Al sinds enkele jaren gaan we op Kerstmis naar het familiefeest bij mijn zuster thuis. Familie is misschien wel een beetje overdreven hier. Of het klopt wel voor haar, met al haar kinderen en kleinkinderen allemaal rond de eettafel. Maar het klopt niet voor mij. Grote ontbrekende factor in dit ganse gebeuren is mijn broer en zijn gezin. Sinds enkele jaren hebben wij namelijk ook onze eigen versie van die eeuwig zich herhalende, bijbelse familieruzie. Om een lang verhaal kort te maken, want alle familieruzies zijn veel te lang: overdreven moederliefde voor 1 kind leidde tot een zodanig scheefgetrokken situatie dat op de dag voor de begrafenis van diezelfde moeder één SMS van dat ene kind volstond om de ganse boel te doen ontploffen. En dus zitten we sindsdien op Kerstmis zonder mijn grote broer en zijn gezin aan de Kersttafel. Om op die manier de schijn van een familie toch nog hoog te houden. Of om op die manier, op onze manier, toch nog dat voorbije familieleven te eren. Het is maar hoe je het bekijkt. Zoals alles in het leven.
En de clichés zijn met deze ene familieruzie nog niet voorbij. Zoals zovele Vlaamse families hebben we in deze donkere tijden last van politieke spanningen aan de eettafel, zelfs met Kerstmis, tussen rechts-conservatieve Vlaams-nationalisten en links-progressieve believers; sommigen denken dat het heil ligt in een Vlaamse eilandje voor harde werkers (oeps, nu verraad ik misschien mijn eigen voorkeur) en anderen geloven niet in die zever en willen gewoon een betere wereld, naïef als ze zijn (terug wat zand in de ogen strooien). Met nog andere woorden (als we dan toch bezig zijn): de enen geloven in een conflictmodel waarbij de andere in al zijn onvolmaakte vormen (Waal, werkloze, migrant, misdadiger,…) moet afgetroefd of gecontroleerd worden tot meerdere heil van de uitverkorenen, de anderen in een coöperatief overlegmodel waar door veel te babbelen alles opgelost kan worden (maar die stil vallen bij de vraag wie dat feest gaat betalen). Genoeg spanningen dus om al ettelijke keren tot zware discussies te leiden want mekaar met rust laten, is niet echt hetgeen dat men meestal doet in familiekring. Op een of andere manier is er daar altijd weer een met rust onverenigbaar streven aanwezig om iedereen samen te brengen op hetzelfde niveau, rond dezelfde idee, of toch minstens tot hetzelfde zicht op de dingen. Daarom heb ik dit jaar gevraagd om het niet over politiek te hebben want ik kan het gedoe zelf gewoon niet meer aan.
Als wederdienst, en ook omdat er, in de vorm van een gemeenschappelijke nicht van ons uit Schoten, een mogelijke spion van het tegenkamp van mijn broer aanwezig is, heeft mijn zuster gevraagd het niet over mijn kankergezwel te hebben. Zij vindt dat het aan mij is om te bepalen of, hoe en wanneer ik het nieuws aan mijn broer wil meedelen. En dat hij het niet, gewoon omdat het net nu Kerstmis is, in zijn schoot moet geworpen krijgen. Bovendien is ze er rotsvast van overtuigd dat onze oervlaamse boerengenen ijzersterk zijn en dus alles aankunnen, zelfs kwaadaardige kankergezwellen. Waarom daar vandaag dan zo veel over babbelen? Mij lijkt het alvast een faire deal: het ene kankergezwel in ruil voor het andere op deze heilige dag verzwijgen. Onder de gestipuleerde voorwaarden en omstandigheden kan er een waarlijk Kerst-familiediner plaats vinden. Of is het dankzij al deze voorwaarden en omstandigheden dat we over een echt Vlaams Kerstdiner kunnen spreken? Gelukkig is er toch ook nog wat goede, ouderwetse familieliefde aanwezig om de boel samen te houden.
We beginnen normaal rond een uur of 1. Normaal want wij, de naar het Vlaams-Brabantse hinterland gevluchte emigranten, zijn altijd te laat. Niet alleen moeten we helemaal vanuit Kortenberg komen, maar wij zijn vooral ook gewoon keislecht in op tijd komen. Zo slecht dat toen een keer het uur verzet werd naar 1u30 speciaal om aan ons tegemoet te komen, we opnieuw te laat waren. Het aanpassen van het aanvangsuur bleef dan ook terecht bij een eenmalige try-out. Het diner zelf bestaat steeds uit meerdere gangen, minstens 4, soms 5. Om het helemaal compleet te maken, bestaat elke gang zelf uit meerdere gerechten zodat iedereen telkens kan kiezen waar hij zin in heeft of van alles een beetje kan eten, of veel te veel, zoals ik. Het diner duurt dan ook tot een uur of vijf, met als hoogtepunt, meestal ergens tussen het hoofdgerecht en het dessert in, het geven van de cadeautjes. Het absolute hoogtepunt voor de kinderen dan toch die tegen dan al een uur of drie hebben zitten wachten op deze climax. Het hoogtepunt voor mij van de Kerstfeesten bij mijn zuster thuis is de tweede gang van het diner: de ongemixte, verse groentesoep met balletjes van ons moeder die zij zo goed kan namaken. Wanneer ik die voorgeschoteld krijg, beleef ik mijn jaarlijks proustiaans geluksmoment, word ik teruggekatapulteerd in de tijd en zit ik terug aan de eettafel thuis aan de Kastelein in Turnhout, terwijl ons vader buiten in zijn konijnenkot zit en ons moeder in de keuken staat te roeren in haar potten. Niets kan hier tegenop wat mij betreft.
Misschien dankzij al de voorafgaandelijke afspraken verloopt dit jaar het Kerstdiner gelijkmoedig. Zoals afgesproken komt ook het gezwel amper ter sprake. In die mate zelfs dat op het einde van de dag onze nicht nog altijd niet weet dat het formeel kanker is. Iedereen is wel verbaasd dat ons gezin dit jaar het land niet verlaat tijdens de Kerstperiode. En ze reageren nog meer verbaasd als ze vernemen dat er zelfs al een trip gepland was naar Boedapest. Maar daar stopt de verwondering. Iedereen doet maar waar hij zin in heeft. Het zou zo het motto van de Hoskensen kunnen zijn. Ware het niet dat het ook een gênant gebrek aan interesse in anderen, familie of niet, verheelt. Maar dat onze nicht toch iets in de mot heeft, blijkt wanneer we vertrekken. Terwijl we de deuropening al lang verlaten hebben, roept ze ons totaal onverwachts gezeten aan de tafel met haar sappig Antwerps accent achterna: “Mokt aa gen zeurgen Patriek! Aw oogh zal wèl ielemoal in eurde keumen.” Dat echter alles niet zo maar in orde zal komen, maakt mijn cadeau enkele seconden later al duidelijk in het donker. Van de zes flessen wijn die ik gekregen heb als kerstcadeau, vallen er drie stuk op straat wanneer de doos het begeeft in mijn armen op weg naar de auto. Je mag nog zoveel doen als je wilt alsof er niets aan de hand is, de waarheid haalt je toch altijd terug in.
