Deze keer is het Yvo die me aan het wenen brengt. Ik ben op de terugweg naar huis van de aankopen voor ons kerstdiner deze avond als hij mij opbelt in de wagen. Het is de eerste keer dat ik hem hoor sinds de diagnose. Hij zegt: “We hebben iemand gevonden, Patrick. Een heel goede chirurg gespecialiseerd in zo’n type van operaties in het gelaat als jij nodig hebt, met een indrukwekkende lijst aan ervaring. Eigenlijk is hij al op pensioen, maar, god zij dank, is dat nog niet aan hem besteed. Bovendien hebben we net beslist om hier aan het UZ Gent een nieuw ‘facial team’ op te richten, een nieuw expertisecentrum dat net zo’n operaties met alle verschillende vereiste disciplines samen moet aanpakken. En hij is bereid daarin een centrale rol te spelen. Je zou zo’n beetje de eerste patiënt kunnen worden van dat nieuwe team.” Wanhopig zoek ik een keukentafel rondom mij want die tranen van opluchting en dankbaarheid zijn weer niet tegen te houden. Maar ik zal het weer met dat mottig dashboard moeten doen. En dit keer zonder oranje lichtjes. Ondertussen sta ik al langs de kant van de weg op minder dan 150 meter van mijn huis. Maar zelfs die korte afstand lijkt mij nu even onoverbrugbaar, zelfs voor een BMW. Tussen de tranen door vraag ik: “Hoe noemt hij?” “Hij heet Hubert Vermeersch.” De dankbaarheid die ik voel, is zo overweldigend dat ik even overweeg terug gelovig te worden. Kerstmis vieren lijkt mij in ieder geval plots niet langer een bron van oneindige kwelling, maar terug een haalbare kaart. Met dit goede nieuws in het achterhoofd ga ik zelfs kunnen lachen, of toch minstens kunnen spreken aan tafel. Enkel het etentje met Tin en de kinderen deze avond zag ik nog zitten. Al de rest hoefde al niet meer voor mij. Maar als er dan toch nog een kans bestaat dat ik dit ga overleven, dan wil ik nog wel een keer Kerstmis vieren.
Ik vraag: “En wat zijn dan nu de volgende stappen, Yvo?” “Wel, zij gaan jouw dossier bekijken, binnen het team overleggen wat er volgens hen dient te gebeuren en dan zullen ze contact met jou opnemen om een afspraak vast te leggen.” “Dat klinkt al heel goed, Yvo. Ik weet gewoon niet hoe ik jou ooit ga kunnen bedanken.” “Dat hoeft niet Patrick. We zijn al blij dat we jou kunnen helpen. Hoe gaat het voor de rest met jou?” En is het omdat Yvo behoort tot Zij Die Macht Hebben Over Leven En Dood? Of is het omdat hij de vraag zo lief stelt? Maar dat dashboard moet er weer aan geloven in afwezigheid van een handige keukentafel. “Gaat wel, gaat wel,…” krijg ik er nog uit tussen de snikken door. “Ben wel een beetje verschoten natuurlijk. Wie had dat nu gedacht dat dat kanker ging zijn?” “Ja, het is in ieder geval een zeldzame plaats,” reageert Yvo. “Ja, zo blijft men mij maar zeggen. Maar dat dat verkeerd diagnostiseerd is geweest, gewoon op basis van wat geduw met een vinger op het bobbeltje onder de huid, dat er dan een foutieve operatie heeft plaats gevonden, op de lopende band, anders kan ik het niet noemen, en dat de opvolging die ik nadien kreeg zo slecht was dat het zelfs die naam ‘opvolging’ niet waardig was, dat kan ik toch niet verkroppen hoor Yvo.” “Dat kan ik begrijpen,” antwoordt Yvo. “En dat allemaal in het machtige Gasthuisberg. Jezus.” “Ja, je begrijpt, Patrick, dat ik me daar dan weer niet over kan uitspreken. Ik van UZ Gent zijnde. Dat ligt allemaal nogal gevoelig, begrijp je? Maar wat ik jou wel moet zeggen, is dat iedereen fouten maakt. Ik ook.” “Yvo, dat iedereen fouten maakt, besef ik maar al te goed. Maar als men fouten maakt, moet dat ook erkend worden en het is daar het fout loopt: er is totaal geen erkenning. Denk je dat er sinds die diagnose iemand van Gasthuisberg mij heeft gecontacteerd om zich te verontschuldigen? Niets. Nul. Nougabollen. En kun je je voorstellen dat die van Gasthuisberg enkel wat antibiotica en nadien ook nog eens wat cortisone voorschreven toen ze zagen dat er een probleem was? En voor de rest niets?” “Ja, dat begrijp ik ook niet zo goed. Maar laat ons nu vooruit kijken, Patrick. Met dit nieuwe facial team ben je in de best mogelijke handen. Hubert Vermeersch is een echte krak. Toen ik hem vertelde wat jou overkomen was, was zijn eerste reactie dat de locatie in principe een ingreep mogelijk maakt en dat jouw type van tumor tenminste nog behandelbaar is, dat het normaliter goed reageert op chemo. En ik zeg jou, als ikzelf daar geopereerd moest worden, ik zou het hem als eerste vragen. En ook de plastische chirurg van het team mag er wezen. Dat is nog een jonge gast, maar ook heel getalenteerd. Het is een echt superteam. En over jonge gasten gesproken, het zal Fransen, de assistent van Vermeersch zijn, die jou waarschijnlijk zal contacteren.” “Hoe zeg je?” “‘Fransen’, met één s.” “Ah, ok. Heel hard bedankt, Yvo. Voor alles wat je gedaan hebt. Ik ga jou en Willem nooit genoeg kunnen teruggeven om dit ooit goed te maken.” “Dat hoeft ook niet Patrick.” “Ja, maar toch.” “Luister, als ik ooit een psycholoog nodig heb, zal ik jou contacteren, ok?” “Een psycholoog? Ik werk al jaren in de prive. Als marketeer.” “Ja, maar zo’n dingen vergeet ge toch nooit?” Nu begin ik te lachen. “Ja, iedereen denkt dat, maar in de praktijk zijn het de eerste dingen die je vergeet.” “Mmm, ik weet het niet, mij lijkt gij in ieder geval nog altijd een goede psycholoog.” “Het is al goed, het is al goed, Yvo. Eerst redt ge mijn leven en nu begint ge ook nog wat aan loopbaan counseling te doen. Wilt ge mijn schuld nog wat vergroten?” “Gij hebt geen schuld Patrick. Allez, geniet nog wat van de kerstdagen, ok?” “Ja, bedankt Yvo, jij ook hein.” “Yup.” En de Kerstman van Oilsjt hangt op.
