecialist zelf en het zou in principe mogelijk zijn. Alleen is er een nieuwe scan, deze keer een MRI, nodig om de exacte locatie van de letsels vast te leggen. Tegelijkertijd, het wordt wel niet zo gezegd, vrees ik dat ze heel de buik nog eens in kaart willen brengen. Om zeker te zijn dat het enkel de lever is die een probleem vormt. Want als er nog andere plaatsen zijn met letsels gaat de piste van de chemotherapie weer op tafel gesmeten worden. Omwille van al de voorlopige onzekerheden en vooral het naderen van de feestdagen beslis ik voorlopig de goede vrienden en naaste familie in het ongewisse te laten. Ook voor hen is dit een periode van rust. Bovendien houdt de idee alleen al dat een operatie normaliter mogelijk moet zijn mij voorlopig recht.
Wanneer ik Willem later op de avond even bel weet hij me nog te zeggen dat de lever het enigste orgaan is dat na een operatie terug aangroeit. Niet tot de volledige oorspronkelijke grootte maar toch bijna. Net zoals een hagedis zijn staart terug aangroeit na verlies van de vorige aan een roofdier. De wondere wereld van de natuur. Op het eind van ons gesprek dank ik Willem voor het mooiste kerstcadeau dat hij mij kon geven. De MRI is ondertussen gepland op vrijdag de 13de. Dat is nog drie weken wachten. Ik hoop wel dat tegen dan die wondere wereld van het bijgeloof niet de bovenhand haalt. Want angsten heb ik ook al genoeg.
20 januari 2023 – Hollands Glorie
Op enkele seconden tijd ben ik net van een ding, van een stuk vuilnis, van een vod waar ge uw schoenen moogt aan afvegen, terug veranderd in een mens. Een mens van vlees en bloed. Een mens die terug verlangen kent. Niet langer een vod maar een mens met zelfrespect. En dit door een stuk tekst van 1500 woorden. Een tekst die zich in bijlage bevindt van een mail die de Walrus, mijn advocaat medische fouten, een uur geleden heeft doorgestuurd naar mijn gmailaccount. Een tekst geschreven door een echte ophtalmoloog-expert, een heuse Witte Koning. Een tekst die het verslag van de zogenaamde medische ‘experten’ van de rechtbank, van de Witte Koningin en het Witte Paard, volledig onderuit haalt en op het einde onomwonden en eenduidig als besluit stelt: ‘Hiermee is voldoende bewezen dat de diagnostiek en behandeling van dhr Hoskens in het UZ-Leuven niet volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd, dat beeldvorming al in eerste instantie had moeten worden gerealiseerd en men oog had moeten hebben voor mogelijk andere, even waarschijnlijke oorzaken.’
Ongelooflijk. Ik ben er gewoon niet goed van en weet niet goed wat te zeggen. Stilletjes en onbeweeglijk zit ik met de tekst op mijn iphone in de hand te wenen in de zetel thuis. Lees af en toe terug door de tranen heen om zeker te zijn dat ik juist gelezen heb. Ondertussen voel ik een enorme last van mijn schouders vallen. Het is alsof nu pas, na al die jaren, na al die miserie, nu pas dus, na al die tijd, er iemand is die echt luistert, hoort wat wij te vertellen hebben. Met dit weerwoord staan we niet langer eenzaam en alleen in de woestijn te roepen, ontkend en miskend door the powers that be. Want dit is iemand die van de andere kant roept. Een Witte Koning die zegt dat wat wij zeggen helemaal geen onzin is. Die wij helemaal niet kennen en die vooral ons niet kent. Die dan ook zonder enige vooringenomenheid spreekt. En die vooral, vooral, vooral, louter op basis van het medische dossier en alle