Il cavaliere e la morte

Ik heb net een van de boeken van een van mijn lievelingsauteurs uitgelezen: ‘Il cavaliere e la morte’ van Leonardo Sciascia, voor het eerst verschenen in 1988, een jaar voor zijn dood. Sommigen zullen de titel ‘boek’ wel ter discussie stellen. Het ding is maar een goede 100 pagina’s dik. Maar het is dan ook van de hand van dé korte-boeken-meesterverhalenverteller Leonardo Sciascia. Italiaan natuurlijk. Siciliaan om exact te zijn. Sciascia excelleerde in het gecondenseerd schrijven. Hij maakte teksten waarin geen woord te veel staat en vooral te weinig staat. Teksten waarin elk woord, zelfs elk leesteken, telt. Uitgepuurde letteren. Pure kunst. Het leverde het soort van boeken op dat tegenwoordig niet meer gelezen wordt. Want, hoe dun ook, te zwaar om te verteren, te ingewikkeld om te volgen en vol verwijzingen naar wantoestanden die niemand nog wilt zien. Want wij, de mensen van de Westerse wereld, leven in een eenvoudige en perfecte wereld. Zelfs de oorlog in Oekraïne lijkt ver weg, we lezen liever boeken over eten en van BV’s en dan is er altijd nog Tomorrowland om te gaan feesten.

Het is een waardige titel voor deze nieuwe post op mijn blog. Het gaat ook over een ridder en de dood. Een ridder zoals ik, een Don Quichote die ook kanker heeft en als inspecteur van de politie toch verder tegen onrecht en de wieken van de macht strijdt. En er uiteindelijk aan ten onder gaat. Geniepig vanuit het donker vermoord wordt. Net zoals ik. Hij met voorbedachte rade wel. Allez, toch in het hoofd van de dader. Dat subtiel verschil zal me altijd wel blijven achtervolgen. “Zelfs als het waar is wat je allemaal vertelt, Patrick, dan nog was het niet de bedoeling, hein. Die mensen van Gasthuisberg hebben dat niet expres gedaan.” Maar waar het verschil tussen de twee wandaden alweer ophoudt: het valt zelfs niet op dat het allemaal gebeurd is. De moord levert in het boek enkel een doodsbericht en een beetje media-aandacht op en dat is het einde én de moraal van het verhaal.

Vooraleer dit echter gebeurt zit de hoofdfiguur op zijn kantoor voortdurend te staren naar een drukprent van Dürer. Met daarop drie figuren en in de verte een op een hoogte gelegen stad: een ridder in vol zestiende-eeuws harnas, de dood met vervellend doodshoofd en al, en de scheel kijkende, vieze duivel gehuld in een rattenvel. De belangrijkste twee figuren zijn echter de ridder en de dood. De dood is volop op de ridder aan het inpraten terwijl de duivel aan de zijkant staat. Vandaar de titel van het boek ook. In de pre-smartphone tijden waarin het verhaal zich afspeelt is het kijken naar de drukprent de manier van de hoofdfiguur om een link met de mensen voor hem (Dürer zelf, zo stelt hij zich de vraag wiens gezicht hij juist gebruikt heeft voor de ridder) en na hem te leggen (de mens die na hem de prent van Dürer in bezit zal hebben en op zijn beurt de prent zal bekijken). Ik doe net hetzelfde met wat ik zie op mijn iphone of op de tv of gewoon rondom mij. Voortdurend afscheid nemen door voortdurend de mensen voor en na mij aan te spreken. Ik bevind me als het ware al in een schemerzone tussen leven en dood. Net zoals die inspecteur van Sciascia.

In mijn jonge jaren, de jaren ‘70 en ‘80, lachten wij met de Italianen. Omwille van de altijd emotioneel overtrokken ruzies tussen de vele politieke families, het voortdurend vallen van hun regeringen, de corruptie vanaf de hoogste maatschappelijke echelons tot op het niveau van individuele politieagenten die aan toeristen langs de weg en langs de neus weg in plaats van een verkeersboete een extraatje voor henzelf voorstelden en het eeuwige onvermogen van de Italiaanse staat om de mafia aan banden te leggen. Het lachen is ons ondertussen vergaan. Na de moordende bomaanslagen op de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino en de daaruit voortvloeiende ‘Mani Pulite’-beweging in de jaren ‘90 hebben de Italianen de controle over hun land terug in de hand genomen en proberen ze er terug een betere plaats van te maken. Terwijl dat wij, de toendertijd zelfgenoegzame kleine Belgen en de arrogante Vlamingen, vergleden zijn tot hun niveau van weleer. Nu is het ons gerechtelijk apparaat dat een lachtertje is geworden en enkel nog de machtige bullebakken ten dienste staat. En ook ons politiek landschap is versnipperd uiteengevallen in elkaar constant besmeurende grote monden. Diegenen die beweerden verandering te zullen brengen blijken zo conservatief te zijn als de pest en nog meer behoudsgezind dan de tsjeven zelf. Hetgeen de afgang van deze laatste partij, die decennialang het politieke machtscentrum van het land was, alleen maar verder bespoedigd heeft. Bekwaamheid had hen kunnen redden mocht het niet zijn dat de Vlaams-nationalisten ondertussen onbekwaamheid tot de nieuwe politieke standaard hebben verheven. Met figuren als Jan Jambon en Ben Weyts die nooit iets mis doen terwijl ze de ene flater na de andere begaan. Met een partijvoorzitter die enkel maar kan kakken en kappen op anderen en niet in staat is zelf een consistent project voor te stellen – buiten de splitsing van het land natuurlijk want dat zou alles oplossen in zijn simpele geest die alles graag in twee zwart-wit kampen opsplitst: nijvere Vlamingen en profiterende Walen, slechte migranten met verdacht ideeëngoed zoals liefde voor hun cultuur van oorsprong tegenover goed geïntegreerde allochtonen van de rechtse stempel, goede Vlamingen verweven met bloed en bodem versus slechte Vlamingen, volksvreemden in zijn ogen, maar die gewoon niets moeten hebben van zijn enggeestig wereldbeeld, het mystieke wij tegen al de rest. Ondertussen zijn wij de risee van de Europese politiek geworden. Alleen de Polen en de Hongaren doen het nog slechter dan wij. En zelfs dit wordt op applaus onthaald door de bekrompenen van deze klomp grond, dit klein stukje vaderland tussen Schelde en Maas. Alsof het iets is om trots op te zijn.

