23, 24 en 25 januari 2023: Het miserabele Fonds voor Medische Ongevallen bis

De inplanning van de chemosessies verloopt bijzonder vlot. De week volgend op de laatste consultatie starten ze al. Op maandag, dinsdag en woensdag zal me in de dagkliniek in de voormiddag telkens chemo toegediend worden. Ik hoop vooral dat mijn aders het gaan houden. Sinds de vorige chemokuur vier jaar geleden al zijn ze veel moeilijker te prikken. Het is alsof ze zelf weten wat voor een smeerlapperij erin gaat gespoten worden. Ze zijn in ieder geval beducht geworden voor nieuwe prikken. “Ze glippen weg,” zo wordt af en toe gezegd. En regelmatig moeten er twee spuiten geplaatst worden omdat de eerste mislukt. Zo’n poortkatheter zie ik al helemaal niet zitten. Dat lijkt mij nog een stap verder richting terminaal zieke patiënt. Voor zover dat nog kan. De illusie van het niet-terminaal-ziek-zijn moet in ieder geval zo lang mogelijk in stand gehouden worden.

De timing valt een beetje slecht op het thuisfront: Tin heeft net haar drukke, laatste week les van de eerste semester en Sam heeft als laatste examens nog net wiskunde schriftelijk op maandag en wiskunde mondeling op woensdag. Als ik haar op zondagavond naar Brussel breng, spreekt ze mij in de wagen aan de voordeur van haar kot voor de eerste keer nadrukkelijk aan over de komende chemokuur. Nadrukkelijk en toch rustig, met empathie en bezorgd over wat er nu weer met mij gebeurt, kortom als een echte volwassene. Trots kijk ik haar aan in het donker van de auto. Ze is echt groot geworden die oudste meid van mij. Ik probeer haar wel gerust te stellen. Maak duidelijk dat de kuur iets van lange adem gaat worden. Dat het al zeker tot mei zal duren. En zeg tegen haar dat haar examens op dit moment belangrijker zijn. Maar wanneer ik doorrijd kan ik enkel met een glimlach op mijn gezicht huiswaarts keren. “Nu die jongste nog,” beloof ik mezelf.

De eerste van de drie opeenvolgende chemodagen moeten we wel lang wachten. Er is iets misgelopen met de bestelling of zoiets én het is heel druk. Terwijl we verwacht werden tegen 9 uur in de ochtend is het al middag wanneer de plastieken zakken met de gevreesde vloeistoffen arriveren. Niet dat dat zo’n groot probleem vormt: niemand staat te springen om zo’n dingen in zijn lijf te krijgen. Bovendien, ik was het zelf al helemaal vergeten, is de eerste dag veruit de zwaarste, want dan worden tijdens één behandeling twee verschillende chemos toegediend: eerst carboplaten en dan etoposide. De tweede en derde dag blijft alleen de etoposide over. Die moet men over drie dagen verspreid toedienen. Anders wordt het te schadelijk voor het lichaam. Ik voel de stoffen binnen stromen. Waar ik de vorige keer, in 2019, pas crashte tijdens de tweede reeks van drie dagen chemo, is het nu al direct raak. Al na een half uur lig ik uitgeteld op het bed.

Zoals ik vreesde lukt het niet om met één infuus de drie dagen door te komen. Op dinsdag dient al een nieuwe spuit geplaatst te worden. Deze keer wordt in plaats van de pols voor de achterkant van de onderarm gekozen. De plooi van de elleboog lukt al lang niet meer. Later op de dag komt onverwachts de pillenverpleegster Rita langs. We hadden laatst, na de consultatie met de oncologe, niet de kans gehad om afscheid te nemen en nu blijkt dat ze binnen een maand zelfs op pensioen gaat. Dus ik ga haar niet meer zien na vandaag. De fysieke nabijheid van Rita doet deugd en toont mij weer in welke mate menselijk en warm contact in dit universitair ziekenhuis gewaardeerd wordt. Wat een verschil met die onpersoonlijke fabriek boven op de konijnenberg in Leuven waar de dames en heren professoren op eenzame hoogte rond zweven en assistenten van schrik weg kruipen in een hoek terwijl verplegend personeel dan weer gewoon moet zwijgen en luisteren, liefst van al gewoon muurbloempje spelen, een beetje decoratie vormen. Tot mijn verrassing geeft Rita nog mee dat van al de proefpersonen die deelnamen aan de studie rond de Olaparibmedicatie ik tot nu toe het langst goed gereageerd heb op de pillen. Ik ben verbaasd want dat die medicatie zo nieuw was had ik totaal niet verwacht. Ik dacht dat ze die al enkele jaren aan het testen waren en ik de laatste in een lange rij van proefpersonen was.