ondertussen verzamelde stukken, zowel van ons als van de tegenpartij, zonder enige druk of zelfs extra informatie van onze kant, tot dezelfde slotsom komt als wij na alles wat we in Gasthuisberg hebben moeten doormaken. Namelijk dat dat helemaal niet koosjer was in 2018 daar boven op die zelfverklaarde heilige berg, noch de diagnosestelling, noch de behandeling, noch de opvolging. Dat Ilse Mombaerts over de ganse lijn ernstige fouten heeft gemaakt. Want om eerlijk te zijn, beste lezers, na bijna vijf jaar eenzame strijd begin je zelf toch ook wel wat te twijfelen, vraag je je af of het misschien toch niet allemaal je eigen fout was, begin je je zelfs af te vragen of het allemaal wel echt gebeurd is. Allez, dat de miserie allemaal echt gebeurd is, dat valt niet te ontkennen. Het volstaat om ‘s ochtends bij het wakker worden in bed een keer te voelen aan jouw oog, of beter gezegd je oogkas want je oog is weg, om te weten dat het zo is. Maar die fysieke check met de hand is wel nodig want na een nachtje slapen denk je soms dat het allemaal maar een vieze droom was. Bovenop die horror komt er dan nog die genadeloze vervreemding van jezelf die onherroepelijk plaats vindt als gevolg van de totaal onmenselijke en ronduit schandalige manier waarop je als medisch slachtoffer in dit land behandeld wordt. Een werkwijze die enkel tot het gevoel kan leiden dat je een stuk onbenul bent, een nietsnut, een stuk afval, louter een last en een kost voor die maatschappij van strebertjes. Een negatieve mentale spiraal die nog verder versnelt bij langdurig ziekteverlof. Want als je lange tijd niet kunt werken verdwijnt ook dat klein beetje zelfwaardegevoel. Al die jaren van hard werken in die privé-sector, in een arbeidsmarkt gekenmerkt door hoge werkloosheid met dus voortdurend de dreiging van ontslag, van knokken en vechten om toch maar vooruitgang te boeken, voor jezelf en voor de maatschappij waarvoor je werkt, verdwijnen als sneeuw voor de zon, samen met je eigenwaarde, in een groot zwart gat. En wat blijft er dan nog over? Een zielig hoopje mens dat enkel nog maar kan zagen.
Tot dat zo’n expertise binnen komt. Een expertise die bovendien qua duidelijkheid niets te wensen overlaat. Van een zo hoge kwaliteit getuigt, zowel inhoudelijk, qua betoog valt er geen speld tussen te krijgen, als vormelijk, ik vind zelfs niet één schrijffout in het ganse verslag, dat het schrijfsel na alles wat er gebeurd is verwondering oproept. Verwondering dat het nog kan en dat het nog bestaat, mensen met een arbeidsethos die hun werk wel én goed doen. Opeens heb je het gevoel dat iemand je de hand reikt en je uit het drijfzand omhoog trekt. Dat je de moeite bent om geholpen te worden. Opeens heb je niet langer het gevoel er alleen voor te staan. Opeens voel je je terug erkend als individu en als mens. Ik merk dat ik voor het eerst sinds lange tijd met zachtheid kijk naar de wereld rondom mij.
Het enigste nadeel is wel dat de tekst je, of mij toch als onderwerp van het verslag, ook een ellendig gevoel bezorgt: want als je hem leest besef je ook hoe simpel het had kunnen geweest zijn. Dat een eenvoudige scan, een gedegen onderzoek, een heel andere wending aan mijn ziekteverloop had kunnen geven. Toch overheerst de dankbaarheid van eindelijk gehoord te worden. Daarom ongelooflijk veel dank aan allen die dit mogelijk gemaakt hebben! Zeker aan de Walrus die de oftalmoloog-expert gevonden heeft!
Voor diegenen die nu beginnen joelen dat al mijn gedoe over een omerta binnen ‘de Vlaamse Orde der Ophtalmologen’ blijkbaar dan toch maar een hoop zever was, heb ik slecht nieuws. De omerta is helemaal niet doorbroken want de Witte Koning is een Nederlander. Wel werkzaam in België, maar een Nederlander. Niet behorend tot die kleine kring van ons-kent-ons vriendjes-specialisten die mekaar lekker indekken. Dus ik kan het nog straffer stellen: terwijl al die Vlaamse ophtalmologen te laf zijn om tegen Gasthuisberg en de ‘somniteit’ Mombaerts in te gaan, is het dus een Nederlander die nodig is om een beetje fatsoen te schoppen in dat selecte clubje. Of nog schrijnender gesteld: om die zieke tsjevencultuur hier ten lande om alles met de mantel der liefde te bedekken, af te sluiten onder elitaire dekseltjes en onuitgesproken te laten, te doorbreken is er een mondige Nederlander nodig geweest, misschien een protestant, stel je voor, die wel over voldoende moreel kompas beschikt om de waarheid in zijn waarde te laten en niet de nek om te wringen. Die verder kijkt dan zijn neus lang is. Die beseft dat al die potjes enkel maar tot een gigantische stinkende mesthoop leiden waarin uiteindelijk alles begint te rotten, tot de fundamenten van onze maatschappij zelf. Ik had het niet verwacht, het zijn uiteindelijk onze noorderburen. Maar de zon komt dus toch op in het noorden: Hollands Glorie. Daarom hierbij ook dank aan de Nederlandse Staat om een cultuur van transparantie en duidelijk taalgebruik te huldigen. Na al dat verdonkeremanend, leugenachtig gelul van de tegenpartij aangevuld met het halfslachtig gekonkelfoes van die onbekwame medische experten van het gerecht doet de duidelijkheid van het expertiseverslag van de Witte Koning bijna pijn aan de ogen, of toch aan mijn ene overblijvende oog. Zo groot is het verschil in kwaliteit, helderheid en scherpte met wat die Vlaamse ‘experten’ hebben durven voorleggen als medisch verslag.
23 januari 2023 – Het miserabele Fonds voor Medische Ongevallen
Het toeval wilt dat exact een week na ontvangst van het indrukwekkende expertiseverslag van de Witte Koning we geconvoqueerd zijn voor de rechtbank te Brussel. Dit omdat we geweigerd hebben om het verslag van de medische experten aangeduid door de rechtbank, de Witte Koningin en het Witte Paard, te vergoeden voor het gevraagde bedrag met als argument dat het op niet veel trekt dat verslag. De Walrus stelt het zo: “de rechtbank kan niets met dit verslag aanvangen want het schiet tekort op alle vlakken.”
De Witte Koningin blijkt ondanks haar gestrengheid in haar Spiegelpaleis te Antwerpen een oude vrouw. Om haar titulaire rol als medische experte aangeduid door de rechtbank te claimen blijft ze op haar wankele beentjes recht staan. Als de rechter in het midden, er zijn er drie, haar aanbiedt om te gaan zitten weigert ze. De ganse zitting staat ze rechtop en recht voor mij tussen de Walrus en de Timmerman in. Langs achter doet ze mij denken aan mijn moeder zaliger. Zo’n vormloze oude-vrouwen-broek van donkerblauwe crêpestof, felgekleurde zijden foulard over haar schouders geslagen, grijs bijna wit haar. Alleen waar mijn moeder een ongeschoolde huisvrouw was is de Witte Koningin een door een avondcursus recht veredelde huisdokter en waarschijnlijk zelfs geen goede wordt mij gezegd. En ik die dacht dat die experten hoogopgeleide medici waren… De Timmerman, de advocaat van Amlin, de verzekeringsmaatschappij, is ook terug aanwezig. Netjes in het pak, zijn haar perfect gecoiffeerd, net zoals de vorige keer, staat hij lijnrecht voor zich uit te kijken. Eigenlijk is hij dus ook de advocaat van Gasthuisberg en Mombaerts, maar het oogt wat netter voor die laatsten om onvermeld te blijven en zich lekker achter Amlin te verbergen. Te veel visibiliteit is niet nodig voor die onbevlekte witgeschelpten met de propere handen.
