Vrijdag, de 13de

Enkele dagen voor Kerstmis is het weer zo ver. De periodieke scan van mijn torso, hals en hoofd dient zich weer aan. Bibberend van de schrik ga ik voor de zoveelste keer in het witte ijzeren monster liggen. Ik moet opnieuw denken aan die medische experten, die het niet uitvoeren van een scan door Ilse Mombaerts rechtvaardigden in hun belachelijk eindverslag door te verwijzen naar de kosten ervan. De kosten van het niet uitvoeren van een scan voor mij en mijn leven daarna hierbij onzedig verzwegen. Ook het feit dat men tegenwoordig een scan uitvoert als je zelfs maar je teen bezeert wordt niet aangehaald. Neen, Ilse Mombaerts had groot gelijk om geen scan uit te voeren, vinden ze. Het zou te veel geld gekost hebben volgens de Vlaamse boeren. Dat de effectieve kosten, en niet alleen de financiële, van scans voor mij inmiddels (en niet alleen de talloze CT-scans, maar ook ettelijke MRI en zelfs PET-scans) de pan uitswingen wordt ook stilgehouden door de hypocriete witgeschelpten.

Maar nu is het dus weer zo ver. En ik heb schrik zoals ik altijd schrik heb. Alleen is het deze keer nog wat erger want de laatste tijd heb ik me wat minder goed gevoeld. Een beetje zwakjes. Vraag is alleen is het van de kanker of is het van de bestralingen van de hersentumoren? Het eeuwige dilemma van de al wat gevorderde kankerpatiënt: wat ik nu voel is dat van die kanker of van die behandeling? Of heb ik gewoon veel te lang verkeerd gezeten en ben ik daardoor weer zo’n trapeziussyndroom aan het kweken? Vragen genoeg.

Ongerust stelt de oncologe voor om eventjes op de daarvoor voorziene tafel tegen de muur te gaan liggen. Wanneer ik mijn t-shirt omhooggetrokken heb begint ze voorzichtig, met de zachte handen van een echte expert, mijn buikregio rechts onderaan af te tasten. Als blijkt dat ik niets voel waar ze daar drukt, maar wel wanneer ze naar mijn middenrif en vooral richting ribbenkast onderaan gaat, stelt ze opgelucht vast dat de pijn duidelijk niet van mijn lever komt maar van mijn ribben. “Dat zou wel kunnen,” zeg ik, “want ik ben onlangs op de Kerstmarkt in Brussel zwaar gevallen” en vertel haar over de open wonde aan mijn been.

Om te beginnen vraagt mijn oncologe me hoe het gaat. Omdat ik de bui al voel hangen, antwoord ik: “Redelijk.” En flap d’r ineens uit dat ik de laatste tijd wat last heb van pijn in mijn rechterzij. Zeg ook dat ik schrik heb dat het mijn lever is. Deze enkele zinnen doen de oncologe recht veren en ze riposteert onmiddellijk dat uit de laatste scan inderdaad blijkt dat de lever terug enkele letsels vertoont. Vier om exact te zijn. Het nieuws komt weer binnen als een bom. Zelfs als je het ergens verwacht blijft de boodschap vernietigend. Er lijkt gewoon geen einde te komen aan al die uitzaaiingen. En voor de eerste keer sinds de bijnier is er terug een intern orgaan geraakt. Maar waar die nieren de waterzuiveringsstations zijn van het lichaam is de lever het o zo belangrijke antigifcentrum, en daar heb je d’r maar één van. Zelf moet ik onmiddellijk denken aan Jan, de bakker, nonkel van Koenie, nog geen jaar geleden gestorven op enkele weken tijd na de diagnose aan pancreaskanker met uitzaaiingen in de lever.

Als we terug aan haar bureau zitten stelt de oncologe echter voor om een nieuwe chemotherapie op te starten. “De vorige is al vier jaar geleden en je hebt hem toch redelijk goed verdragen,” probeert ze mij te overtuigen. Maar de idee van terug die zware aanslag op mijn lichaam, die atoombom op al die snelgroeiende cellen van mijn lichaam te moeten doormaken, het telkens opnieuw weerkerende gevoel van een zombie te zijn in de week na de sessies, het haarverlies, enz… werkt bijzonder afschrikwekkend. Als een loden Titanic zinkt de moed me in mijn schoenen. Er blijft geen druppel, geen iota van het spaarse goed meer over in mijn lijf.

Ik herinner me plots dat Willem me ooit verteld heeft dat ook aan de lever tegenwoordig operaties mogelijk zijn. Dat gezwellen weggesneden, weggelaserd of weggevroren of zoiets kunnen worden. Wanhopig vraag ik aan de oncologe of dat geen optie zou kunnen zijn. Zeg dat ik me daar veel comfortabeler bij zou voelen. De oncologe aarzelt. Ze antwoordt dat dat misschien zou kunnen maar dat chemotherapie misschien wel het beste zou zijn want met chemotherapie zou het ganse lichaam behandeld worden terwijl met een operatie enkel die ene plek van het lichaam aangepakt zou worden. Bovendien is het niet zeker of een operatie zal lukken. De vraag is waar de letsels zich juist bevinden en of ze allen bereikbaar zijn. Om tegemoet te komen aan haar zorg stel ik dat we chemo nog altijd later een keer kunnen doen. Opper ik dat uitstel geen afstel betekent. Alsof ik haar het uitzicht op een nieuwe chemoreeks niet wil afnemen. Of als een klein kind iets goed wil maken met haar. Ze belooft dat ze het een keer zal bekijken. Intussen hebben we al zo intens en veel gesproken over de lever dat ze nu pas er terug aan denkt om te zeggen dat de bestralingen van de hersenen goed gewerkt hebben. Dat de letsels op de laatste scan kleiner lijken. “Toch nog een beetje goed nieuws,” antwoord ik een beetje wrang.