Als toemaatje op de chemosessies krijg ik op dinsdagavond een artikel uit De Standaard in het rechteroog gesmeten. Het is een ordinaire copy paste van een persbericht annex jaarverslag dat dat miserabele Fonds voor de Medische Ongevallen in de enige overblijvende zogezegde kwaliteitskrant van het land gepubliceerd heeft weten te krijgen. Ze proberen een serieuze verbetering in hun operationele werking te claimen: in de plaats van gemiddeld 4 jaar duurt een dossier nu nog maar 3,7 jaar. “En dat is goed nieuws,” wordt er zonder schaamte bij verteld. Daarenboven zijn er nog nooit zo veel uitbetalingen gebeurd als in 2021. Een recordbedrag van 14,1 miljoen euro werd uitgekeerd in plaats van 8,5 miljoen euro in 2020, kloppen ze zich trots op de borst. Zoals het hoort worden hun beweringen met een mooi grafiekje gestaafd. Als je doorleest blijkt echter dat de duurtijd vooral verminderd is doordat de minister van Volksgezondheid, die andere professor met zijn brilletje en belerend vingertje, Frank Vandenbroucke, er al twee jaar een extra task force opgezet heeft van zo’n 20 man. Een task force die aan het einde van de legislatuur opnieuw verdwijnt. De conclusie die elke mens met een beetje verstand dan ook maakt: er is structureel juist niets veranderd of verbeterd aan dat ellendig Fonds. Het blijft een totale ramp.

Terloops wordt in het krantenbericht nog meegegeven dat de wettelijk vastgelegde termijn voor een uitspraak in een medisch dossier zes maanden is in plaats van 4 jaar. Wat een onnoemelijke schande voor ons luilekkerlandje wederom. Alweer een dossier waarin de Europese Gemeenschap ons lekker gaat kunnen terechtwijzen. En dan maar fulmineren tegen die brave burgers dat ze geen respect meer hebben voor de wet. Terwijl het fantastieke Spiegelpaleis toch op volle toeren draait. Zeg mij eens beleidsvoerders, als zelfs de wethouder zich niet houdt aan zijn woord, waarom zou de rest van het land het dan wel moeten doen?

Om te eindigen komt nog iemand van het Vlaams Patiëntenplatform aan het woord. Iemand die dus aan de kant van de slachtoffers verondersteld wordt te staan. Maar niets daarvan hoor, wij, die afstammelingen van die oudstrijders van 1302 waar we o zo trots op zijn, die de Franse koning toen een stevig pak rammel gegeven hebben, zijn weer en zoals steeds superlief voor die huidige arme mensen aan de top. Onder het adagio “ze hebben het al zo moeilijk, mijnheer” wordt hier alles gepikt, zelfs totale onzin. In de plaats van het Fonds te wijzen op zijn blijvend totaal dysfunctioneren geven de schaamtelozen onbeschaamd zelfs nog wat tips en tricks aan de burgers mee om problemen te voorkomen. “Durf vragen te stellen,” krijg je te horen. Alsof we dat niet durven. Een vrouw moet ook gewoon “Neen” tegen haar verkrachter zeggen zeker? En “een realistisch beeld bij de patiënten zal achteraf ook de discussies verminderen.” Wat een dikke vette zever allemaal zeg. Alsof het aan de verwachtingen van de patiënten ligt dat er medische fouten begaan worden. Kortom, voor de zoveelste keer worden de rollen in deze nepburgermaatschappij omgedraaid tussen daders en slachtoffers.

