
Enkele dagen later zijn Tin en ik voor de laatste keer op weg naar het UZ Gent. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar dat hoeft ook niet. Ook in de auto heerst een bijna totale stilte. Buiten een sprankeltje hoop hier, een beetje wanhoop daar, wordt er niets gezegd. Uiteindelijk komen we aan na onze laatste trip van het 70km lange traject tussen Kortenberg en Gent. De bedoeling is om het plotse einde van de immunotherapie te bespreken en te checken of er nog iets kan gedaan worden.
Maar de oncologe bevestigt van bij de aanvang mijn grote vrees. Tot mijn verrassing stelt ze bovendien dat de lever ondertussen al zo goed als zwart ziet, dat de kanker al bijna de volledige lever volledig ingepalmd heeft. De oncologe ziet ook geen nieuwe mogelijkheid om mij verder te helpen. Deze nieuwe mededeling snoert onmiddellijk mijn mond. Verzet heeft geen zin meer. Het is geen kwestie meer van enkele uitzaaiingen hier en daar zoals tot nu toe werd gezegd. Na al hetgeen dat we de afgelopen jaren geprobeerd hebben, is er geen onstnappen meer aan. Na 58 jaar ben ik einde parcours.
Ik word uitbehandeld verklaard, palliatief patiënt en krijg nog enkele weken te leven. De verschillende mogelijkheden van euthanasie worden even beschreven – types (snel – enkele minuten waarin de spieren worden stilgelegd, zodat de ademhaling niet langer kan functioneren versus traag – enkele dagen, onder zware verdoving een sedatief bestaan leiden tijdens hetwelke de organen geen voeding meer krijgen, ook niet in vloeibare vorm) en plaats (basically in het ziekenhuis of thuis – tussen ons gezegd en gezwegen persoonlijk geef ik absoluut de voorkeur aan thuis). Ik heb gelukkig nog de luciditeit om nog naar wat extra pijnstillers te vragen en krijg Diclofinac en een maagbeschermer, Omeprazol, voor de krachtige pillen die de ondertussen al rijkelijk vloeiende Medrol moeten aanvullen. Op het einde zegt de oncologe nog met een vluchtig schouderklopje ze mij niet vlug zal vergeten. Het komt binnen als een boutade, iets wat ze tegen elke terminale patiënt zegt, maar wanneer ik verrast opkijk vanuit mijn rolstoel zie ik dat ze het meent.
Gelukkig heeft de thuiszorg dankzij Tin al een ziekenbed geleverd om in neer te storten en later op de week stelt de vlotte thuisverpleegster voor om zondag, een eerste bad te nemen. Niet dat we tot dan geen baden namen maar voor Tin was het telkens weer een heus karwei om mij alleen in en vooral uit het bad te krijgen. We vrezen dus een beetje onze twee wekelijkse hoogmissen te gaan missen, maar zijn toch blij voor de hulp. We zijn benieuwd. De verpleegster is ook al op de hoogte van mijn wens tot euthanasie. Onze huisdokter heeft haar al ingelicht. Het komt nu allemaal wel bijzonder dichtbij. In onze gemeente, in onze straat, zelfs in ons huis. Wanneer we aankomen speelt net ‘The End’ van The Doors op de radio van de keuken. De song hakt er stevig in bij mij. Vanuit het ziekenhuisbed lig ik stilletjes te luisteren. Maar waar dat Martin Sheen’s hoofd in Coppola’ s meesterwerk ‘Apocalypse Now’ op het einde van de film uit een moeras omsingeld door akelige bosbranden opduikt om na de doorstane gruwel de mensheid nog een keer te kunnen redden zinkt mijn hoofd weg in de donkere modderpoel door toedoen van een maatschappij die onmenselijkheid achtbaar acht en de meest schandelijke praktijken van zogenaamde medische specialisten naar medische slachtoffers toe tolereert.

Damn Patrick, dat hakt er wel in. Ik weet dat we elkaar al 20 jaar niet meer gehoord of gezien hebben, maar – en de gepasseerde tijd speelt daarin vast een rol – ik heb enkel herinneringen aan jou als een fijne, (droge) humorist in de Telenet-jaren. Vanop afstand volgende ik je posts wel. Nooit de moed gehad om te reageren. Ik weet niet wat ik je moet wensen. Dan dit maar : https://www.youtube.com/watch?v=w-sM-t1KI_Y
LikeLike
Dank voor de moed die je hier toont, Chris!
LikeLike