De Walrus mag als eerste pleiten. Nadat hij gezegd heeft dat je niets kunt aanvangen met het medisch verslag van de Witte Koningin en op enkele van de talloze gebreken van het verslag gewezen heeft, komt de Witte Koningin aan het woord. De Timmerman zal net zoals in het Spiegelpaleis amper aan bod komen. Ze bekent dat het verslag een overzicht biedt van mijn medisch dossier. Dat dit overzicht 95% van het eerste ‘voorlopige’ verslag is, waarop wij verondersteld werden een eerste keer schriftelijk te reageren, zegt ze d’r niet bij. Ze zegt dat ze altijd zo werkt. Hier haalt ze weer die dure latijnse uitdrukking “in tempore non suspecto” uit de kast, zij het deze keer met een onzekerder stem. Voor de rest verwijst ze vlotjes naar het Witte Paard, de door haar gekozen ophtalmoloog-expert uit het verre Limburg, en zegt ze dat zij niets van ophtalmologie afweet, net zo min als van neurologie of gynaecologie. En dat het dat Wit Paard was, hier en nu natuurlijk afwezig, die op en neer huppelend beslist heeft dat alles ‘lege artis’ verlopen is. Zij had er niets mee te maken, daar komt het op neer. Dat de kwaliteit van het verslag zelf op niets trekt daar heeft ze blijkbaar ook niets mee te maken. Dat het besluit op geen enkele manier beargumenteerd wordt, maar simpelweg geponeerd wordt, als een soort axioma, ook niet. Tenzij men een verwijzing naar de reputatie van de ‘somniteit’ Ilse Mombaerts een argument zou willen noemen. Dat bijna al onze schriftelijk meegedeelde opmerkingen ofwel genegeerd ofwel met één enkele simpele zin, soms zelfs niet relevant voor de vraagstelling, afgewimpeld werden. Dat hetzelfde gebeurd is met opmerkingen gemaakt door een echte Professor Chirurgie gespecialiseerd in o.a. oncologische aandoeningen en zelfs de oogartse die mij doorverwezen heeft naar Hartenkoningin, het is allemaal niet haar schuld of zelfs haar verantwoordelijkheid. Ik kan het niet langer aan en vraag het woord. Ik benadruk dat van alles wat er in de eerste en enige zitting gezegd werd, en vooral alle tegenstrijdigheden tussen wat het Witte Paard vanuit zijn luie zetel allemaal beweerde en wat er de facto allemaal gebeurd is, er niets in het verslag was opgenomen. Dat in de plaats van pijnlijk dat bolletje bij mij nagenoeg gevoelloos was, bijvoorbeeld. Om maar iets te noemen. Terwijl dit toch in haar eigen Spiegelpaleis tot enkele pittige discussies geleid had.
Na een tijdje kan zelfs de Walrus het niet langer aan en stelt hij onomwonden tegenover de drie rechters dat de Witte Koningin als medisch experte al tal van dossiers afgehandeld heeft voor het Fonds voor de Medische Ongevallen en dat dit het niveau is waarmee al die medische slachtoffers daar geconfronteerd worden: hun hele aanklacht wordt weggezet met een simpele stelling zonder enige rechtvaardiging behalve ‘jullie niet-medici weten toch niet waarover jullie spreken.’ Plots besef ik dat ik daar vlak voor mijn neus die dure werkingskosten zie staan van dat totaal dysfunctioneel Fonds. Eén van die werkingskosten die veel hoger liggen dan het totale bedrag aan uitbetalingen – volgens die Panoreportage eind 2020 haalden ze toendertijd 30 miljoen euro aan kosten binnen versus 16 miljoen euro aan uitbetalingen terwijl het minstens andersom moest zijn. En niet alleen de bedragen: kosten behoren geen cash inflow te zijn en uitbetalingen dienen te gebeuren aan slachtoffers en vaak nabestaanden die een onnoemelijk lijden achter de rug hebben. Eén van die parasieten dus die op de kap van al die slachtoffers grote sier houden en zogenaamd alles grondig bestuderen om ze dan gewoon collectief, met de steun van de Orde der Geneesheren, het machtige RIZIV en de overige beleidsvoerders, in de grond te steken. Hoeveel mensen zouden zij met deze manier van werken al niet bedrogen hebben? Teleurgesteld letterlijk tot in het graf? Mensen, burgers van dit land, die van een ‘expert’ terecht enige deskundigheid én objectiviteit verwacht hadden? Volksverlakkerij in het publieke domein, dat is het, dat Fonds voor de Medische Ongevallen. De ironie is wel dat wij net een rechtszaak voor de burgerlijke rechtbank opgestart hebben omdat we de hopeloze praktijken van dat Fonds voor de Medische Ongevallen wilden vermijden. En kijk, hier zitten we dan. Via een achterdeur zijn ze toch binnen geraakt.