Daarom alleen al, dat jullie, die verondersteld worden de slachtoffers te verdedigen, je laten voor de kar spannen van die al veel te machtige lobbygroepen uit de ziekenzorg is gewoon te lelijk voor woorden. Denken jullie soms dat jullie taak hier stopt, in het braafjes opvolgen van de klachten van ons, de medische slachtoffers, jullie bestaansreden? Dat is het minimum dat wij verwachten! En dat is trouwens geen gunst die jullie ons verlenen! Dat is waar wij als burgers van dit land recht op hebben! Begrijpen jullie dat, lamzakken? Zelfs jullie jaarverslag loopt een jaar achter! De geleverde cijfers gaan maar tot 2021 terwijl we al in 2023 zijn. Dus begint eerst eens met te erkennen dat er slachtoffers zijn, onnozelaars, voor dat je gaat beginnen nadenken over hoe je hun aantal kunt verminderen. En breng in kaart hoeveel van die medische slachtoffers er zijn, met welke problematieken en waar dat deze misbruiken plaats vinden en wat de oorzaken zijn. Ja inderdaad, in welke ziekenhuizen dus én bij welke geneesheren of -vrouwen. En wees daar transparant over. Zodat de burgers van dit land op basis van feitelijke gegevens kunnen kiezen tussen een goede en een slechte zorgverlener en niet alles weggemoffeld wordt onder een dik wit tapijt van nietszeggend arrogant gewauwel.

Op radio 1 woensdag 7 uur ‘s ochtends wordt in De Ochtend het apekoolverhaal uit De Standaard al wat correcter voorgesteld. De radioreportage onderscheidt complexe dossiers van de rest en benadrukt dat deze eerste moeilijk blijven. Ze laten een advocate aan het woord die al 12 jaar aan het procederen is. Hebben jullie dat goed gehoord, beste landgenoten? Kunnen jullie je dat voorstellen? 12 jaar?! En dit voor een advocate dus! Iemand die het reilen en zeilen van dat Belgische rechtssysteem kent. Kun je raden hoe het gewone burgers vergaat in dit pokkeland! Die zijn tegen dan al lang moeten stoppen met procederen wegens gebrek aan geld. Als ze nog leven. Zij is eerst naar het Fonds voor de Medische Ongevallen gegaan en is zelfs na een oordeel van de expert ten gunste van haar dossier toch verplicht geweest een rechtszaak voor de burgerrechtbank op te starten om haar gelijk alsnog te halen. Eind 2026 komt haar zaak in beroep voor! Tegen dat ze 76 is! En ze vermoedt dat ze het expres doen al dat uitstellen op lange termijn. “Want iemand die dood is kost minder dan iemand die leeft.” Allez, wie zou dat nu durven bedenken, zo’n huiveringwekkende en schandelijke praktijken in de schoot van een democratische rechtsstaat? Zelf geeft ze eerlijk toe dat ze als advocaat zich nooit dergelijke wantoestanden had kunnen voorstellen.