Omdat nieuwe chemosessies mij zo onbehapbaar en vooral zo’n straatje zonder eind lijken stuur ik na thuiskomst direct een mailtje naar Willem en Yvo om te zeggen dat ze nu ook op mijn lever nieuwe letsels gevonden hebben en vraag aan Willem, verwijzend naar ons gesprek van een aantal maanden geleden, of dit eventueel dan toch geopereerd zou kunnen worden. Hij belooft me het een keer te checken. Even later ontvang ik al een antwoord van hem. Hij heeft het samen met Yvo even kunnen nagaan met de leverspecialist zelf en het zou in principe mogelijk zijn. Alleen is er een nieuwe scan, deze keer een MRI, nodig om de exacte locatie van de letsels vast te leggen. Tegelijkertijd, het wordt wel niet zo gezegd, vrees ik dat ze heel de buik nog eens in kaart willen brengen. Om zeker te zijn dat het enkel de lever is die een probleem vormt. Want als er nog andere plaatsen zijn met letsels gaat de piste van de chemotherapie weer op tafel gesmeten worden. Omwille van al de voorlopige onzekerheden en vooral het naderen van de feestdagen beslis ik voorlopig de goede vrienden en naaste familie in het ongewisse te laten. Ook voor hen is dit een periode van rust. Bovendien houdt de idee alleen al dat een operatie normaliter mogelijk moet zijn mij voorlopig recht.

Wanneer ik Willem later op de avond even bel weet hij me nog te zeggen dat de lever het enigste orgaan is dat na een operatie terug aangroeit. Niet tot de volledige oorspronkelijke grootte maar toch bijna. Net zoals een hagedis zijn staart terug aangroeit na verlies van de vorige aan een roofdier. De wondere wereld van de natuur. Op het eind van ons gesprek dank ik Willem voor het mooiste kerstcadeau dat hij mij kon geven. De MRI is ondertussen gepland op vrijdag de 13de. Dat is nog drie weken wachten. Ik hoop wel dat tegen dan die wondere wereld van het bijgeloof niet de bovenhand haalt. Want angsten heb ik ook al genoeg.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

3 gedachten over “Vrijdag, de 13de”

  1. Beste Patrick, in uw blog, die ik nu pas las, dat Jan zou overleden zijn aan leverkanker. Wel dat is niet waar want Jan had pancreaskanker met uitzaaiingen in de lever. De prof heeft ons de scan van de kever laten zien toen. Het was erger dan kaas met gaten. De tumor op Jan zijn pancreas was zo gelegen dat er een levensbedreigende ader doorliep en dus was operatie geen optie. Jan kreeg maar een maand voor de diagnose pijn in buik en rug. Op 30/06/2021 kregen we de diagnose en toen ook al met de lever vol met uitzaaiingen. Jan heeft 1 chemokuur gehad want hij wou het anders doen dan zijn zus die 4 jaar ervoor ook pancreaskanker kreeg maar geen enkele behandeling wou, zij heeft nog 8 maanden geleefd na de diagnose maar heeft ook veel pijn gehad. Jan wou die pijn niet maar het was bij hem ook helemaal anders, hij is eigenlijk vergiftigd omdat zijn lever niet meer kon werken. Hij heeft nog 1 maand en 18 dagen gekregen na de diagnose. Op die periode kreeg hij het begin van trombose, een septische shock en ontsteking op de lever.en vaak hoge koorts. Het was onwezenlijk om op zo een korte tijd mijn sterke man te zien wegglijden uit het leven.
    Dus Patrick, met die vier plekjes krijgt ge een positieve kans op operatie en daar ben ik zeer blij om want wat gij al allemaal heb doorstaan en met u ook uw gezin en alle mensen rondom u! Het is steeds snel gezegd maar hoe ik mij tijdens die zware ziekteperiode met Jan en ook nu de tijd zonder Jan rechthield en rechthoud is mij te focussen op de positieve dingen en blij zijn met wat ik nog heb en gehad heb, anders zou het mij niet lukken. Ook de steun en liefde van familie en vrienden geven mij de kracht om moed te scheppen en door te gaan. Jan vooral heeft mij die energie achtergelaten en mijn grootste drijfveer is ons prachtig gezin.
    Veel kracht Patrick om alles te doorgaan en doorstaan en wens u een gezonde lever toe!
    Hilde met Jan in gedachten.

    Like

      1. Beste Patrick, voor mij hoef dat niet te veranderen. Het was gewoon om u te laten weten hoe de lever van Jan vanaf de diagnose al helemaal vol zat met uitzaaiingen en helemaal niets meer mogelijk was. Jan heeft chemo geprobeerd om ons en hem nog wat meer tijd te geven, helaas. Maar dat in tegenstelling tot u veel succes en zeker als het voorstel van de arts zelf komt!

        Like

Geef een reactie op Hilde Dehaes Reactie annuleren