Na afloop van de zitting zien we bij het naar buiten gaan dat de Witte Koningin en de Timmerman bij de uitgang onderling heftig staan te discuteren. “Die zouden eigenlijk niet eens mogen spreken met mekaar,” fluistert de Walrus mij toe. “Ah ja, de advocaat van de tegenpartij met de deskundige aangeduid door het gerecht die verondersteld wordt neutraal te zijn!,” zegt hij hoofdschuddend. “Maar we gaan daar nu geen spel van maken, ok? We hebben daarnet ons standpunt al duidelijk genoeg gemaakt.” Wanneer ze mij ziet aankomen kronkelt de Witte Koningin echter als een slang op me af. Ik probeer haar op weg naar de draaideur nog te ontwijken. Maar ze slaagt er in om, net zoals in haar Spiegelpaleis, nog vlug enkele woorden van christelijk medeleven in mijn rug aan te bieden: “Mijnheer Hoskens, ik hoop dat verder alles meevalt voor u.” “Wel, het valt niet mee,” antwoord ik nors, zwaar geschokkeerd dat de slang met de dubbele tong nog het lef heeft om het woord aan mij te richten. Wat moet ik in hemelsnaam op zoiets zeggen? “Ach, hoe lief?” “Het is allemaal niet zo erg hoor?” “We doen allemaal maar alsof, ik het slachtoffer toch ook?” Of “Allez, allez, heel die lijdensweg van mij daar heb jij toch niets mee te maken? Dat is toch allemaal de schuld van die anderen. Die anderen die jij zonder enig gewetensbezwaar volledig vrijgesproken hebt?” Moet ik haar soms vergeven? Een goed gevoel geven na alles wat ik al meegemaakt heb? Moet ik écht tegen haar zeggen: “Bedankt voor de goede wensen?” Hoe lelijk kan een mens wel niet zijn? Haar gebrek aan arbeidsethiek of fatsoen tout court, gaat mij in het beste geval twee jaar van mijn leven kosten. Twee jaar die ik waarschijnlijk zelfs niet meer heb. Volgens haar eigen voorspelling moest ik trouwens al dood zijn: 36,6 maanden of 3,05 jaar vanaf de diagnose gaf ze me nog in haar vod van een expertiseverslag. De toegevoegde waarde of zelfs de relevantie van deze informatie voor de expertise zelf: nihil. Tenzij om te zeggen dat het toch niet meer lang zal duren. Of dat het hier over maximaal 3 levensjaren en een klets gaat. Waarom al die moeite daarvoor doen?
Bij het afscheid nemen buiten aan de ondergrondse parking bedank ik de Walrus voor zijn helder en doordacht pleidooi tijdens de zitting. Plots bekent hij dat mijn zaak hem niet onbewogen laat. Als bewijs daarvan zie ik tranen in zijn ogen opwellen. “Als er een zaak is waar effectief een medische fout gebeurd is, dan is het wel de jouwe,” verklaart hij plechtig. Ik voel me enorm schuldig dat ik hem al die tijd Walrus genoemd heb maar door de tranerige ogen trekt hij er nu nog meer op. Vertederd kijk ik hem aan. “Bedankt ook nogmaals voor het vinden van die oftalmoloog-expert. Ik kan jou niet vertellen hoeveel dit voor mij betekent. Dat er plots iemand is die inziet en erkent wat men mij aangedaan heeft. Een echte ophtalmoloog-expert bovendien die belang hecht aan de waarheid, hetgeen voor mij na al die tijd als een contradictio in terminis klinkt, of toch minstens een naald in een hooiberg.” “Ja, het heeft dan ook veel te lang geduurd,” knikt hij instemmend. “Maar dat die overige oogartsen de ene na de andere weigerden om ons te helpen, dat heb ik in al mijn jaren voor de rechtbank nog nooit meegemaakt.”