Op het einde komt er op de radio nog een advocaat aan het woord specialiseerd in medische fouten, net zoals de Walrus. Hij verklaart dat één van de redenen waarom de behandelingstijd afgenomen is bij het Fonds (de fameuze 3,7 ipv 4 jaar) is dat 1 op de 2 dossiers verticaal geklasseerd wordt door interne medewerkers van het Fonds zelf, werknemers van het heilig verklaarde Riziv dus, zonder enige zeggingschap van externen, een praktijk waarbij hij ernstige vragen stelt. Verder beweert hij dat slachtoffers te weinig legale bijstand krijgen van het Fonds. En dit al zeker in vergelijking met de tegenpartijen aan de andere kant die over onbeperkte middelen beschikken en gewapend zijn tot de tanden mét tentakels tot in de geheimste echelons van de gezondheidszorg. Kortom de medische slachtoffers zijn nog steeds volledig overgeleverd aan de grote zwarte doos die het Fonds voor Medische Ongevallen vormt. De pathetische conclusie van de advocaat luidt dan ook dat het Fonds voor Medische Ongevallen enkel nog aan te raden is voor klachten rond medische fouten waarbij geen aansprakelijkheid gezocht wordt. Wat neerkomt op hetzelfde als zeggen dat als de vraag naar aansprakelijkheid gesteld wordt ge sowieso gaat verliezen en alles verdoezeld wordt. Zo ver is het gekomen in dit bananenland. Als je een erkenning wilt in dit land van een fout gemaakt door iemand, zodat zij die verantwoordelijk zijn verantwoordelijk gesteld worden, of zodat we bijvoorbeeld, ook kunnen vermijden dat het nog eens gebeurt, met nog andere en meerdere burgers, dan zwijgen we in alle talen en dekken we alles toe. Niemand is aansprakelijk in dit land. In dit land waar politici gaan betogen tegen hun eigen beslissingen, waar rechters zware straffen uitspreken met uitstel, waar je al een voorbedachte én bewezen moord moet plegen om langer dan een jaar effectief in de gevangenis te zitten. Al de rest wordt in der minne geregeld in dit schijnheilig koninkrijkje midden in West-Europa; tussen vriendjes. Kijk maar naar Chovanec – ‘die had maar niet in een vlaag van totale zinsverbijstering met zijn hoofd tegen zijn celdeur moeten slaan’ – of Sanda Dia – ‘die had maar niet zo dom moeten zijn om ‘s nachts in een natte kuil te kruipen en daar visolie te drinken.’ Niemand is aansprakelijk. De politici niet, de juristen niet, de racisten niet en zelfs de fascisten niet. Ondertussen maken we ons wijs dat we een democratische rechtsstaat zijn. Maar niets is minder waar. We zijn gewoon een vrolijke olijke bende, voorafgegaan door BV’s en al MIA’s samen zingend als lemmingen op weg naar de afgrond. Staan ondertussen te roepen aan de zijkant, ook tijdens de koers, de Vlaamsnationalisten, die met hun simplistisch wij-tegen-hen verhaal teren op het wijdverspreide ongenoegen en de boel alleen maar verder naar de kloten helpen.

Op woensdag komt Willem nog langs. Hij heeft goed nieuws bij: hij heeft de staat van mijn lever op basis van de nieuwe MRI nog eens besproken met de specialist en hij zou nog steeds opereerbaar zijn. Het enigste wat me verontrust is dat hij er nadrukkelijk bij zegt dat de “chemo wel moet aanslaan.” Ik probeer deze laatste opmerking van hem te negeren vanop mijn bed want dat de chemo niet zou werken kan ik me niet voorstellen. Ik kijk dan ook vlug even weg, richting K12, die prachtige betonnen mastodont op de campus. Het gevaarte is zo indrukwekkend dat het mijn ongeloof alleen maar versterkt. Een chemisch bommentaptijt dat zijn uitwerking mist? Dat is toch als een atoombom die ontploft en er gebeurt helemaal niets? Dat kan toch niet? Bij het naar huis rijden op woensdag hoor ik dat de Duitsers eindelijk toestemmen in het sturen van Leopardtanken naar Oekraïne door andere landen én d’r zelf ook ineens 14 gaan sturen. Er gebeuren dus ook nog goede dingen op deze wereld. Zelf houd ik mij op weg naar huis rustig aan de rechterkant van de weg aan een goede 100km/u.

Onbekend's avatar

Auteur: phoskens

Patrick Hoskens (°28/03/1966), Product Marketing Manager met een onderbroken loopbaan, op zoek naar een brug naar de toekomst en een zo lang mogelijk leven

3 gedachten over “23, 24 en 25 januari 2023: Het miserabele Fonds voor Medische Ongevallen bis”

    1. Ze zijn zoals de ‘Commissie Leerlingenrechten’ in dat statige Ministerie van Onderwijs: ze verdedigen de belangen van de scholen niet van de leerlingen. Het FMO verdedigt niet de belangen van de medische slachtoffers maar van de medische instituten, de Orde der Geneesheren enz… Het Kafkaiaanse is dat ze wel zo HETEN; leerlingenRECHTEN, medische ONGEVALLEN, maar dat is maar om ons te bedotten: ze dienen enkel om mekaar in te dekken en alles bij het oude te laten. We denken dat we in een rechtsstaat leven in dit land maar niets is minder waar.

      Like

Plaats een reactie