Leonardo Sciascia zelf was zich toendertijd bewust van deze karikatuur van de Italianen. In een ander van zijn werken, ‘L’affaire Moro’, over de midden in de Koude Oorlog, in 1978, door de Rode Brigades ontvoerde en na een tijdje doodgeschoten toenmalige voorzitter van de christendemocratische partij van Italië, stelt hij zelf dat “nauwkeurigheid, punctualiteit en efficiëntie waarden zijn vreemd aan de Italiaanse aard; een instituut dat niet functioneert, een ziekenhuis waar men slecht behandeld wordt of gewoon geen plaats is, een trein die vertraging heeft, een vliegtuig dat niet vertrekt, een brief die niet aankomt, dàt zijn typische Italiaanse dingen, cose nostre!” Ook als je deze lijst van slecht lopende dingen leest, kun je vandaag de dag alleen maar aan ons eigen land denken. Maar Sciascia maakt direct ook duidelijk dat het wel degelijk een karikatuur is door te verwijzen naar het efficiënt functioneren van de Rode Brigades zonder hiermee wat ze doen goed te keuren.

Aldo Moro, nog zo’n figuur waarin ik mezelf kan herkennen. Hij werd ook vermoord. Non-fictie wel deze keer, net zoals ik. Maar, ja, ja, ja, met meer dan voorbedachte rade wel. Content zo? Maanden voorbedacht zelfs, dan ontvoerd, dan veroordeeld door een ‘volksrechtbank’ en dan geëxecuteerd. Maar de heersende machten en vooral zijn eigen christelijk geïnspireerde partij lieten gewoon begaan. Ondanks (of misschien door?) zijn vele geschreven en in kranten gepubliceerde smeekbedes gericht aan zijn partijgenoten om alles te doen wat ze konden om zijn leven te redden. Herhaaldelijk stelde hij voor om een uitwisseling te doen zoals in warme oorlogstijden tussen de politieke gevangenen van beide kampen. Hij, de ontvoerde partijvoorzitter, voor een aantal leden van de Rode Brigades die in de gevangenis zaten. De vertegenwoordigers van de Italiaanse Staat, inclusief zijn eigen partijgenoten en zelfs Vaticaanstad, weigerden er op in te gaan. Giulio Andreotti, de onverzettelijke premier van Italië op dat moment en de échte leider van de christendemocraten werd op het einde van zijn politieke loopbaan heiligverklaard. Terwijl de compromis zoekende tussenfiguur Aldo Moro al een jaar of dertig lag te rotten in zijn graf. Als reactie op zoveel onverschilligheid had Moro vlak voor zijn dood om het even welke politieke vertegenwoordiging op zijn nakende begrafenis verboden.

Wat mij brengt tot de onverschilligheid waarmee medische slachtoffers in dit land bejegend worden. De onverschilligheid én de totale miskenning van hun burgerrechten. Ja hoor, ze hebben het recht een proces te starten. Maar daar stopt het. Tegensprakelijkheid, de idee dat beide partijen hun kant mogen vertellen en dat de experten aangeduid door de rechtbank hierop geargumenteerd een oordeel vellen, bestaat enkel in de mooie theoretische wethandboeken. Net zoals Moro om het even wat mocht zeggen en vragen in al die kranten mogen die slachtoffers om het even wat zeggen en vragen. Er wordt toch niet naar hen geluisterd. Want net zoals in het Italië van de jaren ‘70 zitten ook de experten in ons land in de vestzak/broekzak van de machtigste partij, de partij met het vele geld en politiek gewicht. De scheiding der machten geldt misschien wel in dit land voor rechtszaken met veel visibiliteit in de pers maar zeker niet voor medische slachtoffers. Als verwaarloosbare non-burgers worden ze bij het afval van de welvaartsmaatschappij gezet. Met de algemene zegen van Kerk en Staat. Net zoals Aldo Moro. In mijn geval lag het oordeel al vast nog voor er nog maar van enige tegensprakelijkheid sprake was, nog voor dat ze de twee partijen gezien of gehoord hadden. En alles, maar dan ook alles, wat nadien aangebracht werd om een correcter en waarachtiger beeld te geven van wat er daar in Gasthuisberg allemaal gebeurd was werd niet met de mantel der liefde maar ontegensprekelijk met de grove borstel weggewerkt. De onverschilligheid in levende lijve. Of zoals Sciascia het zelf stelde in ‘Il cavaliere e la morte’: “De duivel doet niet langer de moeite om hier in onze vrijgevochten Westerse democratieën kwaad aan te richten; de mensen kunnen en doen het beter dan hemzelf.”

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

Eén gedachte over “Il cavaliere e la morte”

  1. Juist gerechtigheid bestaat niet in de medische wereld. Gewoon schandalig. Kunnen wij gewone mensen daar iets tegen doen ? ! Blijkbaar niet. Geld en macht heerst er . Heel spijtig dat dit nog bestaat.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie